‘Handel en vriendschap zijn mooi maar mensenrechten eerst’

Foto's: Twitter
In Rotterdam gingen betogers de straat op om aandacht te vragen voor de situatie in het Rif-gebied. Onze correspondent Anne-Rose Hermer liep mee.

Zo’n tweeduizend mensen demonstreerden afgelopen zaterdag in Rotterdam op het Schouwburgplein voor een verbetering van de situatie in het Rif-gebied in Noord-Marokko. Het begon allemaal een jaar geleden in de Riffijnse stad al-Hoceima, waar volgens de demonstranten en sprekers de bevolking al jaren wordt onderdrukt. Vishandelaar Mohsin Fikri moest toezien hoe zijn handel van hem werd afgenomen. Hij protesteerde tegen deze maatregel en moest dat bekopen met de dood. Dat leidde tot protesten in het Rif-gebied en later tot grote demonstaties in onder andere Casablanca en Rabat. Sinds het begin van de protesten zijn in Marokko honderden betogers gevangengezet. Ook in Europese steden wordt gedemonstreerd en afgelopen week was Rotterdam dus aan de beurt.

De demonstranten komen lang niet allemaal uit de regio, maar ook uit België, Duitsland, Frankrijk en zelfs Zwitserland. Er vallen een paar dingen op. De aanwezigen zeggen liever hun naam niet. ‘Ik heb familie en vrienden in de Rif, ik ben bang dat ze last kunnen krijgen als ik met naam en toenaam iets zeg’, legt een vrouwelijke demonstrant uit.

Andere demonstranten willen om dezelfde reden anoniem blijven. Verschillende demonstranten proberen desondanks de situatie in het Rif-gebied een gezicht te geven. Een demonstrant uit Duitsland heeft aan de achterkant van zijn jack tien foto’s van vooral jonge mannen die tussen 2011 en 2015 door (politiek) geweld in de Rif om het leven zijn gekomen.

Andere demonstranten hebben een bord gemaakt met daarop een foto van één van de vele politieke gevangenen in Marokko. Ze blijven staan als ze merken dat hun protestbord gefotografeerd wordt en bedanken zelfs. Dat is waarom ze hier zijn. ‘Een gevangenis in Nederland is niet te vergelijken met die in Marokko. Een deel van de gevangengenomen demonstranten zit in Casablanca in een gevangenis die zeer slecht bekend staat’, vertelt een jongeman.

Ook bij het podium voor de sprekers hangen foto’s van gevangenen. Onlangs verving koning Mohammed VI naar aanleiding van de protesten drie ministers, een staatssecretaris en een aantal topambtenaren die het gezag over het Rif-gebied hadden. Geeft dat de demonstranten hoop? ‘Eerst zien, dan geloven’, reageert een demonstrant. ‘Ik hoop dat het door die wisseling van de wacht beter wordt, maar ik heb mijn twijfels. Onze koning kan niets alleen doen. Hij is afhankelijk van anderen. Toch ben ik iets positiever gestemd. Eén ding weet ik zeker: in de toekomst gaan die ministers beter opletten!’ Met die laatste uitspraak is niet iedereen het eens. Wel met ‘eerst zien, dan geloven’.

Tijdens de demonstratie wordt gescandeerd, gezongen en vooral geluisterd. Eén van de sprekers van de actiegroep ‘Comité Mohsin Fikri Nederland’ vat de strijd in vier woorden samen. ‘Vrijheid, waardigheid, sociale gerechtigheid.’ Hij zegt ‘met pijn in mijn hart’ dat Marokko geen moderne democratie is. Ook hij maakt zich zorgen over politieke gevangenen in Marokko. Er zijn veel meldingen van martelingen van politieke gevangenen. Dan gaat hij over op de andere problemen. ‘In de Rif is er geen goed ziekenhuis en geen universiteit, maar wel veel werkloosheid, armoede en corruptie. Verder zijn er zo’n zestigduizend militairen in het gebied aanwezig die ingrijpen bij de minste vorm van verzet. Inmiddels heeft de Verenigde Naties Marokko aangemerkt als land waar vrijheid wordt geschonden.’

Die mededeling levert applaus op. ‘Er moet iets gebeuren’, vindt één van de demonstranten. Sommigen knikken en hier en daar wordt er gezwaaid met witte rozen en de kaarsen die door de organisatie zijn uitgedeeld, maar ook met vlaggen die zijn meegenomen. Het gaat om de vlaggen van Marokko, het Rif-gebied en de Nederlandse vlag. De onderlinge sfeer is saamhorig. Sommige sprekers uiten hun lof over de rol van moedige vloggers die beelden van het geweld openbaar maken. Vooral bij het noemen van de naam Youba klinkt er spontaan applaus.

Er zijn weinig bekende Nederlanders aanwezig, wat volgens één van de sprekers niet erg is. Daaruit blijkt immers dat het om een volksbeweging gaat. Er zijn wel wat politici aanwezig, onder wie lokale en landelijke kopstukken van de SP. ‘Deze strijd verdient alle steun. Geen enkel volk verdient het om achtergesteld te worden’, laat Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) weten. ‘Het is belangrijk om de strijd in Marokko te steunen. Deze mensen zijn geen terroristen of separatisten. Leren delen, dat is wat er moet gebeuren. Er moet een eind komen aan de martelingen en ontvoeringen.’ Karabulut put hoop uit het feit dat er een nieuwe minister van Buitenlandse Zaken is, Halbe Zijlstra. ‘Ook de Europese Unie kan niet langer de andere kant opkijken. Handel en vriendschap zijn mooi, maar mensenrechten eerst.’

Tijdens een optocht door het centrum van Rotterdam was er naar verluid slechts één klein incident, wat werd veroorzaakt omdat iemand uit het publiek het niet eens leek te zijn met het doel van de demonstratie. Veel mensen keken verbaasd naar die lange, imposante optocht. Als ze hoorden waar het om ging, namen ze vaak wat informatie aan en begonnen te lezen. Daar ging het de demonstranten om: op een nette manier een punt maken.

DELEN
Journalist gespecialiseerd in cultuur. Verslaggever.