18 C
Amsterdam

Deze tijd vraagt om meer vredesjournalistiek

Lees meer

Nu de oorlogsdreiging toeneemt, groeit de aandacht voor vredesjournalistiek. Die doet verslag van conflicten, maar kijkt ook naar oorzaken en mogelijke oplossingen. Dat is geen kritiekloze vredespropaganda, schrijft journalist Nico Kussendrager.

Dagelijks zien we de militarisering van onze samenleving. Zet de tv aan en je ziet Kamp Waes of het programma Strijders, waar kandidaten de ‘ultieme militaire competitie aangaan onder leiding van ex-commando’s’, door een grasveld tijgeren, ‘willen winnen’ en ‘nooit opgeven’.

Als het al niet generaals en kolonels in uniform op televisie zijn die zonder tegenvuur pleiten voor verhoging van de defensie-uitgaven, versterking van de krijgsmacht en herinvoering van de dienstplicht. Woorden als ‘oorlogsbereidheid’ en zelfs ‘sneuvelbereidheid’ zijn onderdeel geworden van het publieke debat.

De nieuwe NTR-serie van Petra Grijzen, Klaar voor de oorlog, heeft alleen al door de naamgeving een duidelijke insteek. Waarom niet Denken over vrede en aandacht voor het voorkomen van conflicten, de mogelijkheden van onderhandelen en het ‘inleven’ in de tegenstander?

De krijgsmacht is ook de collegezaal binnengestapt: onder namen als ‘nationale weerbaarheidstraining’ en ‘militaire minor’ worden wo-, hbo- en mbo-studiepunten ingeruild voor een ‘verrijkende militaire ervaring’.

We hebben een Koninklijk Huis waarin vader Willem-Alexander een militaire achtergrond heeft, dochter Amalia in camouflage met een geweer verschijnt en koningin Máxima wordt opgeleid tot luitenant-kolonel. (De pacifistisch gezinde koningin-moeder ligt te woelen in haar graf.)

Het woord diplomatie valt veel minder vaak

We worden aangespoord noodpakketten in huis te halen en in de speelgoedwinkel vind je educational toyguns.

Het doel om vrede en veiligheid in Europa te bewaren wordt gereduceerd tot de noodzaak ons daar letterlijk tegen te wapenen. Het woord diplomatie valt veel minder vaak. Over conflictpreventie, bemiddeling en vredesopbouw horen we nog minder.

Verveelvoudiging van de defensiebudgetten lijkt nauwelijks nog ter discussie te staan. Niet duidelijk is waaraan al dat geld precies moet worden besteed. Over vrede, over de vraag hoe je die bereikt en vooral over wat er ná een oorlog nodig is, horen we aanzienlijk minder.

Vredesjournalistiek

Daar komt de vredesjournalistiek in beeld. De benadering is vooral verbonden met de Noorse vredesonderzoeker Johan Galtung. Hij borduurde voort op het werk van de Franse socioloog Gaston Bouthoul, grondlegger van de polemologie, die onderzocht waarom samenlevingen oorlog voeren en welke sociale mechanismen geweld bevorderen. Zijn uitgangspunt: als je vrede wilt, moet je oorlog begrijpen.

Twee correspondenten stoften het begrip vredesjournalistiek recent af: afzwaaiend NOS-correspondent Nasrah Habiballah en de jonge journalist Gilad Peres (AD) in zijn leerzame en verfrissende boek Hummus en Hamas.

Sportwedstrijd

Oorlogsjournalistiek, zei Habiballah in de Volkskrant, lijkt op het verslag van een sportwedstrijd: die partij viel aan, deze partij sloeg terug, daarbij vielen zoveel slachtoffers. Vredesjournalistiek probeert vooral het proces te beschrijven. Door die informatie te brengen, voeg je niet veel toe aan het begrip van de kijker.

Peacejournalism is het beschrijven van een ziekteproces. Wat is de oorzaak? Wat zijn de symptomen? Hoe kan die persoon genezen? Om dat te vertalen naar een conflictsituatie: waarom voelen de partijen wat ze voelen? Waar komt dat vandaan? Wat zou een oplossing kunnen zijn? ‘Ik geloof oprecht dat we daar onze kijkers, luisteraars en lezers het meest mee van dienst zijn.’

Peres betoogt dat vredesjournalistiek juist belangrijke principes behoudt, maar ook oog heeft voor de macht van de journalistiek om verandering teweeg te brengen. De context van een conflict moet in de oorlog worden meegenomen, met een centrale plaats voor de burgers, met nadruk niet op afkomst maar op menselijkheid.

Vredesjournalistiek heeft niet altijd een goede naam. Critici zien het als vredesactivisme met een journalistiek sausje. Volgens critici van de vredesbeweging – zoals Beatrice de Graaf – worden ingewikkelde internationale conflicten teruggebracht tot te eenvoudige verklaringen. Vredesactivisten nemen de ideologische, imperialistische en nationalistische drijfveren van autoritaire leiders, zoals Vladimir Poetin, onvoldoende serieus en verklaren conflicten vooral vanuit factoren als NAVO-uitbreiding of economische belangen.

Vredesjournalistiek probeert vooral het proces te beschrijven

Een duurzame vrede moet het niet alleen hebben van diplomatie en dialoog, maar ook van een realistische analyse van de motieven en doelstellingen van agressors. Wie die negeert, loopt het risico de aard van het conflict verkeerd te begrijpen en de mogelijkheden voor vrede verkeerd in te schatten.

Dat is te makkelijk. Peacejournalism is geen synoniem voor ‘positief nieuws’ of kritiekloze vredespropaganda, noch wordt de ‘tegenstander’ onderschat.

Het gaat om vragen als: waar komt een conflict vandaan? Welke partijen zijn erbij betrokken? Welke belangen hebben zij? Wie wordt niet gehoord? Welke machtsverhoudingen spelen een rol? Wie zijn de slachtoffers? Welke mogelijkheden voor de-escalatie en onderhandelingen bestaan er? Welke mogelijkheden zijn er om het geweld te beëindigen? Welke gevolgen heeft de oorlog voor de bevolking?

Dat maakt vredesjournalistiek niet minder kritisch. Integendeel. Een journalist kan propaganda, machtsmisbruik en geweld juist zeer confronterend onderzoeken. Een belangrijk uitgangspunt bij Galtung is truth orientation: actief zoeken naar waarheid en propaganda en misleiding ontmaskeren.

Escalatieladder

Daarvoor moet een journalist begrijpen hoe conflicten escaleren. Galtung onderscheidt verschillende fasen: een rationele fase waarin partijen hun belangen nog relatief zakelijk tegenover elkaar stellen, een emotionele fase waarin angst, woede en vijandbeelden de overhand krijgen en uiteindelijk een vechtfase waarin geweld wordt gerechtvaardigd.

Die escalatieladder is journalistiek interessant omdat oorlog niet plotseling uit de lucht komt vallen. Er gaat een proces aan vooraf. Taal verandert, tegenstanders worden gedemoniseerd, compromissen worden verdacht gemaakt en geweld wordt steeds vanzelfsprekender. Door die ontwikkeling zichtbaar te maken, kan journalistiek bijdragen aan vroegtijdige herkenning van escalatie. Dat proces is essentieel. Want een oorlog begint ergens en eindigt ergens. De journalist zou beide momenten moeten onderzoeken.

Kosovo-oorlog

Neem de Kosovo-oorlog van 1999. Wie alleen naar militaire gebeurtenissen kijkt, ziet de NAVO-bombardementen op Joegoslavië als beslissend. Maar het einde van de oorlog was het resultaat van een combinatie van factoren: militaire druk, internationale diplomatie, veranderende politieke belangen en onderhandelingen. Uiteindelijk accepteerde Milosevic voorwaarden die leidden tot de terugtrekking van Joegoslavische en Servische veiligheidstroepen uit Kosovo en de komst van een internationale vredesmacht. Vanuit vredesjournalistiek is het daarom interessanter om niet alleen te vragen: wie won de oorlog? Maar vooral: welke factoren zorgden ervoor dat het geweld stopte?

Voor het beëindigen van schijnbaar onoplosbare conflicten bepleit Florian Bekkers een transformatieve dialoog. Zo’n proces begint niet met het overtuigen van de ander, maar met zelfreflectie: kritisch kijken naar eigen aannames en oordelen, het eigen gelijk relativeren en openstaan voor nieuwe inzichten. Door die open houding leren partijen hun eigen overtuigingen beter begrijpen om zo tot een oplossing te komen, schrijft hij in zijn proefschrift.

Conflicten in voormalig Joegoslavië, Colombia, Noord-Ierland, Rwanda en Zuid-Afrika laten zien dat oorlogen niet per definitie uitzichtloos zijn. Een conflict eindigt meestal niet simpelweg doordat één partij verliest. Vaak ontstaat een einde door een combinatie van militaire en politieke druk, onderhandelingen, veranderende belangen en de bereidheid van partijen om uiteindelijk tot een akkoord te komen.

Dat betekent niet dat onderhandelen altijd mogelijk of wenselijk is. Maar diplomatie moet wel een volwaardig onderdeel van het veiligheidsdebat zijn. Wie de mogelijkheid van een bestand tussen Moskou en Kiev alleen maar ter sprake brengt, krijgt al snel het verwijt Poetin zijn zin te geven. Toch is het juist de taak van de journalistiek om ook moeilijke en ongemakkelijke scenario’s te onderzoeken.

Voorspellend

Vredesjournalistiek gaat niet alleen over het verleden en het heden, maar kan ook een voorspellende functie hebben. Welke signalen wijzen erop dat een conflict dreigt te escaleren? Welke belangen en frustraties bouwen zich op? Welke diplomatieke mogelijkheden verdwijnen uit beeld? Welke historische ervaringen worden genegeerd?

Portretten van omgekomen Oekraïense militairen in het centrum van Kiev. Foto: Sergei Supinsky/AFP

De oorlog in Oekraïne kwam in februari 2022 niet als donderslag bij heldere hemel. Signalen genoeg: de Russische oorlogen in Tsjetsjenië en Georgië, de annexatie van de Krim, de groei van Russisch nationalisme en Poetins herhaalde verzet tegen de uitbreiding van de NAVO. Al in 1990 waarschuwde ambassadeur Lodewijk van Gorkom vanuit Wenen voor de Russische dreiging en hield hij een pleidooi voor de hervorming van de NAVO. Er werd niet naar hem geluisterd.

Ook eerder zijn dergelijke signalen onvoldoende herkend. In voormalig Joegoslavië en Rwanda rommelde het al jaren voordat grootschalig geweld uitbrak. Journalisten, politici en diplomaten hadden daar onvoldoende oog voor. Wie had de Arabische Lente werkelijk zien aankomen? En was toen al niet te voorspellen dat deze opstanden niet vanzelf zouden leiden tot een democratisch Midden-Oosten naar westerse snit?

Een andere vraag krijgt opvallend weinig aandacht: wat gebeurt er wanneer de wapens zwijgen? De Amerikaanse invasie van Irak in 2003 laat zien hoe belangrijk die vraag is. Militair gezien werd Bagdad snel ingenomen, maar daarna ontstonden politieke instabiliteit en sektarische tegenstellingen. De wederopbouw kwam onvoldoende van de grond en uiteindelijk kon ISIS profiteren van de chaos.

Vredesjournalistiek kijkt verder dan het moment waarop een regime valt of een staakt-het-vuren wordt gesloten. Wat gebeurt er met slachtoffers? Hoe lang werken trauma’s door? Hoe worden instituties hersteld? Wie krijgt macht in de nieuwe politieke orde? En welke nieuwe conflicten liggen op de loer?

Waar zijn de interviews met diplomaten die oorlogen hebben voorkomen?

En voor de niet-journalistieke media, de infotainmentsector: waar zijn de Special Diplomatic Forces waarin deelnemers conflicten moeten proberen op te lossen? Waar zijn de interviews met diplomaten die oorlogen hebben voorkomen? Waar is de aandacht voor mensen die onder dictaturen vreedzaam verzet organiseren? Misschien moeten we ook onze verbeelding veranderen. Waarom stimuleren we vooral menselijke kwaliteiten als vechten, doorzetten en overwinnen? Waarom geen televisieprogramma’s waarin samenwerken, onderhandelen en communiceren centraal staan?

En waarom is er bij de media geen redactie Oorlog en Vrede, naast nieuwe rubrieken als Sport en Samenleving en Economie en Duurzaamheid (Trouw) en Democratie en Klimaat en zelfs Ouders en Omstanders (De Correspondent)?

Tegen vredesjournalistiek

Het Humanistisch Vredesberaad reikte in november 2025 de prijs Journalist voor de Vrede uit aan journalist Bram Vermeulen, onder meer bekend van VPRO Frontlinie en VPRO Buitenland. Bij het debat na afloop hield de eindredacteur van VPRO Buitenland, Herman Schulte Nordholt, een pleidooi tégen vredesjournalistiek.

Waarvoor kreeg Vermeulen de prijs? De jury waardeerde zijn onafhankelijke en kritische berichtgeving en zijn vermogen om internationale conflicten vanuit menselijke verhalen en historische context te belichten. Het laat zien dat er wel degelijk ruimte is voor een andere benadering. Over ironie gesproken.

Misschien heeft Schulte Nordholt in zoverre gelijk dat vredesjournalistiek niet moet worden gezien als een afzonderlijk specialisme, maar als een journalistieke benadering. Oorlogsjournalistiek kan worden aangevuld met consequente aandacht voor conflictpreventie, diplomatie, vredesonderhandelingen en wederopbouw. In een tijd waarin de militarisering van de samenleving steeds zichtbaarder wordt, is dat een journalistieke plicht.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -