3 C
Amsterdam

Diep, diep de subculturen in… #Plein 40-45, Amsterdam

Gijs de Swarte
Journalist. Schrijver. Filmmaker.

Lees meer

Feitenvrij geschreeuw bepaalt maar al te vaak de toon van het politieke debat, de tv-uitzending, de dag, en ja misschien ook wel de tijdgeest. Maar wie zijn we, waar staan we, en hoe breekbaar, broos of bestendig en betrouwbaar is het Nederland van nu echt? Gijs de Swarte duikt diep, diep de subculturen in, op zoek naar antwoorden op die zo actuele en cruciale vragen. In deel 1 van deze nieuwe serie brengt hij een bezoek aan Plein 40-45 in Amsterdam.


Ramadanmatig…

Uiteindelijk doven ook de uithangborden van de Turkse restaurants, de baklava en koffiezaken, het steakhouse, de avondwinkel en de Febo. En als de flatgebouwen daardoor ontdaan zijn van de in de regen glinsterende kleuren, is Plein 40-45 een gewoon plein in een buitenwijk. Geslapen wordt er, in de donkere kolossen, ter voorbereiding op de werkdag. Vier onder de twintigers stappen nog uit een Uber; gewatteerde jasjes, witte sportschoenen, hoofddoekjes, voorzichtige snorretjes. ‘Later!’, roepen ze bij het afscheid nemen. Een snorretje slaat zijn arm om een hoofddoekje. Het woord ‘knus’ schiet door m’n hoofd. Het regent en het waait wat harder nu. Een frietbakje van de Febo draait zich een slag om in een plas. Het wordt een lange nacht, maar plan is plan. En het plan is hier wat uren te maken.

Plein 40-45 in Amsterdam Nieuw West wordt door politici en de media wel omschreven als no-go area, als getto. En als je daar iets van wil meemaken moet je toch op z’n minst de duivelse uren hebben doorstaan. De nacht is voor het ongedierte staat geschreven, maar het laat zich vooralsnog niet zien.

Niet dat er niets gebeurt is hier. Op m’n telefoon lees ik over een steekpartij een jaar geleden. De eigenaar van een halalrestaurant is er doodgeschoten ‘na een reeks geweldsincidenten’. Een restaurant wordt in verband gebracht met witwaspraktijken. Buurtvaders en -moeders en vertegenwoordigers van moskeeën hebben meerdere malen rellen in de buurt voorkomen. Je kan lang googelen maar zo’n lijstje ga je van het Deventer Marktplein niet vinden.

Maar goed.


De nacht voltrekt zich zonder verdere incidenten, zou de journalist hier noteren. En de ochtend start grauw en grijs als de buitenmuren van het Actionfiliaal. Maar met het klimmen van de uren drijft een voorzichtige lentebelofte het plein op. De tweede koffie gaat al weer rond bij Dirk van den Broek, de Action, Tekbir, gespecialiseerd in damesmode en hoofddoeken, en Golddust, waar u terecht kunt voor een breed op maat gemixt assortiment van heerlijke zowel Europese als Oriëntaalse geuren. De stallen staan. De zon breekt door en het bellen van de trams luidt de kermis van het leven in.

Bij de Turkse bakkerij koop ik een niet echt Franse en dus wat steviger croissant, en loop een rondje over de markt. De waar hier is meer aangevoerd en afgeleverd dan geëtaleerd. Emmers dadels, bakken noten, jutte zakken fel rode, gele en groene kruiden, kartonnen dozen fruit, witlof, kousenband, spruitjes en paksoi. De eerste mensen staan bij de stallen waar je kunt snacken; kebab, loempia’s, grillworst, baklava, bocadillos, haring… Gehoofddoekte vrouwen kijken met een schuine blik naar de jassen, jurken en kaftans die op hangers in de rekken hangen. Handen rommelen door kratten sloten, gereedschap en bestek. Hier geen stroopwafels, mini-piemels van chocola, of houten tulpen. Dit is een gewone-markt-plus. En die plus bestaat uit een welvaart aan diversiteit, door de loop van geschiedenis vanuit de hele wereld hier afgeleverd. ‘Zonder hoogmoed, de beste markt van Nederland’, zet koopman Abdeslam een professionele promotie neer. ‘Gunstig parkeren, standaard een mooie bezetting, en voor elk wat wils. Rommelig? Jazeker. Maar ook uitstekend aan de prijs.’

‘Uitstekend aan de prijs’, hij zegt het. En het is waar.

Abdeslam en Hakim willen graag dat ik de Marokkaanse kaasboer bezoek

Abdeslam doet in hoofddoekjes en die zijn, legt hij uit, niet seizoensgebonden maar ‘een theologisch iets’. In tegenstelling tot de tapijten van Hakim aan de overkant. Hetgeen Hakim, die normaal op de plek van de grillkip staat, beaamt. ‘Het kan altijd beter’, voegt hij daar in mooi koopmans-idioom aan toe. ‘In de zomer is het soms behoorlijk achter de feiten aanlopen.’

Abdeslam en Hakim willen graag dat ik de Marokkaanse kaasboer bezoek, als ‘toppunt van integratie’, en als ik echt wil weten waar deze markt over gaat. Ook de kaasboer heet Hakim, Hakim de Kaasboer. Hij ‘staat’ al dertig jaar. Begonnen met houdbare voedingswaar, overgestapt op ‘partijen merkkleding’, daarna speelgoed, lingerie… ‘ging ook failliet’, en vervolgens toetjes als opmaat naar de kaas. ‘Ik heb veel kaasboeren zien komen en gaan’, zegt hij. ‘Maar toen ik begon was het, ‘Hé Hakim doet kaas.’ Allemaal nieuwsgierig. En nog steeds. Kijk maar.’ De zaak is druk en blijft de hele middag druk. Hakim zijn zoon, twee dochters en een vriend werken mee.

Het kaasvak is hem bijgebracht bij de Edah; een Brabantse keten met ooit meer dan honderd filialen in het hele land. ‘Steeds wat nieuws maar altijd ‘n goede prijs,’ zegt hij. ‘Dat heb ik daar geleerd.’ Als ik de zaak uitloop, hoor ik een meisje zeggen, ‘Ramadan-matig ben ik wel lekker bezig ja’. Wat ze precies bedoelt weet ik niet, maar op de een of andere manier voegt de formulering generaties en culturen samen.

Hetgeen een goede reden is om eens een boksschool in de Haagse Schilderswijk te bezoeken…

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -