Ter discussie stellen 4 mei begint traditie worden

Foto: Jasper Juinen
Een ‘lawaai-demonstratie’ tijdens de Nationale Dodenherdenking, de hashtag #geen4meivoormij en stille protesten op de Dam – de afgelopen jaren hebben activisten zich rond en op 4 mei laten zien. ‘De strijd duurt langer dan vandaag.’

Het lijkt een oer-Hollandse traditie te worden: het ter discussie stellen van al bestaande tradities. Geen Sinterklaasfeest zonder debat over Zwarte Piet en geen Nationale Dodenherdenking zonder de vraag wíe we precies moeten herdenken. ‘Niet inclusief genoeg’, zeggen activisten over 4 mei, waarop officieel alle Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de militaire missies van daarna worden herdacht.

Zo joeg de actiegroep Geen 4 mei voor mij vorig jaar de discussie aan via een aangekondigde ‘lawaaidemonstratie’ tijdens de twee minuten stilte op de Dam. Dat ook gesneuvelde Nederlandse militairen in de onafhankelijkheidsoorlog tegen Indonesië worden herdacht schiet Geen 4 mei voor mij in het verkeerde keelgat: ‘Nederland herdenkt oorlogsmisdadigers die niet onderdoen voor nazi’s’, staat in een Facebook-bericht uit 2018. Maar het activistische protest tegen de Dodenherdenking begon drie jaar eerder. In 2015 keerde een groep Afro-Nederlanders tijdens de twee minuten stilte op de Dam het Nationaal Monument en de bloemenkransen de rug toe. Ze deden dit om aandacht te vragen voor de vergeten strijders van kleur uit Suriname en de Antillen.

De Kanttekening blikt met betrokkenen bij deze acties terug op wat er toen gebeurde en staat stil bij hun beweegredenen. Wat is er volgens hen mis met 4 mei? Waarom is het protest pas enkele jaren geleden van start gegaan? Wat deed het Nationaal Comité 4 en 5 mei eigenlijk met deze kritiek? Ook kijken we met de activisten naar de toekomst. Wat moet er nog gebeuren aan 4 mei? En zien deze activisten de toekomst zonnig in? De Kanttekening sprak hierover met Afro-Nederlandse activisten Ptah Ankh Re en Morena Taborda en met journalist Kevin P. Roberson, die hun stille protest op de Dam in beeld bracht. Ook sprak de Kanttekening met Christa Noëlla van actiegroep Geen 4 mei voor mij.

Witte superioriteit

Ptah Ankh Re, van Surinaams-Arubaans afkomst en geboren in Nederland, was een van de aanwezige Afro-Nederlanders bij het Damprotest van 4 mei 2015. Al lang voor het protest maakte hij zich hard voor ‘meer bewustzijn over de onzin van witte superioriteit’ en ‘het geven van zelfvertrouwen aan niet-witte mensen’. Ankh Re kon op jonge leeftijd meepraten over dat gebrek aan zelfvertrouwen. ‘Als kind keek ik op naar witte mensen. Op school leerde ik dat mensen van kleur slaven waren, dat Afrika zielig was. Mij werd voorgeschoteld dat witte mensen, zoals Napoleon Bonaparte, tenminste wél iets hadden bereikt.’ Dat ligt anders, zag Ankh Re later in. Hij sloot zich begin dit decennium aan bij activistische netwerken en was aanwezig bij demonstraties tegen Zwarte Piet. Ook was Ankh Re radio-dj bij het Amsterdamse Salto. In een uitzending vroeg hij aandacht voor het feit dat ook Surinamers, Antillianen en Indonesiërs met Nederland meevochten in de Tweede Wereldoorlog. ‘Luisteraars bleken zich er niet bewust van.’ Het zaadje was bij hem geplant om op 4 mei 2015 ‘iets te doen’.

Morena Taborda was een van de Afro-Nederlanders die zich aansloot bij het voornemen van Ptah Ankh Re. Taborda is geboren Colombiaanse, werd geadopteerd en groeide op in een wit gezin in een Twents dorp. Uiteindelijk ging ze daar weg, vanwege de vele racistische pesterijen die ze daar ondervond. ‘Mensen wilden bijvoorbeeld steeds aan mijn haar zitten.’ Ze verhuisde naar Amsterdam, waar ze geen last had van racisme. Maar er veranderde iets toen ze kunstenaar Quincy Gario zich eind 2013 bij het tv-programma Pauw en Witteman zag uitspreken tegen Zwarte Piet, volgens Gario een racistische karikatuur met wortels die teruggaan tot de slavernij. Bij Taborda kwam haar antipathie tegen racisme weer naar boven. ‘Ik dacht tot dan dat ik de enige was!’ Taborda mengde zich in het netwerk van antiracisme-activisten en werd betrokken bij het plan voor een stil protest op de Dam in 2015. Ze ziet het ongenoemd laten van oorlogsslachtoffers van kleur als illustratie dat ‘stukken geschiedenis niet genoemd worden.’ Ook vindt ze dat de opstelling van witte Nederlanders in de oorlog te rooskleurig wordt weergegeven. ‘Niet iedere witte had een Jood in de kelder.’ Ze heeft weleens mails gestuurd naar politici van linkse partijen om hen te wijzen op de ‘onjuiste en incomplete schoolboeken, waarin de trans-Atlantische mensenhandel wordt gebagatelliseerd en verder niets staat over de geschiedenis van ónze voorouders’. Tevergeefs. ‘Niemand in de politiek die zich hier mee bezighoudt’, verzucht ze.

Ptah Ankh Re, Morena Taborda en gelijkgestemde Afro-Nederlanders benaderden Kevin P. Roberson om het stille protest op de Dam te filmen. Roberson is journalist en richtte zich al langer op racisme en discriminatie. Ook heeft hij zelf een interessant verhaal als het gaat om het niet-erkennen van strijders van kleur. Roberson heeft een zwarte vader en een witte moeder, is geboren in Nederland en trok op zijn twaalfde met zijn ouders naar Amerika. Hij leerde daar dat zijn Amerikaanse grootvader van zijn vaders kant, Jack C. Roberson sr., meevocht met de Amerikanen in de Tweede Wereldoorlog, maar dat dit in de gesegregeerde Verenigde Staten van de decennia na de oorlog niet werd erkend. ‘Hij mocht niet eens meelopen tijdens de bevrijdingsmars in Europa.’ Roberson was in 2015 een aantal jaren terug in Nederland. Hij had wel oren naar het plan van de groep Afro-Nederlanders om tijdens de twee minuten stilte een geruisloos protest te houden op de Dam, om zo aandacht te vragen voor erkenning van de oorlogsslachtoffers uit Suriname en de Antillen die waren aangesloten bij het Nederlandse verzet, het leger en de geallieerden. ‘Het beeld van de herdenking is heel wit, het narratief van de Tweede Wereldoorlog is te eurocentrisch’, stelt hij.

De stille actie op de Dam

De protestgroep uit 2015 was aanvankelijk dertig mannen en vrouwen sterk, maar er bleven er slechts acht over. ‘Velen waren bang dat er gevechten of arrestaties zouden komen’, verklaart Ankh Re. Morena Taborda was een van de afhakers. ‘Stel dat ik een paar dagen in de cel zou moeten zitten? Ik moet voor vier kinderen zorgen, dat kon ik me niet veroorloven.’ Die angst bleek niet ongegrond. Ankh Re legt uit: ‘Terwijl we op de Dam stonden, keken de mensen ons al bang aan, zo van: ‘Die gaan iets doen’. Ook hielden agenten in burger ons in de gaten.’ Een jaar later besloot Taborda samen met een groep andere Afro-Nederlanders het voorbeeld van 2015 toch na te volgen. En weer stonden er agenten in de buurt. Maar: ‘Ze zeiden dat als we stil zouden blijven, we het mochten doen.’ Taborda en haar metgezellen hielden zich daaraan, want ze kwamen er enkel om borden omhoog te houden met daarop de namen van enkele strijders van kleur. Strijders zoals de Arubaanse verzetsheld Segundo Ecury, die in 1944 werd verraden en uiteindelijk gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

‘Zwijgen is geen optie’

Deze stille protesten van 2015 en 2016 leidden, ondanks het inhoudelijke punt dat deze activisten maakten, bij veel Nederlanders tot woede. ‘Ze kunnen meteen doorlopen naar Schiphol’, zei Dominique Weesie bijvoorbeeld in een uitzending van Studio Powned, vlak na het Dam-protest uit 2015. Wat vinden Kevin P. Roberson, Morena Taborda en Ptah Ankh Re van de felle kritiek op de demonstraties? ‘Natuurlijk vinden witte Nederlanders het niet leuk’, zegt Roberson. ‘Van kinds af aan horen we verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Als activisten een discussie beginnen over 4 mei, dan komt dat dicht bij huis. Toch is het goed dat mensen aan het denken worden gezet.’ Hij vervolgt: ‘We hebben tot nu toe niet samen geleefd, maar langs elkaar. Je moet dit zien als groeipijn van een samenleving die volwassen wordt.’ Taborda kan er kort over zijn: ‘Wat hadden we dan moeten doen? Zwijgen is geen optie.’

De kritiek deed ook Ptah Ankh Re ‘vrij weinig’, zegt hij. ‘Het is een teken dat er veel kennis ontbeert. Witte mensen kunnen zich nog niet in ons verplaatsen.’ Maar is zo’n actie dan geen provocatie? Ankh Re vindt van niet. Hij verwijst naar het feit dat hij in de jaren voor 2015 over Zwarte Piet in gesprek ging met clubs als Erfgoed Sinterklaas en Eberhard van der Laan, de toenmalige Amsterdamse burgemeester. Bij allen ving hij bot. ‘Van der Laan zei dat er tien jaar nodig zou zijn om Zwarte Piet af te bouwen’, stelt Ankh Re. Dat deed hem iets inzien: ‘Op de lieftallige manier bereiken we niets, wel met hardere actie.’

#geen4meivoormij

2016 was, behalve het jaar van het tweede stille Dam-protest, ook het jaar waarin Christa Noëlla opzien baarde met de hashtag #geen4meivoormij. Het activistische vuur had ze toen al drie jaar in zich. Ze noemt het jaar 2013, toen Verene Shepherd, leider van een VN-werkgroep die onderzoek deed naar Zwarte Piet, Nederland adviseerde hiermee te stoppen. Christa Noëlla, die zelf Surinaamse en Javaanse roots heeft, besloot zich toen uit te spreken tegen Zwarte Piet, maar: ‘Dit maakte veel racisme zichtbaar in mijn omgeving, veel agressie en bedreigingen tegen mijn persoon ook.’ Ze raakte betrokken in het activistische netwerk. ‘Ik zat in een groepsapp met mede-activisten, het idee ging rond om iets te doen rond de Dodenherdenking.’ Waarom de Dodenherdenking? ‘Herdenken is belangrijk, maar wat is nog de waarde daarvan als we de rest van het jaar niets doen tegen racisme en islamofobie?’ Ze besloot in 2016 haar profielfoto op Facebook te veranderen, waarop te zien is hoe ze een bord voorhoudt met de hashtag #geen4meivoormij. ‘Ik wist niet dat het viral zou gaan.’

Dat ging het wel. De actie stuitte op bijval, maar nog meer op openlijke kritiek. Velen pasten hun profielfoto aan, met daarop de hashtag #wel4meivoormij. Christa Noëlla begrijpt niet dat mensen zich door haar actie gekwetst voelden. ‘Ik zei alleen maar: ‘Ik doe niet mee’. Het was niet dat ik een bom op de herdenking wilde gooien, of deze wilde afschaffen. Maar mensen komen in conflict met zichzelf, ze vinden het lastig om erop gewezen te worden dat Nederland een racismeprobleem heeft. En als een niet-witte vrouw zich uitspreekt, vindt ze deze kritiek nóg moeilijker.’

Christa Noëlla werd na haar actie zelfs bedreigd, en ze voelde zich in Noordwijkerhout, waar ze toen nog woonde, zo onveilig dat ze naar Leiden verhuisde. Of dat veel geholpen heeft? Ze zegt ook daar weleens ‘huisbezoekjes door nazi’s’ te krijgen, net als stickers op haar brievenbus en anonieme, bedreigende appjes. En ze moest uit de media vernemen dat Vincent T., die in 2018 werd opgepakt omdat hij aanslagen wilde plegen op moslims en activisten, ook haar op het oog had. Toch heeft ze er nooit over nagedacht om op te geven: ‘Ik ga ze hun zin niet geven.’

Lawaaidemonstratie op de Dam

Na de hashtag-actie uit 2016 werd Geen 4 mei voor mij een actiegroep, waarbij ook Rogier Meijerink zich aansloot. Het was Meijerink die de gemoederen vorig jaar hoog liet oplopen, door een ‘lawaaidemonstratie’ aan te kondigen voor tijdens de twee minuten stilte op de Dam op 4 mei 2018. Waarom? De actiegroep toonde zich solidair aan de strijd van de Afro-Nederlanders, maar het voornaamste focuspunt werd het feit dat op 4 mei wél de militairen die zijn gesneuveld tegen Nederlands-Indië worden herdacht, maar niet de slachtoffers aan de zijde van de Indonesiërs. Een actueel issue, vindt Christa Noëlla, omdat een bundeling van instituten sinds 2017 onderzoek doet naar de gebeurtenissen tijdens de oorlog tussen Nederland en de Republiek Indonesië. Of, in de woorden van Christa Noëlla: ‘De Nederlanders begingen daar op grote schaal oorlogsmisdaden. Bovendien waren de Indonesiërs feitelijk Nederlanders, ze hoorden toen nog bij het Koninkrijk der Nederlanden. Het is racistisch dat we de daders van deze massamoord herdenken, en niet de slachtoffers.’

Nationaal Comité 4 en 5 mei

De lawaaidemonstratie van vorig jaar ging uiteindelijk niet door. De rechter verbood deze wegens ‘verstoring van de openbare orde’. Rogier Meijerink gaf daarna aan dat het doel bereikt was:  ‘De bal ligt nu bij Nederland om te zorgen dat de Dodenherdenking een geschiedgetrouwe herdenking wordt’. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseert de Dodenherdenking, dus het lijkt erop dat de bal met name daar ligt. Hoe gaat het Comité met kritiek op de Dodenherdenking om?

Ptah Ankh Re en Morena Tabora geven aan dat ze na hun stille protest nooit iets van het Nationaal Comité hebben gehoord. We checkten dit bij een woordvoerder van het Nationaal Comité. Deze stelt dat het Nationaal Comité inderdaad nooit met de Afro-Nederlandse demonstranten heeft gesproken. ‘Zij hebben nooit contact met ons gezocht, voor zover wij hebben kunnen nagaan. Het Comité onderhoudt wel nauw contact met andere organisaties die zich inzetten voor de Afro-Nederlandse gemeenschap, zoals het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee). Begin dit jaar heeft het Nationaal Comité wel gesproken met  vertegenwoordigers van Geen 4 mei voor mei.’

Dat klopt, zegt Christa Noëlla, maar ze voegt toe: ‘We moesten wel zelf bij ze aankloppen, nadat we ontdekten dat het Nationaal Comité met honderd andere organisaties al een gesprek had, met als thema: ‘Wie herdenken we op 4 mei?’’ Over de dialoog met het Nationaal Comité is Christa Noëlla niet te spreken. Ze noemt de opstelling van het Nationaal Comité ‘politiek gekleurd’ en de houding van de 4-mei-organisatoren ‘fragiel’. ‘Wij wilden het racisme van de huidige herdenking bespreekbaar maken, maar ze reageerden met ‘Waarom doen jullie zo? We zijn toch helemaal geen racisten?’ Ze schoten meteen in de verdediging’. En er stak haar nog iets anders. ‘De lawaaidemonstratie kon vorig jaar niet doorgaan omdat de rechter de veiligheid niet kon waarborgen, vanwege de bezoekers die ons misschien iets zouden aandoen. Maar het Nationaal Comité gaf daar een andere draai aan: die vonden dat je gewoon niet zo kon demonstreren als wij wilden doen.’

Uiteindelijk heeft Geen 4 mei voor mij zelf de stekker uit het overleg gehaald, zegt Christa Noëlla. ‘Als het demonstratierecht en de vrijheid van meningsuiting volgens het Nationaal Comité niet voor ons gelden, dan kunnen we ook niet verder met ze praten. We vinden de opstelling van het Comité hypocriet, omdat er ook gevochten is voor ónze mensenrechten. Maar daar is het Nationaal Comité het blijkbaar niet mee eens.’

Meer actie, ondanks tegenwerking

Dus wordt het tijd voor meer actie? Christa Noëlla klinkt strijdvaardig: ‘Dat gaan we sowieso doen. Als praten geen zin heeft…’ Ze wil op het moment van optekenen nog niet zeggen wat Geen 4 voor mij precies in de pijpleiding heeft. Ze noemt wel dat haar zwijgzaamheid gevolg is van het feit dat ‘activisten steeds meer worden tegengewerkt’. Zelf is ze het afgelopen jaar twee keer vastgezet en andere leden van Geen 4 mei voor mij zou hetzelfde zijn overkomen. ‘Geen idee waarom’, zegt ze hierover. ‘Er werd bij mij aangebeld, met een bevel van binnentreding in de hand. En als ik op het politiebureau vraag van welk strafbaar feit ik verdacht word, dan krijg ik antwoorden als: ‘Daar kan ik geen antwoord op geven’, of: ‘Dat weet ik zelf ook niet’.

Komt het ooit goed?

Zal de Dodenherdenking, ondanks de ontbrekende connectie met het Nationaal Comité 4 en 5 mei en het tegenwerken van activisten, dan ooit nog inclusiever worden? Ptah Ankh Re is hoopvol: ‘De strijd duurt langer dan vandaag.’ Ook Kevin P. Roberson is optimistisch gestemd: ‘Je ziet nu al dat de herdenking verandert.’ Hij noemt de aandacht die de media besteedt aan de kinderherdenking in Madurodam, vernoemd naar de Curaçaose George Maduro, reserveofficier in de Nederlandse cavalerie die in 1943 werd opgepakt aan de Frans-Belgische grens en uiteindelijk in concentratiekamp Dachau stierf aan vlektyfus. Of neem de KNSM-Kroonvadersherdenking, waar Surinaamse en Antilliaanse zeevaarders worden herdacht. ‘De Maduro- en KNSM-herdenkingen krijgen steeds meer aandacht van de media en ook via sociale media. Op die manier werken we toe naar een herdenking waarin álle slachtoffers binnen het Koninkrijk der Nederlanden worden herdacht en een gezicht krijgen.’

Morena Taborda daarentegen is somber. Om haar heen merkt ze dat de meeste mensen van kleur zich niet willen uitspreken over 4 mei. ‘Ze zijn er niet mee bezig. Ik krijg dan reacties als: ‘De Tweede Wereldoorlog is al te lang geleden’, of: ‘Ik word er alleen maar boos van’. Ook denkt Taborda dat de vorig jaar aangekondigde lawaaidemonstratie van de Geen 4 mei voor mij-groep slecht afstraalt op het activisme rond 4 mei. ‘Daarmee benadeel je alleen maar degenen die wél op een fatsoenlijke manier een statement willen maken.’ Tevens benoemt Taborda dat de groep activisten in de loop der jaren niet groter, maar kleiner is geworden. ‘Er is veel ruzie en wantrouwen tussen de activisten onderling, daardoor haken mensen af.’ Christa Noëlla denkt echter dat er niet veel activisten nodig zijn om impact te maken. ‘Via bijvoorbeeld sociale media en rechtszaken kan het ook nog goed komen.’

Wat moet er precies gebeuren?

Wat moet er volgens deze activisten nu concreet gebeuren om een inclusieve herdenking te bereiken? Ptah Ankh Re heeft een aantal ideeën. ‘Er zijn tijdens de herdenking meer sprekers van kleur nodig. Ook moet er meer informatievoorziening komen over het aantal mensen van kleur die meevochten. Via documentaires op televisie, bijvoorbeeld.’ Morena Taborda ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor educatie. ‘De boeken moeten aangepast worden. Ook mensen van kleur hebben hun leven gegeven voor de vrijheid. Noem die mensen dan ook.’

Christa Noëlla denkt, zoals ze zelf zegt, in ‘stappen’: ‘Een eerste stap zou zijn wanneer we officieel geen oorlogsmisdadigers meer herdenken, maar wel de slachtoffers uit Nederlands-Indië.’ Het ‘einddoel’ is echter groter, want: ‘Wat heeft een herdenking voor zin als de mensen zelf niet weten wie ze herdenken, wie de échte slachtoffers zijn?’ Daarom bepleit Christa Noëlla ‘educatie over ons racismeprobleem’: ‘We moeten ons meer bewust worden van onze koloniale geschiedenis. In alle landen waar Nederlanders zijn geweest, zoals Indonesië, Zuid-Afrika en Sri Lanka, is mensen schade toegebracht.’ Zelf heeft ze daar een verleden mee. De grootouders van haar vader zijn, zoals vele anderen, ‘verscheept van Java naar Suriname, om daar te werken. De Nederlanders noemden dit ‘contractarbeid’, maar eigenlijk was dit gewoon dwangarbeid.’

Activisme is here to stay

Het protest tegen de inrichting van 4 mei is, net als het protest tegen Zwarte Piet, pas sinds dit decennium te horen. Hoe kan dit eigenlijk? Ankhe Re: ‘Vroeger waren we wat angstiger om openlijk onze monden open te doen, dat deden we vooral binnenshuis. Je zult je baan er maar mee kwijtraken. Zelf heb ik op mijn werk ook veel verhitte discussies over racisme moeten voeren. Maar je ziet dat de generatie van nu minder bang is.’ Roberson, die naast journalist ook media-adviseur is, noemt de rol van sociale media. ‘Juist doordat de Afro-Nederlandse demonstranten en Geen 4 mei voor mij op sociale media zoveel tegenstand krijgen, verspreidt hun boodschap zich. Reguliere media pikken dit op. Je zag ook dat het Sinterklaasdebat losbarstte nadat Quincy Gario en Jerry Afriyie hardhandig werden opgepakt tijdens de intocht van 2011.’ Ook Christa Noëlla denk dat de sociale media beslissend voor activisten zijn geweest. ‘Hierdoor kunnen activisten elkaar vinden, zich organiseren en snel en efficiënt informatie verspreiden.’

‘Wie zijn wij eigenlijk?’

De term is inmiddels een aantal keren gevallen: Zwarte Piet. Alle vier de geïnterviewden zijn aanwezig geweest bij demonstraties tegen Zwarte Piet, en sommigen spreken van een link tussen 4 mei en het Sinterklaasfeest. Wat is dan precies het grotere verband waarbinnen we hun activisme moeten zien? Christa Noëlla: ‘Zwarte Piet en de manier waarop we op 4 mei herdenken zijn allebei een zichtbaar uitvloeisel van het koloniale verleden van Nederland.’ Journalist Kevin. P Roberson vult aan: ‘Net als bij de discussie rond Zwarte Piet gaat het bij 4 mei om de vragen: Wat is Nederland? Wie zíjn wij eigenlijk?’

Reactie Nationaal Comité 4 en 5 mei

We vroegen Gerben van den Berg, woordvoerder van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, om een reactie op de uitspraken van Christa Noëlla van ‘Geen 4 mei voor mij’ over het gesprek tussen de actiegroep en het Nationaal Comité.

 ‘Geen 4 mei voor mij’ gaf aan dat jullie in januari dit jaar met honderd organisaties een gesprek hadden met als thema: ‘Wie herdenken we op 4 mei?’ Is dit juist?

 ‘Nee. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei werkt met beleidsperiodes van vijf jaar. Iedere vijf jaar wordt het beleid van het Nationaal Comité opnieuw tegen het licht gehouden. In dat kader hebben we onder meer met honderd mensen uit alle geledingen van de Nederlandse samenleving een gesprek gevoerd over de toekomst van herdenken en vieren op 4 en 5 mei.’

En klopt het dat Geen 4 mei voor mij daarvoor niet was uitgenodigd?

 ‘Klopt. Voor deze bijeenkomst zijn geen organisaties uitgenodigd. Wel zijn er mensen op persoonlijke titel uitgenodigd waarbij we ernaar hebben gestreefd om een zo divers mogelijke groep mensen samen te stellen.  Daar was ook iemand bij met goede contacten in de kring van Geen 4 mei voor mij.’

In latere instantie heeft Geen 4 mei voor mij zelf bij jullie aangeklopt. Dat is de reden geweest dat er uiteindelijk toch een gesprek tussen jullie en deze actiegroep geweest. Is deze bewering juist?

‘Nee. Al voor de bijeenkomst met honderd mensen is aangegeven dat ze welkom waren voor een gesprek met ons. Vorig jaar al heeft het Nationaal Comité aangegeven altijd open te staan voor een gesprek.’

Uiteindelijk heeft Geen 4 mei voor mij zelf de stekker uit het overleg met jullie gehaald. Klopt dit?

 ‘Er is een gesprek geweest, waarop van ons uit altijd een vervolggesprek mogelijk is.’

Geen 4 mei voor mij ondervond een onwillige houding van jullie kant richting Geen 4 mei voor mij. De groep stelt dat ze het ‘racisme’ dat aan de herdenking zou kleven bespreekbaar wilde maken, maar dat jullie je in dit kader ‘fragiel’ opstelden. Hoe zit dit?

‘Wij gaan niet in op de inhoud van de gesprekken die wij met derden voeren. Wij respecteren altijd de vertrouwelijkheid van gesprekken met derden en gaan daar dus ook niet op in.’

Geen 4 mei voor mij stelt ook dat uit het gesprek tussen jullie en Geen 4 mei voor mij zou blijken dat jullie afwijzend staan tegenover de aangekondigde lawaai-actie van vorig jaar. Klopt dit?

 ‘Dat klopt.’

De rechter verbood deze lawaai-actie. Klopt het dat jullie je in deze rechterlijke uitspraak kunnen vinden?

‘Wij respecteren altijd de uitspraak van de rechter.’

Ook op verdere vragen over wat er precies tijdens het gesprek is gezegd over de uitspraak van de rechter, en of het Nationaal Comité het demonstratierecht en de vrijheid van meningsuiting van Geen 4 mei voor mij respecteert, antwoordt Van den Berg dat het Nationaal Comité ‘altijd de uitspraak van de rechter respecteert.’

 

DELEN
Arnout Maat
Redacteur