Veel Hindostaanse queers worstelen om hun queer-zijn te combineren met de cultuur waarin ze zijn opgegroeid.‘We leerden niet om te praten over onze gevoelens.’
Een niet meer weg te denken thema in de media: de rechten van homoseksuele, biseksuele, panseksuele, transgender, intersekse en non-binaire/genderqueer Nederlanders, tezamen ook wel ‘queers’ genoemd. Maar de moeilijke strijd van Hindostaanse queers blijft nog onopgemerkt voor het brede publiek. Dit, ondanks dat de Hindostaanse gemeenschap, die bestaat uit Surinaamse Nederlanders met een Indiase achtergrond en meerdere religies, vrij groot is – er zijn tussen ruim 160.000 Surinaamse-Hindostaanse Nederlanders – en actief meedoet aan de Nederlandse samenleving.
‘Ik kreeg het gevoel dat ik niet openlijk over mijn homoseksualiteit mocht praten’, vertelt Kai Bhawanibhiek (31) uit Amsterdam. Hij werkt als beleidsadviseur Diversiteit & Inclusie bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Bhawanibhiek is ook bestuurslid van Hindostaans & Queer, een stichting die de Hindostaanse queergemeenschap een gezicht wil geven. Hij merkte al tijdens zijn jeugd in Suriname dat hij meer geïnteresseerd was in jongens.
‘Toen ik acht, negen jaar was, begon ik een beetje door te hebben dat ik jongens interessanter vond dan meisjes. Ik vond het leuker om me op te tutten en om met moeders make-up en kleren bezig te zijn. Mijn ouders en omgeving probeerden me te sturen in mijn gedrag, dat ik mij meer als een jongen moest gedragen. Als kind had ik niet door dat mijn gedrag niet past binnen onze maatschappij, totdat ik ermee geconfronteerd werd door bijvoorbeeld oudere nichten en neven en klasgenoten. O, ik doe dingen die niet oké zijn? Dat soort gedachten doen wel wat; ik werd er wel bewuster van.’
‘Mijn ouders en omgeving probeerden mij meer als een jongen te laten gedragen’
In Suriname bestonden al bars waar homoseksuele mannen en lesbische vrouwen samen konden komen. Toch werd er in zijn omgeving, op school en in zijn familie denigrerend gesproken over homo’s en lesbiennes, vertelt Bhawanibhiek. ‘Niet in kwade zin, maar als iets van buiten en niet als iets dat je wilt zijn.’
Hij groeide op in een hechte Hindostaanse gemeenschap. Tijdens zijn puberteit zat hij in twee werelden. ‘Bij ons werd geleerd dat je als een outcast wordt gezien wanneer je een andere seksuele geaardheid had. Je hoort te doen wat je ouders willen. Als je daarvan afwijkt, ben je niet goed bezig. Daarom heb ik het stilgehouden. Ik hield mijn werelden gescheiden: aan de ene kant was ik de keurige student met goede cijfers, aan de andere kant ging ik vanaf mijn veertiende stiekem daten met jongens. Ik wilde aardig gevonden worden. En dat kon alleen als iedereen dacht dat ik hetero was.’
Taboe en zwijgcultuur
Voor de 41-jarige Trishanka Smaal uit Amsterdam is het gevoel dat je leeft in twee werelden heel herkenbaar. Zij is geboren als jongen en heeft op volwassen leeftijd de stap gezet om de transitie naar een vrouwelijk lichaam te maken. Ze vertelt dat ze al tijdens haar jeugd het idee had dat ze niet in een jongenslichaam paste.
‘Toen ik vier jaar was keek ik tijdens het baden naar mijn zusje en dacht: wij zijn toch hetzelfde? Maar toen ik naar haar lichaam keek, besefte ik dat ik niet als mijn zusje was. Ik begreep niet hoe we lichamelijk anders waren; ik had echt het gevoel een meisje te zijn.’
‘We leerden niet om te praten over onze gevoelens, omdat in de Hindostaanse cultuur eer heel belangrijk is. De dingen die mij leuk leken – koekjes bakken, jezelf mooi maken, je haar doen – werden niet van mij verwacht. Jongens moeten zorgen voor familie en op volwassen leeftijd gaan jagen.’
Ze heeft in Suriname een moeilijke en zware jeugd gehad, waarbij ze op jonge leeftijd seksueel werd misbruikt in een internaat en werd mishandeld. Ook werd ze op school gepest door Surinaamse klasgenoten, omdat ze te vrouwelijk zou zijn.
‘Doordat ik tot mijn vijftiende alleen geweld had meegemaakt, kon ik ook nooit mijn eigen identiteit ontwikkelen. De LHBTIQA+-scene was niet bekend, dat werd gezien als een taboe. Vroeger werden mensen in Suriname vermoord als mensen in de omgeving erachter kwamen dat ze andere seksuele geaardheid hadden.’
‘Ik wilde van het balkon springen’
Toen ze op haar vijftiende naar Nederland was verhuisd en enkele jaren op haarzelf ging wonen, besloot Smaal eerst uit te kast te komen als homoseksuele man. Het fenomeen transgender was destijds nog vrij onbekend in de Nederlandse samenleving. Nadat haar oma overleed, belandde ze in een identiteitscrisis.
‘Dat was een genadeklap. Ik wilde toen niet meer leven. Ik wilde van het balkon springen, maar kreeg de deur niet open. Toen ben ik televisie gaan kijken en zag een uitzending van Oprah Winfrey over een Indiase jongen die een meisje wilde zijn. Ik herkende mijzelf erin. Oprah zei: ‘Er zijn mensen zoals jij. Je bent niet ziek. Je hebt het recht om hier te zijn.’ Voor het eerst hoorde ik het woord ‘transgender’. Dit veranderde mijn leven.’
Na een transitie-afspraak in het ziekenhuis te hebben gemaakt, duurde het ongeveer zeventien jaar voordat haar transitie compleet was.
Uit de kast komen
Voor Varisha Badloe (23) is de zwijgcultuur rond homoseksualiteit een herkenbaar probleem. ‘Binnen de Surinaamse en Hindostaanse cultuur durven mensen niet altijd open over hun seksuele geaardheid te zijn’, legt Badloe uit. ‘Dat er zo weinig bekend is, komt gedeeltelijk doordat de Hindostaanse queergemeenschap klein is. Maar ook omdat er in de Nederlandse samenleving weinig ruimte wordt gegeven aan queer Hindostanen. In de media zien we namelijk vooral witte queer mensen. Ook wordt er toch vaak vanuit gegaan dat binnen niet-westerse culturen queer-zijn een taboe is – wat niet altijd zo is, maar dit zorgt er ook voor dat queer mensen binnen deze culturen vergeten worden.’
‘In de media zien we vooral witte queer mensen’
Badloe komt uit Almere en studeert Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze is zelf lesbisch en is ook bestuurslid bij Hindostaans & Queer. Ze vertelt dat ze sinds haar puberteit eigenlijk wel wist dat ze op meisjes viel.
Toen ze op de middelbare school een vriendinnetje kreeg, besefte ze dat ze het hier lastig mee zou krijgen. ‘Ik kreeg het gevoel dat ik niet aan een bepaald plaatje voldeed: het plaatje waarin een Hindostaanse vrouw samen met een Hindostaanse man een relatie heeft.’
Dit conflict met de Hindostaanse sociale normen en haar eigen gevoelens zette haar aan het denken. ‘De relatie met mijn vriendin voelde wel goed. Maar thuis durfde ik niet te spreken over mijn queer-zijn. Totdat ik op mijn veertiende uit de kast kwam. Mijn ouders waren verbaasd, en vonden het helemaal niet goed. Ik heb mijn familie de tijd gegund om het te verwerken. Ik kan het hen ook niet kwalijk nemen. Mijn progressieve familieleden vonden het juist dapper dat ik uit de kast kwam, en steunden mij.’
De kast weer in
Ook de homoseksuele Kai Bhawanibhiek heeft ervaren dat het thema homoseksualiteit lastig te bespreken is met Hindostanen. Zelfs bij de jongere generatie. Toen hij tijdens zijn studentenjaren actief was bij een Hindostaanse studentenvereniging, merkte hij dat er krampachtig werd omgegaan met homoseksualiteit.
‘Ik was lid van het Hindoe Studenten Forum Nederland, waar ik jarenlang heel actief was als bestuurslid. In die tijd wisten een aantal bestuursleden dat ik gay was, maar ik durfde er nog niet openlijk over te praten. Toen er het idee kwam om een evenement te organiseren om homoseksualiteit onder de leden en achterban bespreekbaar te maken, ontstond er veel ophef onder de bestuursleden. Er werd niet expliciet gezegd dat homoseksualiteit niet werd geaccepteerd, maar er werd de hele tijd omheen gedraaid. Dat maakte voor mij expliciet duidelijk dat er geen ruimte voor mijn queer-zijn was bij de vereniging. Tot dan was het onuitgesproken en had ik er vrede mee, een lichte vorm van gescheiden werelden. Maar na de ophef begon het erg te wringen. Uiteindelijk ben ik opgestapt als bestuurslid, omdat ik het idee kreeg dat mijn gay-identiteit niet zou worden geaccepteerd.’
Ook bij zijn vrienden en familie kon hij niet over zijn geaardheid praten, vertelt hij. ‘In Hindostaanse families wordt ons geleerd: ‘Manai ka boli?’ Ofwel: ‘Wat zullen andere mensen over jou gaan zeggen?’ Je wordt van kinds af aan geleerd dat je beter kunt zwijgen, dan er openlijk voor uit te komen. Dus toen ik rond mijn 21e voor het eerst mijn ouders durfde te vertellen dat ik homoseksueel ben, was er gelijk de zorg over wat de omgeving van ons zou gaan denken. Zouden ze gaan oordelen over de familie? Mijn vader was in het begin dan ook heel lang in ontkenning. Mijn geaardheid werd gezien als iets dat ik beter kon verstoppen.’
‘Wanneer ik mijn familie in Suriname bezoek, ga ik een klein beetje de kast in’
Uiteindelijk hadden zijn ouders en de rest van zijn familie in Nederland zijn homoseksualiteit stilzwijgend geaccepteerd. In Suriname ligt het nog wat gevoeliger.
‘Mijn ouders durven het niet aan hun sociale omgeving in Suriname te vertellen. En er is dan nog steeds de vraag wanneer je gaat trouwen. Er bestaat bij ons veel sociale controle, vooral vanuit de Hindostaanse gemeenschap in Suriname. Mijn ouders hebben hun wereld en hun gemeenschap om mee te dealen. Wanneer ik mijn familie in Suriname bezoek, ga ik dan ook een klein beetje de kast in. Daar heb ik voor nu vrede mee’, vertelt Bhawanibhiek.
Het derde geslacht
Het bezoeken van familie ligt ook bij Trishanka Smaal heel gevoelig. ‘Voordat ik besloot tot mijn transitie naar een vrouwelijk lichaam bezocht ik niet de hindoekant van mijn familie. Ik heb ook lang een haat gehad tegen hindoes. Maar na mijn transitie besloot ik toch de stap te zetten en hen te bezoeken. Ik zei tegen mijzelf: ‘You have to face your demons.’ Een neef kwam naar mij toe en zei dat ik van mijzelf moet houden. Mijn familie was heel omarmend; ik werd liefdevol opgevangen.’
Smaal voegt toe dat het belangrijk is om te beseffen dat de Indiase cultuur en het hindoeïsme al eeuwenlang het concept van een derde geslacht hebben. ‘Het taboe rondom homoseksualiteit en transgenders heeft niks met onze religie en cultuur te maken. Maar mensen wordt aangeleerd dat dit taboes zijn.’
Desondanks blijft transgender-zijn een taboe onder Hindostanen. ‘Toen ik een tijd geleden heel graag het Holi-festival wilden vieren in een mandir (hindoetempel, red.) was ik niet welkom, omdat ik een transgender ben. Dit was wel pijnlijk, omdat ik eindelijk de hindoe-cultuur wilde beleven, maar desondanks werd buitengesloten.’
Hoe kunnen queer Hindostanen in de toekomst meer geaccepteerd worden? Badloe legt uit: ‘Het is belangrijk dat we meer elkaar steunen. Tijdens de Indian History Month, die in juni werd georganiseerd door Hindostaans & Queer en het Sarnamihuis, probeerden we de stemmen van queer Hindostanen te verzamelen en te vergroten. Maar ook in de Nederlandse media mogen queer Hindostanen eindelijk een stem krijgen. De steun en de erkenning moet ook van buitenaf komen.’
Bhawanibhiek is het daarmee eens. ‘Queer zijn in Nederland is een westers concept, een soort wit homofeest. Dit beeld volledig en daarmee inclusief maken is een grootse klus. Er is nu nauwelijks ruimte voor queers van kleur op invloedrijke plekken.’
‘De steun moet ook van buitenaf komen’
Bij de acceptatie van queer Hindostanen komt veel intersectionaliteit kijken, zegt Badloe. ‘We zijn én van kleur én queer. In de wereld is veel racisme, maar ook veel homofobie. Dus als je én van kleur én queer bent, dan loop je tegen meer dingen aan. Ik merk dat dit extra laagje vaak wordt vergeten tijdens discussies over queer en homoseksualiteit. Die inclusiviteit ontbreekt nog vaak in veel queer groepen. Hierdoor kun je je best wel eenzaam voelen als queer van kleur.’
Rik Smits (1953) is een Nederlandse taalkundige, non-fictieschrijver, wetenschapsjournalist en redacteur. Deze maand verscheen zijn nieuwste boek: The art of verbal warfare, ofwel de kunst van het oorlog voeren met woorden. Denk aan vloeken, schelden en intimidatie, maar ook aan sociale media, nepnieuws, blasfemie- en censuurwetten en ‘politieke correctheid’. Welke inzichten biedt dit boek voor het Nederlandse multiculturele debat, specifiek over racisme, de islam, immigratie en het nu veelbesproken fenomeen ‘woke’?
Beeld: Reaktion Books
Uw boek is getiteld The art of verbal warfare. Ik moet dan meteen aan Twitter denken, dat het afvoerputje van de Nederlandse samenleving lijkt te zijn geworden. Hier maken mensen elkaar het leven zuur, wordt er gescholden en geïntimideerd. Hoe komt dit?
‘Op alle sociale media gebeurt dit, maar het sterkst op Twitter. Dat is meest extreme vorm van sociale media. Sociale media zijn een rare mix van onze manieren van communiceren. We kunnen met elkaar praten – dat is interactief, maar ook vluchtig – en we kunnen iets schrijven – dat is niet interactief en ook niet vluchtig. Het is permanent, en vanzelf formeler: ‘zwart op wit’. Sociale media passen niet in dat stramien. Normaal geldt: wat permanent is, is niet interactief. Je kunt niet tegen een boek terugpraten, hooguit een recensie schrijven of een brief aan de auteur. Maar bij Twitter is die interactie er dus wel. Het heeft de karakteristieken van een kroeggesprek, maar wat je zegt is permanent. We kunnen daar niet goed tegen, we vergeten dat wat we schrijven teruggelezen wordt – en ook nog eens zonder context.’
En dat is een recept voor problemen?
‘In een kroeggesprek zie je niet alleen de gezichtsuitdrukkingen van mensen. Je hoort ook hoe woorden worden uitgesproken en of de boodschap ironisch bedoeld is of niet. Bovendien praat je vaak met bekenden. En zeg je iets dat in slechte aarde valt, dan maak je excuses en dan is iedereen het vergeten. Maar bij Twitter wordt alles bewaard. Hierdoor kunnen mensen zich boos maken over tweets van vijf, tien jaar geleden die uit de context worden gerukt en weer boven water worden gehaald.
‘Mijn vermoeden is dat we hier nooit goed mee om leren gaan, want Twitter ‘voelt’ wél als een gezellig gesprek. Het geeft de illusie van intimiteit. Maar dat is het gesprek dus niet. Mensen luisteren mee, de hele wereld kan meegenieten en zich er nu of later mee bemoeien. In een café negeer je sociale kneuzen, maar op Twitter kan dat niet. De meeste mensen op Twitter zijn heel braaf en voeren brave gesprekjes met elkaar. Maar ze hebben totaal niet in de gaten dat wat ze zeggen openbaar is. Ze vertellen over hun hele ziektegeschiedenis. Of over de problemen met hun kind. Ze vertellen dingen die je normaal niet aan iedereen vertelt. Ze stellen zich heel kwetsbaar op. Dat is nogal naïef.’
Op Twitter worden complottheorieën ook relatief gemakkelijk verspreid: over de MH17, QAnon, ‘omvolking’, enzovoort. Hoe komt dat?
‘Onder andere vanuit Rusland worden trollen aangestuurd om het maatschappelijke debat in het Westen te verzieken, maar er zijn ook twitteraars die desinformatie verspreiden omdat ze nuttige idioten zijn. Ik ben in maart een lijst begonnen van accounts die desinformatie verspreiden over Oekraïne. De teller staat nu ruim op duizend. Veel van deze goedgelovige idioten die desinformatie verspreiden voelen zich niet gehoord. Ze zullen niet gauw een brief schrijven aan een krant, die waarschijnlijk toch niet gepubliceerd wordt, maar op Twitter vinden ze gelijkgestemden die met dezelfde frustraties zitten. En dat kan weer leiden tot het delen van complottheorieën.’
Waarom zijn juist debatten over racisme, de islam en immigratie zo ontzettend gepolariseerd? Welke mechanismen gaan hier achter schuil?
‘Die onderwerpen zijn tegenwoordig niet sterker gepolariseerd dan andere heikele kwesties, zoals de stikstofcrisis en de oorlog in Oekraïne. Er is bovendien heel veel overlap. Covid-wappies zijn nu vaak pro-Rusland. Tussen wappies en Rusland-apologeten bestaan enorme banden. Vaak zijn het ook dezelfde mensen.
‘In het racismedebat en islamdebat domineren belangengroepen, dat maakt die debatten zo fel. Er doen veel mensen mee die van slachtofferschap hun verdienmodel gemaakt hebben en andere groepen mensen de schuld geven van hun ellende. Ze krijgen niet zelden subsidie van organisaties en stichtingen die alleen het slachtoffernarratief willen horen.’
Als ik denk aan slachtofferschap en het multiculturele debat, dan kijk ik ook naar de rechterkant, naar Ongehoord Nederland en Geert Wilders.
‘Die heb je natuurlijk ook. Als je Arnold Karskens bij Ongehoord Nederland ziet of (oud-journalist, red.) Karel van Wolferen bij Café Weltschmerz, dan zie je de verongelijktheid van hun gezicht druipen. Ook Wilders is altijd ‘woedend’, verklaart iedereen steevast ‘knettergek’. Dat soort sentiment is een belangrijke drijfveer voor mensen van links en rechts.
‘Ongeveer 30 procent van de bevolking loopt achter schreeuwlelijkerds aan, achter Geert Wilders en Thierry Baudet, maar ook achter iemand als Sylvana Simons. Politici die polariseren zijn niet geïnteresseerd in oplossingen. Ze willen dat de onvrede blijft, dat het vuur brandende blijft waarop zij gedijen.
‘Overigens is de islamdiscussie voorlopig vrijwel uit beeld verdwenen. Het publieke debat wordt nu gedomineerd door Black Lives Matter-activisten, door me too, wappies, enzovoort. Wilders staat volkomen buitenspel, is totaal irrelevant geworden. Dat komt ook doordat er al een aantal jaren in onze contreien nauwelijks grote aanslagen meer zijn. Laten we hopen dat dat zo blijft.’
Hoe komt het dat rationele argumenten er in het publieke debat tegenwoordig nauwelijks meer toe lijken te doen, dat mensen zo erg in groepen denken? Of is dit van alle tijden?
‘We zijn nu niet minder rationeel dan vroeger. Irrationaliteit is van alle tijden. Maar dankzij het internet en vooral dankzij sociale media krijgen we tegenwoordig veel meer borreltafelgeleuter te zien dat vroeger onopgemerkt bleef.
‘Dat we tegenwoordig, méér dan 25 jaar geleden, in groepen denken komt door het nu modieuze, uit Amerika overgewaaide identiteitsdenken. Je kleur en je achtergrond bepalen – dat is de heersende mening – hoe je toekomst eruit ziet. Feitelijk is dit denken racistisch, omdat het ten diepste inhoudt dat zwarte mensen en moslims niet aan hun lot kunnen ontsnappen, geen eigen toekomst voor zichzelf kunnen maken.’
Is alleen het Amerikaanse identiteitsdenken verantwoordelijk voor het denken in kleur en achtergrond? Denk aan de felle kritiek van de PVV en rechtse columnisten als Ebru Umar en Sylvain Ephimenco op de islam, of het gehamer van het CDA van Sybrand Buma op onze zogenaamde ‘joods-christelijke cultuur’.
‘Wat je er verder ook van vindt, en voor zover ik hun uitingen ken: Wilders, Umar en Ephimenco trekken juist van leer tegen de collectivistische verdrukking van het individu binnen de islam. Dat krijgt wel vaak de vorm van ‘ze zijn ook allemaal hetzelfde’, maar is, als je goed kijk, juist bijna het omgekeerde van het uit Amerika overgewaaide identiteitsdenken, dat Groepsangehörigkeit juist als de fundamentele, allesbepalende, positieve basis van alles beschouwt. En Buma wijst, op een wat onhandige manier, op een heel geschakeerde en complexe gedeelde geschiedenis die het denken van Europeanen in het algemeen beïnvloedt. Zeg maar datgene waardoor een Chinees of een Amerikaan ons allemaal zo Europees vindt.
Die gedeelde, lastig precies te omschrijven culturele erfenis is een feit, alleen zou het beter zijn als mensen er niet steeds die religie bijhaalden. Onze ‘typisch Europese’ manier van in de wereld staan is, zoals ik ook uitleg in mijn boek, juist eerder gevormd door een langzaam maar zeker afstand nemen van kerk en religie dan andersom.’
In The art of verbal warfare schrijft u dat Donald Trump en Geert Wilders Twitter heel slim hebben ingezet voor hun eigen ‘verbal warfare’. Waarom is Twitter vooral handig voor populisten?
‘Trump heeft een groep ongehoorde Amerikanen een stem gegeven. Hillary Clinton noemde deze arme, laagopgeleide kiezers deplorables, stumperds. Mede door deze opmerking heeft ze de presidentsverkiezingen in 2016 verloren en al die mensen in Trumps rabiaat-rechtse kamp gejaagd, wat niet wegneemt dat ze een punt had. Het ís een kansloze groep, die altijd zwaar de pineut is. Het is een sociale onderklasse waarmee je die in ons land op geen enkele manier kunt vergelijken. De actieve kern ervan zijn overheidsvijandige libertariërs van het diepste platteland, een slag dat in onze contreien niet bestaat. Dit zijn de mensen die met geweren zwaaien en milities vormen. Ze lezen geen kranten, kijken niet of nauwelijks televisie, maar hebben op hun mobiele telefoon wél Twitter. Zo kon Donald Trump hen bereiken, en miljoenen andere veronachtzaamden. Zij lazen zijn tweets, en hij verwoordde hun ongenoegen. Twitter heeft Trump gemaakt.
‘Met Wilders ligt het iets anders. Hij was de eerste populistische politicus die Twitter echt efficiënt heeft ingezet als verbaal wapen. Al in de jaren tachtig en negentig was politieke correctheid troef in Nederland. Zo lag er een cordon sanitaire om Hans Janmaat, die door zijn collega-politici en door de media met de nek werd aangekeken. Hij was een gecancelde avant la lettre. In een serieuze democratie is dat best wel immoreel, vind ik.
‘Wilders kreeg geen cordon sanitaire om hem heen, nadat hij in september 2004 uit de VVD stapte en ruim een jaar later de PVV oprichtte. Dit kwam door Twitter, dat toen net bestond. Wilders wilde niet met de media praten, want hij wilde geen tegenspraak of kritische vragen. Daarom gooide hij eenzijdige tweets, niet meer dan simplistische losse kreten, de wereld in. Maar in plaats van hem te negeren en te zeggen: ‘Meneer Wilders, komt u zich maar laten interviewen en anders: pech gehad’, gingen de media uitgebreid over zijn tweetjes berichten, waarop complete exegeses werden losgelaten. Dat – de pers dus – heeft Wilders groot gemaakt, en dat mag de pers zich aantrekken.’
Twitter, Facebook en andere sociale media hebben de taak om actief nepnieuws en hate speech, zoals antisemitisme en racisme, te bestrijden. Is dit een noodzakelijk kwaad of gevaarlijke censuur? En hoe komt het dat het modereren vaak nogal willekeurig lijkt?
‘Eigenlijk ben ik van het superliberale standpunt dat alles vrij moet zijn. Maar goed, er is ook echt een hoop werkelijk weerzinwekkende bagger. Dus vinden overheden dat er gemodereerd moet worden, maar ze weten niet hoe, en dus gooien ze alles op het bordje van de platforms. Maar de sociale media weten ook niet hoe het moet. Zij bezien die eisen vanuit het perspectief van een bedrijf, dat op aarde is om voldoende te renderen en zich aan de wet te conformeren om voort te bestaan. Dus nemen ze geen risico’s. Ze trekken wat blikken goedkope arbeidskrachten open, die ze minimaal instrueren: ‘Bij de minste twijfel: weg met die hap!’
‘Er worden daardoor aan de lopende band zaken ten onrechte verwijderd. In mijn boek noem ik een filmpje van het Alkmaars gemeentemuseum over de herdenking van 75 jaar D-Day. In het filmpje zag je wat stampende laarzen van marcherende NSB’ers en hier en daar een hakenkruis. En hup: filmpje weggecensureerd! Dat soort destructieve misverstanden krijg je als je een of andere Zuid-Koreaan inhuurt die geen idee heeft van de context. Dat zag je ook gebeuren bij VN-rapporteurs die over Zwarte Piet vielen. Omgekeerd hebben wij Nederlanders echt geen idee van wat het begrip ‘racisme’ in Amerika inhoudt.’
‘‘Fobie’ slaat op een onredelijke, biologische angst. Nu wordt dit toegepast op iemands mening’
U bent kritisch over begrippen als ‘islamofoob’, ‘homofoob’ en ‘transfoob’. Welke rol spelen deze begrippen in verbale oorlogsvoering?
‘Misschien klink ik nu wel een beetje als een boomer, maar we zijn in deze tijd een stuk minder tolerant dan pakweg zestig jaar terug. In 1967 verscheen er een boek met de titel Ik ben OK, jij bent OK. Het ging over leven en laten leven. Verdraagzaamheid. Als dat boek nu geschreven zou worden, dan zou de titel zijn: Ik ben OK, jij bent een lul. We zijn minder tolerant geworden, negatiever, repressiever. Iedere dag is er wel iets dat een minister in ons kabinet wil verbieden of afdwingen, lijkt het wel. En in discussies plakken we andersdenkenden graag een veroordelend label op, zodat je de discussie met elkaar niet meer hoeft aan te gaan. De term ‘fobie’ slaat op een onredelijke, biologische angst, voor spinnen of pleinen bijvoorbeeld. Maar nu wordt deze term toegepast op iemands mening over iets. Een persoon met een fobie is onredelijk en kun je dus negeren. Juist door die zogenaamde cancelcultuur wordt de polarisatie versterkt, omdat je niet meer het gesprek met elkaar aangaat, maar elkaar labels opplakt en uitsluit.’
Wat kun je het beste doen als je – ongefundeerd – voor islamofoob of racist wordt uitgemaakt? Negeren? In de tegenaanval gaan? Iets anders?
‘Dat hangt heel erg van de context af. Maakt iemand je op sociale media voor islamofoob of racist uit, dan moet je dat gewoon negeren. Want als je erop ingaat dan duiken allemaal fanatiekelingen op die je woorden uit hun verband rukken, en juist willen dat je reageert zodat ze je nog zwarter kunnen maken. Fanatici overtuig je niet.
‘Maar als je bijvoorbeeld in een debat in De Balie of De Rode Hoed bent, en iemand uit de zaal of een panellid maakt jou uit voor islamofoob of racist, dan moet je de confrontatie wel aangaan. Vraag: ‘Wat bedoel je daarmee? Leg eens uit.’ Je overtuigt die criticaster er niet mee, maar veel mensen in de zaal delen zijn mening niet. Die mensen twijfelen. Als je redelijk blijft en rustig antwoordt, krijg je die zogenaamde zwijgende meerderheid vaak best mee.’
Maar er bestaat natuurlijk wel echte moslimhaat en echt racisme. Hoe kaart je dat dan op een goede manier aan?
‘Wat bedoel je met ‘moslimhaat’? Haat is een felle, onredelijke antipathie tegen iets of iemand. Een niet onaanzienlijk deel van de binnenlandse moslimgemeenschap, een deel dat zich ook uitdrukkelijk als zodanig afficheert en zich van mainstream Nederland isoleert, houdt hardnekkig vast aan voor Europeanen moeilijk te verteren opvattingen en praktijken. Is onze maatschappij net – en nog maar kort – zo’n beetje ontsnapt aan de duistere eeuwen van vrouwenonderdrukking, vrouwenmishandeling en gewelddadig machismo, aan de meest bigotte uitwassen van schaamte en aan totale ontkenning van dingen als seks buiten huwelijksverband en homoseksualiteit, komen moslimimmigranten weer roet in het eten gooien en blijven ze dat generaties lang doen. Dat valt uiteraard niet goed.
‘Voeg daarbij een toch even lastig te ontkennen als gruwelijk palmares van in naam van de islam gepleegde terreurdaden uit de laatste halve eeuw, en het is niet onlogisch dat de islam er gekleurd op staat. Er is min of meer begrijpelijke vrees, afkeuring en zelfs minachting. Maar met blinde, onberedeneerde haat heeft het weinig van doen. ‘Haat’ is hier net zo’n versluierende, suggestieve term als ‘fobie’, bedoeld om elke kritiek op het gedachtegoed van de islam en gebruiken binnen de islam af te schieten.
‘‘Echt racisme’, daar kan ik helemaal geen kant mee op. Wat bedoel je daar in vredesnaam mee? Wat is ‘onecht racisme’ dan? Maar goed, ik doe een poging. Bij echt racisme denk ik aan wat de nazi’s praktiseerden: mensen in groepen indelen alsof het hondenrassen zijn, en dienovereenkomstig behandelen, domweg op basis van wat oppervlakkige uiterlijke kenmerken. Dat deed men – om andere redenen – ook in de negentiende-eeuwse plantage-economieën van Noord en Zuid Amerika, waar het diepe sporen heeft nagelaten, veel erger dan wij hier beseffen. In Nederland is daar echter niet of nauwelijks sprake van of van geweest. Wat we hier kennen is discriminatie en pestgedrag, waarbij ook etnische kenmerken een rol spelen. Dat is erg genoeg, maar echt iets anders dan wat er aan de overkant van de oceaan speelt.’
‘De pers is laf, en gaat mee in het discours van een randgroep van radicale activisten’
Wat vindt u van nieuwe termen: ‘wit’ in plaats van ‘blank’, ‘tot slaaf gemaakten’ in plaats van ‘slaven’ en genderneutrale begrippen als ‘schrijver’ voor een vrouw die schrijft?
‘Daar ben ik heel erg tegen. De pers is laf, en gaat mee in het discours van een randgroep van radicale activisten. Waarom ik dat verkeerd vind? Omdat de pers eigenstandig hoort te blijven, objectief over zaken hoort te berichten, dus hoort te vertellen dat er lui zijn die vrouwen van heur vrouwelijke identiteit willen ontdoen door zogenaamd neutrale – altijd mannelijke – terminologie af te dwingen. In plaats daarvan laten ze zich voor de extremistische kar spannen.’
U bedoelt de agenda van wat ‘woke’ wordt genoemd? Maar overdrijft u de invloed daarvan niet? BIJ1 heeft maar één zetel in de Tweede Kamer.
‘Het valt niet mee, helaas, met die invloed van woke. De taal wordt veranderd. Dat is schadelijk voor het debat, want je vervreemdt hierdoor ook een deel van je lezers van je. Ik ken niet een vrouw die ook maar greintje sympathie heeft voor mannelijke beroepsnamen voor vrouwen. Die graag een ‘schrijver’ wil genoemd worden in plaats van ‘schrijfster’. Het draagvlak voor die genderneutrale onzin is laag. Maar harde schreeuwers trekken vaak aan het langste eind.
‘Toch zie je de publieke opinie wel een beetje kantelen. In het onderwijs bijvoorbeeld. Daar heerste sinds de jaren zeventig – met dank aan PvdA-minister Jos van Kemenade – het dogma van de nivellering. Iedereen moest gelijk zijn. Dat betekende niet dat leerlingen met een laag niveau omhoog werden getild, maar dat het lage niveau maatgevend werd. Daar was dertig jaar geleden niet over te praten, dat heette elitair. Maar inmiddels is er iemand als columnist Aleid Truijens, die in de Volkskrantflinke kritiek gaf op kwalitatief slecht onderwijs, maar niet ontslagen wordt. En iemand als leraar en publicist Ton van Haperen schrijft ook verstandige dingen over het onderwijs.’
In The Art of verbal warfare legt u een verband tussen de katholieke Index librorum prohibitorum – lijst van verboden boeken – , de Iraanse fatwa tegen de Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie, de beruchte Pakistaanse blasfemiewetten en de zogenoemde ‘cancel culture’. Wat hebben deze zaken met elkaar gemeen?
‘Bij al deze voorbeelden gaat het over censuur als middel om intolerantie en superioriteitsdenken te bevorderen. De Katholieke Kerk meende te weten wat goed voor je was. De kudde moest dom blijven. Daarom werden tot 1965 alle kerkelijke rituelen ook in het Latijn gedaan. Dan bleef de kudde volgzaam en werd de maatschappelijke hiërarchie in stand gehouden. De Limburgse ondernemer Régout, eigenaar van porseleinfabriek de Sfinx, zei in de negentiende eeuw tegen de Maastrichtse bisschop: ‘Hou jij ze dom, dan hou ik ze arm.’ Op de Index stonden kritische boeken, waardoor gelovigen misschien rare gedachten zouden krijgen en, wie weet, zelfs kritische vragen zouden stellen. Dat wilde de kerk natuurlijk niet.
‘Precies om diezelfde reden vaardigde ayatollah Khomeini een fatwa uit tegen Rushdie. Het boek De Duivelsverzen zou moslims misschien aan het twijfelen kunnen brengen over het dogma van de openbaring van de islam aan Mohammed. Twijfel is de bijl aan de wortel van elk autoritair regime, en daarom kreeg Rushdie die fatwa aan zijn broek. Bovendien moest Khomeini zijn door de mislukte oorlog met Irak en de ingestorte economie teleurgestelde fanatieke volgelingen iets geven, en moest hij ook zijn gelofte de Islamitische Revolutie te exporteren gestand doen. Maar al die woedende demonstranten die hij de straat op kreeg, hadden De Duivelsverzen natuurlijk niet gelezen – hoe zeker ze ook wisten dat Rushdie dood moest en zijn boek verboden.
‘De Pakistaanse blasfemiewetten zijn er enkel om mensen te dwingen tot volgzaamheid. Met de cancel culture is het precies zo. Kritiek op het woke gedachtegoed is blasfemie, vloeken in de kerk, en dan wordt je letterlijk het recht van bestaan ontzegd. Je wordt gecanceld, en dat – het ontkennen van het bestaansrecht van anderen, – is het fundament van fascisme. Je mag geen podium meer hebben, geen baan, geen leven. Zo wordt elke discussie, elk zinnig gesprek onmogelijk. De grondhouding is ‘Ik ben oké, jij bent een lul’.’
Moeten mensen die zich beledigd voelen een olifantshuid kweken?
‘Natuurlijk moet je tegen een stootje kunnen, maar je hoeft niet alles te pikken. Verder is het een ambigue vraag. Er is namelijk een verschil tussen beledigd worden en zich beledigd voelen. Van het eerste is alleen sprake als derden dat kunnen zien en constateren, en dat is, wat je er ook van vindt, strafbaar. Iets anders is dat ook mensen die zich alleen maar beledigd voelen bij de rechter ruim baan krijgen. Gelovigen, bijvoorbeeld, die zich namens hun god beledigd achten. Gek genoeg klaagt die god zelf nooit ergens over, zodat al die beledigdheid toch vooral een smoes lijkt om anderen de mond te snoeren. Daar horen rechters niet in mee te gaan. En wetgevers al helemaal niet.’
En smaad en laster, dan?
‘Dat is wat anders. Kwaadspreken mag niet, staat in het Wetboek van Strafrecht. Overigens blijft het wel bizar dat de waarheid vertellen ook als kwaadspreken kan tellen.’
Is de vrijheid van meningsuiting in gevaar?
‘De vrijheid van meningsuiting is altijd in gevaar. De vrijheid van meningsuiting is ten diepste de vrijheid van een ander om dingen te zeggen die jij niet leuk vindt. De vrijheid van meningsuiting is in de eerste plaats een opdracht voor de overheid. Die mag niet aan preventieve censuur doen. Maar veel mensen denken dat de vrijheid van meningsuiting betekent dat je maar mag zeggen wat je wilt. Dat klopt niet, er is die clausule in artikel 7 van de grondwet: ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’. En mensen kunnen boos worden. Wat je zegt kan dus wel degelijk consequenties hebben, vrijheid van meningsuiting is niet hetzelfde als vrijblijvendheid van meningsuiting.
‘Er is op dit gebied trouwens nauwelijks sprake van horizontale werking, ofwel het idee dat wat tussen overheid en burgers geldt ook geldt tussen burgers onderling. Je kunt bijvoorbeeld als werknemer op het intranet of in een whatsappgroep niet zomaar negatief over je chef of bedrijf zijn. Dat kan je je baan kosten. Veel werknemers moeten ook een geheimhoudingsplicht ondertekenen, of hebben bij vertrek te maken met een concurrentiebeding, om bedrijfsinformatie te beschermen. Of denk aan staatsgeheimen, het geheim van Huis ten Bosch of de Trêveszaal, en de vertrouwelijkheid van allerlei Kamercommissies. En ga zo maar door.’
Maar ‘cancel culture’ mag dan toch volgens die lezing van vrijheid van meningsuiting? Bij cancelen gaat het bijvoorbeeld om de universiteit die een rechtse professor cancelt, niet de overheid.
‘Het mag inderdaad wel, maar de voorstanders van cancel culture zijn geen mensen die bereid zijn om te werken volgens democratische principes. Ze zijn tegen gelijkheid, want mensen die gecanceld zijn hebben blijkbaar geen rechten. Ik vind het jaren dertig-praktijken. Cancel culture is een vorm van onverdraagzaamheid die zich niet verdraagt met de democratische rechtsstaat.’
‘Voorstanders van cancel culture zijn niet bereid om te werken volgens democratische principes’
U zegt tegen cultuurrelativisme te zijn. Maar valt het idee dat het Westen superieur is nog wel vol te houden, gezien onze geschiedenis van kolonialisme en slavernij?
‘Cultuurrelativisme is geen integer begrip. Het gaat uit van de gedachte dat een cultuur slechts op zijn eigen waarden beoordeeld kan worden, en dat er dus er geen universele waarden zijn. Maar dat is onjuist, want universele waarden – waarden die ieder mens onderschrijft – zijn er wel degelijk.
‘Om er maar een te noemen: Niemand die bij z’n verstand is, jij niet, ik niet, en zelfs de fanatiekste IS-strijders niet, wenst zijn eigen kinderen, zijn eigen dierbaren een rotleven toe. De verschillen tussen mensen zitten alleen in hoe groot de kring van dierbaren is. Alleen je naasten? Of wil je dat zo veel mogelijk mensen gelukkig zijn? Of zelfs ook nog dieren? Of iets daar tussenin? Dat is dus een objectieve maatstaf, waaraan je alle culturen kunt afmeten. Maar dat weigeren cultuurrelativisten te accepteren.
Cultuurrelativisten doen heel schijn-tolerant alsof alles even waardevol is, maar zijn in werkelijkheid helemaal niet geïnteresseerd in andere culturen. Als culturen toch onvergelijkbaar zijn, heeft het immers geen zin om op zoek te gaan naar een gemeenschappelijke basis. Als vanzelfsprekend volgt daaruit dat de eigen cultuur ook superieur is aan alle andere. Want als andere culturen a priori onvergelijkbaar en dus onbegrijpelijk zijn, hebben ze ook niks van waarde te bieden. Cultuurrelativisme zet onder het mom van gelijkwaardigheid mensen tegen elkaar op, omdat het de mogelijkheid van een open en betekenisvolle dialoog ontkent. Er valt niks te begrijpen en dus niks te halen.
‘De discussie over de superioriteit van het Westen is belangrijk, maar wordt op een volslagen verkeerde manier gevoerd. Het gaat namelijk over goed en fout. In dit schema zijn de gekoloniseerde niet-westerse volken goed, en is het Westen fout. Maar zo’n morele discussie is helemaal niet interessant, en we leren er ook niks van. Veel interessanter is het om te kijken hoe het zo heeft kunnen lopen. Dat het Westen, qua wetenschap en technologie, vooruit is gaan lopen op de rest van de wereld. Want dat dat gebeurde is een feit.
‘Het nu heersende antikoloniale discours is ook neerbuigend ten opzichte van mensen met een niet-westerse achtergrond. Ook hun voorouders waren immers volwassen mensen die hun verantwoordelijkheid op hun eigen manier invulden. Binnen het huidige discours worden ze uitsluitend in een slachtofferrol gedrukt, hun eigenheid en zelfstandigheid wordt ontkend. In West-Afrika koos men er bijvoorbeeld ruim duizend jaar geleden voor om grondstoffen aan de wereld te leveren, vooral zelfgemijnd goud en slaven. Dat leverde lange tijd riante inkomsten op. Daarna niet meer: de toekomst bleek aan degenen die grondstoffen bewerkten tot consumentenproducten. Dat was hun keuze. Maar in de hedendaagse analyses van schuld en boete wordt de eigen verantwoordelijkheid ontkend. Dat is even verderfelijk en onrechtvaardig als de onuitgesproken mythe dat in Afrika en Azië alles pais en vree was totdat die vermaledijde westerlingen kwamen. Wanbestuur, onderdrukking en slavernij waren daar evenzeer de norm als in Europa, al sinds mensenheugenis.’
Discriminatie: als thema is het meer in de media dan ooit. Hoe gaan we met dit fenomeen om? Gaat het de goede of de slechte kant op? Tijd om de tijdgeest te toetsen. Gijs de Swarte spreekt ervaringsdeskundigen en topwetenschappers over de stand van zaken en persoonlijke pijnpunten.
Marvin Hokstam (1968, Paramaribo) is journalist en onderwijsmanager. Hij heeft de afgelopen tien jaar leiding gegeven aan het Weekend College in Amsterdam Zuidoost. Daarnaast hij is oprichter van Bigi Bon, een stichting die de positie van immigrantengemeenschappen wil verbeteren, voorzitter van Kleur de Kamer, en van Het Broos Instituut, dat een ‘afrocentrische’ school wil opzetten in Nederland.
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat zijn de meest pijnlijke momenten die je zelf hebt meegemaakt?
‘Ik woonde in een van de armere buurten van Paramaribo, zat in bus 7, van school op weg daar naartoe. Dat was altijd druk, gedrang bij de deur, duwen en trekken. Zestien was ik, deed m’n best, joch vol hoop… Tijdens een rit werd ik op mijn schouders getikt door een vrouw met een iets lichtere kleur dan ik. Die zei dat ik mijn hand in haar tas had gestoken en haar portemonnee had gestolen. Ik was zó boos. Je moet de verhoudingen kennen om te weten dat daar honderd procent racisme achter zat. De onrechtvaardigheid. Uitgemaakt worden voor dief… zomaar… door mensen uit hetzelfde land. Hoe verdwaald zijn we dan? Dat is nu meer dan dertig jaar geleden, maar ik weet nog hoe het voelde. Het deed pijn.’
En hier in Nederland?
‘Ja, ook hier in Nederland heb ik een duidelijk voorbeeld. Begin deze eeuw was ik op bezoek in Zeeland op doorreis naar Engeland, waar ik zou gaan studeren. Ik liep de Albert Hein in om frisdrank te kopen en zag iets verderop een witte vrouw bij de groente bezig. Ze keek op, zag mij, schrok, haar ogen werden groot als schoteltjes. Ze maakte snelle passen naar haar wagentje, dat in het gangpad stond, haalde haar tas eruit, klemde die tegen haar borst en bleef me met haar ogen door de winkel volgen. Ik dacht: mijn god, onder welke rots leef je dan? Denk je nou echt dat iedere zwarte man een dief is? Ken je al die Surinaamse voetballers niet? Nooit gehoord van Denzel Washington en van… nou ja, van wie niet? Het is een verhaal dat iedere zwarte man je zal kunnen vertellen.’
Hoe kijk je na zoveel jaar terug op deze gebeurtenis?
‘Je kan zoiets op allerlei manieren relativeren. Dat doen mensen ook al snel. Mensen zeggen dan: ‘Ach ja, je kan het die vrouw niet kwalijk nemen.’ Maar wat mij betreft is dat racisme verdedigen. Ik heb er geen geduld voor.’
‘Kinderen een afrocentrisch perspectief mee geven, daar zit de oplossing’
Racisme en discriminatie zijn meer dan vroeger in de media. Hoe zie je de stand van zaken nu? Is er verbetering?
‘Ik waak er voor om de status quo te accepteren, want we zijn er nog lang niet. Ik heb het dan vooral over bewustzijn. Een voorbeeld: alles en iedereen viert tegenwoordig Keti Koti, de afschaffing van de slavernij: dat mijn voorouders hun vrijheid terugkregen, dus. Leuk, een feest. Maar is dat wel zo leuk? Ik vier het niet. Ik heb er laatst een column over geschreven. Hoe kun je vieren dat je iets terug kreeg dat nooit van je afgenomen had mogen worden? Gaan we ook een feest vieren omdat een fietsendief tot het inzicht komt dat hij je fiets moet teruggeven? Waar het om gaat is dat we zaken definiëren met de hier dominante witte cultuur als uitgangspunt. Oké, de witte mensen in de koloniën kwamen er in 1863 eindelijk achter dat wat ze deden niet kon. De tot slaaf gemaakten in de eeuwen daarvoor waren daar, denk ik, al wat eerder aardig van op de hoogte.’
De in Nederland dominante witte cultuur als uitgangspunt. Waar zie je dat nog meer?
‘Het is overal aanwezig, natuurlijk. Maar om een groot voorbeeld te geven: denk aan het feit dat de slavenhouders door de Nederlandse staat werden gecompenseerd voor het bedrijfsmatige verlies dat het einde van de slavernij voor hen met zich meebracht. De Britse staat leende, om slavenhouders te compenseren, geld van de banken. Sommige van die leningen zijn pas in 2015 afbetaald. Deze leningen zijn betaald van ons belastinggeld, ook afgedragen door de achterkleinkinderen van de tot slaaf gemaakten. Probeer maar eens te bevatten op hoeveel fronten dat niet klopt.’
Je schuwt de kritiek op de zwarte gemeente ook niet.
Nee, de zwarte gemeenschap mag ook de hand in eigen boezem steken. Wij hebben zelf ook nog veel werk te doen. We eisen dat ‘vrijheid’ gevierd wordt, maar ondertussen zijn er nog veel mensen die andere zwarte mensen aanvallen op hun seksuele voorkeur of zwarte mensen als ik aan de schandpaal willen nagelen omdat we in een gemengde relatie zitten. Hoezo vier je de vrijheid waar je voorouders voor hebben gevochten, als jijzelf anderen hun vrijheden wil ontnemen? Je bent er pas wanneer we er allemaal zijn.’
Nog even over Keti Koti: ik zeg zeker niet dat het, het beste is, maar ik kan me voorstellen dat mensen reageren met: ‘Ach een feest… dat is toch positief?’ Waarom wil je dat niet vieren?
‘Laat ik zeggen dat het goed is dat er aandacht aan de afschaffing van slavernij wordt besteed. Het gaat in Nederland, als je het over discriminatie hebt, in het algemeen ook beter dan vroeger. En misschien is het geen lichte boodschap die ik heb, maar ik ga zelf ook niet zitten treuren. Ik zet het om in trots. Trots op al diegenen die de bevrijding mogelijk hebben gemaakt. Trots op diegenen die nog steeds werken voor gelijkheid. Dat begint bij de mensen die liever overboord sprongen dan zich als slaaf lieten misbruiken. En het gaat nu over mensen die zich op een school inzetten om kinderen een afrocentrisch perspectief mee te geven. Want daar zit de oplossing. Je hebt in het onderwijs islamitische scholen, hindoescholen, joodse scholen en westerse scholen. De afrocentrische identiteit ontbreekt veelal als het om educatie gaat. En die is essentieel voor de toekomst. Om sterk te staan, moet je weten wie je bent.’
Het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft zich bevoegd verklaard om misdaden van het leger van Myanmar tegen de Rohingya-minderheid te vervolgen. Daarmee verwijst het een klacht van de militaire junta in Myanmar naar de prullenbak.
De zaak tegen Myanmar werd in november 2019 door Gambia samen met de Organisation for Islamic Cooperation aangespannen, nadat honderdduizenden Rohingya’s moesten vluchten naar buurland Bangladesh. Veel dorpen waren door het leger in brand gestoken en veel mensen vermoord, verkracht en gemarteld.
Vorig jaar nam een militaire junta de macht over in Myanmar. De junta tekende verzet aan tegen de procedure bij het Internationaal Gerechtshof. Dit hof zou slecht bevoegd zijn om geschillen tussen staten (en niet binnen staten) te beslechten. Daarbij is Gambia geen betrokken partij.
Toch denkt hof hier zelf allemaal anders over, omdat er sprake zou kunnen zijn van genocide.
Nu het bezwaar is afgewezen, zal het gerechtshof het geweld door het leger verder onderzoeken en zal het wegen of er – en zo ja: welke – straf Myanmar te wachten staat.
Een Indiase deelstaatminister is in het ziekenhuis opgenomen, daags nadat hij vervuild water uit een heilige rivier had gedronken. Dit melden Indiase media.
Het gaat om de rivier Kali Bein in de noordwestelijke deelstaat Punjab. De rivier is heilig voor de sikh-bevolking in India omdat wordt geloofd dat Guru Nanak, de oprichter van het sikhisme, hier vijfhonderd jaar geleden had gebaden en daarna verlicht werd.
De Indiase minister van de deelstaat Punjab drong uit de rivier, die vol zit met rioolresten van naburige dorpen, nadat hij had opgeroepen om landelijk de rivieren schoon te maken. Hij zou vervolgens maagklachten hebben gekregen.
Dinsdag checkte hij in bij het ziekenhuis, gisteren had hij het hospitaal alweer verlaten. Zijn partij ontkent dat hij Mann een infectie had, maar naar het ziekenhuis ging voor een ‘routinecontrole’.
Afghaanse vluchtelingen die in de Verenigde Staten willen wonen, zitten al bijna een jaar lang in limbo. Ze durven niet terug naar Afghanistan vanwege de Taliban, maar de procedure om de VS binnen te komen duurt lang. Intussen komen Oekraïense vluchtelingen relatief gemakkelijk de VS binnen.
Dit maakt Afghaanse vluchtelingen gefrustreerd, bericht de Arabische nieuwszender al Jazeera. Afghanen vinden dat zij worden gediscrimineerd. Sommige Afghanen beweren zelfs dat deze discriminatie hun geestelijke gezondheid heeft aangetast.
De Amerikaanse immigratiedienst kreeg meer dan 46.000 aanvragen an Afghaanse vluchtelingen voor een humanitarian parole, die het mogelijk maakt dat een persoon die geen visum kan krijgen toch toegang krijgt tot de VS. Maar slecht 297 aanvragen werden tot nu toe goedgekeurd.
Ondertussen hebben meer dan 38.000 Oekraïners wel een humanitarian parole gekregen. Verder kwamen er 34.000 Oekraïners de VS binnen met een visum. Ook zijn 22.000 Oekraïners op een andere manier de VS binnengekomen.
Volgens mensenrechtenadvocaat Dan Berger worden Oekraïners voorgetrokken omdat Amerikanen denken dat ze, anders dan Afghanen, terug zullen keren naar hun land van herkomst.
Toen de Taliban de macht in Afghanistan overnamen, evacueerden de Amerikanen zo’n 116.000 mensen. Sindsdien zijn er 79.000 Afghanen in de VS aangekomen. Maar omdat de evacuatie nogal chaotisch verliep, zijn er ook veel Afghanen geëvacueerd die niet echt in gevaar waren. Daarentegen komen Afghanen die wel gevaar lopen, bijvoorbeeld omdat ze jarenlang voor het Amerikaanse leger hebben gewerkt, de VS nu moeilijk in.
Wie het Arabische woord voor ‘plan’ invoerde bij Google Translate, kreeg ‘Planning to blow up the car’ aangeboden als Engelse voorbeeldzin. Google heeft dit voorbeeld verwijderd na een klacht van de islamitisch-Amerikaanse beweging CAIR.
Arabieren en moslims zijn de afgelopen twintig jaar al aan genoeg stereotypes onderworpen, vindt CAIR. Zo’n automatisch gegenereerde Google-associatie met terrorisme helpt dan niet.
CAIR: ‘Het voorbeeld dat in Google Translate wordt gebruikt, is niet nodig om een duidelijk begrip van de term te geven en versterkt negatieve stereotypen over een minderheid van de Amerikaanse bevolking, evenals over Arabisch sprekenden over de hele wereld.’
Nadat de Amerikaanse website Newsweeken CAIR contact hadden opgenomen met Google, besloot het bedrijf de zin te verwijderen en zich te verontschuldigen.
De Europese Unie heeft tien Syriërs op de sanctielijst gezet. Ze zouden betrokken zijn bij het rekruteren van Syrische en Palestijnse huurlingen voor Rusland in de oorlog in Oekraïne. De sancties omvatten bevriezing van tegoeden en visumverboden.
Op de lijst staat onder meer Issam Shammout, een vertrouweling van president Bashar al-Aasad en eigenaar van Cham Wings Airlines. Opmerkelijk genoeg werd deze vliegtuigmaatschappij een dag eerder van de sanctielijst geschrapt. Cham Wings Airlines werd in december gesanctioneerd omdat de vliegtuigmaatschappij migranten naar Belarus zou vliegen, die vervolgens de EU probeerden binnen te komen.
Een andere persoon op de sanctielijst is kolonel Saleh al-Abdullah. Hij wordt ervan beschuldigd militairen te hebben geronseld van zijn zestiende brigade, die samen met Russische troepen in Syrië opereerde.
Verder zou Muhammad al-Salti, commandant van het pro-Syrische Palestijnse Bevrijdingsleger, bezig zijn met de rekrutering van Palestijnen om samen met Rusland in Oekraïne te vechten.
Twee particuliere beveiligingsbedrijven, Sanad en Al-Sayyad, bijgenaamd de ‘ISIS-jagers’, werden ook gesanctioneerd. Volgens de EU beschermt Sanad Russische zakelijke belangen in Syrië en staat het bedrijf onder toezicht van het beruchte Russische huurlingenbureau Wagner. Al-Sayyad zou ook gelieerd zijn aan Wagner en wordt ervan beschuldigd actief te zijn in de rekrutering van Syrische huurlingen naar Libië en Oekraïne.
Het is deze week een jaar geleden dat Quinsy Gario door BIJ1 werd geschorst. Een mooi moment om te zien hoe de partij ervoor staat. Gario zou leden een onveilig gevoel hebben gegeven. De zaak werd nooit opgehelderd. BIJ1 liet onderzoek doen, maar maakte het verslag niet openbaar en concludeerde dat Gario het beste geroyeerd kon worden. Uiteindelijk vertrok hij zelf. Het blijft raar: de nummer twee op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer is irrelevant als een partij maar één zetel heeft.
Gario had prima een zieltogend bestaan buiten de spotlights kunnen leiden, zonder dat iemand last van hem had. Maar BIJ1 koos de aanval en niet zonder effect: een deel van de activistische flank vertrok, waaronder de afdeling Den Haag. Daar had BIJ1 makkelijk een zetel binnen kunnen halen bij de gemeenteraadsverkiezingen, maar de partij vond het belangrijker een prominent lid te lozen, dan de gelederen te sluiten en verkiezingen te winnen. Sommige leden zijn er nog steeds boos over.
BIJ1 heeft er het afgelopen jaar een traditie van gemaakt conflicten niet te beslechten of uit te praten, maar ze voort te laten sudderen. Vier andere probleemgevallen:
1: Almere. In Almere deed de kandidatencommissie van BIJ1 haar werk niet goed. Men voerde geen diepgaande gesprekken met lijsttrekker Gladys Wielingen, waardoor BIJ1 er pas tijdens de campagne achter kwam dat ze afweek van de partijbeginselen, die overigens pas achteraf op papier kwamen te staan. Wielingen wilde een open gesprek aangaan met de PVV. BIJ1 probeerde van haar af te komen, wat mislukte, waarna ze een coach in haar maag gesplitst kreeg. Een veeg teken dat je binnen BIJ1 niet je eigen mening mag ventileren en dat is een ideale manier om vroeg of laat nieuwe conflicten te krijgen.
2: Amsterdam. In Amsterdam bestaat de fractie van BIJ1 sinds kort uit drie personen, maar het is eigenlijk al vanaf de eerste dag hommeles, omdat raadslid Nilab Ahmadi een meer activistische koers voorstaat dan de rest. Ze viel al eerder uit de toon met een eigen sociale mediacampagne die haar veel voorkeursstemmen opleverde. Het conflict werd besproken maar niet opgelost. Ahmadi liet aan het Parool weten dat ze ‘voorlopig’ bij BIJ1 blijft. Dat is codetaal voor een conflict wat niet echt is uitgepraat. Ahmadi sluit niet uit dat ze alsnog haar biezen pakt. Het is niet eens een geheim.
Met deze geschiedenis zal een groter BIJ1 alleen maar meer interne conflicten genereren
3: Jursica Mills. Vlak voor de laatste ledenvergadering stapte voorzitter Jursica Mills op. Ze beklaagde zich over de toxische cultuur en vriendjespolitiek binnen BIJ1. Ze voelt zich als zwarte vrouw nog nooit zo respectloos behandeld en noemt veel partijleden niet integer. BIJ1 haastte zich door te zeggen hoe geschokt men is, hoe plotseling het besluit was gekomen en gaat nog eens over de interne cultuur vergaderen, maar wat er precies speelde blijft in de lucht hangen en wordt niet onderzocht. Zo zien we hier hetzelfde als in Almere en Amsterdam, namelijk een conflict wat gewoon door blijft etteren.
4: Rebekka Timmer. Als klap op de vuurpijl werd Rebekka Timmer de nieuwe partijvoorzitter, ondanks een negatief advies van de kandidatencommissie. De ene afdeling steunt haar wel, de andere niet. Bij gebrek aan tegenkandidaten is ze nu in functie, maar dit is natuurlijk een valse start. Kennelijk heeft Timmer het vertrouwen van een deel van de leden niet, wat reden zou moeten zijn om van de functie af te zien en op zoek te gaan naar een ander. Zo gaat dat bij BIJ1 echter niet, want Timmer zit al te lang in de partijtop, onder andere als persoonlijk medewerker van Sylvana Simons. Een oudgediende is in een verziekte cultuur natuurlijk geen pré.
In de marge konden we vernemen dat BIJ1 de Provinciale Statenverkiezingen van 2023 waarschijnlijk overslaat. Timmer wil tijd om te helen. Slim: met deze geschiedenis zal een groter BIJ1 alleen maar meer interne conflicten genereren. BIJ1 heeft het druk genoeg met het oplossen van de bestaande.
Een opmerkelijke Snapchat-video van sjeik Adel al-Kalbani, de voormalige imam van de Grote Moskee van Mekka in Saoedi-Arabië: nog steeds met borstlange baard, maar nu wel in westerse kleding en zittend op een Harley Davidson.
In de video zien we de voormalige imam in een vest met insignes van onder meer de Amerikaanse vlag. Al-Kalbani maakt trots het vredesgebaar.
Moslims op Twitter reageren verdeeld. Sommigen vinden het fijn dat de sjeik plezier maakt. Anderen zeggen dat hij niets verkeerds heeft gedaan, ook al kleedt hij zich nogal ongewoon.
Andere moslims zijn kritischer. Ze vinden het problematisch dat de sjeik westerse kleding draagt, wat haaks zou staan op de islamitische waarden van ‘fatsoen en beleefdheid’.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.