‘In de Marokkaanse cultuur helpen mensen elkaar juist heel veel’

Foto: KNVB

De roep om vrijwilligers bij voetbalverenigingen wordt luider, zeggen mensen binnen de voetballerij. De schuld daarvoor wordt onder andere door voetbalcommentator Johan Derksen bij Marokkaans-Nederlandse ouders gelegd. De Kanttekening maakte een rondje langs voetbalclubs en sprak met vrijwilligers die zich niet herkennen in het geschetste beeld.

Omar Babouch is vrijwilliger bij VVA Spartaan uit Amsterdam: “Ik heb van alles gedaan. Trainen, gefloten en spelers begeleiden bij wedstrijden. Ik zit nu bijna negen jaar bij de club. Daarvoor voetbalde ik zelf ook maar nu niet meer. Mijn jongen zit nu bij de club. Toen ik hoorde dat ze mensen zochten om bardienst te draaien, heb ik mij direct aangemeld.”
Omar is geboren in de buurt van Marrakesh en woont vanaf zijn vierde in Amsterdam. “Ik snap wel dat het voor mensen soms lastig kan zijn om tijd vrij te maken voor vrijwilligerswerk of voor clubs om mensen, ouders betrokken te krijgen. Maar zelf vind ik het gewoon leuk dat ik mensen kan helpen. In de Marokkaanse cultuur helpen mensen elkaar heel veel. Als je door een willekeurige Marokkaanse stad loopt zie je op straat hoe volstrekt vreemde mensen elkaar helpen, met bijvoorbeeld de weg oversteken. Maar hier zie je dat eigenlijk minder.” Hoe dat komt weet Omar niet precies. “Ik heb een zus hier, maar verder heb ik eigenlijk weinig Marokkaanse vrienden en kennissen. Eigenlijk ken ik ook niemand in mijn persoonlijke omgeving die vrijwilligerswerk doet. Nu moet ik zeggen dat ik ook best wel gericht ben op mijn gezin. En op de club dan.”

Dinsdag, donderdag en zaterdag – en af en toe een zondag – springt Omar bij voor het team van zijn zoontje van 15. “Vroeger gingen vaders wel meer mee met voetbalwedstrijden van hun kinderen. Zelf ben ik er altijd bij, tenzij ik echt niet kan. Als ik kijk naar de ouders die meegaan, dan is het heel cultureel gemixt, ik zie Surinaamse, Turkse, Marokkaanse en autochtone Nederlanders. Maar meestal zijn het gewoon ouders die voetbal echt leuk vinden.”

Ook Bart van Steen, voorzitter van het Utrechtse S.V. Sporting’70 is vrijwilliger. Hij ziet weinig fundamentele verschillen tussen leden met een migratieachtergrond en autochtone leden als het gaat om participatie: “Ik zit al acht jaar in het bestuur, nu drie jaar als voorzitter. We zijn een club met 1.100 leden. Alles wat moet worden gedaan, doen wij zelf. Bij onze club zetten wij ook bewust in op een open en vriendelijke cultuur. Iedereen moet zich thuis voelen, ongeacht kwaliteit of achtergrond. Het is de bedoeling dat iedereen wat doet, maar wel op een ongedwongen manier. Dat krijg je alleen voor elkaar als je goed kijkt naar je individuele leden.” Bij S.V. Sporting ‘70 probeert men vrijwillige inzet van de mensen te organiseren als een verlengstuk van iemands sociale kunnen.
Van Steen: “Mensen moeten het wel leuk vinden. En ja vrijwilligerswerk staat soms op gespannen voet met het drukke bestaan van tegenwoordig.”

De vereniging prijst zichzelf gelukkig met genoeg vrijwilligers. “Je doet het ook voor elkaar, voor de mensen, niet persé voor de club. Ik denk overigens dat het bij heel veel clubs prima lukt. Maar je moet er als vereniging wel wat voor doen.”

Van Steen wil de berichten over problemen met het vinden van vrijwilligers met een migratieachtergrond graag nuanceren. “In Nederland scoren wij heel hoog qua vrijwilligersparticipatie, binnen de EU staan wij helemaal bovenaan. Leden die hiermee zijn opgegroeid snappen zonder veel uitleg hoe wij als vereniging functioneren. Heb je dit niet meegekregen dan is het minder vanzelfsprekend dat je je als vrijwilliger spontaan inzet.” Van Steen ziet hierin ook verschillen per generatie mensen met een migratieachtergrond.

“Sowieso speelt familie vaak een hele andere rol bij mensen met een migratieachtergrond. Als binnen een familie een bredere groep naast de ouders voor de kinderen zorgt dan is het minder duidelijk wie dan de vrijwilligerstaken op zou kunnen pakken. Je ziet bij de huidige generaties migranten dat men al meer gewend is aan de Nederlandse gewoontes als het gaat om vrijwilligerswerk.”

Volgens Van Steen vormen cultuurverschillen slechts een tijdelijk barrière.
“Ik houd het eigenlijk niet echt bij, de etnische cijfers achter onze vrijwilligers. Ik zie alleen dat bij onze leden, of bij leden met ouders die hier al langere tijd zitten, de cultuurverschillen minder groot zijn.”

Van Steen heeft een tip voor clubs die worstelen met vrijwilligersinzet. “Als je meer helpende handen wil hebben, moet je beseffen dat niet alles gewoon is wat jezelf gewoon vindt. Je moet heel erg kijken naar mensen. Verplicht alcohol schenken in de kantine – iets wat sommige mensen niet willen vanuit hun geloof – dat moet je niet doen. Dat van je leden eisen, dat is bekrompen denken. Er zijn genoeg alternatieve manieren om je in te zetten voor een club. Helpen met het paviljoen onderhouden of andere activiteiten organiseren. Maar uiteraard ook: teams begeleiden.”

Zonder dat ze het bij S.V. Sporting ‘70 bijhouden schat Van Steen in dat zo ongeveer een kwart tot een derde van het ledenaantal een niet-westerse achtergrond heeft. De aanwas uit Noord-Utrecht en Overvecht groeit gestaag. “Wat wij horen is dat ouders in de eerste plaats een veilige omgeving willen voor hun kinderen om te voetballen. Wij willen daar met zijn allen goed mee omgaan. En dat lukt geloof ik best goed.”

André Moestaredjo, algemeen bestuurslid bij S.V. Sporting ‘70 is verantwoordelijk voor het vrijwilligersbeleid: “Participatie in de voetbalwereld is in het algemeen een fors probleem, niet alleen rondom mensen met een migrantenachtergrond. Maatschappelijke participatie is overigens ook een probleem buiten het voetbal. Ook Moestaredjo ziet de oplossing in de menselijke maat. “Het belangrijkste is dat je, voordat kinderen lid worden, heel goed de verwachtingen uitspreekt. Maar dan ben je er nog niet. Bij ouders met een migrantenachtergrond moet je dat misschien meer doorlopend blijven herhalen – al hebben veel vaders met een niet-Nederlandse achtergrond zelf ook een voetbalverleden. Zij begrijpen heel goed dat er getraind moet worden en dat iedereen wel eens een bardienst moet vervullen en dat een club trainers of scheidsrechters nodig heeft.”

Iedereen bij S.V. Sporting ‘70 doet taken, maar niet iedereen heeft een officiële functie als bestuurslid. Het aantrekken van officiële bestuursleden met een niet-westerse achtergrond blijft een punt van aandacht. Moestaredjo: “Maar ik denk niet dat wij ontevreden mogen zijn.
Wat denk ik heel belangrijk is – en daar letten wij op – is de persoonlijke benadering. Kijken naar wat werkt en wat niet. Soms is het heel lastig om ouders met een migratieachtergrond te bereiken via de geijkte kanalen als email of telefoon. Dan moet je mensen echt op het veld benaderen als ze hun kinderen ophalen, zodat ze niet buitengesloten worden. Op een of andere manier kan zo’n indruk ontstaan.”

Zelf heeft Moestaredjo een Indonesische achtergrond, maar hij is in Nederland opgegroeid. “Mijn ouders die van de eerste generatie migranten zijn, deden zelf geen vrijwilligerswerk, dus ik ben in die zin wel een trendbreuk, haha”

Moestaredjo ziet ook een andere ontwikkeling: “Wat er bij ons op de club echt is veranderd, is dat inmiddels één derde van de leden vrouw is. En dat is heel bijzonder en leuk en het geeft ook een andere dynamiek aan de vereniging. Het geeft toch een andere sfeer, het is wel leuk en heel bijzonder, ook dat er veel meisjes van allochtone afkomst in zitten. We hebben ook heel wat moeders met een niet-westerse achtergrond die begeleider zijn en meehelpen achter de bar en ik heb eigenlijk nooit iets gehoord van problemen.”

Volgens Moestaredjo is een voetbalvereniging nog één van de weinige plekken in Nederland waar je mensen tegenkomt uit alle lagen van de bevolking. “Dat is iets wat je jezelf als vereniging, maar ook als gemeente moet realiseren. En koesteren.”

Ook Saïd Karkache (47 jaar), is vrijwilliger voor zijn club VVOR (Voetbal Vereniging Oost Rotterdam), of liever, die van zijn zoon: “Een van mijn zoons is 5 jaar en sinds twee jaar ben ik scheidsrechter bij de F’jes. Maar sinds december 2016 doe ik eigenlijk alles door elkaar, B’tjes, maar ook de meiden van 17.”

Karkache heeft zichzelf twee jaar gelden aangemeld. “Van de KNVB hebben we een 20-urige opleiding gekregen tot scheidsrechter. Het wordt met de wedstrijd leuker.” Hij komt oorspronkelijk uit Marokko (Thza) maar woont hier in Nederland vanaf zijn zevende. Hij kom uit een moslimfamilie maar heeft in Namen (België) een kloosteropleiding gehad. “Ja, haha, ik heb samen met mijn broers in een echt nonnenklooster gezeten. Mijn vader was analfabeet maar zijn broer had in België Landbouwwetenschappen gestudeerd. Hij kwam terug en zei tegen mijn vader: “Als je nederigheid, waardigheid, respect en mededogen wil leren kennen, dan moet je naar de katholieke nonnen.”

Saïd weet eigenlijk niet of ze bij VVOR veel vrijwilligers hebben met een migratieachtergrond. “Ik let daar niet zo op. En volgens mij is het ook niet zo’n issue hier. Wel hebben we redelijk wat leden van allochtone afkomst, maar misschien wel minder vrijwilligers. Communiceren schiet niet altijd op als er hele grote culturele of taalkundige barrières zijn, maar uiteindelijk moet je het wel samen doen. Praten moet je. Echt banden scheppen. Vrijwilligerswerk, iedereen kan het doen. Maar niet iedereen heeft de tijd, de zin en de interesse. Het is jammer als sommige mensen dit niet hebben, maar iedereen moet de vrije keuze hebben. Het blijft vrijwilligerswerk.”

DELEN
Jaime Donata
Journalist gespecialiseerd in politiek en bedrijfsleven.