Home Blog Pagina 449

Rechtse historici komen met alternatieve feiten over Indonesië

0

De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) zorgt nog steeds voor controverse. Dat bleek maandag bij de presentatie van het boek Het pijnlijke afscheid van de Indische Archipel, met een alternatief geschiedverhaal en conclusies die haaks staan op de uitkomsten van betrouwbaar recent onderzoek.

Jurist en oud-militair Bauke Geersing, die in het verleden directeur was van de NOS, voerde de redactie over het boek. De presentatie vond plaats in Café Nieuwspoort in Den Haag, in het gebouw van de Tweede Kamer.

Geersing verwerpt het grootschalige onderzoek naar de dekolonisatie van Indonesië, dat vorig jaar verscheen. Dat onderzoek leidde tot de conclusie dat Nederland zich in de koloniale oorlog van 1945 tot 1949 schuldig had gemaakt aan ‘veelvuldig en structureel extreem geweld, in de vorm van buitenrechtelijke executies, mishandeling en marteling, detentie onder inhumane omstandigheden, brandstichting van huizen en dorpen, diefstal en vernieling van goederen en levensmiddelen, disproportionele luchtaanvallen en artilleriebeschietingen, en veelal willekeurige massa-arrestaties en -interneringen’.

‘Historici met een antikoloniale agenda zijn opgetreden als de flagellanten, boetepredikers van onze tijd’, vindt Geersing. ‘Ze willen ons doordringen van onze zonden uit het verleden. We moeten boete doen, excuses aanbieden.’ Hij vindt deze historici niet integer, omdat ze zich zouden laten leiden door een ‘eenzijdige antikoloniale politieke ideologie’. Geersing vindt zijn eigen bundel juist niet ideologisch, maar gebaseerd op feiten. En bovendien zegt de geschiedenis volgens hem ook iets over wie wij zijn en mogen we daarom ook trots op ons verleden zijn.

Hoe ziet de geschiedenis van de dekolonisatie van Indonesië in de versie van Geersing er dan uit? Allereerst is de onafhankelijkheidsdatum van de Republiek Indonesië volgens hem 27 december 1949, niet 17 augustus 1945. Daarnaast was de Bersiap, de aanvallen op Nederlanders, Chinezen en anderen door vaak jonge Indonesische nationalisten in 1945, vlak na het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid, ‘een periode van wreed en genocidaal geweld’. De Indonesische leiders Soekarno en Mohammed Hatta, uit de eerste periode na onafhankelijkheid, streefden volgens Geersing ‘naar rekolonisatie  van de gehele archipel onder leiding van ‘Java’’. Soekarno wilde een eenheidsstaat, waarin de Javanen andere volkeren uit de Indonesische archipel – Molukkers, Balinezen, Papoea’s en anderen – zouden overheersen. Dat was en is volgens Geersing het echte kolonialisme. Het doel van het Nederlandse leger was om de ‘wrede guerrilla, terreur tactiek van de verschroeide aarde te beteugelen’. Daarnaast pleegde het leger ‘veel humanitaire acties’. De massa-executies door de controversiële kapitein Raymond Westerling en zijn Depot Speciale Troepen in 1946 op Zuid-Celebes (het huidige Sulawesi) en het bloedbad op de dorpelingen in Rawagedeh op West-Java ziet Geersing als ‘reguliere militaire acties’, die niet kunnen worden aangemerkt als ‘symbolen van excessief geweld en oorlogsmisdaden’.

Moderne historici, Nederlands en Indonesisch, fronsen de wenkbrauwen over Geersings verhaal. Activisten worden er woedend van. Sterker nog, Geersing kreeg een week voor de boekpresentatie al een kritische reactie van Jeffrey Pondaag, een Indonesische activist die samen met mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld vanwege het bloedbad in Rawagedeh een rechtszaak tegen de Nederlandse staat aanspande en won. Nederlandse militairen moordden op 9 december 1947 in het dorp Rawagedeh 431 dorpelingen uit, waaronder vrouwen kinderen. Nabestaanden van de slachtoffers kregen in 2011 financiële compensatie, en Nederland bood officieel excuses aan voor deze oorlogsmisdaad. Pondaag vertelt de Kanttekening dat hij het een schande vindt dat café Nieuwspoort in het Tweede Kamergebouw dit event organiseerde. Daarmee geef je deze in zijn ogen zeer verwerpelijke kolonialistische geschiedopvatting een officieel podium. Hij liet de bijeenkomst dan ook aan zich voorbijgaan.

‘Ze willen ons doordringen van onze zonden uit het verleden. We moeten boete doen, excuses aanbieden’

Wie de boekpresentatie wél bezochten? Allereerst waren dat militairen, oud-militairen en Molukkers wiens (groot)ouders in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) hebben gevochten. Ook waren de Kamerleden Martin Bosma (PVV) en Simone Kerseboom (Forum voor Democratie) aanwezig, net als oud-Kamerlid Ralf Dekker (FvD) en Palmyra Westerling, de jongste dochter van de Raymond Westerling, die de daden van haar vader gepassioneerd verdedigt. Westerling was verantwoordelijk voor moordpartijen, waarbij Indonesische vrijheidsstrijders en anderen massaal werden afgeslacht, met duizenden doden als gevolg. Maar volgens Palmyra Westerling ligt het allemaal net even anders. Ze vertelt dat de inwoners van Zuid-Sulawesi haar vader als de Ratu Adil, rechtvaardige vorst, zagen. Bovendien was hij volgens haar ‘een lieve man met humor en creativiteit’, die ‘zichzelf altijd recht in de spiegel aankijken’ kon. In haar speech, die met een daverend applaus wordt ontvangen, maakt ze geen woord vuil aan de moordpartijen.

Geersing noemt de executies op bevel van Westerling wel. Het gaat volgens hem om ‘256 slachtoffers van een noodzakelijk militaire actie’. Hij hekelt de Indonesische ‘propaganda’, die over tiendduizenden slachtoffers spreekt. De Nederlandse historici Willem IJzereef en Jaap de Moor schatten dat het om zo’n 1.500 slachtoffers ging, waarvan 388 moorden door Westerling en de rest door zijn bloeddorstige luitenant Jan Vermeulen.

Geersing vindt daarnaast dat Nederland nooit excuses had moeten aanbieden voor het bloedbad van Rawahgedeh. En daarbij zijn volgens hem geen 431 mensen vermoord – het zou gaan om ‘slechts’ 150 slachtoffers bij ‘een noodzakelijke militaire actie’. Historici die zeggen dat er meer doden zijn gevallen, maken zich volgens Geersing schuldig aan ‘nepinformatie en laster’.

Een vijfennegentigjarige Indië-veteraan, een van de weinigen uit die tijd die nog in leven is, vertelt de zaal dat de Nederlandse militairen duizenden patrouilles uitvoerden. Waarom schrijven historici daar niet over, vraagt hij, maar wel over patrouilles waarbij het mis ging? Hij vindt dat historici meer aandacht moeten geven aan al het goeds wat Nederlandse militairen hebben gedaan, en ook naar de oorlogsmisdaden van Indonesische zijde. ‘Trouw waren wij. Bereid, ook na 36 maanden nog. Bereid, ook na 75 jaar.’

Uitgever Perry Pierik van uitgeverij Aspekt, die de bundel van Geersing uitgeeft, is blij met de nieuwe publicatie. De overheid besteedt volgens hem veel geld aan onderzoek naar ‘Nederlands-Indië’ – doelbewust gebruikt hij de koloniale naam van Indonesië ook voor de periode van dekolonisatie, waarin het land al onafhankelijk was. Maar die onderzoeken zijn niet neutraal en laten zich te veel leiden door ‘kritische theorie’ en de ‘woke-ideologie’. Dit past volgens de uitgever in een breder patroon: Nederland draagt al decennialang macht af aan Brussel en de Verenigde Naties, de geschiedenis wordt herschreven, straatnamen genoemd naar historische figuren worden veranderd. Het gaat volgens Pierik niet meer om de feiten, maar om een nieuwe moraal die aan ons opgelegd wordt. ‘Daarachter zit een politiek verhaal, dat macht wil verwerven.’ Daarom vindt Pierik de bundel van Geersing belangrijk, want dit boek – waaraan vooral niet-historici en militairen meeschreven – gaat volgens hem over feiten. De enige bekende historicus die aan de bundel meeschreef is emeritus-hoogleraar Piet Emmer, die onder vuur ligt vanwege zijn volgens critici apologetische kijk op het Nederlandse slavernijverleden.

Wat opvalt is dat een tegengeluid op deze bijeenkomst totaal ontbreekt. Er zijn geen historici uitgenodigd die het boek toetsen aan de wetenschap. En er is ook geen ruimte voor kritische opmerkingen of vragen vanuit de zaal. Alleen tijdens de borrel is er gelegenheid om kritische vragen te stellen aan de auteurs.

Een Indonesische advocate vertelt na afloop van de bijeenkomst dat ze dit heel storend vindt. ‘Dit was een geschiedenisverhaal dat vanuit een nationalistisch Nederlands perspectief verteld wordt, heel eenzijdig. Het publiek was heel homogeen, er waren geen Indonesiërs, geen kritische historici en ook geen vertegenwoordigers van de civil society aanwezig, zoals bijvoorbeeld mensen van Amnesty International of Human Rights Watch. Een deel van Nederland houdt heel erg vast aan het verleden.’

De stelling van Geersing, dat Indonesië opnieuw gekoloniseerd werd door Java is, volgens haar de omgekeerde wereld. ‘De conclusie van dit boek stond van tevoren vast: het Nederlandse leger deed niets verkeerd. Hier is vervolgens geen enkele kritiek op. Deze bijeenkomst is echter georganiseerd in het gebouw van de Tweede Kamer, een huis waar gedebatteerd wordt. Waarom is er dan geen discussie?’

Naar aanleiding van: Het pijnlijke afscheid van de Indische Archipel. Trauma – discussie – herstel, onder redactie van Bauke Geersing, verschenen op 13 april bij uitgeverij Aspekt.

Vredesprijs voor genocide-ontkenner

0

Jaarlijks op 24 april is de internationale herdenkingsdag van de Armeense Genocide. Deze genocide vond plaats in 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Onder het jong-Turkse bewind van het Ottomaanse Rijk, de voorloper van Turkije, werd een vernietigingscampagne begonnen tegen de christelijke Armeniërs en Assyriërs.

De jong-Turken vermoordden meer dan 1,5 miljoen Armeniërs en Assyriërs. ‘Turkije voor de Turken’, was de nationalistische wens waarop deze genocide dreef en waarop ook de latere Turkse republiek is gestoeld. Vrouwen, mannen, jong en oud: bijna geen Armeen of Assyriër in de oostelijke provincies van het Ottomaanse Rijk wist aan de systematische massamoord te ontkomen. Daarna volgden nog genocides op de Pontische Grieken, van 1914 tot 1922, en op de Koerden in Dersim in 1937.

De strijd voor erkenning van de Armeense genocide is meer dan een eeuw later nog steeds gaande. Overal waar Turken wonen, is er ontkenning van deze genocide, die ‘de eerste Holocaust’ is genoemd door de Engelse journalist Robert Fisk. Ontkenning is onderdeel van de Turkse identiteit geworden.

‘We hebben een lijk, dat al meer dan een eeuw wacht op een waardige begrafenis’, zei de Armeense muzikant Ilda Simonian treffend tijdens een herdenkingsbijeenkomst van de Armeense organisatie Nor Zartonk in 2021.

Het Nederlandse parlement ging in 2018 over tot erkenning, maar het kabinet houdt nog steeds vast aan een minder scherpe formulering: ‘de kwestie van de Armeense genocide’.

Vorige week moest ik weer aan deze oneindige discussie denken. Bij de uitreiking van de Vredesprijs 2023 tijdens de Nationale Iftar om precies te zijn. Mirjam Ates-Sneijdewind  bleek de gelukkige prijswinnaar ‘vanwege haar inzet voor verbinding en vrede in de Nederlandse samenleving en daarbuiten’.

Bij mij sloegen toen alle stoppen door. In het jaar dat het Nederlandse parlement de Armeense genocide eindelijk erkende, schreef Ates-Snijdewind namelijk het opiniestuk ‘Noem wat Armenië overkwam niet te snel genocide’. In dat stuk, dat toen ook door de extreemrechtse nieuwssite De Blauwe Tijger is gepubliceerd, zegt ze onder meer het volgende:

‘De recente keuze van het Nederlandse parlement om vanaf nu te spreken over ‘Armeense genocide’ in plaats van ‘Armeense genocidekwestie’ heeft mij verbaasd en teleurgesteld… Tot nu toe zijn er geen bewijzen gevonden in de geopende Osmaanse- en wereldwijde archieven, dat er opdracht zou zijn gegeven om het Armeense volk uit te roeien. En tot nu toe mogen internationale wetenschappers niet de belangrijkste Armeense archieven inzien en bestuderen.’

Oftewel, Ates-Sneijdewind herhaalt het klassieke Turkse ontkenningsnarratief, dat er geen bewijzen zouden zijn en dat Armeense archieven dicht blijven. Dat er geen bewijzen zijn, klopt niet. Er zijn bibliotheken volgeschreven, waaruit de genocidale intenties van de deportaties blijken. Die zijn voldoende gedocumenteerd door onder meer de Turkse historicus Taner Akçam, maar ook onze eigen NIOD-professor Ugur Ümit Üngör.

Ook in mijn eigen masterscriptie geschiedenis presenteer ik incriminerend materiaal. Zo was er direct na de oorlog – in 1919 – zelfs een officieel Turks tribunaal, waar Ottomaanse officieren die betrokken waren bij de genocide werden berecht en veroordeeld. De Turkse historicus Osman Selim Kocahanoglu heeft materiaal uit die vrij unieke episode uit de Turkse geschiedenis in 1998 gepubliceerd in het boek: Ittihat-Terakki’nin Sorgulanmasi ve Yargilanmasi (‘De ondervraging en veroordeling van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang’).

Ates-Sneijdewind herhaalt het klassieke Turkse ontkenningsnarratief, dat er geen bewijzen zouden zijn voor een genocide

Het tribunaal was gebaseerd op tien vragen. Een van die vragen ging over de Ermeni Kitali, Armeense massamoord, en een andere vraag ging over de rol die de Teskilat-I Mahsusa – de Speciale Organisatie, oftewel de Turkse SS – bij de genocide speelde. De uitspraak was als volgt:

‘Kwesties die op een rechtvaardige en legitieme wijze opgelost dienden te worden zijn, met de oorlog die in Europa uitbrak als dekmantel, op een gruwelijke en gewelddadige manier ten einde gebracht […] het plunderen van geld en goed, vernielingen van huis en haard, het martelen van mensen zonder schuld, waarvan het merendeel uit Armeniërs bestond, maar waar andere elementen ook zwaar onder hebben geleden […] deze verplaatsing werd uitgevoerd met het doel tot vernietiging, waar geen militaire verklaringen voor gegeven kunnen worden. Het was één van de doelstellingen van het Comité.’

Dit brengt mij bij het tweede punt van Ates-Sneijdewind, dat Armeense archieven niet mogen worden ingezien. Die archieven heb je niet nodig om een genocidale intentie te bewijzen. De Turkse bronnen zijn daarvoor voldoende bewijs.

Het is bijzonder pijnlijk dat aan de vooravond van de jaarlijkse herdenking van de Armeense genocide, Ates-Snijdewind, notabene uit de handen van minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind, een iftar-vredesprijs ontvangt. Het is mooi dat onze bestuurders steeds vaker aan iftars deelnemen. Maar als dat ten koste gaat van de rechtsbescherming van een vernietigd volk, dan zou ik dat de volgende keer toch laten.

Vijftien statushouders doen mee aan de Singelloop in Leiden

0

Een groep vluchtelingen deed in april mee aan een hardloopwedstrijd in Leiden. Ze wonen in een asielzoekerscentrum in Oegstgeest. De Smitsloo Groep Singelloop is een jaarlijkse wedstrijd.

‘De Singelloop is een kans om nieuwe mensen te ontmoeten’, vertelt een van de vluchtelingen in het Leidsch Dagblad. De hardloopwedstrijd gaat over zeven kilometer langs de Leidse singels. De vluchtelingen die meedoen, komen uit Irak, Syrië, Eritrea, Turkije en Jemen. Ze mogen gratis meedoen.

Het gaat om statushouders: asielzoekers die al weten dat ze in Nederland mogen blijven. ‘Veel statushouders ervaren stress’, vertelt casemanager Naomi Slijkhuis. ‘Omdat gezinsleden nog in onveiligheid zitten.’

Slijkhuis nam het initiatief voor deelname aan de wedstrijd. ‘Ook vervelen sommige mensen zich’, vertelt ze. Ze moeten volgens haar vaak lang wachten op een huis. De trainingen zijn een goede afleiding. En sporten is goed voor de gezondheid.’

Hussein al-Amodi (19) is een van de asielzoekers die deelnemen. Hij komt uit Jemen en reisde via Saudi-Arabië naar Nederland. ‘Het is leuk om aan sociale activiteiten mee te doen. De Singelloop is een kans om nieuwe mensen te ontmoeten en op een leuke manier te integreren in de maatschappij. Zo leer ik meteen de lokale tradities kennen.’

‘Soms voel je je wel geïsoleerd’, vertelt de 29-jarige Syriër Ameer Salloum. ‘Je moet een nieuwe taal leren en hebt ineens een heel ander leven. Daarom steunen we elkaar. Dat merk je ook tijdens het trainen voor de Singelloop. Het is soms best zwaar, maar we doen het samen.’

In het azc van Oegstgeest verblijven 175 statushouders. Zij wachten daar tot er voor hen woonruimte beschikbaar is.

Vluchteling overleden in landingsgestel KLM-vliegtuig

0

Een verstekeling is maandag dood gevonden in het landingsgestel van een vliegtuig van KLM. De man is vermoedelijk overleden aan onderkoeling.

Dat meldt de Amsterdamse tv-zender AT5. De Koninklijke Marechaussee doet onderzoek naar de dood van de man. Pas als zijn identiteit is achterhaald, kunnen nabestaanden ingelicht worden.

Het is nog onduidelijk waarom de man op deze manier met het vliegtuig is gereisd. Het vliegtuig had als laatste bestemming Canada. Voordat het op Schiphol landde, heeft het ook nog diverse andere vliegvelden bezocht.

‘We treffen wel vaker verstekelingen aan.’ Dat vertelt een woordvoerder van de marechaussee. ‘Ook verstekelingen die nog leefden. Dat is verwonderlijk. Want met de lage temperaturen is de kans dat iemand dit overleeft heel klein.’

Schadevergoeding voor moslima: onterecht gedwongen hoofddoek af te doen

0

Een islamitische vrouw uit Oostenrijk krijgt 2000 euro schadevergoeding omdat ze onterecht onder druk is gezet haar hoofddoek af te doen toen ze solliciteerde voor de functie van kleuterleidster.

Maandag bevestigde een Weense regionale rechtbank voor burgerlijke zaken in hoger beroep deze beslissing, die juridisch bindend is.

De destijds negentienjarige moslimvrouw, die al ervaring had als kleuterleidster, wilde graag bij een Weens kinderdagverblijf gaan werken om zo verder te kunnen doorgroeien in haar vak. Maar tijdens de sollicitatieprocedure werd haar op discriminerende wijze gevraagd naar haar hoofddoek en werd ze aangespoord om deze af te doen.

De vrouw wendde zich daarna tot een antidiscriminatiebureau, dat besloot een rechtszaak namens haar aan te spannen. De rechter stelde haar in het gelijk, waartegen het kinderdagverblijf in beroep ging. Nu heeft een hogere rechtbank dit beroep afgewezen.

‘Herhaaldelijke, opdringerige vragen over de hoofddoek horen niet thuis in een sollicitatieproces’, aldus het antidiscriminatiebureau in een verklaring. ‘De rechtbank maakt duidelijk dat dit verboden discriminatie op grond van geslacht en religie kan zijn.’

Volgens discriminatiedeskundige Sandra Konstatzky, die werkt voor de Oostenrijkse Ombudsman voor Gelijke Behandeling, heeft 74 procent van de klachten over discriminatie op basis van religie betrekking op moslims. En van deze 74 procent heeft 90 procent betrekking op discriminatie van moslimvrouwen.

Inwoners Cranendonck willen af van asielzoekers

0

De mensen uit het Brabantse Cranendonck willen niet dat er nieuwe asielzoekers in hun dorp komen wonen. Dat blijkt uit een enquête. Daarin heeft het dorp haar inwoners naar hun mening gevraagd.

Van alle inwoners ervaart 70 procent weleens overlast van asielzoekers. Ze vinden dat die overlast erger is dan enkele jaren geleden.

Bewoners klagen over asielzoekers. Zij hangen volgens hen rond in het dorp. Daar maken ze zich schuldig aan diefstal. Ook fluiten ze meisjes en vrouwen na op straat. En ze doen vervelend in het openbaar vervoer. Dat schrijft Omroep Brabant.

Het onderzoek is uitgevoerd door bureau I & O Research. Ruim 8800 mensen hebben een vragenlijst gekregen. Ongeveer de helft van die mensen heeft aan het onderzoek meegedaan.

Daaruit blijkt dat iets meer dan de helft van de inwoners niet wil dat er nieuwe asielzoekers in hun dorp komen wonen. De antwoorden geven een goed beeld van wat de bewoners van Cranendonck vinden, vertelt onderzoeker Jaap Bouwmeester.

Ook mensen uit andere dorpen, die in de buurt liggen, deden mee aan het onderzoek. In het dorp Maarheeze waren de inwoners het negatiefst over asielzoekers. Twee derde van de Maarheezers vertelt vooral negatieve ervaringen te hebben.

De gemeenteraad van Cranendock wil het azc in Budel graag in 2024 sluiten. In Cranendock zijn er ook inwoners die wél positief zijn over de asielzoekers. Ze vertellen dat ze op straat vaak vriendelijke gesprekjes hebben met asielzoekers. Ook helpen asielzoekers mee met het schoonmaken van winkelwagentjes in de supermarkt.

Tunesië arresteert leider islamitische oppositiepartij

0

De Tunesische autoriteiten hebben Rached Ghannouchi gearresteerd, leider van de islamitische Ennahda-partij. Die partij noemt de arrestatie een ‘zeer gevaarlijke ontwikkeling’ in het land waar president Kais Saied van Tunesië zich steeds meer tot een autoritair leider ontwikkelt.

Maandag deed de Tunesische politie een inval in het huis van de Ennadha-leider. Ze doorzochten het huis en arresteerden Ghannouchi, die naar het politiebureau werd overgebracht voor ondervraging.

De dochter van Ghannouchi, Yusra Ghannouchi, vertelde op Twitter dat haar vader was gearresteerd nadat de politie hem eerder had ontboden vanwege ‘belachelijk verzonnen beschuldigingen’. Ze vindt het ook erg dat haar vader werd opgepakt na zonsondergang, tijdens Lailat al Qadr, de heiligste nacht van Ramadan.

De Ennahda-partij veroordeelde eveneens de arrestatie en noemde dit een ‘zeer gevaarlijke ontwikkeling’. De islamitische partij riep op tot de onmiddellijke vrijlating van Ghannouchi.

Sinds december vorig jaar zit Ali Laarayedh, de voormalige premier van Tunesië, vast. Hij is eveneens politicus voor Ennadha. In februari arresteerden de Tunesische autoriteiten oud-partijleider Said Ferjani. Ghannouchi is het laatste prominente lid van Ennadha dat is opgepakt.

Tunesië gold sinds de Arabische Lente als het meest democratische land in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, maar in juli 2021 besloot president Saied het parlement te sluiten en de regering te ontslaan. Sindsdien regeert hij per decreet. Saied heeft het niet alleen op de democratisch gekozen Ennadha-politici gemunt, maar ook op Afrikaanse vluchtelingen. Volgens de president is er plan om de demografische samenstelling van Tunesië te veranderen, zodat het land minder Arabisch wordt.

‘Scholen verbieden kinderen te bidden en dat is in strijd met de wet’

0

‘Geloof is persoonlijk, voor thuis of in de moskee, maar niet op school’, vindt rector Eric van ’t Zelfde van het Drachtster Lyceum. ‘Scholen verbieden in strijd met de wet kinderen om te bidden’, antwoordt columnist Nourdeen Wildeman. De twee gingen op NPO Radio 1 in debat.

‘Het gaat om een neutrale gebedsruimte voor iedereen’, legt Wildeman uit. ‘Niemand pleit voor weglopen tijdens de les. Maar je moet tijdens de pauze in staat zijn het gebed te verrichten. Veel scholen hebben een gebedsverbod en dat is in strijd met de wet. Leerlingen doen het stiekem, maar dan wordt gepoogd door docenten om gebedskleedjes onder leerlingen weg te trekken. Als mensen het recht hebben om te bidden, zou ik zeggen: het is handiger mensen te laten bidden in een ruimte, dan dat ze het in de gang doen.’

Van ’t Zelfde stelt dat mensen geen recht hebben om te bidden. ‘Als je als individu wilt bidden, zijn daar islamitische scholen voor. Het is niet wenselijk dat dit in het openbaar onderwijs gebeurt.’ De wens om van dit recht gebruik te maken noemt hij ‘geloofskolonialisme’. ‘Het geloof is een particuliere aangelegenheid.’

‘We hebben in deze samenleving rechten en een persoonlijke opinie is ondergeschikt aan de rechtsstaat’, antwoordt Wildeman. ‘Er is immense onrust ontstaan op scholen en media wakkeren dat aan’, vindt Van ’t Zelfde. Maar Wildeman blijft erbij: ‘We leven in een rechtsstaat. Je kunt niet zeggen dat iemand zijn vrijheid van meningsuiting maar ergens anders uitoefent. We moeten onze rechtsstaat en democratie verdedigen.’

Kerkleider René de Reuver fel bekritiseerd op pro-Palestijns congres: ‘Schandalig!’

Het pro-Palestijnse The Rights Forum hield zaterdag een symposium over de Nakba, de verdrijving van Palestijnen uit Israël in 1948. De emoties liepen hoog op na een betoog van René de Reuver, leider van de Protestantse Kerk. Hij vroeg ruimte voor zowel het Palestijnse als het Israëlische verhaal. ‘Godgeklaagd!’ riep iemand vanuit het publiek.

Zo was het Henri Veldhuis Symposium, zoals de jaarlijkse bijeenkomst heet, een ongemeen spannend evenement. Het symposium is genoemd naar de jong overleden dominee Henri Veldhuis (1955-2018), die zich met passie inzette voor de Palestijnse zaak. Naast The Rights Forum was ook het kenniscentrum Kairos-Sabeel organisator.

Het thema van de dag sprak tot de verbeelding: de zaal in Culemborg, in de van buiten aftands ogende Gelderlandfabriek, zat afgeladen vol met honderdvijftig gasten. Deels waren dat de oude rotten van de pro-Palestijnse beweging: grijze hoofden, hier en daar met de kenmerkende kefiya, de traditionele Palestijnse sjaal. Maar het was duidelijk dat ook jongere generaties inmiddels interesse hebben in de situatie in Israël en Palestina.

Nakba als genocide

‘Sommige Palestijnen zien de Nakba als een specifiek moment in de geschiedenis, maar dat klopt niet’, beweert Ramzy Baroud. De Amerikaans-Palestijnse journalist hield de hoofdlezing op de bijeenkomst. De Nakba is volgens hem nog steeds gaande.

‘Ik ben Palestijn, maar mag Palestina niet meer in’, vertelt hij. ‘Het dorp waar mijn familie vandaan komt, bestaat niet meer. Het is vernietigd, samen met vijfhonderd andere dorpen en steden. Mijn ouders kwamen in een vluchtelingenkamp in Gaza, waar ik ben opgegroeid.’

De Nakba, Arabisch voor catastrofe, is de verdrijving van ongeveer 700.000 Palestijnen in de periode rond 1948, toen de staat Israël is gesticht. ‘Volgens experts was de Nakba niets minder dan een genocide’, vertelt Baroud.

Ramzy Baroud (beeld: Remco van Mulligen)

Eerst blikt hij terug naar de situatie van driekwart eeuw geleden. ‘De zionisten wilden de herinnering aan de Palestijnen uitwissen en dat hebben ze gedaan. Ze zijn naar dorpen gegaan, hebben mensen vermoord en de rest verjaagd. Daarna gaven ze het dorp een andere naam en deden alsof er nooit Palestijnen hadden gewoond.’

De Nakba is voor Palestijnse vluchtelingen elke dag nog realiteit, betoogde Baroud. En Israël wil dat liefst doen vergeten. ‘Israël heeft het verhaal dat er geen mensen woonden in het land, toen zij de staat stichtten. Maar we waren er wel. David Ben Goerion, de eerste Israëlische premier, liet historici zich buigen over het verhaal dat Israël over de Nakba moest gaan vertellen. Zij kwamen erop uit dat de Palestijnen zelf waren weggegaan.’

Vervolgens kwamen de Palestijnse vluchtelingen in omringende landen terecht: Libanon, Syrië, Irak, Jordanië. En ook daar waren ze niet altijd veilig. ‘In Irak zijn Palestijnen goed behandeld. Totdat de Verenigde Staten het land binnenvielen. Toen zijn de Palestijnen verdreven. Daarom zeg ik: ook voor de hedendaagse Palestijnen, de derde en vierde generatie na 1948, gebeurt de Nakba nog steeds.’

Volgens Baroud volgen we in het Westen te veel het Israëlisch-Amerikaanse verhaal, waarin de focus ligt op de Zesdaagse Oorlog van 1967 en de Oslo Akkoorden van 1993. Bij die eerste gebeurtenis annexeerde Israël Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. De deal in Oslo tussen Israël en de Palestijnen moest de weg openen naar een compromis. ‘Sindsdien hebben we het over het succes of falen van de Oslo Akkoorden. Maar dan negeren we gebeurtenissen uit het verleden: alles wat voor 1967 is gebeurd, doet er dan niet meer toe. En dat klopt niet, want 1948 was een tijd vol oorlogsmisdaden van Israël tegen de Palestijnen.’

Baroud vindt daarom de Nakba cruciaal voor de Palestijnse zaak. De gebeurtenis van 75 jaar geleden zit diep in het Palestijnse geheugen, stelt hij, en de effecten zijn nog altijd voelbaar. ‘Het belangrijkste wapen dat wij hebben, is ons geheugen. Zodra wij over de Nakba spreken, worden Israëlische zionisten bezorgd. De Nakba bedreigt de mythe die zij verkondigen, dat het land ‘de enige democratie in het Midden-Oosten’ zou zijn, of ‘de woestijn heeft laten bloeien’. Voor dat idee moest de herinnering aan de Palestijnen uitgewist worden. Alleen als de Nakba centraal in de discussie staat, kan er rechtvaardigheid zijn voor de Palestijnen.’

‘Antisemitische passage’

Ramzy Baroud kon op veel instemming rekenen. Aanwezigen verdrongen zich bij de boekentafels, met daarop zijn boeken prominent gepresenteerd. Ook de dadels van Fair Trade Palestine waren populair.

Maar pas daarna kwam de vlam in de pan. Op het programma stond een sessie met René de Reuver, die als scriba de belangrijkste leider is van de Protestantse Kerk, en dominee Bert Altena van diezelfde kerk. Deze kerk is na de Rooms-Katholieke Kerk de grootste van Nederland. Katholieken staan wereldwijd bekend als critici van Israël, maar in Nederland is hun zwijgen oorverdovend. Protestanten daarentegen zijn al decennia zeer loyaal aan Israël. Zelf spreken ze van een ‘onopgeefbare verbondenheid’ met ‘het volk Israël’. De Protestantse Kerk is met anderhalf miljoen leden nog niet half zo groot als de Rooms-Katholieke Kerk, maar vanwege de historisch hechte banden met de politiek is de Protestantse Kerk wel de meest invloedrijke kerk van Nederland. Premiers Mark Rutte en Jan-Peter Balkenende en voormalige politiek leiders als Hugo de Jonge (CDA) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) – allemaal zijn ze lid van deze kerk, allemaal zijn ze pro-Israël.

Maar er hangt verandering in de lucht. Zo komt ChristenUnie-politicus Peter van Dalen de laatste tijd nadrukkelijk op voor Palestijnen. En ook de Protestantse Kerk is aan het opschuiven. René de Reuver maakte in november deel uit van een delegatie die op uitnodiging van Palestijnen onder andere Jeruzalem, Bethlehem en Hebron bezocht. De protestantse en katholieke bezoekers waren diep onder de indruk van het onrecht dat ze zagen. De Protestantse Kerk krijgt meer oog voor het onrecht dat de Palestijnen ondergaan.

In maart leidde dit tot grote ophef. De Israëlische ambassade sprak schande van een korte passage die De Reuver in november schreef op een van zijn reisblogs, na een bezoek aan Holocaustmuseum Yad Vashem:

‘Het bezoek aan Yad Vashem raakt ons ook nog op een andere manier. Wat wij de afgelopen week van Palestijnse christenen gehoord hebben, evenals de muren, hekken en checkpoints die we gezien hebben, dragen we met ons mee. Yad Vashem toont het onvergelijkbare kwaad en leed van de Holocaust. We zijn ons dit heel goed bewust. En toch – tegen wil en dank – roepen de beelden van scheiding en ‘Verboden voor Joden’ associaties op met wat we de afgelopen dagen hebben gezien. De oproep van Palestijnse christenen echoot na in onze oren: vertel wat je hebt gezien!’

De blog ging geruisloos voorbij, totdat ruim drie maanden later de Israëlische ambassade ineens haar afschuw uitte over deze passage. Diverse Joodse en pro-Israëlische organisaties volgden, waarbij De Reuver onder andere het bagatelliseren van de Holocaust en antisemitisme werd verweten. Ook opperrabbijn Binyomin Jacobs en rabbijn Lody van de Kamp, columnist van de Kanttekening, uitten felle kritiek op de Protestantse Kerk.

De Reuver en de kerken reageerden geschrokken en boden excuses aan. Ze verwijderden de bovenstaande passage uit het reisverslag.

‘Schandelijk!’

Gezien die verhitte discussie was het saillant dat De Reuver te gast was op het symposium van The Rights Forum. Dit pro-Palestijnse gezelschap was immers blij geweest met het bezoek van de kerkleiders aan Palestina en de openhartige blogs van de delegatieleden.

De Reuver liet zich in Culemborg echter niet verleiden tot nieuwe openhartige uitspraken. ‘Een passage uit het reisverslag leidde tot heftige reacties, met name in de Joodse gemeenschap in Nederland’, blikte hij voorzichtig terug. ‘De Protestantse Kerk heeft sindsdien indringende gesprekken gevoerd met Joodse partners. Daarbij kwam ook het reisverslag aan de orde.’

De Reuver vervolgde met een meer theologisch en historisch betoog over de twee ‘narratieven’ die in Israël en Palestina tegenover elkaar staan: dat van Joden, die een veilig heenkomen zoeken, en dat van Palestijnen, die het trauma van de Nakba met zich meedragen. ‘Twee verhalen over hetzelfde land’, vatte De Reuver samen. ‘Het lijkt in die zin op de discussie tussen stad en platteland, boeren en stedelingen in Nederland.’

Toen de protestantse voorman na twintig minuten klaar was met zijn verhaal, klonk er direct vanuit het publiek met veel emotie: ‘Schandelijk! Schandelijk! Schan-de-lijk! Godgeklaagd. Met je narratief. Het woord bezetting is niet eens gevallen!’

Ongemak

Bert Altena sprak meer voor een thuispubliek. De dominee is lid van de theologische werkgroep van het pro-Palestijnse kenniscentrum Kairos-Sabeel. Hij is kritisch op de jaarlijkse ‘Israëlzondag’ die de Protestantse Kerk in oktober organiseert. ‘Om Israël onder de aandacht te brengen. Ik heb me daar altijd ongemakkelijk bij gevoeld.’ Zijn advies is helder: ‘De Israëlzondag, daar moeten we echt vanaf. Noem het de dag van kerk en synagoge, of zo.’

Hij ondervindt de polarisatie in protestantse kring aan den lijve. ‘In mijn gemeente heb je altijd mensen die krantjes van Christenen voor Israël neerleggen’, vertelt hij. Die organisatie is fanatiek pro-Israël. ‘Ik haal die dan weer weg.’

De Protestantse Kerk draagt de liefde voor Israël in haar DNA. Altena: ‘Ik kom uit een gezin dat helemaal niet fanatiek was. Toch was ook daar bewondering voor Israël vanzelfsprekend.’

Altena was buitengewoon kritisch over de ophef die in maart ontstond, naar aanleiding van de kritiek vanuit de Israëlische ambassade. ‘Sommige Joodse organisaties riepen: antisemitisme! De antisemitismekaart werd getrokken. Daar moet je niet intrappen, want je wordt in een bepaalde hoek geduwd. Waar de discussie echt over zou moeten gaan, verdwijnt uit beeld. Ik vind het jammer dat die betreffende passage is verwijderd. Ik snap dat de kerk geen aanstoot wil geven. Je wilt dat de discussie gaat over wat je belangrijk vindt. Maar als je zo reageert, zeg je impliciet: die passage was niet goed. Terwijl er nadrukkelijk in staat dat je de Holocaust niet wilt ontkrachten! Als je zwicht voor deze pressie, geef je onbedoeld voedsel aan wat je niet wilt. Dus houd je rug recht! Want je verhaal deugt.’

Na die woorden volgde een enthousiast applaus. ‘Dat hoeft nu ook weer niet’, reageerde Altena. ‘Daar word ik verlegen van. Ook dat geeft ongemak.’

René de Reuver en Bert Altena (rechts) beantwoorden vragen uit het publiek. (beeld: Remco van Mulligen)

‘Geen gelijke rechten!’

Toen kwam De Reuver het podium weer op, samen met Altena, om nog kort in te gaan op vragen. De man die hem eerder had toegeroepen, nam direct het woord.

‘We hebben vandaag een bijeenkomst die met name gaat over 75 jaar Nakba. U heeft een verhaal gehouden vanuit uw perspectief van de christelijke religie. Een afweging over verschillende ‘narratieven’, terwijl er maar een narratief denkbaar is…’

‘Juist!’ roept iemand anders door hem heen.

De man vervolgt: ‘…En dat is het feit dat er een volk strijdt om te overleven en om perspectief te hebben.’ Wederom applaudisseert het publiek enthousiast. ‘Ik was vijftien toen de Zesdaagse Oorlog begon. Ik hoorde tot de weinigen die zich toen tegen Israël keerden. De kerk grijpt terug op Genesis, [waarin het verhaal staat van hoe God aan Abraham het land belooft dat nu Israël is]. Ik vind dat het juist hier, waar zoveel mensen zijn betrokken zijn bij wat daar gebeurt, niet gepast is om een verhaal over de ene kant versus de andere kant neer te zetten.’

Als de man zwijgt, volgt wederom applaus. De Reuver neemt rustig het woord: ‘Het is heel terecht dat u dit vertelt. Tegelijkertijd: in een conflictsituatie is er natuurlijk ook altijd een andere partij die ook een verhaal vertelt.’

Geroezemoes stijgt op uit de zaal. Dan vervolgt De Reuver: ‘Het zijn geen twee gelijke partijen. Dat ben ik met u eens!’ Weer is er rumoer. ‘Er zijn geen gelijke rechten!’, roept iemand.

‘Geen gelijke rechten, dat heb ik ook gezegd’, reageert De Reuver. ‘Maar wel twee partijen. Hoe kom je dan verder met elkaar? Tijdens onze reis zeiden onze Palestijnse vrienden: kom en zie, ga en vertel. Maar pas als je de ander ook uit laat spreken, is mijn diepe overtuiging, kunnen we verder komen.’

‘Meneer, u loopt zestig jaar achter!’, roept een man uit de zaal.

Dan constateert de gespreksleider dat de sessie te lang heeft geduurd.

De bijeenkomst eindigt in grote onrust. ‘Ik mag niks zeggen!’, probeert nog een andere aanwezige. Maar de organisatie besluit dat het lang genoeg heeft geduurd.

Waar De Reuver eerder nog toegaf aan druk vanuit de Israëlische ambassade en de Joodse gemeenschap, hield hij nu vast aan de lijn van zijn betoog. Tot frustratie van de aanwezigen.

BBB verdient voordeel van de twijfel

0

Het probleem van nieuwe politieke partijen is dat je ze niet zo goed kunt plaatsen. JA21 is een afsplitsing van Forum voor Democratie, maar waarin is deze partij nou echt anders? BBB zit vol mensen die vroeger bij het CDA of de VVD rondliepen. Betekent dit dat BBB eigenlijk een tweede CDA is met een vleugje ondernemerszin? Of is de partij echt fundamenteel anders? En wat is dat dan? Het enige dat vaststaat is dat JA21 en BBB nogal populistisch uit de hoek komen. Tegelijk willen ze ook graag besturen. Al is dat voor BBB door de mega-overwinning een stuk dichterbij dan voor de partij van Joost Eerdmans.

Bij populistische partijen is de belangrijkste vraag altijd: deugen ze? Zijn dit gewone partijen die we ook zo moeten behandelen of zijn het wolven in schaapskleren? Een vergelijking tussen JA21 en BBB doet wonderen.

Afgelopen zaterdag was het partijcongres van JA21 in Amersfoort. Er is dezer dagen veel aandacht voor de interne discussie over de gebrekkige partijdemocratie. Dit verhult echter een tweede discussie die zaterdag op het congres werd gevoerd: die over de partijbeginselen. Waar staat JA21 precies voor? Een partijcommissie praatte erover en de conservatieve Leidse hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging schreef een tekst die afgelopen zaterdag werd aangenomen als aanzet voor verdere discussie.

De beginselen gaan onder meer over de relatie tussen burger en staat. Ze vermelden dat grondrechten tegenwoordig steeds vaker ‘horizontaal’ worden opgevat als rechten tussen burgers, niet alleen als rechten van burgers ten opzichte van de overheid, de zogenaamde verticale werking. JA21 wil terug naar zoals de grondrechten oorspronkelijk werden opgevat, verticaal dus. Dat lijkt mij onwenselijk. JA21 geeft met deze beginselen ruimte aan het idee dat scholen homoseksuele leraren en leerlingen mogen weigeren, partijen vrouwen mogen uitsluiten van politieke functies en bedrijven geen gekleurde Nederlanders hoeven aan te nemen.

Het gekke is: dit document wordt aangenomen door mensen die bij Forum voor Democratie weggingen vanwege het extremisme van de politiek leider. Ze hebben ruim twee jaar de kans gehad om te reflecteren op de fout die ze destijds maakten, maar nu blijken ze nauwelijks beter dan de partij waar ze vandaan kwamen.

‘Eigenlijk hebben we nog nooit zo’n redelijke populistische partij gehad’

Op BBB kunnen we ook wel wat kritiek bedenken. Zo lezen we allerlei FvD-achtige voorstellen in het verkiezingsprogramma. BBB wil andersdenkenden het zwijgen opleggen, bijvoorbeeld door een commissie die de inhoud van schoolboeken toetst, en een meldpunt voor leraren die hun ideologie onder leerlingen verspreiden. Er is nog regelmatig Twitter-ophef over: het staat allemaal in het verkiezingsprogramma. Dat klopt, al is er tegenwoordig in het verkiezingsprogramma een reactie van Van der Plas toegevoegd: het programmadeel over het meldpunt zal worden geschrapt.

BBB voerde in Overijssel campagne met de leus dat Overijssel ‘van ons’ is en dat we daar maar aan moeten wennen. Andere politieke stromingen hebben kennelijk pech. Ook lopen er bij BBB soms mensen rond waarvan je denkt: klopt de kandidatenselectie wel? Henk Scholtz is een voorbeeld: een oud-Statenlid van FvD die binnenkort Eerste Kamerlid wordt, maar nooit publiekelijk afstand nam van het FvD-extremisme. Ook steunde BBB pas een motie van de PVV waarin staat dat asielzoekers ‘parasiteren’ op onze verzorgingsstaat.

Over BBB is voldoende te klagen. Toch is er ook een verschil met de partij van Joost Eerdmans. Waar JA21 na twee jaar een dubieus beginselmanifest goedkeurt, heeft BBB het nooit meer over de schoolboekenpolitie en gaf zelfs toe dat dat niet aan de politiek is. Er liepen zeker weleens rechtsextremisten bij BBB binnen, maar als de provinciale teams daar weet van kregen stonden ze binnen de kortste keren weer buiten. Ook over het ongeldig verklaren van moties heeft BBB het nooit meer gehad.

Bij JA21 heeft men de afgelopen twee jaar niets geleerd, bij BBB des te meer. Dat de partij nog meer moet leren, is duidelijk. Maar eigenlijk hebben we nog nooit zo’n redelijke populistische partij gehad.