13.8 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 232

Oost-Europese daklozen krijgen geen opvang, vaak ten onrechte

0

Migranten uit Oost-Europese landen zijn, naast oorspronkelijke inwoners, de grootste groep daklozen in Nederland. Ze krijgen vaak te horen dat ze geen recht op opvang hebben. Maar sommigen hebben wel degelijk recht op opvang. Dit besef begint nu langzaam door te dringen bij gemeentelijke instanties. 

Begin 2023 schatte het CBS het aantal dakloze mensen tussen 18 en 65 jaar op 30,6 duizend. Daarvan was 8 procent geboren in een ander EU-land dan Nederland. De werkelijke aantallen zijn waarschijnlijk hoger, zeker daar waar het om de buitenslapers gaat. Daarnaast slapen de meeste daklozen in de grote stad. In sommige steden komt tussen de 60 tot 80 procent van de daklozen uit Oost-Europa’, zegt Dion Kramer. 

Kramer is universitair docent in Transnational Legal Studies aan de Universiteit Amsterdam. In zijn onderzoek richt hij zich onder andere op gedetacheerde werknemers en dakloosheid binnen de Europese Unie. Veel van de dakloze Oost-Europeanen zijn arbeidsmigranten. Ze zijn naar Nederland gekomen via uitzendbureaus, raakten hun baan kwijt en daarna ook hun huisvesting. ‘Je kunt uitgaan van 6000 dakloze arbeidsmigranten in Nederland, van de 18000 arbeidsmigranten in totaal’, zegt hij, verwijzend naar organisaties die de cijfers bijhouden.

Het probleem bestaat al jaren. Eigenlijk is het aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om te beslissen of een persoon sociale rechten heeft opgebouwd, maar het is de gemeente die verantwoordelijk is voor de daklozenopvang. Hierdoor kloppen dakloze Oost-Europeanen aan bij gemeentelijke instanties, maar die verzuimen vaak de zaak verder te onderzoeken, vertelt Kramer. ‘Ze worden al snel tot een en dezelfde categorie gerekend, een categorie die geen recht heeft op opvang.’ Tot voor kort.

Een checklist

Twee jaar geleden drong de wrede werkelijkheid door in de politiek. De ministeries en gemeenten werkten samen aan een plan van aanpak. Onderdeel van dit plan was een checklist, waarmee gemeentelijke instanties snel en efficiënt kunnen toetsen of iemand die aan de deur klopt recht heeft op dezelfde behandeling als een Nederlandse burger. ‘Sinds juni dit jaar is deze checklist in gebruik en het is onderwerp van gesprek binnen de maatschappelijke zorg’, weet Michael Sprokkereef, projectcoördinator Hulpverlening bij De Regenboog Groep Amsterdam, een van de instanties die Oost-Europeanen wél hulp biedt. 

‘Er is onderzocht hoeveel mensen er toch recht blijken te hebben op opvang sinds deze checklist er is. De resultaten publiceren we in september, maar we weten al dat het om grofweg de helft gaat. Bovendien is van deze helft een derde er zo slecht aan toe, dat ze direct maatschappelijke opvang nodig hebben.’

Twintig pagina’s telt de checklist. Er staan acht vragen op, onder andere over de duur van het arbeidsverleden, de duur van de werkloosheid en het zicht op nieuw werk in Nederland. ‘Aan de hand van deze lijst kunnen instanties beslissen of de persoon recht heeft op dezelfde behandeling als een Nederlander, maar dit is nog niet hetzelfde als recht op opvang’, legt Kramer uit. ‘Wanneer er recht is op gelijke behandeling, betekent dit dat er gekeken moet worden of de persoon recht heeft op opvang, wat weer afhankelijk is van andere criteria. Maar dan wordt deze persoon aan dezelfde criteria onderworpen als een Nederlander die aan de deur klopt van een daklozenopvang.’

‘Ze werden zonder uitleg en onderzoek de deur gewezen’

Dit is een grote vooruitgang, legt de universitair docent uit. Voorheen ging men ervan uit dat Oost-Europeanen dit recht niet hadden. Ze werden vaak zonder uitleg en onderzoek de deur gewezen. Hij noemt dit institutionele discriminatie. ‘Zo gaven veel gemeenten niet eens een beschikking, waarop stond waarom de persoon geen opvang kreeg. Ze hadden daardoor geen poot om op te staan.

‘Vroeger werd daklozenopvang georganiseerd vanuit de maatschappij, nu zijn instanties afhankelijk van subsidies. Daarbij krijgen ze vaak een duidelijke opdracht, met een duidelijke doelgroep. Mensen zijn dan al snel geneigd om te zeggen dat ze geen opvang mogen aanbieden van de gemeente, zonder dit zelf te controleren. Zo zijn Oost-Europeanen door instanties voor langere tijd over een kam geschoren.’

Recht op opvang

Een persoon heeft recht op opvang wanneer er sprake is van multiproblematiek. Hierbij moet het gaan om een combinatie van problemen, zoals verslaving, cognitieve beperking, fysieke beperking of een gebrek aan een netwerk in Nederland dat zou kunnen helpen. ‘Deze mensen hebben een opeenstapeling van problemen. Ze kunnen het niet meer op eigen kracht redden’, zegt Kramer. 

Van de Oost-Europeanen die inderdaad recht hebben op gelijke behandeling, valt dus een derde in deze categorie, mensen die tot nu toe op straat belanden, of terechtkomen bij plekken als die van De Regenboog Groep. Of de checklist al zijn vruchten afwerpt valt lastig te zeggen, daarvoor is hij nog te kort in de omgang, zegt Sprokkereef . Maar hij is positief gestemd. ‘In Rotterdam zijn ze nu begonnen met een opvangplek voor kwetsbare EU-burgers. ‘Er wordt nog wel streng gehandhaafd, er wordt bijvoorbeeld veel samengewerkt met de politie maar het is een begin.’ 

‘Deze mensen hebben een opeenstapeling van problemen. Ze kunnen het niet meer op eigen kracht redden’

In Amsterdam zijn de instanties ruimhartiger. De Regenboog onderhoudt maar liefst negen inloophuizen, waar mensen terecht kunnen voor koffie, warmte, een douche of rust. ‘Wij vinden dat iedereen die er slecht aan toe is recht heeft op opvang, gewoon als mens’, zegt Sprokkereef. ‘De stichting vangt al jaren kwetsbare EU-migranten op. Deze hulp loopt uiteen van opvang tot het begeleiden bij het zoeken naar werk, of bij de reis terug naar het land van herkomst.’ 

‘Er zijn ook echt wel mensen die teruggaan naar hun thuisland. Maar soms kunnen zij dit niet alleen. Iemand die er slecht aan toe is, zet je niet zomaar op een Flixbus, dan reizen we mee en zorgen we dat er in het land van herkomst opvang voor deze persoon beschikbaar is. Maar er zijn ook mensen die wel perspectief hebben op een nieuwe start in Nederland. Die begeleiden we naar een nieuwe baan en uiteindelijk een eigen woning.’

Discriminerende tendensen

Er is niet altijd evenveel begrip voor migranten uit Oost-Europa, vertelt de maatschappelijk werker. ‘Ze staan onderaan de ladder maar worden met de nek aangekeken. Hierbij spelen discriminerende tendensen zeker een rol. Veel mensen vragen zich af wat deze groep mensen überhaupt komt doen in Nederland. Waarom ze niet terug gaan naar hun eigen land. Maar deze arbeidsmigranten werken onder soms slechte arbeidsomstandigheden en maken er toch het beste van. Ze mogen best wat meer waardering krijgen.’

‘Veel mensen vragen zich af wat deze groep mensen hier überhaupt komt doen in Nederland’

Sprokkereef beschrijft de arbeidsomstandigheden van deze groep als ‘af en toe bar en boos’. ‘Er zit ook goed werk bij hoor, maar er is geen einde aan de race to the bottom. In de vleesindustrie bijvoorbeeld, daar werken ze lange dagen in gekoelde ruimtes. Ze worden gehuisvest in te kleine woningen. Wanneer zij hun baan verliezen, zouden ze volgens de wet twee weken hun huisvesting moeten behouden, maar in de praktijk staan ze vaak van de ene op de andere dag op straat.’

‘Eigenlijk is dit indirect discrimineren’, zegt Kramer. ‘Het is juist in deze sectoren met precaire arbeidsomstandigheden waar veel arbeidsmigranten werken. En dan zijn werk en wonen ook nog eens aan elkaar gekoppeld. Zo mogen werkgevers 30 procent van het salaris inhouden als ze voor woonruimte zorgen. Het is allemaal toegestaan, maar ze genieten maar weinig bescherming in dit soort constructies.’ 

Volgens Sprokkereef dragen deze omstandigheden eraan bij dat deze migranten regelmatig in een kwetsbare positie terechtkomen. ‘Ze worden vaak gescout door uitzendbureaus en hebben slechts contact met bemiddelaars. Bovendien spreken ze de taal niet. Wanneer zij hun baan kwijtraken, zijn ze niet goed in staat om snel weer een volgende baan te vinden, laat staan een woonruimte.’

Werkelijke verbetering?

Ook over de uitzendconstructie van arbeidsmigranten is discussie in de politiek. ‘Het zou goed zijn als mensen niet direct op straat belanden als ze hun baan kwijtraken’, zegt Sprokkereef . ‘We kunnen mensen ook beter informeren over de mogelijkheden van seizoenswerk. Dat je tomaten kunt plukken in de zomer, bijvoorbeeld, zodat mensen sneller een nieuwe baan vinden.’

Met de checklist voor maatschappelijke instanties zou in ieder geval de opvang beter geregeld moeten worden. Op zijn minst zouden Oost-Europese daklozen hetzelfde behandeld moeten worden als Nederlanders die opvang vragen, mits ze voldoen aan de voorwaarden op de checklist. Wanneer de noodzaak hoog is, zou dit moeten resulteren in recht op daklozenopvang. Maar of dit gaat gebeuren, is maar de vraag. 

‘Deze mensen bevinden zich aan het uiteinde van een wooncrisis’

‘Deze mensen bevinden zich aan het uiteinde van een wooncrisis. Gelijke behandeling gaat dat echt niet voor ze oplossen’, zegt Kramer. ‘Gemeenten krijgen niet genoeg subsidie voor voldoende opvanglocaties. De meeste daklozen komen toch naar de grote stad, waar de kans op een netwerk groter is.’

Er is inderdaad geen opvang voor alle daklozen in Amsterdam’, besluit Sprokkereef . Maar met de checklist heeft hij hoop op verbetering. ‘Ik heb weinig hoop op de politiek, maar ik ben wel blij hoe we hier op lokaal niveau mee omgaan. Er zijn veel soorten voorzieningen, er wordt gekeken naar oplossingen.’

Draagvlak opvang Oekraïense vluchtelingen neemt af

0

Het draagvlak in Nederland voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen neemt sterk af, zo bericht de Volkskrant. Uit een recent onderzoek van Ipsos I&O blijkt dat nog slechts 42 procent van de Nederlandse kiezers achter de ruimhartige opvang staat, vergeleken met 78 procent in maart 2022, toen de oorlog net begonnen was. De steun is vooral sinds het najaar van 2023 gedaald. 

Er zijn grote verschillen tussen politieke partijen, als het om draagvlak gaat. Slechts 20 procent van de PVV-kiezers steunt de opvang, gevolgd door 32 procent van de BBB- en 44 procent van de VVD-aanhangers. Bij NSC is de steun ook afgenomen, van 79 procent in april naar 50 procent nu. Aan de andere kant steunen 90 procent van de Volt-kiezers en 73 procent van de GroenLinks-PvdA- en D66-aanhangers de opvang nog steeds.

Ondanks de dalende steun voor opvang, blijft de steun voor Nederlandse militaire hulp aan Oekraïne sterk. 65 procent van de kiezers staat nog steeds achter deze steun. Het recente nieuws over de mogelijke betrokkenheid van Oekraïne bij de aanslag op de Nord Stream-pijpleiding heeft hierop weinig invloed. Wel daalt het draagvlak voor verdere steun naar 45 procent, mocht blijken dat de Oekraïense president Volodymyr Zelensky persoonlijk toestemming voor deze aanslag heeft gegeven.

Begin deze week sloot de enige Nederlandse aanmeldlocatie voor Oekraïners in de Jaarbeurs in Utrecht de deuren. Meer dan honderd Oekraïense vluchtelingen gebruikten de aanmeldplek ook als opvangplek, terwijl die daarvoor niet was bedoeld. Het is een locatie waar mensen niet langer dan een of twee nachten kunnen verblijven. Er hangt nog altijd een spandoek aan de balustrade, met in drie talen het woord ‘welkom’, schrijft de Volkskrant in een reportage. ‘Maar welkom zijn de Oekraïners hier dus niet meer’, concludeert de krant. ‘Wie zich deze week toch meldt, wordt door vriendelijke beveiligers weggestuurd.’

Marokkaans-Nederlandse vakantiegangers zien er optimistisch uit

0

Omdat ik zes weken in het buitenland doorbreng, bezie ik het politieke gesteggel in Nederland met een buitenstaandersblik. En dan beginnen dingen op te vallen. Namelijk dat in Nederland extreemrechtse stemmen steeds bozer worden. Dit is werelwijd gaande en daarom is de blijmoedige, open blik van presidentskandidaat Kamala Harris zo verfrissend.

Of zij die chagrijnige en ronduit vijandige toon jegens migranten kan doorbreken valt nog te bezien, maar het dwingende narratief waarin asielzoekers worden gecriminaliseerd moet echt van de baan. Minister van Asiel Faber zegt dat Nederland een walhalla is voor asielzoekers. Het is helemaal geen pretje om migrant te zijn, laat staan asielzoeker. Voorlopig blijft Nederland in trek bij migranten uit heel de wereld, de meesten komen op legale wijze en zijn zeer welkom.

Tijdens mijn verblijf in Marokko zie ik de uitkomst van migratie en die is best wel positief. Grote groepen Nederlandse Marokkanen struinen door de oude straten van Tanger, op zoek naar inspiratie en ontspanning. Ze maken een zelfverzekerde, gezonde en optimistische indruk. Aan de wangen en tanden is te zien dat we uitstekende gezondheidszorg genieten. Sommige zien er zo prachtig en zelfverzekerd uit dat het pijn doet aan de ogen. Ze laten ruimhartig het geld rollen en gaan als het verblijf naar wens is met mooie herinneringen terug naar huis.

Aan de wangen en tanden is te zien dat we uitstekende gezondheidszorg genieten

En toch blijven we hameren dat de ander een ander is en moet blijven.

Na afloop van de huldiging van Sifan Hassan ging het heel lang heel erg over de hoofddoek die ze droeg. Ik vind dit gestoord gedrag. Wie lange tijd in een islamitische land woont komt erachter dat een hoofddoek net zoveel zegt over de drager ervan als het paar slippers dat iemand aanheeft. De hoofddoek biedt geen enkele grond om tot een oordeel te komen over de drager. Denken dat de hoofddoek politieke richting geeft, is een grote misvatting. Het is ook niet zo dat een hoofddoekdrager conservatiever, behoudender, minder vooruitstrevend, traditioneler is dan haar zusters die ‘m niet dragen.

De fixatie op de islamitische identiteit als monolitisch en absoluut staat zo ver weg af van welke realiteit dan ook dat het lachwekkend is. En toch blijven we er over verder steggelen. Je hoeft maar een paar uur in Tanger rond te lopen om te zien dat de zogenaamde ‘islamitische’ gemeenschap net zo divers en verschillend is als westerse gemeenschappen.

Ondertussen verbaas ik me erover hoe het tolerante, ruimdenkende en liberale Nederland niet alleen verrechtst, maar ook trots pronkt met de extreem-conservatieve veren. Antisemitisme, vrouwenhaat, vreemdelingenhaat en homofobie worden door de populistische bewegingen ingezet om de eigen, pure cultuur te verdedigen.

Wie zijn welvaart niet ervaart omdat hij voortdurend in angst leeft dat vreemdelingen het van hem zullen afpakken, voelt zich arm en dat is de situatie in Nederland. De aangeprate angst dat er iets wordt verloren heeft de mensen gek gemaakt.

Feit is dat de wereld een nieuwe groeispurt doormaakt waarvan de vruchten vooral buiten het voorheen dominante Westen worden geproefd. De taart wordt anders verdeeld. En Europa zal om domweg te kunnen blijven bestaan moeten accepteren dat het een kleinere portie krijgt. Dat hoeft helemaal geen slechte ontwikkeling te zijn. Stapje voor stapje bewegen we naar meer economische gelijkheid tussen Noord en Zuid al is de kloof nog altijd te groot.

Als burgers in het Zuiden meer gaan verdienen dankzij hogere lonen dan verkleint dat de prikkel om weg te gaan. Die gelijkheid kan er ook aan bijdragen dat onze natuur weer kan helen, want die is niet meer gezond door alle uitputting.

Migrant wordt held doordat hij Spaans jongetje van balkon redt

0
De 29-jarige Braziliaanse migrant Felipe David Souza heeft een kind in Spanje gered dat gevaarlijk vastzat op de reling van een balkon. Ondanks het risico voor zijn eigen leven, aarzelde hij geen moment. ‘Ik handelde meteen, zonder na te denken’, aldus Souza. Zijn heldendaad wordt in Spanje alom geprezen, meldt the Guardian.

Op videobeelden van het incident is te zien hoe het kind met één been over het balkon hangt, duidelijk in paniek. Souza, die zonder shirt op het toneel verschijnt, benadert het jongetje voorzichtig maar vastberaden en trekt hem met zijn linkerarm weer in veiligheid. Toeschouwers beneden applaudisseren direct voor zijn moed. Nadat hij het kind in veiligheid heeft gebracht, gaat Souza zelf ook weer naar binnen.

Souza, die schilder van beroep is, verklaarde later dat hij geen moment twijfelde toen hij de jongen op het balkon zag. ‘De zesjarige was versteend van angst’, vertelt Souza.

Ines Su, eigenaar van een nabijgelegen café, was getuige van de redding. ‘De redder verscheen uit het niets. We stonden verstijfd toe te kijken’, aldus Su.

Volgens een woordvoerder van de gemeente Alicante is de stad van plan om Souza in november te onderscheiden voor zijn heldhaftige daad. ‘Hij heeft zijn eigen leven in gevaar gebracht om een kind te redden, dat is van onschatbare waarde’, aldus woordvoerder Julio Calero.

Marokkaanse autoriteiten houden kort Nederlands-Riffijnse activist vast

0

De Nederlands-Riffijnse activist Said Khottour (50) is voor korte tijd vastgehouden door de Marokkaanse autoriteiten. Inmiddels is hij weer vrijgelaten.

Khottour werd opgepakt en vastgehouden vanwege zijn activisme voor de Rif, een regio die streeft naar meer autonomie. Hij heeft onder andere een eigen YouTube-kanaal.

Naar acht jaren ballingschap wilde Khottour zijn familie weer eens bezoeken, maar hij werd door de douane op de luchthaven van Nador aangehouden.

Riffijnse activisten in Nederland sloegen alarm en ijverden voor zijn onmiddellijke vrijlating. Dat is nu ook gebeurd. De afdeling Nador van de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie stuurde een advocaat naar Khottour, die hem hielp om vrij te komen.

In een bericht op Facebook bedankt Khottour iedereen die hem steunde, in het bijzonder advocaat Moubarak. Ook bedankt hij alle vrije geesten in binnen- en buitenland, die zich met hem solidair verklaarden. Hij eindigde zijn Facebook-bericht met een oproep: ‘Vrijheid voor alle politieke gevangen!’

Op de Facebook-pagina van Rif-activist Djamel Rifano is de vrije en nu weer blije Said Khottour te zien. Hij steekt drie vingers omhoog. Het is een verwijzing naar de letter ⵣ (z) in het Tamazight-alfabet. Het staat voor vrije mens.

Khottour woont in Amsterdam. Hij zet zich sinds 2017 vol passie in voor de Rif, toen daar de Hirak-opstand begon. Hij werd hierover toentertijd geïnterviewd door Het Parool en NRC. De leiders van de Hirak-beweging, waaronder Nassar Zefzafi, zitten in Marokko hoge gevangenisstraffen uit. Zefzafi wordt gemarteld door het Marokkaanse regime.

VS: Democraten weigeren Palestijnse spreker op conventie

0

De Democratische Partij in de Verenigde Staten heeft tijdens de Democratische Nationale Conventie een Palestijnse spreker geweigerd. Tegelijkertijd kreeg een familielid van een Israëlische gijzelaar wel spreektijd, zo bericht de Arabische nieuwssite Middle East Eye.

De Palestijnse spreker was voorgedragen door de Zelfstandige Beweging, een groep activisten en Democraten die in de voorverkiezingen hun stem voor president Joe Biden onthielden vanwege zijn steun aan Israël tijdens de Gaza-oorlog. Nu Biden zich heeft teruggetrokken, zet deze groep druk op de nieuwe presidentskandidaat, Kamala Harris, voor een staakt-het-vuren en een wapenembargo tegen Israël.

Na de weigering van de Palestijnse spreker protesteerden leden van de Zelfstandige Beweging buiten het congresgebouw. De leiding van de beweging distantieerde zich echter van dit protest en verklaarde binnen de kaders van de Democratische Partij te willen opereren.

Layla Elabed, medeoprichtster van de Zelfstandige Beweging en zus van Rashida Tlaib (Democratisch Congreslid met Palestijnse wortels), beschouwt het weigeren van een Palestijnse spreker als een teken dat het beleid ten aanzien van Israël binnen de Democratische Partij waarschijnlijk ongewijzigd blijft. ‘Ik heb zojuist gehoord dat ik geen stem heb in deze partij’, reageerde Elabed verontwaardigd volgens Middle East Eye.

Nieuwe pioniers: Nigeriaan krijgt gereformeerden aan het dansen

0

In Nieuwe Pioniers spreekt de Kanttekening migranten met een eigen onderneming, deze keer de 36-jarige in Nigeria geboren dansschooleigenaar Stanley Ijama. Anderhalf jaar geleden kwam hij vanuit Kaapverdië naar Nederland.

Vanuit een schoolsporthal klinkt deze zaterdagmorgen opzwepende muziek van MC Prego Prego. Bij binnenkomst in een verder lege hal volgen twee jonge vrouwen de dancemoves van hun leraar. De muziek van de Kaapverdische MC (Master of Ceremonies) is een van de vele nummers in Stanley’s Afrikaanse danslessen. Het is half augustus en normaal zijn er meer deelnemers. Vakantietijd of niet, de energieke Stanley zegt nooit een les af. Op zaterdag en dinsdag wordt er wekelijks in Bergen op Zoom Afrikaans gedanst.

Nadat Stanley de vrouwen tijd gunt om wat te drinken, klapt hij al snel enthousiast in zijn handen. ‘Okay now!’  Even later swingen de drie in een stevig tempo op Romance van Tota Lopi. Met deze manier van dansen bouw je conditie op, dat is duidelijk. Stanley’s Nederlands is nog minimaal. Soms heeft hij cursisten die nauwelijks Engels spreken. Taal is geen enkele barrière voor een goede dansles. Voor de dansinstructies volstaat 1,2,3,4. Verder: volg Stanley, wees niet verlegen, heb het naar je zin.

Voor dit verhaal gaan we ook naar het nabijgelegen Zeeuwse Tholen. Een plaats waar conservatieve protestantse christenen van oudsher grote invloed hebben. Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen schreef de PVV historie, want de anti-migratiepartij kreeg in dit SGP-bolwerk de meeste stemmen. Hoe dan ook, geen plaats met veel mensen van kleur. Tholen ligt dan ook niet voor de hand als vestigingsplaats voor de HKM African Danceschool. Nog geen jaar woont Stanley hier met zijn Nederlandse vrouw Miryea en hun dochter Kewe en zoon Tejiri van vier maanden. Het stel heeft niks dan lof over de buren.

‘Ik ben als een parfum, dat overal lekker ruikt’

Opvallend dat Stanley en zijn gezin zo makkelijk zijn opgenomen in deze behoudende gemeenschap. Miryea verklaart het deels door de opgewektheid en tomeloze energie van haar man. ‘Stanley krijgt iedereen mee. Hij krijgt ook gereformeerden aan het dansen.’ Op vrijdagavond vindt er nu wekelijks bij de voormalige oesterputten een outdoor Afrikaanse dansles plaats. Naast tractorraces en carbidschieten heeft het stadje er een evenement bij. Gerealiseerd door de wilskracht van een Afrikaan die tot voor kort nooit een leven in Europa voorzag. Het maakt hem niet uit waar hij leeft. ‘Ik ben als een parfum, dat overal lekker ruikt’, schatert Stanley met sympathieke branie uit.

Enige kind van zijn moeder

De basis voor het parfum ligt in Nigeria, in de Delta staat. In de stad Warri zag Stanley het levenslicht. Zijn stam is de Urhobo en polygamie is daar een cultureel gegeven. ‘Mijn vader heeft dus veel kinderen.’ Stanley was het enige kind dat zijn moeder kreeg. Ze overleed toen hij nog een baby was. Een tante nam de zorg over. Hij spreekt er met dankbaarheid over. Stanley deed het prima op school, koos op een universiteit een technische opleiding. Dat was zo’n twintig jaar geleden. ‘Mijn doel was om als ingenieur te werken.’ Het bleef vooral bij schnabbelwerk als automonteur.

Aan een baan als dansleraar, als entertainer ook, daar dacht hij eerst niet aan. Hij werd ontdekt. ‘Ik ben een luidruchtig persoon.’ Een vrouw die in de entertainmentsector werkte, hoorde hem in een gesprek. ‘Ze vond me grappig en vroeg of ik haar MC wilde worden. ‘MC? geen idee wat dat inhield!’ Ze legde Stanley overtuigend uit wat er van een ‘master of ceremonies’ werd verwacht. ‘Je betaalt me wat om mensen te vermaken! Mooi toch!’

Als MC moest hij ook de gasten aan het dansen krijgen. Stanley bleek ervoor geboren. ‘Het werd zo mijn werk om mensen gelukkig te maken.’ Na zijn tante was het dus weer een vrouw die hem de weg wees op een beslissend levensmoment. ‘Vrouwen doen me altijd verder ontwikkelen.’ De MC bijverdiensten waren hard nodig, het monteurswerk betaalde slecht. Of hij in Nigeria plannen had om naar Europa te gaan? ‘Nee! Mijn leven was daar. Ik was trots dat ik kon overleven, kon dansen, mensen aan het lachen maakte. Ze zagen het leven in mij.’

Een van zijn broers was als profvoetballer in Kaapverdië terechtgekomen. Stanley besloot in 2015 hem te volgen. Voor de juiste papieren verbleef hij eerst maandenlang in Senegal. Lang verhaal kort, in Kaapverdië vond hij als gastheer werk in een hotel in Boa Vista. Wat deed hij? Toeristen uit Engeland, Duitsland en Nederland vermaken. ‘Volleybal met ze spelen, ze leren dansen, zodat ze zich thuis voelen en gelukkig zijn.’ Stanley vond het een toffe baan en hij verdiende meer dan in Nigeria. In Kaapverdië gaf hij dus voor het eerst aan witte mensen Afrikaans dansles, een prima doelgroep. ‘Ik kan iedereen leren om je lichaam te gebruiken. Je volgt mij en je danst.’

Beeld: Monique Schoutsen

Toen brak de coronapandemie uit. Er volgde een tijd van improvisatie en de eindjes aan elkaar knopen. Na versoepeling van de coronamaatregelen was Miryea een van de eerste hotelgasten. Via reisorganisatie TUI had de West-Brabantse een vakantie geboekt. Het klikte met Stanley. ‘Ze heeft een goede spirit.’ Stanley stelde Miryea voor aan een vrouwelijke collega. ‘Ik kon me natuurlijk niet alleen op haar concentreren.’ Toch kreeg de Brabantse meer dan beroepsmatige aandacht van Stanley. ‘Ik heb haar de stad en de dorpen waar wij verbleven laten zien.’

Miryea kwam op een bijzonder moment in zijn leven. Zijn zus overleed in die periode. ‘Dat was traumatisch. Ik moest weer gelukkig worden.’ Miryea voorzag daarin en na afloop van de vakantie was ze twee maanden later alweer terug te Kaapverdië. Voor langere tijd nu en ze ging samenwonen met Stanley. Ze raakte zwanger. ‘Ongelukje’, zegt ze zelf. Ze vond het spannend om het aan de vader te vertellen. Ten onrechte. Stanley was ‘helemaal gelukkig’ toen hij het nieuws vernam. Een leven opbouwen in Nederland was nog steeds niet aan de orde. ‘Europa zat absoluut niet in mijn planning’, verduidelijkt Stanley.

Miryea zag op tegen bevallen in Kaapverdië en ging op verzoek van Stanley naar Nederland. Alleen. Na de bevalling zouden moeder en baby dan terugkeren naar Kaapverdië. Aan Stanley werd zes keer een visum geweigerd en hij had de hoop opgegeven om mee te gaan naar Nederland. Als een wonder kreeg hij uiteindelijk toch een visum en begin 2023 was hij in een Bredaas ziekenhuis bij de bevalling van hun dochter.

‘Europa zat absoluut niet in mijn planning’

Miryea maakte duidelijk dat ze vanwege de gezondheidzorg in Nederland wilde wonen. Om langer te blijven had de kersverse vader, die inmiddels een Kaapverdisch paspoort had, werk nodig. Miryea’s ouders hadden er geen vertrouwen in. ‘Niemand wil hier Afrikaans leren dansen, je kan in Nederland niet overleven’, kreeg hij van haar vader te horen. ‘Hij wilde dat ik terugging naar Kaapverdië. Mijn doel was juist me hier thuis te voelen en mijn gezin te onderhouden.’

Stanley heeft nu een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Hij is een overlever. ‘Waar ik ook heen ga, geef me een paar weken, maanden en ik bouw iets op.’ Hij wist dat hij mensen kon leren Afrikaans te dansen. Miryea bouwde een website. Er volgden gratis proeflessen in Bergen op Zoom. Het balletje begon te rollen. Stanley vond een reguliere baan als mecanicien. Het stel – inmiddels getrouwd – slaagde erin een huis te kopen en verhuisde naar Tholen.

Een jaar na inschrijving bij de Kamer van Koophandel groeit de klantenkring van de dansschool nu gestaag. De outdoor les in Tholen is onbedoeld prima marketing. ‘Gisteravond waren er zeven deelnemers’, zegt Stanley trots in de sporthal. ‘Allemaal mensen uit Tholen die ons eerder hadden gezien en besloten mee te doen.’

Zo heeft hij inmiddels een kleine dertig leerlingen. Stanley wordt daarnaast gevraagd voor optredens Afrikaans dansen. ‘Alle uithoeken van Nederland al gezien. Zelfs in België een performance gegeven.’ Via de dansschool website verkoopt hij Afrikaanse kleding en sierraden. Zijn ambitie is dat het gezin uiteindelijk volledig van de dansschool leeft.

Stanley en Miryea hopen dat hun Nederlandse familie inmiddels toch een beetje trots is op hun veerkracht en ondernemerschap. In Kaapverdië en in het Nigeriaanse deltagebied zijn ze dat zonder meer. Helemaal omdat Stanley traditionele dansen van zijn stam nu aan Nederlanders leert.

Witte vrouwen met zwarte roots

Zijn danslessen hebben iets weg van fitness. Stanley verliest zijn doel niet uit het oog: met afromuziek en -dans leerlingen voor Afrika interesseren. Dat ze de veelzijdigheid van Afrikaanse cultuur en traditie zien, deze ervaren. ‘Zodat ze zelf Afrikaans dansleraar worden.’

Witte mensen Afrikaanse dans leren, ze opleiden tot leraar, het kan het verwijt van culturele toe-eigening opleveren. Maar Stanley verwerpt dogmatische beperkingen. Het gaat hem om het realiseren van verandering. ‘Ik heb nu witte vrouwen in mijn klas die zeggen dat ze Afrikaanse roots hebben. Ik ben blij dat ze dankzij mij goede dingen voor zichzelf leren. Ze willen gewoon meedoen.’

Stanley zegt geen zorgen te hebben over een toenemend strenger migratiebeleid. Hij vindt het onvoorstelbaar dat hij na vijf jaar weg uit Nederland zou moeten. ‘Betaalt de overheid dan de hypotheek van ons huis af? Ik werk nu hier en Miryea ondersteunt mij daarbij.’ Zonder woorden als xenofobie en racisme in de mond te nemen, draagt hij er de oplossing voor aan. ‘Laat de regering de bevolking leren om migranten niet als vijand te zien. Zie ze als investeerder. Mensen die iets opbouwen, die belasting betalen die je gebruikt voor gezondheidszorg.’

De les in de sporthal eindigt met opzwepende Senegalese drummuziek. De deelneemsters zijn na een uurtje dansen afgemat. Wel opgewekt, voldaan. Hun leraar zit nog vol energie en kijkt uit naar de volgende les. ‘Als ik een maand thuis moet zitten, dan ga ik dood.’ Plezier in het overleven hebben, deze levensles geeft Stanley aan ondernemende nieuwkomers mee.

Bibliotheek Den Haag organiseert boekenclub Koerdische verhalen

0

De Centrale Bibliotheek Den Haag organiseert een leesgroep Koerdische verhalen. De eerste bijeenkomst vindt komende maandag plaats en is gratis toegankelijk. In oktober en december volgen nog tweede bijeenkomsten, aldus de website van de bibliotheek.

Iedereen die geïnteresseerd is in Koerdische literatuur en cultuur is welkom. ‘Of je nu deel uitmaakt van de Koerdische diaspora of simpelweg nieuwsgierig bent naar de rijke verhalen uit deze regio, sluit je aan bij onze boekenclub!’

Volgende week staat het boek Mam, ik ben geen crisis van Ismail Mamo centraal. Mamo vluchtte uit Koerdistan vanwege oorlogsgeweld en arriveerde acht jaar geleden in Ter Apel. Daar begon hij onmiddellijk met het leren van de Nederlandse taal om zichzelf en de redenen van zijn vlucht beter te kunnen uitdrukken.

De boekenclub Koerdische Verhalen behandelt boeken geschreven door Koerdische auteurs of gericht op Koerdistan en Koerden. De club wordt georganiseerd in samenwerking met de Vereniging Vulpes Vulpes Kurdistanica, die zich richt op het bijeenbrengen van Koerden uit verschillende regio’s en het vergroten van de zichtbaarheid van de Koerdische cultuur.

Vuurwapens zijn normaal geworden

0

Voor mijn verjaardag kreeg ik een pistool van mijn schoolvriendje. In de loop zat een kurkje dat weer met een elastiekje aan het handvat van de revolver was verbonden. Zo gauw ik de trekker overhaalde  sprong het kurkje naar voren. Kwaad kon ik er niet mee doen. Het was speelgoed. Diezelfde avond was het verjaarscadeautje toch verdwenen.

Toen ik op een dag zomaar eens boven op het dak van onze schuur klom, zag ik het verroeste ding half onder de modder liggen, in de smalle spleet tussen onze schuur en de schuur van de buren.

‘Ja’, zei mijn vader, ‘pistolen en geweren zijn geen speelgoed. Mama en ik hebben genoeg gezien wat voor een ellende die dingen in de wereld hebben gebracht.’ Vader doelde natuurlijk op zijn jaren in de Tweede Wereldoorlog. ‘Je weet niet half hoeveel doden ik alleen al heb gezien vanwege die troep’, voegde hij er meteen aan toe. De boodschap was duidelijk. Ik vroeg niet verder.

Wat wapens betreft is het er de afgelopen decennia niet beter op geworden in deze wereld. Schietpartijen op scholen en universiteitscampussen behoren niet meer tot uitzonderlijke gebeurtenissen. Eigenlijk wordt er min of meer dagelijks wel melding van gemaakt, ergens op de wereld. Mijn onschuldige klapperpistooltje van zoveel jaren geleden heeft onderhand al te vaak plaats gemaakt voor echte wapens in kinderhanden. En wanneer kinderhanden eenmaal gewend raken aan het dragen van wapens? Dan is vrede ver te zoeken.

‘Zij zijn soldaten om hun Joodse land te beschermen’

In dat grote conflict rond Israël en Palestina spelen wapens aan beide kanten van de grens een nagenoeg onoplosbare rol. Arabische kinderen spelen met speelgoedwapens waarmee ze op Joden willen schieten, aan Israëlische zijde krijgen dienstplichtige jongeren, meisjes en jongens, een wapen om hun nek gehangen. We zien het dagelijks in het straatbeeld. Geen speelgoedpistooltjes met een kurkje in de loop. Echte wapens die ieder moment ingezet kunnen worden.

Ik heb het niet over de noodzaak. Palestijnen willen hun bezittingen verdedigen tegen agressieve Israëlische kolonisten. Israëliërs willen hun veiligheid waarborgen tegen terroristische moordcommando’s, die overal kunnen toeslaan.

Ik heb het over het feit dat er inmiddels een samenleving is ontstaan waarin het gebruik van vuurwapens normaal is geworden. In zo’n situatie is vrede ver weg.

Nahum Rabinovitch was tot zijn dood in 2020 rector van een Talmoedschool even buiten Jeruzalem. Veel van zijn studenten dienden naast hun studie ook als dienstplichtigen in het Israëlische leger. Deze wijze man vertrouwde mij, niet lang voor zijn overlijden, eens toe wat hij voor zichzelf als zijn allerbelangrijkste taak zag. ‘Mijn pupillen verdiepen zich in de Talmoed én verdedigen hun land. Veel van hen neigen er naar hun uniformen en hun wapens met trots te dragen. Zij zijn soldaten om hun Joodse land te beschermen.’ Even pauzeerde hij. ‘Voor die trots mag eigenlijk geen ruimte zijn. Het leger, de uniformen en de wapens die zijn nu nog allemaal nodig. Maar niet om daar triomfantelijk of hoogmoedig mee om te gaan. Ik beschouw het als mijn taak om deze jonge mensen te benadrukken dat militairisme, wapens en legers slechts een noodzakelijk kwaad zijn. Hoewel ze soms nodig kunnen zijn, blijven ze altijd een kwaad.’

Het is een afschuwelijk boekje, KL Auschwitz seen by the SS. Drie hooggeplaatste SS’ers –kampcommandant Rudolf Höss, officier Perry Broad en professor Johann Paul Kremer – beschrijven hoe zij vanuit hun misdadige denkbeelden dagelijks Auschwitz beleefden.

Een aspect van hun beschrijving raakte mij onmiddellijk: het gemak waarmee kampbewakers, commandanten en beulen hun moordwapens hanteerden tegenover hun slachtoffers, zonder compassie of terughoudendheid. Of het nu ging om galgen, Zyklon B, revolvers of geweren, op de executieplaatsen, in de gaskamers, of midden in de nacht in de barakken – het maakte niet uit. Mannen, vrouwen, kinderen. Leven met wapens leidt tot dit gedrag.

Na jaren van oorlogen in Oekraïne en Rusland, Israël en de Palestijnse gebieden, Jemen en Soedan wordt elk verlangen naar vrede wreed onderdrukt door één fenomeen: het gebruik van wapens. Of het nu gaat om geweren, granaten of bommen, het maakt niet uit.

Als er een oprechte wens is naar vrede op al deze verwoeste plekken, zijn de kansen groot. Maar daarvoor moet aan één voorwaarde worden voldaan: wapens moeten het zwijgen worden opgelegd. Alleen wanneer wapens zwijgen, ontstaat er ruimte om tot een vergelijk te komen. Blijft het gemak waarmee kogels worden gebruikt voortduren, dan blijft vrede een onbereikbare droom.

Radiopresentator onder schot na onbewust volgen van Amalia. Etnisch profileren?

0

Radio-dj Serginio Piqué en zijn vrienden werden op weg naar Antwerpen op vrijdagmiddag gearresteerd door een zwaarbewapend Belgisch arrestatieteam. Dit gebeurde omdat zij onbewust exact dezelfde route hadden genomen als kroonprinses Amalia. De mannen denken dat ze etnisch zijn geprofileerd op basis van hun huidskleur, bericht het Parool.

Serginio Piqué en zijn vrienden werden op de Frankrijklei in Antwerpen door de politie uit hun auto gehaald, geboeid en naar een politiebusje gebracht, waar ze een uur lang werden ondervraagd. De Belgische politie was gewaarschuwd door een Nederlandse veiligheidsdienst. Waarschijnlijk gaat het hier om de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB), die het koningshuis beveiligt.

De arrestatie bleek onterecht, wat de Belgische politie later ook erkende. Piqué en zijn vrienden denken dat ze slachtoffer zijn geworden van etnisch profileren. Ze geloven dat ze zijn gearresteerd op basis van hun huidskleur. Ze overwegen daarom juridische stappen, maar hopen vooral op erkenning of een verontschuldiging van het koningshuis, aangezien de foutieve informatie van hun veiligheidsdiensten kwam.

Kroonprinses Amalia verbleef eerder lange tijd in het buitenland vanwege bedreigingen aan haar adres. Begin 2024 is ze pas weer teruggekeerd naar Nederland. Piqué en zijn vrienden begrijpen het belang van haar beveiliging, maar vinden dat dit niet ten koste mag gaan van hun eigen gevoel van veiligheid en rechtvaardigheid, laat hun advocaat weten.