Home Blog Pagina 477

Beëindigen van opvang niet-Oekraïners is in strijd met Europees recht

0

Onder Iraanse asielzoekers die via Oekraïne naar Nederland kwamen bestaat grote onrust omdat voor hen uitzetting dreigt. Carolus Grütters, deskundige op het gebied van migratierecht, stelt in reactie op een artikel op ons platform dat de zorgen van deze vluchtelingen onterecht zijn. Het besluit tot uitzetting is volgens hem strijdig met Europees recht.

De Kanttekening berichtte op 20 januari over de grote ongerustheid onder zo’n vijfduizend ontheemden uit Oekraïne in Nederland, van wie een deel de Iraanse nationaliteit heeft. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft hen namelijk een brief gestuurd met de aankondiging dat de opvang, die zij nu krijgen in het kader van de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn, met ingang van 4 maart zal worden beëindigd. Dat is al over vijf weken.

De paniek die onder deze groep van ontheemden, slachtoffers van de oorlog in Oekraïne, is ontstaan is zeer begrijpelijk. Het goede nieuws is dat de paniek niet terecht is. Kort gezegd is de maatregel van de staatssecretaris van Justitie (aangekondigd door de IND) in strijd met het Europese Unierecht. Ik zal dat nader toelichten.

In verband met de oorlog in Oekraïne voerde de Europese Raad, op voorstel van de Europese Commissie, op 4 maart 2022 de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn (TBRi) in. Het formuleren en bekrachtigen van dit besluit was het resultaat van een zeldzaam eensgezinde Europese Unie. Precies acht dagen na de inval trad deze maatregel in werking.

Deze richtlijn biedt aan een tweetal categorieën van ontheemden bescherming. Onder de eerste categorie vallen Oekraïners, en niet-Oekraïners die uit Oekraïne zijn gevlucht en in dat land een permanente verblijfsvergunning hadden. Onder de tweede categorie vallen alle niet-Oekraïners die in dat land een tijdelijke (en dus geen permanente) verblijfs­vergunning hadden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om studenten of arbeidsmigranten uit een land buiten Europa. Deze zogenoemde ‘derdelanders’ hadden wel het recht om in Oekraïne te wonen, werken of studeren, maar dat recht was tijdelijk van aard.

Europese Raad heeft juist besloten om de werking van de TBRi met nog een jaar te verlengen

Voor deze derdelanders konden de lidstaten van de EU naar eigen keuze ook de bescherming van de TBRi van toepassing verklaren. Een aantal landen heeft dat gedaan: Nederland, Duitsland, Ierland, Tsjechië, Oostenrijk en zelfs een niet-EU-land als Zwitserland. Dat betekent dat deze tweede categorie ook in Nederland bescherming heeft volgens deze richtlijn. En dus hebben zij het recht om hier te wonen en te werken.

Motie

Naar aanleiding van een aantal verontrustende berichten nam de Tweede Kamer in juli vorig jaar een motie aan met als strekking: beëindig de opvang van deze gevluchte ‘derdelanders’. De staatssecretaris dacht vervolgens dat die motie heel simpel was uit te voeren, door in de Nederlandse regelgeving vast te leggen dat nieuw binnengekomen derdelanders niet meer in aanmerking komen voor deze bescherming. Bovendien beperkte de regering de bescherming voor ontheemden die hier al waren in de tijd tot 4 maart 2023.

Beide maatregelen zijn onjuist en in strijd met het recht. Allereerst kun je eenmaal verworven rechten niet met terugwerkende kracht intrekken. In de tweede plaats is het wel mogelijk om voor sommige derdelanders zonder een permanente verblijfs­vergunning in Oekraïne het loket in Nederland sluiten, maar dat geldt alleen voor nieuwe gevallen. En dat betekent dan – in de juridische context – nieuwe gevallen die zich aandienen nadat deze wijziging op de juiste manier is afgekondigd, dus met een publicatie van de gewijzigde maatregelen in de Staatscourant. Dat gebeurde op 25 augustus 2022. In die aflevering van de Staatscourant stond echter ook dat de wijzigingen met terugwerkende kracht zouden ingaan, maar dat kan dus niet.

Ministers van de EU

In de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn staat bovendien expliciet dat de Europese Raad besluit of en wanneer de richtlijn bescherming zal bieden. Daarin staat vermeld dat alleen de verzamelde ministers van Justitie van de EU de bevoegdheid hebben dit besluit te nemen. De Nederlandse staat­secretaris is dus niet in de positie om op eigen gezag degenen die hier bescherming krijgen, te vertellen dat deze op 4 maart zal stoppen.

Sterker nog, de Europese Raad heeft vlak voor de jaarwisseling juist besloten om de werking van de TBRi met nog een jaar te verlengen tot in ieder geval 4 maart 2024.

Als de staatssecretaris toch de opvang zal willen stopzetten, mogen derdelanders daar niet alleen formeel bezwaar tegen maken, maar zelfs naar de rechter stappen. Daar kunnen zij, in een bestuursrechtelijk kort geding, eisen de bescherming en alle daarmee verband houdende rechten te continueren. Ik vermoed dat een dergelijke actie uiterst kansrijk is bij de rechter.

Iraanse media: Zwangere Koerdische vrouw krijgt doodstraf

0
Shahla Abdi, een jonge en zwangere Koerdische vrouw, heeft de doodstraf opgelegd gekregen. De politie arresteerde haar in oktober nadat ze een foto van Ruhollah Khomeini had verbrand.
Dit meldt IranWire, zich baserend op inlichtingen. Meerdere bronnen hebben de nieuwssite verteld dat Shahla Abdi gevangen zou zijn genomen in de stad Urmia, in het Noord-Westen van Iran. De gevangenbewaarders zouden haar daar hebben verwaarloosd.
Een gevangene uit Urmia meldt dat Abdi heel zwak is door mishandeling en dat ze tevens zwanger is. Een andere bron, ook een gevangene, meldt dat Abdi bang is en slecht wordt verzorgd.
Het zou niet de eerste keer zijn dat een Koerdisch en zwangere vrouw de doodstraf wacht. Op 18 januari zou de zwangere Koerdische Zahra Nabizadeh zijn gearresteerd en een miskraam hebben gehad nadat haar bewakers haar mishandeld hadden. Volgens Iran International zouden gedurende de eerste helft van januari bijna honderd Koerden zijn gearresteerd. Eind december 2021 spraken de Verenigde Naties zich uit tegen het executeren van Koerdische gevangenen door Iran.

Amnesty: VN moet Pakistan aanspreken op mensenrechtenschendingen

0

Mensenrechtenorganisatie Amnesty International roept de lidstaten van de Verenigde Naties (VN) op zich uit te spreken over mensenrechtenschendingen door Pakistan. Amnesty brengt dit naar buiten vlak voor de vierde periodieke beoordeling van Pakistan door de VN.

Medewerker Rimmel Mohydin zegt: ‘De vierde beoordeling komt op een tumultueus moment wat betreft de mensenrechtensituatie in Pakistan. Er is politieke onrust, economisch instabiliteit, klimaatcrisis en een onderdrukking van het maatschappelijk middenveld.’ In die situatie kunnen mensen makkelijk straffeloos de mensenrechten schenden, waarschuwt Mohydin.

De periodieke beoordeling is een kans voor VN-lidstaten om zich uit te spreken tegen mensenrechtenschendingen in Pakistan, vindt Amnesty. Volgens de mensenrechtenorganisatie komt Pakistan verplichtingen en toezeggingen op het gebied van mensenrechten niet na.

De vorige beoordeling vond plaats in 2018, waarna Pakistan beloofde om gedwongen ontvoeringen strafbaar te maken en de daders te straffen, maar daar is niks van gekomen. Ook waren er beloftes om minderheidsgroepen te beschermen tegen discriminatie en gewelddadige, vaak dodelijke aanvallen. Daarentegen is de greep van de staat op de pers en het maatschappelijk middenveld de laatste vijf jaar alleen maar sterker geworden.

Amnesty dringt erop aan dat de VN-lidstaten zinvolle relaties houden met Pakistan. Ook wil Amnesty dat de VN de eerdere aanbevelingen herhaalt en nieuwe concrete aanbevelingen doet om respect voor mensenrechten in Pakistan te verbeteren.

Marokkaanse voetballer El Khannouss Belgisch voetbaltalent van het jaar 2022

0

De 18-jarige Marokkaanse voetballer Bilal El Khannouss is eergisteren uitgeroepen tot Belgisch Voetbaltalent van het Jaar 2022, tijdens de 69ste editie van de Belgische Gouden Schoen. Dit bericht Morocco World News.

El Khannouss trok met name de aandacht van voetbalfans omdat hij de jongste speler was van het Marokkaanse elftal tijdens het WK in Qatar. Ondanks zijn jonge leeftijd slaagde de voetballer erin om een van de belangrijkste spelers van Marokko te worden tijdens het toernooi.

De jonge Marokkaan speelt voor de Belgische voetbalclub Genk. Veel Belgen hoopten dat Khannouss voor België uit zou komen, maar hij koos voor Marokko. Dat bleek een verstandige keus te zijn, want Marokko haalde uiteindelijk de halve finale.

De prijsuitreiking vond plaats in de Belgische stad Antwerpen, in aanwezigheid van verschillende voetbal- en sportpersoonlijkheden.

Er gaan geruchten dat El Khannouss misschien voor Ajax gaat voetballen, maar de jonge topvoetballer wil hier niet op reageren.

Collectief Tegen Islamofobie in Europa: anti-moslimsentiment verbonden aan nationalisme

0

De toename van islamofobie (discriminatie van en haat tegen moslims) in Europa hangt nauw samen met de opkomst van nationalisme. Dat stelt het Collectief Tegen Islamofobie in Europa (CCIE) in zijn woensdag gepubliceerde jaarverslag voor 2022.

De in België gevestigde organisatie ontstond nadat Frankrijk in 2020 het Collectief Tegen Islamofobie in Frankrijk ontbond. Het CCIE registreert in Europa een flinke toename van moslimdiscriminatie in 2022. Daarbij gaat het ook om institutionele discriminatie, bijvoorbeeld in overheidsbeleid.

Dankzij de opkomst van extreemrechts, neemt ook het ontkennen en bagatelliseren van moslimdiscriminatie toe. CCIE wil dat de Europese Commissie de structurele dimensie van deze vorm van discriminatie erkent en naast de coördinator antisemitisme ook een coördinator islamofobie instelt.

Het CCIE strijdt ook tegen de maatregelen die de Franse al jaren neemt tegen wat zij ‘islamitisch separatisme’ noemt. Frankrijk heeft op basis van aantijgingen van separatisme diverse organisaties ontbonden, maar ook enkele moskeeën gesloten. Minister Gérald Darmanin trok zelfs ten strijde tegen halal-producten die naar zijn mening al te zichtbaar in de schappen van de supermarkten lagen.

Het CCIE registreerde voor 2022 in totaal 527 incidenten van discriminatie of racisme jegens moslims, waaronder ‘daden van discriminatie (467), provocatie en aanzetten tot haat (128), beledigingen (71), morele intimidatie (59), laster (44), fysieke aanvallen (27) en feiten die verband houden met de strijd tegen radicalisering en separatisme (33)’.

De islamofobiewaakhond pleit voor betere ondersteuning van organisaties die opkomen voor de rechten van moslims, en voor het bevorderen van waardering voor diversiteit.

Religieuze framing van een politiek conflict

0

Sommige kwesties zijn zo precair, dat erover schrijven journalistieke evenwichtskunst vergt. Onderwerpen waarin woordkeuze en formulering nauw luisteren.

Het Palestijns-Israëlische conflict is bij uitstek zo’n kwestie. In hun berichtgeving over Palestijnen die protesteren tegen illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de bezetting van de Palestijnse gebieden in het algemeen, moeten journalisten hun woorden op een goudschaaltje wegen – voordat je het weet lijk je partijdig.

Dat het Israëlische leger hard optreedt tegen Palestijnse protesten, is in de ogen van een Israëlaanhanger al bijna geen objectieve formulering. Dat het leven van Israëliërs wordt getekend door aanslagen gepleegd door Palestijnen evenmin.

Het is de taak van de media om onpartijdig over deze zaken te schrijven, maar bij zo’n ingewikkeld historisch conflict als dit, is afwogen woordkeuze geen sinecure. Zeker vanuit de rolopvatting dat kritische berichtgeving ook onderdeel is van journalistiek.

Dat alles was in onze gedachten bij het interview met de nieuwe CIDI-directeur Naomi Mestrum, waar wij uitgebreid stilstonden bij het conflict. In hoeverre onze berichtgeving objectief en kritisch is geweest, is aan de lezer om te beoordelen.

Met het aantreden van de nieuwe regering van premier Benjamin Netanyahu lijkt de berichtgeving over de Palestijnse kwestie een nieuw tijdperk te betreden. Neem het spraakmakende bezoek van de minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir aan de Tempelberg, een heilige plek voor joden, christenen en moslims. Hij negeerde daarmee het verbod van de Israëlische opperrabbijnen en provoceerde moslims. Onze columnist, rabbijn Lody van de Kamp verwoordde zijn zienswijze in een scherpe column. Hij is niet de enige die zich uitspreekt tegen het nieuwe regeringsbeleid. In de grote Israëlische steden demonstreren tienduizenden burgers tegen hervormingen die zijn ingesteld door de radicaal-rechtse regering. Tot zover de kritiek van binnenuit.

‘Een buitenstaander van antisemitisme beschuldigen is een tactiek om de discussie monddood te maken’

Het probleem is dat aanhangers van de Israëlische regering er alles aan doen om kritiek op Israël weg te zetten als antisemitisme. Dat is al jaren de praktijk en zal waarschijnlijk alleen maar toenemen. Die beschuldigingen trekken een zware wissel op de journalistiek.

Op1-presentator Natasja Gibbs kreeg onlangs een stroom van kritiek toen ze tijdens een interview met Gert-Jan Segers, toenmalig leider van de ChristenUnie, de Israëlische regering een apartheidsregime noemde. De omroep nam het voor haar op en verwees naar de bronnen – Amnesty International, Human Rights Watch en andere organisaties – die vaststellen dat in Israël apartheid heerst.

‘Als een buitenstaander kritiek uitoefent op de politieke situatie in Israël, wordt hij beschuldigd van antisemitisme’, zegt rabbijn Lody van de Kamp in reactie op de uitzending. ‘Het is een tactiek die werkt, daarmee maak je de discussie monddood. Mensen durven zich niet meer over de kwestie uit te laten.’

De vraag is in dit geval: hoe moet de journalistiek omgaan met het objectieve rapporten met kritische conclusies die gerenommeerde mensenrechtenorganisaties hebben gepubliceerd? Had Gibbs terughoudendere bewoordingen kunnen kiezen? Wij denken van niet.

Richting de Israëlische regering kun je vergelijkbare vragen stellen. Kunnen de Israëlische regering en haar aanhangers bij kritiek op het politieke beleid, niet terughoudender zijn in het duiden van de oordelen en het trekken van conclusies? Net als iedere regering hoort ook de Israëlische kritiek te kunnen incasseren.

Overal trekken populistische leiders de religieuze of etnische troefkaart voor politiek gewin. In Turkije misbruiken de Turkse regering en de islamist Erdogan de islam en het Turkse nationalisme om oppositie en critici de mond te snoeren.

Vijf jaar geleden uitte Ahmed Akgündüz, rector van de Islamitische Universiteit Rotterdam, een ernstige opvatting over Gülen-sympatisanten. Die zouden volgens de islam de doodstraf verdienen, vond hij.

In de ogen van de Rotterdamse rector en andere Turkse fanatici zijn Erdogan en zijn regering heilig. Kritiek op de Turkse regering en Erdogan is kritiek op de islam. Ik ben zelf ontelbare keren bedreigd met woorden als anti-moslim en anti-islam, omdat ik het politieke beleid van Turkse regering bekritiseer.

Niet alleen de Israëlische regering doet alsof haar conflict met de Palestijnen vooral om religie draait: bijna alle moslimleiders doen dat eveneens, door misbruik van het Palestijnse-Israëlische conflict. Veruit de meeste moslims zijn niet antisemitisch, maar populistische leiders zuigen hen ongemerkt mee in hun etnische en religieuze framing van dit ten diepste politieke conflict.

Het blijft dus belangrijk om zo helder en neutraal mogelijk te berichten over gevoeligheden als het Palestijns-Israëlische conflict. Verder blijft het essentieel om politiek en religie niet met elkaar te vermengen. De geschiedenis van Israël en Palestina is zo al complex genoeg.

Pakistans pijnlijke geschiedenis van vervolging van hindoes en christenen

0

De prijswinnende documentaire The Losing Side (2022) vertelt het verhaal over de gedwongen islam-bekeringen van christelijke en hindoeïstische meisjes en vrouwen in Pakistan. De Pakistaanse staat tolereert praktijken zoals deze gedwongen bekeringen heimelijk. Activisten verzetten zich hier echter juist tegen.

De trailer van de docu begint met een jonge hindoevrouw in een mosgroene sari, te midden van een woestijnvlakte in de Zuid-Pakistaanse provincie Sindh. Ze vertelt dat ze werd ontvoerd toen ze haar huis verliet. Ze pinkt een traan weg.

‘De documentaire is gebaseerd op echte verhalen van slachtoffers van gedwongen bekeringen’, vertelt filmregisseur en activist Jawad Sharif. ‘De meisjes worden ontvoerd en vervolgens uitgehuwelijkt aan islamitische mannen die vaak veel ouder zijn dan de slachtoffers.’

Sharif won met deze documentaire een prijs op het filmfestival van Cannes. Veel van zijn projecten gaan over mensenrechten en onrecht tegen minderheden. In 2011 maakte hij een documentaire over vrouwenrechtenactiviste Malala Yousafzai, die in 2014 de Nobelprijs voor de Vrede won. In 2018 kreeg Sharif een prijs voor zijn film Indus Blues, die laat zien hoe Pakistaanse volksmuzikanten lijden onder maatschappelijke druk en armoede

Nadat Sharif in contact kwam met een aantal slachtoffers van gedwongen bekering, besloot hij een documentaire te maken: ‘Het leed van religieuze minderheden gaat me aan het hart; veel vrienden van mij zijn christelijk of hindoe. Wanneer iemand hen onrecht aandoet, voel ik hun pijn. De vrouwen en meisjes die te zien zijn in de documentaire konden uiteindelijk weglopen van hun ontvoerders, maar ze worden nog steeds door hen lastiggevallen. Hierdoor was het voor hen heel moeilijk om hun verhaal te doen, en wilden ze alleen anoniem in beeld.’

Sharif: ‘In de film spreek ik ook met politici en activisten die een einde willen aan gedwongen bekeringen. Maar er heerst vooral ontkenning omtrent dit probleem en vaak beschuldigen mensen mij ervan westerse propaganda over Pakistan te verspreiden.’

Gedwongen bekeringen

Er zijn jaarlijks terugkerende berichten over gedwongen bekeringen in Pakistan. Slachtoffers zijn hindoe- en christenvrouwen uit de armere sociale klassen. Een groot deel is minderjarig. Soms worden de meisjes en vrouwen dagenlang vastgehouden en verkracht, als ze weigeren om van geloof te veranderen.

Afgelopen week spraken mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties zich uit tegen de gedwongen bekeringen tot islam. Ze eisen dat de Pakistaanse regering actie onderneemt. Bovendien blijkt uit een recent VN-onderzoek dat Pakistan heeft gelogen over de omvang van mensenrechtenschendingen en de ernst van gedwongen bekeringen. De Pakistaanse regering werpt tegen dat de aantijgingen over gedwongen bekeringen onderdeel zijn van een lastercampagne georganiseerd door ‘vijanden’ van het land.

‘Wanneer een Pakistaanse rechter een meisje ziet dat tot islam is bekeerd, zal hij dit eerder als een overwinning zien dan als een zaak die moet worden onderzocht’

‘De regering moet een onpartijdig en eerlijk onderzoek instellen naar alle beschuldigingen van gedwongen bekeringen.’ vindt de katholieke Peter Jacob, onderzoeker en directeur van de Pakistaanse organisatie Centre for Social Justice, die de gedwongen bekeringen en het misbruik van de omstreden blasfemiewetten in Pakistan monitort. Afgelopen jaar wilde de Pakistaanse regering het onderzoek van Jacobs en zijn organisatie stopzetten, omdat hij ‘propaganda’ zou verspreiden tegen de Pakistaanse staat.

Jacobs heeft weinig hoop dat de veroordeling van Pakistan door de Verenigde Naties gaat helpen: ‘VN-deskundigen herhalen alleen maar een reeds vastgesteld probleem en benadrukken de noodzaak om een einde te maken aan deze grove schending van de mensenrechten. Lokale en internationale mensenrechteninstanties rapporteren al tientallen jaren over deze schendingen. Wat er nu moet gebeuren is dat de hele bevolking van Pakistan rechtsbescherming en religieuze vrijheden krijgt’.

Pakistaans religieus nationalisme

Gedwongen bekeringen zijn niet een op zichzelf staand probleem, maar onderdeel van een bredere context waarin niet-moslims in Pakistan als ‘de ander’ worden gezien, vertelt hindoe-activist Kapil Dev, die ook te zien is in de documentaire The Losing Side.

‘De Pakistaanse grondwet erkent alleen het islamitische geloof. Het wij-zij-denken – waarbij de moslim als ideale burger wordt gezien en de niet-moslim als buitenstaander – zit verankerd in de grondwet en dus in de mindset van de samenleving’, legt hij uit. De staat erkent het bestaan van een hindoeïstische en christelijke identiteit simpelweg niet. Dit speelt volgens hem een cruciale rol bij het in stand houden van gedwongen bekeringen: ‘Wanneer een Pakistaanse rechter een meisje ziet dat tot islam is bekeerd, zal hij dit eerder als een overwinning zien dan als een zaak die moet worden onderzocht.’

‘Wij activisten hebben zo vaak de autoriteiten aangesproken en gevraagd waarom het bijna altijd minderjarige meisjes zijn die worden weggerukt van hun families, om zich vervolgens binnen enkele dagen bekeren. Waarom vindt deze bekering altijd voorafgaand aan een huwelijk met een veel oudere man plaats? Het is heel duidelijk dat dit geen gezonde zaak is en dat er dwang in het spel is, maar desondanks weigeren veel autoriteiten dit probleem te erkennen, laat staan strafbaar te maken.’

Vervolging religieuze minderheden

‘Dit religieuze nationalisme is inherent aan de oprichting van de Pakistaanse staat en kent een lange geschiedenis’, vertelt de Pakistaanse journalist en beleidsanalist Raza Rumi. In 2014 pleegde een aan de Taliban gelieerde terreurgroep een mislukte aanslag op hem. Daarop verhuisdehij naar de Verenigde Staten.

‘De Pakistaanse staat is gecreëerd op basis van één religieuze identiteit: het land ziet zichzelf als een land voor moslims, niet voor niet-moslims. Vanaf het ontstaan van het land in 1947 begon de vervolging van religieuze minderheden.

Dus op het moment dat de Pakistaanse staat was opgericht, dat was tijdens de partitie tussen India en Pakistan in 1947, begon gelijk de vervolging van de hindoes. Immers, het land Pakistan werd opgericht als tegenhanger van het overwegend hindoeïstische India. Van christenen was er destijds nog geen systematische vervolging.’ legt Rumi uit.

‘We willen bewustzijn creëren over de onderdrukking van christenen en hindoes en hun verhalen van naar de mainstream media brengen’

Het resultaat van deze partitie was een exodus van Pakistaanse hindoes richting India. De hindoes uit de lagere sociale klassen konden het niet veroorloven om te migreren, en bleven daarom achter in Pakistan waar ze jarenlang institutioneel werden gediscrimineerd en slachtoffer werden van bedreigingen,  vertelt Rumi.Het resultaat was een exodus van Pakistaanse hindoes richting India. Hindoes uit de lagere sociale klassen konden het zich niet veroorloven om te emigreren en bleven achter in Pakistan. Daar waren ze volgens Rumi jarenlang slachtoffer van institutionele discriminatie en bedreigingen. De vervolgingen verergerden tijdens de militaire en fundamentalistische dictatuur van Muhammad Zia-ul-Haq, die duurde van 1977 tot 1988. ‘Het regime voerde draconische wetten en regels in om van Pakistan een islamitische staat te maken. Nieuwe Pakistaanse schoolboeken schilderden hindoes af als vijanden van de islamitische samenleving. Scholen gebruiken deze geschiedenisboeken nog steeds.’

De door de Verenigde Staten gefinancierde dictatuur van Zia-ul-Haq koos steeds vaker ook christenen als doelwit van vervolgingen. Het regime gebruikte bestaande blasfemiewetten, die tot dan toe alleen op papier bestonden, om geweld tegen de christelijke bevolking te rechtvaardigen. ‘In de meeste gevallen was er geen sprake van belediging van het geloof, maar misbruikte de staat blasfemiewetgeving om te laten zien dat moslims de baas zijn over de religieuze minderheden’, legt Rumi uit.

Druk op de Pakistaanse autoriteiten

De blasfemiewetten zorgen nog steeds voor ellende. Zo is in 2009 en in 2013 geweld uitgebroken tegen de christelijke gemeenschap, nadat christenen van godslastering waren beschuldigd.

‘Regeringen na die van Zia-ul-Haq waren gematigder en wilden het opnemen voor religieuze minderheden’, vertelt Rumi. ‘Gedwongen bekeringen zijn echter nooit strafbaar gemaakt. Hierdoor laat de Pakistaanse staat dit indirect toe. Ook geweld tegen minderheden blijft onbestraft. Vervolging van religieuze minderheden is daardoor eerder norm, dan uitzondering. Sterker nog: Imran Khan (premier van 2018 tot 2022, red.) zei ooit dat hij de gedwongen bekeringen afkeurt, maar intussen werkte hij juist samen met een radicale geestelijke die verantwoordelijk is voor de ontvoeringen en gedwongen bekeringen van minderjarige hindoemeisjes. In 2015 maakte Khan deze geestelijke lid van zijn politieke partij Tehreek-i-Insaf. Ook de blasfemiewetten en de Pakistaanse geschiedenisboeken, waarin hindoes als een vijand worden beschreven, worden nog steeds gebruikt.’

Filmmaker Sharif heeft een duidelijk doel met zijn documentaire: ‘We willen bewustzijn creëren over de onderdrukking van christenen en hindoes en hun verhalen van naar de mainstream media brengen. Dat is mijn sociale verantwoordelijkheid als filmmaker. Hoe meer internationale druk op Pakistan, hoe groter de kans dat beleidsmakers wetten maken die deze repressie bestraffen.’

Maar activist Dev betwijfelt of alleen internationale druk voldoende is om het leven van religieuze minderheden veiliger te maken. ‘De mindset van de Pakistaanse samenleving moet veranderen. Mensen erkennen niet-moslims nog steeds niet als volwaardige Pakistaanse burgers. Ze zien mij, als hindoe, nog altijd voor een Indiër aan, ook al woon ik in Pakistan.  En ik moet continu mijn loyaliteit aan de islamitische meerderheid bewijzen. Dat is het lot van religieuze minderheden in Pakistan. En dat gaat pas veranderen als Pakistan verandert van een theocratische staat in een seculiere staat die iedere burger respecteert, ongeacht het geloof.’

Jaap Hamburger: ‘Een beetje minder aandacht voor de Holocaust kan ook goed zijn’

0

Bijna een kwart van de Nederlandse jongeren twijfelt aan de Holocaust, stelt een Amerikaans onderzoek. Maar dit onderzoek rammelt aan alle kanten, schrijft RTL Nieuws. Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid is het daarmee eens.

Volgens Hamburger leidt het onderzoek de aandacht vooral af ‘van het echte probleem: de Israëlische apartheid en bezetting van Palestina’. Dat vertelt hij aan de Kanttekening naar aanleiding van de kritiek die al snel na publicatie van de bevindingen klonk.

Premier Mark Rutte en minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yesilgöz reageerden woensdag nog geschokt op het onderzoek. Zij baseerden zich daarbij alleen op berichten in de media. Hamburger denkt dat zij zich achter de oren zullen krabben, nu duidelijk is dat het onderzoek wankel is. ‘Het is bijna schokkend om te zien hoe mensen zich op sleeptouw hebben laten nemen door een Amerikaanse lobbyorganisatie.’

De opdrachtgever van het onderzoek blijkt zeer pro-Israël te zijn. Hamburger: ‘Zij hebben een duidelijke agenda, en de uitvoerder deed geen onafhankelijk onderzoek. Ook is het onderzoek slordig gedaan, telefonisch onder ‘jongeren’ tussen de 18 en 40 jaar. Terecht dat statistici kritisch zijn. Want dit is geen wetenschap, dit is politiek.’

Maar is het niet schokkend dat een deel van de Nederlandse jongeren blijkbaar weinig van de Holocaust weet? Hamburger positioneert zich kritisch in deze discussie. ‘Als je de precieze getallen niet weet, en dus niet weet dat tijdens de Holocaust zes miljoen Joden zijn vermoord, betekent dat niet automatisch dat je bagatelliseert. Dit kan ook komen door onwetendheid. Daarnaast gebeurde er, en dat weten veel mensen niet, veel meer dan de moord op zes miljoen Joden. Er werden ook meer dan honderdduizend Roma en Sinti vermoord, en nazi-Duitsland voerde een vernietigingsoorlog tegen de Slavische volkeren. Er zijn miljoenen Polen en Russen omgekomen en leden van andere nationaliteiten, en vergeet niet de nazi-euthanasiecampagne tegen gehandicapten en mensen die leden aan een psychiatrische ziekte.’

Hamburger vindt dat de holocausteducatie in Nederland allang haar doel voorbijgeschoten is. ‘Misschien is een beetje minder zelfs beter, nu. Want te veel aandacht voor de Holocaust leidt tot excessen. Veel categorieën mensen vergelijken nu hun eigen leed met dat van de Joden tijdens de Holocaust, en dat zouden ze niet doen als ze er niet zo veel van wisten. Denk aan de wappies met hun Jodensterren, maar ook de boze boeren.’

Maar hoe moet je dit thema dan wel aanvliegen bij geschiedenis en maatschappijleer? ‘Het is veel vruchtbaarder als je de nadruk legt op mensenrechteneducatie, en het belang van de rule of law’, antwoordt Hamburger. ‘Mensen moeten zich bewust zijn van de risico’s voor de samenleving en voor henzelf, als de mensenrechten en de rule of law niet meer gerespecteerd worden. De Holocaust is een extreme illustratie van hoe het mis kan gaan, maar het is natuurlijk niet het enige voorbeeld. De geschiedenis kent helaas meerdere massamoorden en genocides. Maak holocausteducatie daarom los van die ene gruwelijke genocide, en richt je vooral op het heden en de toekomst, in plaats van dat je voortdurend blijft hangen in het verleden.’

Finland kent militaire exportvergunning Turkije toe

0

Finland gaat weer wapens leveren aan Turkije. Dat is voor het eerst sinds het wapenembargo dat het land, samen met andere Europese landen, tegen Turkije instelde. De Turkse regering steunt toetreding van Finland en Zweden pas als er een einde komt aan dat embargo.

De Finse minister van Defensie kende zaterdag een militaire exportvergunning toe aan Turkije, meldt nieuwssite Middle East Eye. Deze beslissing is een persoonlijk ministerieel besluit van defensieminister Mikko Savola, vertelt hij in Finse krant Helsingin Sanomat.

Volgens de Finse minister van Buitenlandse Zaken, Pekka Haavisto, zal de acceptatie van het NAVO-lidmaatschap van Zweden en Finland waarschijnlijk uitgesteld worden tot na de Turkse presidentsverkiezingen. Haavisto denkt ook dat er een pauze nodig is in de relaties tussen Turkije en de twee Scandinavische landen, omdat het verbranden van een Koran door een Zweedse extreemrechtse activist dit weekend veel woede opriep.

Politicus Li Andersson van de politieke partij Linkse Alliantie stelt dat de Finse regering de kwestie niet heeft besproken. Hij twittert: ‘De Linkse Alliantie steunt geen export van defensiemateriaal naar landen die in oorlog zijn of mensenrechten schenden. In onze opinie zou Finland geen exportvergunning aan Turkije moeten verlenen.’

Libië wil door met oliedeal Turkije, Europa sceptisch

0

De energiedeal tussen Libië en Turkije staat als een huis, zegt de Libische minister van Oliezaken. De rechter in zijn land zette echter eerder deze maand een streep door de overeenkomst. De deal zorgt voor spanningen met Egypte en Griekenland. Ook Europa is tegen.

Nieuwssite Middle East Eye interviewde minister Mohamed Aoun (Oliezaken). Eerder berichtte die site dat de oliedeal die Libië en Egypte in oktober sloten, kan leiden tot spanningen met Griekenland en Egypte. Die beide landen betwisten de rechten van Libië om onder de Middellandse Zee naar fossiele energie te zoeken. Aoun stelt echter dat de deal ‘geen negatieve gevolgen’ heeft voor andere landen.

De Europese Unie is sinds de oorlog in Oekraïne naarstig op zoek naar alternatieve energiebronnen. Olie en gas in het oosten van de Middellandse Zee zijn daarbij voor Europa interessant. Tegelijk waarschuwt de klimaatbeweging dat fossiele energiebronnen nooit een oplossing mogen zijn voor het huidige, acute energieprobleem. Extinction Rebellion voert al jaren actie tegen de winning van olie en gas door landen rond de Middellandse Zee.

De EU is tegen de energiedeal tussen Libië en Turkije, omdat deze in strijd zou zijn met internationale verdragen. Griekenland en Egypte maakten in 2020 eigen, concurrerende afspraken over de winning van gas in de Middellandse Zee. Libië is een olierijk land en heeft ook een grote gasreserve.

Sommige Libische kranten reageren op het interview met Aoun met de mededeling dat hij over de nieuwe energiedeal met Turkije niets te zeggen heeft. De Libische minister van Economie zou daarover gaan. Libische tegenstanders van de overeenkomst denken dat deze het verzoeningsproces in het door oorlog verscheurde land torpedeert. In Libië strijden troepen van veldmaarschalk Khalifa Haftar met de door het Westen erkende regering in hoofdstad Tripoli om de macht in het land.