In Grenzend aan liefde. Een nieuw verhaal over Nederland is Karin Amatmoekrim, hoopvol. Mensen die ooit als buitenstaanders werden gezien, zijn inmiddels onderdeel van het ‘nationale ik’. En dat is niet meer terug te draaien.
‘Verboden de zwarten eten te geven, ze worden gevoed’, werd er met bordjes gewaarschuwd bij de Congolezen die de Belgen gevangenhielden in het koloniale paviljoen in Brussel. Het was nog in 1958 dat mensen van kleur achter hekken van bamboe ten toon werden gesteld aan witte mensen die hen konden bekijken als in een menselijke dierentuin. Een op de drie Belgen kocht een kaartje voor de voorstelling en het nagebouwde dorp was de grootste attractie in België in dat jaar.
Schrijfster Karin Amatmoekrim geeft het in Grenzend aan liefde. Een nieuw verhaal over Nederland als voorbeeld dat ertoe heeft bijgedragen hoe witte mensen een beeld creëerden van de Ander als onderdeel van een verhaal over zichzelf.
Ondanks het doorgaande bashen van niet-Ons-Soort-Mensen blijft ze hoop houden
Ze schetst scherp hoe dergelijke vooroordelen doorwerken in het gedachtengoed van sommige Nederlanders in het nu. Haar boek is gelaagd; het omvat een beknopte geschiedenis van het ontstaan van racisme in Nederland. Het is ook haar persoonlijke geschiedenis als Surinaams-Javaanse immigrante, coming of age in een behoorlijk vijandige Nederlandse wereld. En het is een poging om daarmee af te rekenen met een visie die Nederlanders kan uitnodigen zich met elkaar te verbinden. Ondanks het doorgaande bashen van niet-Ons-Soort-Mensen blijft ze hoop houden: de Ander is zelf deel uit gaan maken van de ‘nationale ik’, zegt ze heel mooi. ‘Het echte Nederland, het complexe, gefragmenteerde en gekleurde Nederland, is op dit moment tot wasdom aan het komen.’ Want het gaat volgens haar niet meer lukken de geest van de zelfbewuste immigrant, de Ander, gekleurd of queer, weer in de fles te krijgen.
Geloof was nooit de oorzaak
Wat enigszins afbreuk doet aan haar gedachtenlijn is dat ze de bron van het creëren van afstand tot een Ander voornamelijk legt bij het geloof. Zoals door de overlevering van de donkere Cham uit het Bijbelverhaal, die zijn vader Noach dronken en in zijn blootje aanschouwt en daarom voor eeuwig moest boeten. En door paus Nicolaas V bijvoorbeeld, die in 1452 in een verklaring stelde dat de koning van Portugal de vrije hand kreeg bij het veroveren van overzeese gebieden, hun rijkdommen zich toe mocht eigenen en ‘hun mensen in eeuwige slavernij leiden’. Het was een handige rechtvaardiging voor westerse hebzucht natuurlijk en een vrijbrief voor westerse superioriteit over primitievelingen met hun achterlijke geloof.
Maar geloof is nooit de oorzaak geweest van slavernij; dat waren het kolonialisme en imperialisme en hun paladijnen, die bovendien al eerder dan in 1452 geïnteresseerd waren in de roof van mens, grond en goederen buiten het Europese continent. Het christendom was het sausje, de goedpraterij. Geloof alleen verklaart bijvoorbeeld ook niet waarom afkeer van immigranten in een geseculariseerd Westen nog steeds zo levend is. En evenmin dat het juist christelijke groepen waren, zoals de quakers, die het voortouw namen bij de afschaffing van de slavernij. Kapitalisme, imperialisme, eigen economische belangen eerst, broodderving en de import van goedkope arbeidskrachten helpen tot op de dag van vandaag mee met het creëren van een zondebok.
Mona Keijzer
Modernistische draaien werden in onze tijd gegeven aan die ‘sprookjes’ over anderen, zoals ze het noemt. Van Bolkestein bijvoorbeeld, die vond dat moslims ver van ons afstaan, Jeroen Pauw, die beweerde dat de multiculti-samenleving was mislukt, tot Mona Keijzer, die met droge ogen verklaart dat Jodenhaat deel uitmaakt van de islamitische cultuur en moslims daarom maar beter onderwezen moeten worden in de Holocaust. Even veronachtzamend dat antisemitisme toch echt een hardnekkige Europese uitvinding is. Ze bouwen lekker door in het moeras van Nederlandse vooroordelen.
Veel te mild
Maar hier wringt nog iets: Keijzers xenofobische en racistische uitspraken kun je niet identificeren als ‘verhalen’. Amatmoekrim is hierin mijns inziens veel te mild: het gaat om bewuste leugens. Met als doel in te spelen op onderbuikgevoelens en daarmee stemmen te trekken. Het schetsen van het ‘verhaal van Mona Keijzer’ stelt diens opvatting op dezelfde hoogte als Amatmoekrims eigen ‘verhaal’ voor een nieuw Nederland. Alsof je kunt kiezen. Daarmee ontwijkt ze een moreel oordeel. Nee, Mona Keijzers uitlatingen zijn pure discriminatie, in strijd met de Grondwet en daarom geen mening, geen verhaal, maar een overtreding. Lidewij de Vos’ bedenkelijke gewauwel over een ooit ‘blank Nederland’ vormt toch ook geen verhaal? Het is een erfenis van een ideologie stammend uit WO II, een visie op onze geschiedenis die te vuur en te zwaard bestreden dient te worden met (historische) feiten.
Mona Keijzers uitlatingen zijn pure discriminatie
We moeten niet bang zijn leugens en ideologieën te ontmaskeren voor wat ze zijn. Namelijk een gevaar voor het samenleven. Een schending van mensenrechten. Houd die meetlat langs hun gedachtengoed. Ja, ook dat van weldenkend Nederland. Opdat we, zoals Amatmoekrim terecht zegt, weer elkaar kunnen naderen en weer liefdevol kunnen samenleven in een samenleving die misschien complexer is geworden, maar ook veel interessanter met al die verschillende geschiedenissen. En voortbouwt op een traditie van het verwelkomen van hugenoten, joden, Hongaren, Marokkanen, Turken, Surinamers, Syriërs, Libanezen en Palestijnen.
Karin Amatmoekrim, Grenzend aan liefde, Prometheus, 152 blz., € 15,99
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

