Na dertien jaar heb ik mijn abonnement bij de Volkskrant opgezegd. Tot 31 januari krijg ik hem nog, maar daarna is het klaar. Finito. Een tijdperk komt ten einde. En natuurlijk doet dat pijn. Zoals elk afscheid van ‘goed gezelschap’ pijn doet. Het is jammer om Sheila Sitalsing, Toine Heijmans, Olaf Tempelman, Ana van Es, Bas van der Schot en niet te vergeten De Speld te verlaten. Maar afgezien van deze parels, voelt dit afscheid ook als een punt achter een relatie die te lang heeft geduurd. Wat voor nut heeft samenzijn nog als je alleen maar ruzie zit te maken?
En ja, je hoeft alleen maar een blik te wagen op social media om die ruzie in zijn totaliteit te kunnen ontwaren. Bijna elke dag is er wat, waardoor je uiteindelijk denkt: is dit nog wel gezond? Het venijn begon met de wens van de redactie om de harde Franse lijn na de moord op Samuel Paty door te trekken naar Nederland. Geen oog meer voor nuances, islamisten zouden per definitie fout zijn. Niet lang daarna volgde de hetze tegen GroenLinks-kandidaat Kauthar Bouchallikht, waarin zelfs haar luttele aanwezigheid bij een demonstratie tegen oorlogsmisdaden van Israël werd verweten.
Vervolgens alle berichtgeving over de machtsstrijd bij de racisten van Forum voor Democratie. Het leidde tot een implosie, waarin zogenaamd de ‘fatsoenlijken’ zich van de antisemieten hebben afgescheiden. Zoals vaker is gezegd: geen woord over islamofobie en anti-zwart racisme. Baudet en co zijn betrapt op antisemitisme, maar hun islamofobie en anti-zwarte uitspraken zijn geen reden om ze te kielhalen, of de afscheiders over te bevragen.
Ten slotte de recente berichten over de kinderopvangtoeslagaffaire. Terwijl RTL, Trouw en NOS een paar maanden terug nog ongefilterd spraken over institutioneel racisme, discriminatie en etnische profilering, horen we helemaal niks daarover bij de Volkskrant. ‘Iedereen heeft het gedaan’, zo opende de krant afgelopen vrijdag, met op de foto allemaal witte mannen en vrouwen die verantwoordelijk waren.
Waarom zou ik 40 euro per maand betalen aan een instituut dat vijandigheid tegenover moslims aanwakkert?
Ja, ja. Als iedereen een beetje schuldig is, dan zou iedereen moeten hangen. En aangezien niemand dat uit eigen beweging gaat doen, komt het er uiteindelijk op neer dat niemand schuldig is. ‘En voor wat eigenlijk?’, hoor ik de verantwoordelijken al denken. ‘Voor mensen met een dubbele nationaliteit. Ben je gek geworden?’
Dit is de arrogantie van de macht op haar best. Om maar geen koppen te zien rollen, wordt de schuld verspreid en wil het kabinet zich vooral concentreren op schadevergoeding. Maar slachtoffers afkopen is geen gerechtigheid. Racisme is bij wet verboden en strafbaar. Een regering die dit systeem op poten heeft gezet moet aangeklaagd worden en aftreden. Punt uit.
Een zichzelf respecterend ‘kwaliteitskrant’ spreekt niet met de mond van de regering. Die huilt niet met de wolven in het bos. Maakt van minderheden geen zondebok. Als deze principes allemaal worden vergeten, wanneer het over moslims en zwarte Nederlanders gaat, ja, wat voor journalistiek bedrijf je dan? Ik heb lang mijn abonnement uitgezeten, puur om te weten wat de overkant dacht. Ik zeg ‘overkant’, omdat ik geloof in een Nederland dat beter kan worden, maar de vijandigheid die ik voel dekt de lading al lang niet meer.
Een maand terug werd ik aan het denken gezet door historicus en theoloog Matthea Westerduin. Ze zei: ‘Ik ben ook wel nieuwsgierig naar wat er wordt gezegd, maar wil slechte journalistiek ook niet financieren.’ En inderdaad, waarom zou ik 40 euro per maand betalen aan een instituut dat vijandigheid tegenover moslims en andere minderheden aanwakkert, en/of onvoldoende ontkracht? Dan besteed ik mijn geld wel aan iets beters uit. İk heb nu een proefabonnement lopen bij de GroeneAmsterdammer. Wordt vervolgd!
De Chinese technologiegigant Alibaba heeft gezichtsherkenningstechnologie ontwikkeld, Cloud Shield genaamd, die etnische Oeigoeren kan identificeren. Dit meldt persbureau Reuters.
Het persbureau baseert zich op een rapport van IPVM, een waakhond op het gebied van videosurveillance-technologie. Een woordvoerder van Alibaba claimt dat de technologie alleen gebruikt is binnen een ‘testomgeving’, niet daarbuiten.
Een gearchiveerd verslag van de technologie toont aan dat het taken kan uitvoeren zoals ‘brilinspectie’ en ’glimlachdetectie’. Ook kan het etniciteiten detecteren, waaronder, en dat staat er ook specifiek, de ‘Oeigoerse’ identiteit.
Bijvoorbeeld: als een Oeigoer een video livestreamt op een YouTube, dan kan Cloud Shield-software dit detecteren en de video verwijderen, aldus IPVM.
In de westelijke Chinese provincie Xinjiang zitten meer dan een miljoen Oeigoeren in heropvoedingskampen opgesloten. Daar worden ze ideologisch gehersenspoeld, zodat ze hun islamitische achtergrond vergeten en ‘goede Chinese burgers’ worden. Ook worden veel Oeigoerse vrouwen verplicht gesteriliseerd. Sommige analisten spreken daarom van een genocide.
De Turkse president Erdogan is verkozen tot ‘invloedrijkste moslim’ van de wereld. Hij staat op nummer 1 van de jaarlijkse ‘Muslim 500’. Koning Mohammed VI van Marokko is de nummer 6.
Vorig jaar stond Erdogan ook al op nummer 1. Mohammed VI is een plek gezakt ten opzichte van vorig jaar.
Op nummer 2 staat de Saoedische koning Salman bin Abdoel Aziz al-Saoed. Diens beruchte zoon kroonprins Mohammed bin Salman, verantwoordelijk gehouden voor de moord op journalist Jamal Khashoggi, staat op de twaalfde plek. De Iraanse grootayatollah Ali Khameini staat op de derde plaats, gevolgd door koning Abdullah II van Jordanië.
Ook de Londense burgemeester Sadiq Khan, de Amerikaanse moslimfeminist Linda Sarsour, de Turkse geestelijke Fethullah Gülen en de Turkse schrijver en Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk staan op de lijst.
Op de lijst staan twee Nederlanders: de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb en kunstenares Rajae el Mouhandiz.
De Muslim 500 bestaat sinds 2009 en wordt samengesteld door het Royal Islamic Strategic Studies Centre in Amman, Jordanië.
Onder de hashtag #CiplakAramayaSessizKalma (‘Zwijg niet over fouilleren’) protesteren Turkse activisten tegen seksuele intimidatie tijdens het fouilleren door de politie. Hieronder vallen ook vrouwen die hier in de gevangenis of op het politiebureau zelf slachtoffer van waren geweest.
De campagne op social media is om bewustwording onder het publiek te creëren over het probleem van seksueel misbruik tijdens het fouilleren. Oppositiepartij HDP kaartte het probleem aan in het Turkse parlement en startte de social mediacampagne.
‘Strip-searches moeten een protocol volgen. Maar wat we zien is dat ze willekeurig zijn en een middel tot onderwerping zijn geworden. Er zijn berichten over vrouwen die recentelijk zijn bevallen en die tijdens hun menstruatiecyclus zijn uitgekleed,’ aldus de HDP. ‘We hebben zelfs gehoord dat peuters en baby’s worden uitgekleed en dat bewakers in hun luiers zoeken.’
Volgens het protocol mogen alleen in uitzonderlijke gevallen mensen worden uitgekleed, bijvoorbeeld wanneer er aanwijzingen zijn dat de persoon drugs in of op het lichaam meesmokkelt. In zulke gevallen moet het fouilleren zo snel mogelijk worden uitgevoerd, zonder de persoon te vernederen.
Naast seksuele intimidatie maakt de Turkse politie zich ook soms schuldig aan foltering. De afgelopen vijf jaar is het aantal incidenten fors gestegen, aldus Human Rights Watch.
Pas sinds 2009 beschikt Nederland over een ‘code voor goed openbaar bestuur’. Hierin zijn zeven basale grondbeginselen vastgelegd voor een fatsoenlijk functionerende overheid in belang van individuele burgers en de samenleving als geheel.
‘Het is een informeel instrument dat een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van besturen om een gewetensvolle invulling te geven aan hun taken en verantwoordelijkheden in het openbaar bestuur’, schreef de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken.
Wie het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de parlementaire commissie Kinderopvangtoeslag langs de meetlat van deze code legt komt tot een harde conclusie. De Belastingdienst, het ministerie van Financiën en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben op zeker zes van de zeven grondbeginselen volledig gefaald.
Het eerste beginsel staat met recht op één: openheid en integriteit. ‘Het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat. Het bestuur geeft in zijn gedrag het goede voorbeeld, zowel binnen de organisatie als daarbuiten’, luidt de tekst.
In de praktijk van de kinderopvangtoeslagaffaire handelden ambtenaren en in mindere mate bewindspersonen allesbehalve open. Hoe keurig de commissie het ook formuleert – ‘de informatievoorziening was (…) in meerdere gevallen ingegeven door gewenste juridische of politieke uitkomsten, resulterend in het slechts gedeeltelijk, vertraagd of niet verstrekken van informatie’ – hier was gewoon sprake van gesjoemel met informatie. De volksvertegenwoordiging, maar ook groepen en individuele burgers zijn door de overheid die hen hoort te beschermen, keihard bedrogen en belazerd.
Een ander in dit kader relevant beginsel van ‘goed openbaar bestuur’ is behoorlijke contacten met burgers. Ook hierin faalt de overheid in alle opzichten. ‘Het bestuur zorgt ervoor dat hijzelf en de organisatie zich behoorlijk gedragen in contacten met burgers’, luidt de theorie.
De praktijk was dat burgers etnisch werden geprofileerd en bij voorbaat schuldig werden bevonden totdat het tegendeel was bewezen. En werd het tegendeel alsnog bewezen, konden burgers fluiten naar compensatie of herstel van de gemaakte overheidsfouten. Een overheid die discrimineert en groepen burgers bij voorbaat criminaliseert is buitengewoon onbehoorlijk in haar contacten met burgers.
Wat een ongelooflijk zieke cultuur hangt er in bepaalde delen van onze overheid
Het ergste is nog dat burgers niet meer als individuele mensen werden gezien. ‘De combinatie van een groepsgewijze benadering, een ‘alles-of-niets’ beleid, het toekennen van opzet of grove schuld bij de invordering en gebrekkige interne en externe rechtsbescherming heeft lang stand gehouden en tot schrijnende situaties geleid.’ Hier ging een overheid te werk die we alleen dachten te kennen uit corrupte ontwikkelingslanden, maar het gebeurde doodgewoon vanuit Haagse kantoren.
Een ander beginsel is verantwoording. Hierover is de theorie kort, maar duidelijk: ‘Het bestuur is bereid zich regelmatig en ruimhartig jegens de omgeving te verantwoorden.’ Wat de overheid in dit kader heeft gedaan, is weglopen voor haar eigen verantwoordelijkheid. Zowel juridisch, politiek als moreel gezien. Ook is de Tweede Kamer structureel barslecht geïnformeerd en daarmee de Nederlandse samenleving.
Tijdens de openbare verhoren zagen we bovendien dat diverse topambtenaren buitengewoon bedreven waren om anderen de schuld in de schoenen te schuiven. Ook werden misselijkmakende mistgordijnen opgehangen vanuit de ambtelijke firma ‘List en bedrog’. Ruiterlijk toegeven van eigen falen, daarvoor excuses maken en volledige verantwoordelijkheid nemen, is een deugd die in Den Haag nog moet worden uitgevonden.
Wat een ongelooflijk zieke cultuur hangt er in bepaalde delen van onze overheid. En dan luidt een ander beginsel nog wel lerend en zelfreinigend vermogen. In de toelichting op dit beginsel staat treffend: ‘Het bestuur verbetert zijn prestaties door te leren van eventuele fouten en andere ervaringen. Het bestuur laat zich controleren op zijn functioneren en is daarop aanspreekbaar. Zo ontstaat de nodige ‘hygiëne’ in de organisatie.’
Niets daarvan rondom de kinderopvangtoeslagaffaire. Er werd niet geleerd van fouten; fouten werden systematisch afgedekt en vervolgens herhaald. Mijn bestuurskundige maag keert om van het lezen van dit onderzoeksrapport. Waar is de menselijke maat gebleven onder verantwoordelijke ambtenaren? Maar ook: wat heeft de code voor goed openbaar bestuur van elf jaar geleden eigenlijk bijgedragen aan de ambtelijke mores? Om je als belastingbetaler kapot voor te schamen, deze karikatuur van een deugdelijke overheid.
Hier moet snoeihard worden ingegrepen, in alle opzichten. Zo niet, dan vrees ik het ergste voor het herstel van het vertrouwen van de burger in de overheid als geheel.
Een kleine vierhonderd religieuze leiders hebben regeringen in de wereld opgeroepen om een einde te maken aan zogeheten ‘homogenezingstherapieën’. Ook willen ze dat regeringen anti-homowetten afschaffen.
Onder de verklaring prijken veel namen van katholieke, anglicaanse en protestantse kopstukken. Ook is de verklaring door ruim zestig rabbijnen ondertekend. Daarnaast hebben moslim-, sikh-, hindoe- en boeddhistische leiders hun handtekening onder de verklaring gezet.
Een van de ondertekenaars van de oproep is de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar en voormalig bisschop Desmond Tutu. Hij werd wereldberoemd vanwege zijn strijd tegen het witte Apartheidsbewind. De dochter van Tutu woont in Nederland en is lesbienne. Ook haar handtekening prijkt onder de verklaring.
De geestelijken willen dat LHBT’ers gelijke rechten krijgen. 69 van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties verbieden nog steeds homoseksuele handelingen.
Ook willen ze af van ‘homogenezing’, dat duiveluitdrijvings-elementen bevat en met name populair is onder streng-evangelische christenen in Amerika. In Brazilië, Ecuador, Malta, Zwitserland en Duitsland is ‘homogenezing’ verboden. Ook de Britse premier Boris Johnson is voor een verbod. Hij noemde de therapie ‘absoluut afschuwelijk’.
In Nederland zijn zo’n vijftien ‘homogenezingstherapeuten’ actief. Homogenezing is nog niet officieel verboden, iets wat een Kamermeerderheid vorig jaar al onwenselijk achtte. De christelijke partijen zijn omwille van de godsdienstvrijheid tegen een verbod. Ook de PVV en Forum voor Democratie willen niet dat homogenezing verboden wordt.
Steeds minder mensen rekenen zich tot een bepaalde godsdienst, zo blijkt uit de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het aantal moslims blijft daarentegen ongeveer gelijk.
Er zijn nu minder katholieken en protestanten dan enkele jaren geleden, een trend die al decennialang aan de gang is. In 2019 gaf 20 procent van de Nederlanders aan katholiek te zijn, een jaar eerder was dat 22 procent. Bijna 15 procent zei in 2019 tot een protestantse kerk te behoren, tegen 16 procent in 2018.
Het aantal moslims in Nederland is ongeveer gelijk gebleven. In 2012 gaf 4,5 procent aan zich tot de islamitische geloofsgroep te rekenen, in 2019 was dat 5,0 procent. Van de moslims brengt 35 procent minstens één keer per maand een bezoek aan een moskee.
Bijna een kwart van de bevolking zegt in God te geloven, ongeveer een derde gelooft helemaal niet in God. Bijna een derde van de katholieken zegt zonder twijfel te geloven dat er een God is, zegt. Bij de protestanten is dat 65 procent, bij moslims 90 procent.
Alleen al bij het woord ‘nationalisme’ staat bij sommigen de afkeer in het gezicht te lezen. Laat staan dat erover wordt gesproken. Toch pleit historicus Gert Jan Geling ervoor. Niet op basis van het uitsluiten van mensen op etniciteit of cultuur, maar via een gedeelde identiteit waarin ruimte is voor deze verschillen.
Het nationalisme heeft in het Westen een bijzonder slechte reputatie gekregen, schrijft Geling in zijn recentelijk verschenen boek Ik hou van Holland. Vaak wordt nationalisme op een lijn gesteld met etnische twisten, racisme, uitsluiting of vervolging van minderheden – en zelfs oorlog en genocide. Vanaf de jaren zestig werd nationalisme door met name hogeropgeleide progressieven gezien als een kwaad dat tot oorlog leidde, gaat hij verder, en uiteindelijk het vernietigen van minderheden.
Geling schrijft over ‘het trauma van het nationalisme in Europa’ als gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Tel daarbij op dat termen als nationalisme en patriottisme nu voornamelijk door extreemrechtse partijen worden ‘gekaapt’, stelt hij. Hierdoor lijkt het taboe op nationalisme onder progressief liberalen te zijn toegenomen.
Beeld: Prometheus
Dat mensen die zichzelf net als Geling ‘liberaal progressief’ noemen niet over nationalisme willen praten, ziet hij als een gemiste kans. ‘Wie is de Nederlander en wie hoort daarbij? Daar hebben we niet zo snel een collectief beeld bij’, zegt hij. ‘En als er een beeld bij is, dan is dat niet inclusief. Mijn boek is een pleidooi om daar wat aan te doen door patriottisme als manier in te dienen om verbondenheid met elkaar te creëren vanuit de Nederlandse identiteit.’
Als progressief liberaal zegt Geling zelf niet zoveel met nationalisme op te hebben. Hij groeide op in Groningen en heeft voor zijn werk en studie veel in het buitenland gewoond, waar hij zich niet bepaald hechtte aan een Nederlandse identiteit. ‘In dat opzicht ben ik toch wel meer een kosmopoliet dan een nationalist’, stelt hij. ‘Tegelijkertijd erken ik wel de waarde van patriottisme voor een samenleving. Daarmee hebben we iets gemeenschappelijks – dat we Nederland beter willen maken voor iedereen. We delen een bepaalde collectieve, politiek culturele ruimte met elkaar en daarin is verbondenheid noodzakelijk. Vandaar ook mijn pleidooi. Ondanks dat ik mezelf geen nationalist noem, besef ik wel dat patriottisme maatschappelijk belangrijk is en dat dat juist door mensen zoals ik, die het niet voelen, aangekaart dient te worden.’
Door weg te blijven van nationalisme en patriottisme zouden progressief liberalen het op een presenteerblaadje hebben opgediend aan radicaal-rechts, meent Geling. ‘Termen als ‘nationalist’ en ‘patriot’ worden daardoor geregeld alleen nog maar gebruikt door enge, reactionaire figuren die hiermee hun fantasieën over een etnisch homogene natie, hun xenofobie, antifeminisme en homofobie proberen te sugarcoaten’, schrijft hij.
Als voorbeeld noemt Geling de Amerikaanse president Donald Trump, die een illiberale vorm van nationalisme uitdraagt maar zichzelf toch patriot waant. Het illiberale nationalisme houdt sterk vast aan een identiteit op basis van uitsluiting en marginalisering van minderheden. Dat is problematisch, stelt Geling.
‘En dat moeten we erkennen. Maar nationalisme kent een breder spectrum’, zegt hij. ‘Het is het liberale nationalisme dat we vandaag de dag weer op de voorgrond moeten stellen. Enerzijds zien we de noodzaak daarvan in het verlangen naar een Nederlandse identiteit en het behouden van tradities, en anderzijds zien we het ook in het verlangen naar inclusie en het samen met elkaar de grenzen verleggen. Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen illiberaal en liberaal nationalisme.’
Is een liberaal nationalisme ook verenigbaar met patriotten die tradities als Zwarte Piet in stand willen houden? Geling vindt van wel. Het Zwarte Piet-debat gaat over een Nederlandse identiteit waar veel mensen verschillend over denken, zegt hij.
‘Daar zit ook een patriottistisch idee achter: mensen die tegen Zwarte Piet zijn willen op hun manier het land inclusiever en daarmee beter maken voor iedereen. Anderzijds laat het zien dat er bepaalde groepen zijn die enorm veel waarde hechten aan de traditie zoals het was. Dan volstaat het niet om te zeggen dat traditie per definitie slecht is. Maar als er groepen zijn die zich niet gehoord voelen in de traditie, dan zou je daar aanpassingen in kunnen maken zodat ze er wel bij worden betrokken.’
‘Als je geen patriottisme hebt in de vorm van gedeelde waarden, wat verbindt ons dan nog met elkaar?’
In een inclusieve samenleving, waar er verbinding is vanuit patriottisme, moet het mogelijk zijn om het oneens te zijn met elkaar en felle debatten te voeren, aldus Geling. Met een liberaal nationalisme zou je dan juist een overkoepelend geheel hebben om op terug te vallen.
‘Als je geen patriottisme hebt in de vorm van gedeelde waarden, wat verbindt ons dan nog met elkaar?’, zegt hij. ‘De democratie is belangrijk, maar je hebt verbondenheid vanuit identiteit nodig. Daar bedoel ik mee dat mensen met elkaar verbonden zijn omdat ze elkaar als ‘wij Nederlanders’ zien.’
Geling wijst op een verbondenheid die sterk samenhangt met de natiestaat, en mede ten grondslag ligt aan het ontstaan van de democratie in Europa. Deze verbondenheid gaat uit van een sterk gevoel van broederschap, egalitarisme en solidariteit. ‘Je kunt de democratie zodanig inrichten dat er genoeg ruimte is voor iedereen, maar identiteit is iets dat mensen met elkaar verbindt. Daar zit iets essentieels in dat progressieve liberalen nu over het hoofd zien, omdat ze nationalisme en patriottisme als iets minderwaardigs beschouwen.’
De gebogen twijg
De hoogmoedige houding van de ‘linkse elite’ tegenover nationalisme heeft tot ontevredenheid geleid bij mensen die daar wel waarde aan hechten, stelt Geling. Hij wijst in zijn boek naar het essay ‘The Bent Twig’ van de Britse liberale filosoof Isaiah Berlin uit de jaren zeventig. Berlin gebruikt de gebogen twijg als metafoor om het gevoel van vernedering bij Duitsland in de achttiende eeuw te omschrijven tegenover ‘de superieure Fransen’. Een heftige nationalistische reactie is net als een twijg die terug zwiept, wanneer een volk het gevoel heeft in politiek, cultureel of sociaal opzicht onderdrukt te worden, stelt Berlin. Dat onderschrijft Geling. Deze heftige nationalistische reactie is ook te zien in de periode van dekolonisatie, waarin vernederde gekoloniseerde volkeren opstonden tegen het zichzelf verlicht en rationeel achtende Westen, schrijft hij.
‘Vanuit nationalisme hebben de onderdrukten zich geëmancipeerd’
Is de ervaring van onderdrukten in voormalige koloniën dan vergelijkbaar met witte mensen die nu in Nederland klagen over de aanpassing of afschaffing van tradities? ‘Nee, natuurlijk niet’, antwoordt Geling. Hij wil geen vergelijking maken tussen verschillende landen of onderdrukkers, maar ziet eenzelfde dynamiek die zich binnen de huidige samenleving afspeelt. ‘In de koloniale periode had je westerse elites die zich verlicht voelden en niet beseften hoe de toestand was in de koloniën. Vanuit nationalisme hebben de onderdrukten zich geëmancipeerd, en volgens Berlin hadden de liberale elites dat niet door’, zegt hij.
In navolging van Berlin vindt Geling dat de roep om identiteit onvoldoende erkend wordt. Progressieve hoogopgeleiden doen er lacherig over en vinden nationalisme dom en achterhaald, stelt hij. ‘Het gevolg daarvan is het radicale rechtsnationalisme dat in de huidige context als een twijg terug zwiept. Dat is niet op dezelfde schaal als dekolonisatie, maar wel een vergelijking die tot op een zekere hoogte opgaat.’
De boze burger van kleur
Het radicale rechtsnationalisme van populisten die de rechtsstaat willen aantasten is een bedreiging voor de liberale democratie, meent Geling. Hij zegt de populisten niet te onderschatten. Dat ze nu niet aan de macht zijn, betekent niet dat het onmogelijk is voor ze om later wel meer invloed uit te oefenen. ‘Over een paar jaar kun je misschien wel een Nexit op de agenda verwachten’, zegt hij.
Volgens Geling hebben liberalen niet genoeg rekening gehouden met ‘de boze witte burger’ en wat voor hen belangrijk is, waardoor deze groep zich meer herkent in het verhaal van radicaal rechts. Tegelijkertijd wordt er naar de roep van ‘de boze burger van kleur’ voor meer inclusie en antiracisme ook niet voldoende geluisterd, stelt hij. ‘Deze twee verschillende boze burgers hebben legitieme grieven, maar beseffen niet dat ze meer met elkaar gemeen hebben dan ze denken, omdat ze allebei streven naar erkenning van identiteit.’
De nationalistische identiteit waar Geling het over heeft is niet iets wat vaststaat, maar iets dat mee verandert met de tijd en de mensen die eraan werken. Om een dergelijk ‘inclusieve nationalisme’ waar te maken, is het zaak dat iedereen een stukje meebuigt, schrijft Geling in zijn boek.
Hij bedenkt wel dat Nederlanders van nature niet patriottistisch zijn ingesteld in tegenstelling tot bijvoorbeeld Amerikanen. ‘Anderzijds concludeer ik in mijn boek dat er wel sprake is van verborgen patriottisme, dat we niet durven toe te staan. Denk aan de nationale feestdagen, maar ook de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag op 4 en 5 mei. Op dit soort dagen komt dat gevoel van eenheid naar boven drijven. Dat moeten we met elkaar proberen meer toe te staan.’
Sandra Doevendans kwam in de schulden toen haar café failliet ging. Ze bekeerde zich tot de islam, die haar een oplossing voor haar persoonlijke crisis bood, en slaagde erin om uit de schulden te komen. Ze schreef er een boek over: Schone lei.
‘Dit boek moest er gewoon komen. Er moet toch iets positiefs komen uit alle hoofdpijn? Het zat altijd al in mijn hoofd. Toch durfde ik het niet op te schrijven, totdat ik al mijn schulden had afbetaald. Ik schaamde mij ervoor.’
Aan het woord is Sandra Doevendans, PvdA-Statenlid in Noord-Holland en adviseur in het sociaal domein voor onder meer armoedebestrijding, schuldenproblematiek, inburgering, diversiteit en inclusie – een hele mond vol. Maar spreek je met Doevendans, dan spat de energie er vanaf, alsof minder gewoon niet genoeg is.
Beeld: Sandra Doevendans
Ze is tevens auteur van het nieuwe boek Schone lei. Met dit boek wil ze het taboe doorbreken dat er op schulden ligt. Ze wil mensen helpen met haar verhaal, maar niet vanuit een slachtofferrol. Als trainer heeft ze als doel de blinde vlekken en verbeterpunten zichtbaar te maken voor schuldhulpverlening. ‘Daarnaast wil ik ook nog iets neerzetten zodat mensen aan hun eigen talenten kunnen werken en bewuster met hun geld kunnen omgaan.’
In het boek staan verhalen van ervaringsdeskundigen die vertellen over hun schuldverhaal, inclusief het verhaal van een wethouder uit Amsterdam. Doevendans is in Schone lei openhartig over haar leven met schulden door het verlies van haar café. Dit doet ze bewust, want ze wil aantonen dat het mogelijk is om er weer bovenop te komen. Het boek bevat ook tips en trucs om bewust met geld om te gaan. Voor mensen met schulden is een boek een luxe, en daarom is er de mogelijkheid om een boek te doneren aan iemand met een kleine beurs.
Je hebt het boek geschreven om met je ideeën en oplossingen anderen te inspireren, te helpen en schuldhulpverlening verbeterpunten aan te reiken. Hoe komen deze ideeën en oplossingen bij de juiste mensen en instanties terecht?
‘Ik heb mijn boek aan PvdA-leider Lodewijk Asscher aangeboden, zodat hij dit vanuit de politiek kan oppakken. En ik heb bij de boekpresentatie beleidsmakers van verschillende ministeries uitgenodigd. Vanaf volgend jaar ga ik ook met het boek richting schuldhulpverleners en beleidmakers om daar concrete afspraken over te maken. Ook zitten er modules bij, waarin staat hoe schuldenaars het beleid ervaren en welke rol diversiteit en inclusie spelen in dit verhaal.
‘Er wordt snel geconcludeerd dat schuldenaars de verkeerde keuzes hebben gemaakt, wat soms ook te maken heeft met vooroordelen’
‘Er zijn vooroordelen in hoe mensen benaderd worden, want dat kwam wel heel erg in het onderzoek naar voren. Vaak voelden hoogopgeleide witte mensen zichzelf beter behandeld dan de mensen van kleur of in een lagere sociaaleconomische klasse. Er wordt snel geconcludeerd dat schuldenaars de verkeerde keuzes hebben gemaakt, wat soms ook te maken heeft met vooroordelen.’
Je sprak nooit over je schulden, maar wel tijdens de trainingen die je gaf. Hoe kwam dat?
‘Ik was vanaf 2012 actief bij de PvdA en sprak niet over mijn schulden. Het was toch een soort schaamte. Ik voelde mij vooral zelf een mislukkeling over het falen van mijn café, terwijl er zoveel mensen zijn die een zaak beginnen en het niet redden. Bovendien was het ook gewoon alles bij elkaar: én je zaak is niet gelukt, én je bent een alleenstaande moeder.’
‘Later gaf ik empowerment-trainingen, om zelfverzekerd te worden, doelen te stellen en te kijken hoe je die haalbaar kunt formuleren, om die in kleine stapjes te bereiken. Als ik iemand tegenkwam die niet geloofde dat het beter zal worden, dan deelde ik mijn verhaal om ze te motiveren.’
Je bent bekeerd tot de islam, maar in je boek lees ik daar heel weinig over terug. Kan je ons meenemen in hoe dat is gegaan?
‘Van huis uit was ik niet gelovig, maar ik had wel altijd het gevoel dat God er was. Ik wist alleen niet zo goed in welke vorm. In Amstelveen waar ik opgroeide, waren er vooral christenen. Het christendom was daarom het eerste wat ik verkende in mijn zoektocht naar het geloof, maar uiteindelijk bleek het niets voor mij. Ik snapte niets van die gevallen engel. Ik dacht altijd hoe kan dat nou? Dat is toch zo iets puurs. Hoe kan dat opeens een duivel worden? Ik keek in die tijd religieuze programma’s van de Joodse en Hindoestaanse omroepen. Dat vond ik altijd heel interessant. Ik zag allerlei mensen voorbij komen, waaronder Nourdin, een bekeerde moslim – echt zo’n skater – en dat zat bij mij een beetje geregistreerd, maar niet zo van: dat is islam.’
‘‘Dit is mijn kans’, dacht ik. ‘Ik kan alles omgooien en gaan studeren.’ En dat heb ik dus ook gedaan’
‘Later, toen ik mijn café had, kwam er een man binnen – en ik ben heel erg van de wiskundige feitjes en weetjes – die vertelde dat water en land in de Koran in dezelfde wiskundige verhouding tot elkaar stonden als op onze aarde (Het aardoppervlak is 71 procent water en 29 procent land. Het woord ‘zee’ staat 32 keer vermeld in de Koran, het woord ‘land’ 13 keer. Dit is in verhouding tot elkaar ook 71 procent – 29 procent, red.). Daarom begon ik mij meer te verdiepen in de islam. Dat de vader van mijn zoon islamitisch is, maakte het voor mij bovendien interessanter om er meer over te weten. Ik werd zwanger en dacht dat de islam mijn ‘way out’ was. Het was alsof God mij een soort ‘do over’ gaf. Ik had natuurlijk een enorme schuld, want ik moest met verlies mijn café verkopen. ‘‘Dit is mijn kans’, dacht ik. ‘Ik kan alles omgooien en gaan studeren.’ En dat heb ik dus ook gedaan.’
Ben je tijdens deze zoektocht geholpen door andere moslims?
‘Mijn ex is Turks Koerdisch. Wij zijn uit elkaar, maar mijn ex-schoonmoeder is een soort tweede moeder voor mij. Alles wat ze vertelde klonk heel erg cultureel, maar ik ben daar verder over gaan lezen en kwam allerlei interessante dingen tegen: over de positie van de vrouw, maar ook de gevallen engel, dat het een djinn was. Hoe meer ik ging lezen hoe logischer het voor mij werd. Ik las ook over Khadija, de eerste vrouw van de profeet Mohammed en een echte powervrouw. Uit haar verhaal blijkt dat vrouwen in de islam anders behandeld worden dan wat velen ons doen geloven – dat moslimvrouwen onderdrukt zouden worden. Zo ik ging steeds meer lezen en na een jaar besloot ik mijn geloofsgetuigenis uit te spreken. Dat verliep via moslimvrouwenorganisatie Al Nisa, waarna ik daar bestuurslid ben geworden.’
Wat veranderde er na je bekering?
‘Eigenlijk alleen het bidden en het vasten. Sinds de zwangerschap dronk ik niet, en sowieso at ik nooit varkensvlees. Mijn leven werd dus niet opeens drastisch veranderd. Mijn zoontje probeer ik wel vrij te laten in hoe hij het geloof zelf interpreteert, omdat ik ook onderzoek deed voor mijzelf. Het is bij mij niet zo dat als je zegt dat iets zo is, dat ik het meteen geloof. Ik wil altijd eerst alles goed onderzoeken. Maar mijn zoontje voelt zich wel echt een moslim. Toen hij heel klein was, zei ik altijd: als er iets is, dan doe je een du’a – een smeekbede – en dan komt alles goed. Maar ik probeer hem daar niet in te dwingen, het moet wel echt uit hemzelf komen.’
Wat vindt je moeder ervan dat je moslim bent geworden?
‘Mijn moeder vindt het oké. Ze is van mening dat ik moet doen wat mij gelukkig maakt. Ze heeft natuurlijk ook geen grote verandering gezien bij mij. Wel heeft ze mij af en toe tijdens het bidden met een hoofddoek gezien. Dat was dan even schrikken, maar ik draag de hoofddoek ook alleen maar als ik bid. Ze houdt rekening met halal geslacht vlees als we daar zijn en wij vieren qua feestdagen eigenlijk alles. Pasen en Kerst, maar ook de islamitische feestdagen. Ik heb ook altijd een kerstboom gehad, omdat ik dat niet zie als iets religieus. Dat was vroeger ook niet iets religieus, maar gewoon mooi en gezellig.’
De alevitische minderheid in Turkije voelt zich steeds meer gemarginaliseerd door de regering van president Erdogan, die de soennitische islam promoot. Dit schrijft Deutsche Welle.
De Turkse overheid heeft het alevitisme nog altijd niet erkend. De Anatolische Culturele Stichting en de Alevitische Federatie, twee belangenorganisaties voor alevieten, trekken daarom aan de bel. Dat doen zij bij Deutsche Welle, een tv-zender uit Duitsland, waar de deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen onlangs het alevitisme juist heeft erkend als officiële godsdienst.
De Turkse regering heeft hervormingen teruggedraaid uit 2009, die als doel hadden om de maatschappelijke positie van de Alevieten te verbeteren. Een rapport om de positie van Alevieten te verbeteren verdween in een la. Alevitische kerken werden niet officieel erkend als gebedsruimtes en Alevitische kinderen moeten nog steeds verplichte religieuze lessen volgen op school, waar voornamelijk de soennitische islam wordt gedoceerd.
Bovendien besloot de Turkse regering sommige religieuze gebouwen van de alevieten te onteigenen. Volgens de Anatolische Culturele Stichting is het met de rechten van alevieten nu erger gesteld dan in 1982, toen Turkije een militaire dictatuur was.
Aleveieten maken zo’n 16 procent van de Turkse bevolking uit, 12 miljoen mensen. Zij hangen een mystieke stroming binnen de islam aan en wijkt in belangrijke opzichten af van de soennitische islam, de staatsgodsdienst van Turkije. Zo hebben alevieten eigen vastenperiodes en doen zij niet mee aan de pelgrimstocht.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.