De VVD-fractie in de Amsterdamse gemeenteraad wil een onderzoek naar de rol van de internationale Moslimbroederschap in de Blauwe Moskee. Dit schrijft AT5. Volgens critici streeft de Moslimbroederschap een shariastaat na.
Aanleiding van deze vragen vormen de beschuldigingen van terreurdeskundige Ronald Sandee, een oud-medewerker van de militaire inlichtingendienst. Die werd gisteren in de Tweede Kamer gehoord door de ‘Parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen’.
De Moskee in Nieuw-West, die is gebouwd met geld uit Koeweit en Qatar, moet het bij Sandee flink ontgelden. Hij ziet bestuursvoorzitter Jacob van der Blom en imam Yassin Elforkani als verkapte Moslimbroeders. ‘Als het loopt als een eend, kwaakt als een eend, dan kan het een eend zijn.’
Ook zegt Sandee dat Europe Trust Nederland, dat de eigenaar is van de Blauwe Moskee, de Nederlandse vastgoeddivisie van de Moslimbroederschap is. Sandee stelt daarnaast dat jonge bekeerlingen in de Blauwe Moskee ‘behoorlijk intimiderend’ hun idee proberen op te dringen. ‘Maar dat is alleen hearsay.’
Sandee had eerder in Amsterdam tijdens een commissievergadering soortgelijke uitlatingen gedaan. De VVD wil nu het fijne hiervan weten. De Blauwe Moskee ontkent dat er banden zijn met de Moslimbroederschap.
De Blauwe Moskee was eind vorig jaar volop in het nieuws. De moskee laat sinds november vorig jaar de azan – de gebedsoproep – versterkt klinken.
Met zo’n vijftien miljoen bezoekers per dag en 1.800 speelfilms per jaar is Bollywood ‘s werelds grootste filmindustrie. Maar waar film in het Westen vooral om kunst en entertainment draait, is het voor Indiërs een essentieel onderdeel van hoe zij zichzelf en de wereld om zich heen bekijken. Van tempels gewijd aan filmsterren tot vergaande politieke invloed en van schoonheidsideaal tot seksuele mores: Bollywood laat zien welke richting India op gaat.
Voor de Sathyam-bioscoop in het centrum van de zuidelijke Indiase stad Chennai heeft zich een groepje vrouwen in lange, kleurrijke sari’s rondom de poster van acteur Ajith Kumar verzameld. Ondanks dat de deuren pas rond het middaguur opengaan, staat het groepje hier vlak na zonsopkomst religieuze chants te zingen. Eén van de vrouwen stapt richting de poster van de filmster en giet er ritueel een kommetje melk overheen. Haar buurvrouw gooit handjes bloemen over het druipende stuk karton, terwijl op de grond boterlampjes branden.
Kaartjesverkoper Sateesh (24) vertelt dat het altijd zo gaat. ‘Op de dag van de première staan hier mensen voor deur met melk en bloemkransen en lopen ze ritueel rondjes om de poster heen.’ We staan hier bij een puja, een ritueel dat bijna elke hindoe ’s ochtends vroeg thuis uitvoert ter verering van de goden. Hier gebeurt het voor filmsterren. Sateesh: ‘Na de film rijden fans soms met toeterende auto’s in een stoet door de straten, sommigen met levensgrote afbeeldingen van de acteurs op hun voertuig geverfd.’
Films en filmsterren genieten een ongeëvenaarde status in India en hebben een enorme invloed op de nationale psyche. Ze worden gezien als de motor achter de modernisering van het land. Bollywood biedt een deur naar de buitenwereld voor mensen die niets kennen dan hun eigen dorp en een verfrissende zelfreflectie voor moderne stadsmensen.
Volgens filmwetenschapper Ajeesh (39) is Bollywood de schouder waar je op uithuilt, de stille hoop op een onmogelijke liefde, de wijze vader die je met beide benen op de grond zet, de sterke moeder die je advies geeft over het leven, de zus die je vertelt wat je aan moet naar een feestje en de grote broer die je meeneemt op avontuur. ‘De invloed die films hebben kan simpelweg niet onderschat worden. We ademen Bollywood, dromen Bollywood en volgen trouw haar trends en adviezen.’
Psychologe Shirpa (29) ziet in deze impact van films een positieve en negatieve kant. ‘Films kunnen je de grootste waanideeën geven of je inspireren je dromen te volgen. Iemand die in zijn eigen leven onderdrukt wordt, wil zien dat de filmster de slechteriken verslaat, een krachtig antwoord geeft aan zijn baas of eindelijk eens voor zichzelf opkomt tegenover zijn ouders.’
Deze wens om dromen in vervulling te brengen blijft voeding voor filmmakers, die de massa precies de realiteit geven waar deze om vraagt. Daarbij voelt de industrie enerzijds aan waar de samenleving naar toe beweegt of neemt zelf het voortouw om nieuwe thema’s op tafel te brengen. Door het behoud van deze dynamische wisselwerking met de maatschappij blijft het publiek zich identificeren met de films.
In een gestaag moderniserend India is de filmindustrie een belangrijke graadmeter voor de richting die het land in slaat. Hierin fungeert Bollywood niet alleen als entertainer, maar ook als trendsetter, activist en provocateur. Zo heeft cinema een enorme rol gespeeld in de emancipatie van vrouwen, openheid over seksualiteit en het verminderen van het stigma op lage kasten. Tegelijkertijd draagt het volgens psychologe Shirpa ook bij aan cultuurverschraling.
‘Onze films presenteren niet-Indiase kleding als de nieuwe standaard en bestempelen relatief losbandige seksuele mores als ‘cool’. Ook zetten ze het Engels neer als de taal van succes tegenover onze lokale talen.’
Posters van acteur Ajith Kumar, (Foto: Pixabay)
Mumbai noir
Indiase films zijn al bijna honderd jaar een weerspiegeling van de thema’s die spelen in de maatschappij. Van de drang naar onafhankelijkheid, die in verhulde vorm de rode draad vormde van films in de jaren dertig en veertig, tot producties die de keerzijde van verstedelijking lieten zien in de jaren vijftig.
In de jaren zestig beleefde de Indiase filmindustrie een gouden tijd waarin de unieke eigenschappen van Bollywoodfilms werden verankerd in de zogenoemde ‘masalafilm’, een vrije mix van romantiek, melodrama, muziek, actie en komedie. Het standaardscenario bevat een held die eigenhandig de bad guys te lijf gaat en er vandoor gaat met het meisje van zijn dromen na een rollercoaster aan drama en familieproblemen. Veelgebruikte ingrediënten in de masalafilm zijn onmogelijke liefde, plotsklapse armoede of rijkdom, ingewikkelde familiebanden, corruptie en opoffering. Er zijn maar weinig films waar niet minstens drie of vier extatische musicalnummers in voorkomen.
Vanaf de jaren zeventig ontstond tevens een maatschappijkritisch genre: ‘Mumbai noir’. Deze films toonden massale ontevredenheid, desillusie, armoede, corruptie, criminaliteit en de ongekende groei van sloppenwijken. Sinds die tijd gaan films niet slechts over mythologie, geschiedenis en romantiek, maar wordt de harde werkelijkheid van het India van nu ook op het witte doek getoond.
‘Films kunnen je de grootste waanideeën geven of je inspireren je dromen te volgen’
Films hebben maatschappelijke impact. Zo ging in de staat Rajasthan het aantal kinderhuwelijken zichtbaar achteruit na de film Parched (2015). Het krachtig neergezette plaatje van onderdrukking van dorpsvrouwen zorgde voor veel discussie en opschudding in alle lagen van de samenleving. Maar tegenwoordig zwijgt Bollywood over politiek gevoelige thema’s. Sinds de nationalistische partij van premier Narendra Modi aan de macht is domineert de patriottische film.
Een sterk voorbeeld daarvan is Uri: The surgical strike (2019), een actiefilm over een wraakactie van het Indiase leger tegen aartsvijand Pakistan. De film werd een kaskraker. Bioscopen galmden door het hele land met ‘Bharat mata ki jai’ – ‘Glorie aan ons moederland’.
Hoewel de kloof tussen hindoes en niet-hindoes groter lijkt te worden, zijn er toch films verschenen over huwelijken tussen moslims en hindoes. Journaliste Isha (33) noemt de kaskraker Veer-Zaara (2004) als voorbeeld. In deze film komt de Pakistaanse, islamitische Zaara de as van haar nanny, die een sikh was, uitstrooien in India en wordt ze verliefd wordt op de hindoeistische Veer.
Isha: ‘Door dit soort films krijgt het publiek een heel ander plaatje te zien van een cultuur waar ze helemaal niets van weten. Veel Indiërs kennen andere gemeenschappen, kasten en culturen slechts door misplaatste vastgeroeste stereotyperingen.’
Foto’s : ‘Uri: The surgical strike’, ‘Veer-Zaara’, ‘Hum aapke hain kaun’
Dominante man, onderdanige vrouw
de Britse hoogleraar Indiase cultuur en film Rachel Dwyer schrijft in haar boek Bollywood’s India hoe het ritueel van joota chupai, ofwel het stelen van de schoenen van de bruidegom tijdens de trouwceremonie, een nationale hit werd door de films Hum aapke hain kaun (1994). Filmfanate Karishma (39) vertelt lachend dat sinds het verschijnen van deze film geen bruiloft in India meer hetzelfde was.
‘Het idee van de grootse Indiase bruiloft was geboren door het zien van de welgestelde families in de film. Onze culturen verschillen enorm. Toch zag je van het zuidelijke Kerala tot in de West-Bengalen tradities opkomen waarbij bruidsmeisjes dagenlang dansjes oefenden, wel vijf verschillende outfits wilden voor het feest – en natuurlijk schoenen gingen stelen, wat voorheen slechts een regionaal gebruik was in delen van Noord-India.’
Het huwelijk als summum van liefde heeft in Bollywood grootse vormen aangenomen. Dit had niet alleen zijn weerslag op de schaal van bruiloften, maar ook op het plaatje van liefde zelf. Volgens bouwkundestudent Tripti (22) komen ideeën over wat liefde, verliefdheid, seks en relaties zijn voor veel Indiërs uitsluitend vanuit de filmwereld.
‘Behalve met onze beste vrienden praten we met niemand over dit soort dingen. Maar het probleem met deze vrienden is dat zij net zo spoorloos zijn als wij’, lacht ze. ‘Van onze ouders, leraren en zelfs broers en zussen horen we niets. Het blijft een soort taboe. Zelfs al kijk je samen naar films over romantiek.’
De consequentie van deze enorme maatschappelijke onwetendheid zorgt ervoor dat veel jongeren opgroeien met een enorm vertekend beeld van wat liefde, relaties en seks betekenen. Medicijnstudente Aditi (24) vindt dat Bollywood nog altijd het beeld bevestigd van relaties met een dominante man en onderdanige vrouw.
‘Dit is weliswaar al eeuwenlang de realiteit in India, maar de films geven er een gouden randje aan en presenteren deze relaties als iets magisch. Door dit plaatje geloven jonge vrouwen dat dit de enige manier is om een gelukkige relatie in stand te houden en blijven zij zich schikken aan de onderdrukking.’
Volgens journalist Vikash (50) leeft onder veel mannen het geloof dat als je een meisje maar lang genoeg lastigvalt, ze vanzelf valt voor je vastberadenheid. ‘Ze denken dat iemand ongegeneerd aanstaren gelijk staat aan onschuldig flirten. En dat je vrouwen mag stalken. Daarnaast ervaren deze mannen een gevoel van recht en eigenaarschap, dat soms tot een gewelddadig uiterste wordt gedreven. Hierin is het oude model van Bollywoods hofmakerij te zien, waarin een meisje als slecht werd neergezet als ze niet inging op de avances van de hoofdacteur.’
Seks voor het huwelijk
Ondanks het vasthouden aan traditionele stereotypes heeft de industrie veel invloed gehad op de acceptatie van verschuivende normen en waarden op gebied van liefde en intimiteit. Zo werden seks voor het huwelijk en ongehuwd samenwonen genormaliseerd door films als Katti Batti (2015).
‘Onze films bestempelen relatief losbandige seksuele mores als ‘cool’’
Ook kaarten recente producties thema’s als aanranding en groepsverkrachting aan, doorbrak Baabul (2006) het taboe op hertrouwen voor weduwen en zijn er de afgelopen jaren films verschenen als Girlfriend (2004) met openlijk homoseksuele scènes erin. Toch blijft een air van preutsheid hangen, is zoenen nog steeds vrij ongebruikelijk en wordt zelfs het woord ‘seks’ amper gebruikt.
Ook het controversiële onderwerp van het niet-gearrangeerde huwelijk, een love marriage genoemd, is door Bollywood bespreekbaar gemaakt dankzij kaskraker Dilwale Dulhaniya Le Jayenge (1995). Beide hoofdrolspelers zijn Indiërs die opgroeien in Londen. Daardoor bekijken ze hun eigen cultuur in een ander licht en hebben ze andere ideeën over vrijheid en liefde dan hun traditionele ouders. Toch eindigt Dilwale Dulhaniya Le Jayenge in een ultiem Indiaas compromis. De familiewaarden en tradities worden gerespecteerd, maar de twee geliefden mogen toch met elkaar trouwen.
De film bracht een ongekende hype teweeg en werd een van de langstlopende producties uit de Indiase filmgeschiedenis. Hij draaide meer dan twintig jaar onafgebroken in bioscopen door het hele land.
Tempel
De invloed van acteurs blijft niet beperkt tot het scherm alleen. Fans kijken smachtend uit naar het stemadvies van hun idool. Ze laten zich leiden tot aanbevelingen over de meest willekeurige greep aan consumptiegoederen, van goedkope pruimtabak tot minirokjes en van whitening cream tot instant noedels.
‘Je kan God toch niet vragen om zijn eigen tempel te bezoeken?’
Een van de meest geziene acteurs op billboards is de legendarische Amitabh Bachchan, die schitterde in bijna tweehonderd Bollywoodfilms. Zijn populariteit steeg in de jaren zeventig tot zulke hoogten, dat fans in Kolkata een tempel aan hem wijdden met op de muur geschreven: ‘Sorry God, we aanbidden Amitabh meer dan U.’
De bouwer van de tempel, Sanjay, verklaarde tegenover de Indian Times dat Bachchan op de hoogte is van het bestaan van de tempel, maar die nooit heeft bezocht. ‘Maar ik zal hem nooit vragen om te komen’, aldus de bouwer. ‘Je kan God toch niet vragen om zijn eigen tempel te bezoeken?’
De tempel waarin acteur Amitabh Bachchan wordt vereerd (Foto: Wikimedia Commons)
Neonazi’s hebben op social media de Duitse komiek Atze Schröder aangevallen. De reden: Schröder had tegenover een Holocaust-overlevende excuses gemaakt voor het oorlogsverleden van zijn vader.
Schröder maakte vorige week zijn excuses in de talkshow van Markus Lanz op de Duitse zender ZDF. De komiek vertelde met tranen in zijn ogen aan Auschwitz-overlevende Eva Szepesi over zijn vader, die tijdens de oorlog in het Duitse leger zat.
De vader van Schröder overleed in 2011 op 87-jarige leeftijd. Hij vertelde pas later in zijn leven aan zijn zoon dat hij oorlogsmisdaden aan het Oostfront hij had gedaan. Atze Schröder schaamt zich hier enorm voor, zo gaf hij te kennen op tv.
Deze bekentenis en de excuses van de komiek vielen bij neonazi’s niet in goede aarde. Op Facebook noemden ze Schröder onder meer een ‘verstandelijk gehandicapte rat’ en een ‘gênante, walgelijke de slaaf van het systeem’, zo meldt de nieuwswebsite RedaktionsNetzwerk Deutschland.
De Joodse Eva Szepes was in de uitzending om over haar tijd in Auschwitz te vertellen. Het is dit jaar 75 jaar geleden dat het beruchte concentratie- en vernietigingskamp werd bevrijd. Schröder was zwaar onder de indruk van haar verhaal en deed zijn bekentenis over zijn vader.
Hij zei ook dat zijn vader ‘waarschijnlijk zijn verontschuldigingen zou aanbieden, als hij hier zou zitten’. De komiek stond vervolgens op, reikte zijn hand uit en zei: ‘Het spijt mij. We mogen nooit vergeten.’
Szepesi vertelde later aan Duitse kranten dat ze Schröders excuses ‘absoluut fenomenaal’ vond.
Het kostte heel veel moeite om de Franse speelfilm Soumaya op het witte doek te vertonen. De film, die moslimhaat als thema heeft, was slachtoffer van een ultrarechtse haatcampagne. Dit schrijft de Franstalige site van the Huffington Post.
De film Soumaya vertelt het waargebeurde verhaal van een Franse moslima, die na veertien jaar wordt ontslagen bij een groot transportbedrijf omdat ze ervan wordt beschuldigd in contact te staan met jihadisten.
De film is geregisseerd door Waheed Khan en Ubaydah Abu-Usayd. De rol van de hoofdpersoon Soumaya wordt gespeeld door Soraya Hachoumi.
Er is veel tijd en moeite gestoken in deze film, die moslimhaat in de Franse samenleving wil aankaarten. Het Franse maatschappelijke klimaat werd de terroristische aanslagen van 2015 vijandiger tegenover moslims.
Mede dankzij een extreemrechtse haatcampagne besloot de Parijse bioscoop Grand Rex in maart 2019 een preview op het allerlaatste moment af te blazen. De borg was betaald, de plaatsen waren gereserveerd, maar de bioscoop weigerde toch.
De makers van de film stapten naar de rechtbank. Uiteindelijk gaf de advocaat van bioscoop Grand Rex toe wat de ware reden was de weigering: vanwege discussie op de sociale netwerken was de film controversieel. Daar had Grand Rex geen zin in.
Een paar weken voordat de film vertoond zou worden voerden radicaal-rechtse opiniewebsites, waaronder FdeSouche en Résistance Républicaine, een campagne tegen de film, die op sociale media werd opgepikt. Soumaya zou islamisme promoten.
Regisseur Waheed Khan kan zich hier nog steeds boos over maken: ‘Wat ik in dit verhaal betreurenswaardig vind, is dat censuur indirect of direct is beïnvloed door extreemrechtse websites. Er zijn eigenlijk vragen die hierover gesteld moeten worden.’
Hoewel de film dus niet vertoond werd door Grand Rex, werd Soumaya in het buitenland een succes.
Actrice Soraya Hachoumi kreeg voor haar rol een prijs voor de beste vrouwelijke hoofdrolspeelster op het International Cinema and Migration Festival in het Marokkaanse Agadir. In 2020 belandde de film bovendien in de competitieselectie van het DC Independent Film Festival in Washington en in die van het San Diego Arab Film Festival.
Het doel van Soumaya is niet om over de islam te praten, maar om het standpunt van de moslimgemeenschap weer te geven. Dit vertelt mede-regisseur Ubaydah Abu-Usayd in een interview met StreetPress.
‘We hebben in de media veel over moslims gesproken, zonder hen een stem te geven. Het is vreselijk. Zonder zieltjes willen te winnen, geeft de film hen een stem.’
Veel moslims herkennen zich in de film, die een moslima portretteert zoals ze is. ‘Er is geen sprake van terrorisme. De sluier wordt hier niet getoond om een hypothetische onderwerping aan te tonen’, zegt Abu-Usayd.
Soumaya draait vanaf het begin van deze maand in twee Franse bioscopen, één in Parijs en één in Lyon. De makers hopen dat meer bioscopen in Frankrijk zullen volgen. De bedoeling is dat de film later dit jaar ook te zien is via Video On Demand.
De Nederlandse kranten zijn de afgelopen jaren meer gaan schrijven over racisme, moslimhaat en antisemitisme. Dit concludeert de website Republiek Allochtonië na een inventarisatie van krantenberichten van NRC, deVolkskrant, Trouw, de Telegraaf en AD in de online krantendatabase Nexis.
Volgens dit onderzoek, dat krantenartikelen uit de laatste twintig jaar behandelde, is de aandacht voor discriminatie redelijk constant gebleven. Dit fluctueert tussen de 811 (2003) en 1350 (2016) berichten per jaar. NRC, de Volkskrant en Trouw berichten meer over discriminatie dan de Telegraaf en AD.
Maar voor racisme is de laatste jaren ineens veel meer aandacht gekomen. Tot 2013 verschenen er gemiddeld zo’n vijfhonderd artikelen waarin het woord racisme voorkwam. Daarna steeg het explosief, naar meer dan dertienhonderd stukken in 2019. In dat jaar werd er ook meer geschreven over racisme dan over discriminatie.
Volgens Republiek Allochtonië hangt de toenemende aandacht voor racisme samen met de Zwarte Piet-discussie, die vanaf 2013 echt op stoom kwam. Het aantal artikelen waarin Zwarte Piet voorkwam lag in 2012 nog op 152, maar dit aantal steeg naar 606 in 2013. Daarna is het aantal berichten boven de zeshonderd gebleven, met een piek van 980 berichten in 2014.
Ook de aandacht voor antisemitisme is licht toegenomen tussen 2000-2019. Republiek Allochtonië schrijft dat met name in 2014, met meer dan zeshonderd artikelen, Jodenhaat veel werd genoemd in artikelen omdat toen het conflict tussen Israël en Palestina verhevigde.
In de periode 2000-2019 besteedden de kranten minder aandacht voor moslimhaat. Wel is er door de jaren heen een lichte stijging merkbaar. Volgens Republiek Allochtonië was het aantal berichten hierover ‘aan het begin van deze eeuw nog bijna nihil, maar ligt [dit] de laatste jaren steeds boven de honderd berichten per jaar’.
In 2015 bereikte het aantal berichten over moslimhaat een piek. Dat hangt volgens Republiek Allochtonië samen met de aanslagen in Parijs en de vluchtelingencrisis. De Volkskrant schreef het vaakst over moslimhaat, AD het minst vaak.
Veel Marokkanen zijn depressief, hebben paniekaanvallen of worstelen met andere geestelijke gezondheidsproblemen, maar zorg blijft uit. Een jonge entrepreneur ging de strijd aan om dit probleem op te lossen.
Jihad Bnimoussa (26) zit achter haar laptop in een klein kantoor in een chique buitenwijk van Rabat. Ze heeft een rode hoofddoek om met daaronder een spijkerblouse en op haar neus staat een breed monteer met dikke glazen. Haar vingers verschuiven in hoog tempo over het toetsenbord. Dan zucht ze, klapt de laptop dicht en neemt plaats op de knalgele bank naast haar bureau.
Meer dan zeventig procent van de Marokkanen onder de dertig jaar wil het land verlaten, zo blijkt uit de Arab Barometer. Bnimoussa, die opgroeide in de Verenigde Staten, keerde bijna vier jaar geleden juist terug naar Marokko, het land waar haar ouders werden geboren. Daar wil ze het gebrek aan goede geestelijke gezondheidszorg oplossen met haar organisatie InspireCorp.
‘We moeten niet alleen meer geld vrijmaken en meer psychologen opleiden, maar ook aanvullende alternatieven bedenken’
Op de muur van het kantoor hangen tekeningen met motiverende teksten, op de grond liggen yogamatjes. Vanaf de gele bank vertelt de jonge vrouw waarom ze terug wilde naar het geboorteland van haar vader en moeder.
‘Mijn ouders hebben er altijd voor gezorgd dat mijn broer, mijn zus en ik een goede band hielden met Marokko. We kwamen hier altijd in de zomer en mijn moeder moedigde me dan aan om vrijwilligerswerk te doen in bijvoorbeeld weeshuizen en jeugdkampen. Dat heeft mijn beslissing om hier mijn bedrijf op te zetten sterk beïnvloed.’
Eén psycholoog per 200.000 Marokkanen
De beschikbaarheid van goede gezondheidszorg in Marokko is beperkt. Volgens de Arab Barometer is slechts 18 procent van de Marokkanen tevreden over de gezondheidszorg in het land. Bijna dertig procent ondervindt stressgerelateerde problemen en twintig procent voelt zich depressief.
Maar de middelen om deze Marokkanen te helpen ontbreken. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is er ongeveer één psycholoog beschikbaar per 200.000 Marokkanen. En dat is volgens Bnimoussa veel te weinig.
‘Het gebrek aan goede geestelijke gezondheidszorg is een globaal probleem. Natuurlijk moet er in de Verenigde Staten ook nog veel worden verbeterd. Maar in de westerse wereld is er per 71 tot 73 mensen een psycholoog beschikbaar. Dat is zo’n groot verschil vergeleken met landen als Marokko. In Amerika zijn er in ieder geval diensten beschikbaar, hier niet. En ik wil me richten op het gebied waar de verbetering het hardst nodig is.’
Daarom besloot Bnimoussa in 2017, tijdens het afronden van haar studie psychologie in Istanbul, naar Marokko te verhuizen om daar tieners en jongvolwassenen te helpen met hun mentale gezondheid. ‘In het begin dacht ik dat ik me wilde focussen op de ontwikkeling in het begin van de kinderjaren, maar kinderen zijn eigenlijk heel veerkrachtig en elastisch op die leeftijd. Als tiener ben je dat minder.’
Wat je als tiener meemaakt, draag je volgens Bnimoussa mee als volwassene. ‘Als je als adolescent worstelt met depressie, dan is het waarschijnlijk dat je dat als volwassene ook zult meemaken.’ Je zou het niet denken, kijkend naar de zelfverzekerde jonge vrouw die kalm vertelt over haar werk en ervaringen, maar als tiener had Bnimoussa zelf ook regelmatig last van depressieve periodes.
Toentertijd bezocht ze een schoolpsycholoog. Gelukkig hielp dat. Toch is therapie volgens haar niet de enige manier om met mentale problemen om te gaan. ‘Via therapie krijgen mensen toegang tot informatie over henzelf, om vervolgens beter met bepaalde stressoren om te kunnen gaan. Maar eigenlijk zou therapie niet de enige remedie hiervoor moeten zijn. We moeten niet alleen meer geld vrijmaken en meer psychologen opleiden, maar ook aanvullende alternatieven bedenken.’
FairyLights
Met InspireCorp hoopt ze dat gat op te vullen. De entrepreneur begon InspireCorp met haar project FairyLights, een evenement gericht op jonge Marokkaanse vrouwen. Het begon met een Facebookgroep om deelnemers te bereiken.
‘We zetten de groep op met het idee om dertig tot vijftig meisjes in Rabat te werven voor het evenement. Maar binnen drie maanden had de groep driehonderd leden uit heel Marokko en zelfs Marokkaanse meisjes uit Frankrijk en Canada.’
Inmiddels organiseert InspireCorp ieder seizoen een FairyLights-evenement. Ieder evenement heeft een thema. Deze winter behandelde de organisatie depressie via kunsttherapie. Iedere deelneemster kreeg drie koekjes om te versieren. Het eerste koekje moest laten zien hoe het voelt als je verdrietig bent, het tweede koekje hoe het voelt als je blij bent en het derde koekje moest aangeven wat nodig is om van verdrietig naar blij te gaan. Andere thema’s binnen FairyLights zijn onder andere angst, prestatiedruk en het eigen lichaamsbeeld.
Ook andere gebieden in Marokko en zelfs andere landen hebben vraag naar de evenementen. Daarom heeft Bnimoussa samen met haar team van drie vrouwen een curriculum opgezet om andere vrouwen te trainen. Na de training ontvangen de vrouwen zelf een gids en het materiaal om een evenement op te zetten. Inmiddels hebben verschillende vrouwen InspireCorp-evenementen georganiseerd in Marokko en Duitsland.
Meedoen aan de evenementen is gratis. Dat wil Bnimoussa graag zo houden. Om de projecten toch te kunnen blijven financieren, brengt InspireCorp producten zoals werkboeken en spelletjes uit. Ook organiseerde Bnimoussa een betaalde neurologische training voor mensen in het zakenleven om hun concentratie en slaap te verbeteren. Tevens vraagt InspireCorp subsidie aan bij verschillende ambassades.
‘In Marokko kennen Doktoren mentale problemen als autisme niet eens’
InspireCorp heeft inmiddels meerdere projecten, waaronder een mapping app die je helpt jezelf te begrijpen. ‘Mapping is een manier om te ontdekken hoe je op gebeurtenissen reageert en waarom. De app helpt je hierbij.’ Ook creëerde de entrepreneur een training voor docenten om hen te helpen omgaan met emoties van leerlingen. De training heeft tot nu toe tweehonderd Marokkaanse scholen bereikt en moet uiteindelijk drieduizend scholen bereiken.
Bnimoussa snapt waarom de meerderheid van de Marokko het land wil verlaten. ‘Niet alleen de geestelijke zorg, maar de hele gezondheidszorg is slecht. Daarnaast gaan Marokkanen niet goed met elkaar om, ze laten elkaar niet in hun waarde. Als ik één ding zou kunnen veranderen, is het dat wel. Als er goed met je wordt omgegaan, draagt dat ook bij aan je mentale gezondheid.’
Zorg voor Marokkaanse Nederlanders
Bnimoussa noemde het al: de zorg in Marokko is over de gehele linie onvoldoende. Voor sommige Marokkaanse Nederlanders is de slechte zorg in Marokko dan ook een reden om niet permanent in het land te settelen. De slechtziende Alia Jarboue noemt het zelfs de grootste reden om niet in Marokko te wonen.
‘Ik heb echt goede zorg nodig. Als ik ineens iets nodig heb, dan kan ik in Marokko niet snel naar het ziekenhuis en meteen geholpen worden. Of dat nou fysieke of mentale hulp is.’
Jarboue zette in de noordoostelijke stad Nador haar bedrijf Bemyvision op. Daarmee helpt ze slechtziende kinderen. Ze is daarom regelmatig in Marokko, maar zal er nooit definitief naartoe verhuizen.
‘In Nederland is alles goed georganiseerd. Alle hulp die ik nodig heb, is beschikbaar en de overheid betaalt veel. In Nador ken ik een meisje dat voor de juiste hulp naar Rabat moet. Dat is zes uur met de bus.’
Dat tekort aan hulp geldt volgens Jarboue ook voor de geestelijke gezondheidszorg. ‘Laatst kwam er een moeder met een autistisch kind naar ons toe. Ze vroeg of we iets voor hem konden doen. Maar in Marokko kan autisme niet eens gediagnosticeerd worden. Doktoren kennen dat soort mentale problemen niet.’
Jarboue hoopt net als Bnimoussa een steentje te kunnen bijdragen aan het verbeteren van de gezondheidszorg in Marokko. ‘Marokko is een heel fijn land als je rijk en gezond bent. Maar ben je dat niet, dan is het erg moeilijk.’
Volgens een nieuwe wetenschappelijke studie worden Afro-Amerikanen die in hun leven veel racisme ervaren minder oud. Dat komt door stress.
Racisme is niet alleen een sociaal en moreel probleem, maar heeft ook alles te maken met de volksgezondheid. Dit stellen de Amerikaanse wetenschappers die het onderzoek hebben uitgevoerd. Volgens hun studie leidt racisme tot stress, wat er voor zorgt dat cellen sneller oud worden.
‘Onze resultaten wijzen erop hoe rassendiscriminatie, een bepaald type sociaal vergif dat onevenredig grote gevolgen heeft voor Afrikaanse Amerikanen, op cellulair niveau wordt ingebed’, zegt David Chae, directeur van het onderzoekslab van de universiteit.
Een kleine vierhonderd Afro-Amerikanen namen deel aan het onderzoek als proefpersonen. De gemiddelde leeftijd was veertig jaar.
Eerder werd al bekend dat Afro-Amerikanen structureel zijn ondervertegenwoordigd in kankeronderzoeken, waardoor kanker onder donkere mensen minder effectief kan worden bestreden.
De Turks-Amerikaanse politicoloog Ahmet Kuru heeft een kritisch boek over de islamitische wereld geschreven. Hij betoogt dat het ‘verval’ van de islamitische wereld en gewelddadige islam-interpretaties niet de schuld zijn van kolonialisme of de islam, maar van de vroege machthebbers en moslimgeleerden in de islamitische wereld.
Kuru’s boek heet Islam, Authoritarianism, and underdevelopment: A global and historical comparison. Hierin buigt Kuru zich over de vraag waarom islamitische samenlevingen economisch gezien achterlopen op het Westen en politiek en intellectueel minder vrij zijn.
Kuru is het niet eens met wetenschappers die de islam de schuld geven en de islam voorstellen als een statische religie. Tot de twaalfde eeuw ging het heel goed met islamitische wetenschap, zegt Kuru: de politieke machthebbers gaven wetenschappers toen de vrije hand.
Volgens Kuru ging het daarna mis. De machthebbers, te beginnen met de Turkse Seltsjoeken, plaatsten het religieuze establishment onder staatscontrole. Hierdoor werd het uitoefenen van vrije wetenschap steeds moeilijker. Ook werden islamitische geleerden steeds conservatiever omdat ze de bestaande orde moesten verdedigen.
Kuru is het ook oneens met wetenschappers die het Westerse kolonialisme de schuld van geven. Hoewel Kuru de negatieve impact van het kolonialisme niet ontkent, is het volgens hem dus al veel eerder fundamenteel misgegaan met de islamitische wereld.
Vandaag start de ‘Parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen’ met haar openbare verhoren. De komende twee weken zullen deskundigen en getuigen gehoord worden.
Het doel van deze parlementaire mini-enquête is ‘meer inzicht te krijgen in ongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, uit onvrije landen’. ‘Ongewenst’ definieert de commissie als ‘gedrag dat beschouwd kan worden als een vorm van ondermijning van de democratische rechtsorde’.
Wat de commissie precies wil weten is niet helder. Er staan in ieder geval blokjes ‘Beïnvloeding in Nederland’, ‘Gevolgen voor de gemeenschap’ en ‘Inzicht in financiering van moskeeën’ op het programma.
Degenen die door de commissie worden opgeroepen zijn verplicht om op de bijeenkomst te verschijnen en staan onder ede.
Vandaag trapt de commissie af met het verhoren van expert over beïnvloeding uit ‘onvrije landen’ in Nederland, zoals AIVD-hoofd Dick Schoof. Verder zullen in deze week deskundigen worden gehoord over de gevolgen voor de gemeenschap en wordt over de financiering van moskeeën gesproken. In de tweede week worden Stichting As-Soennah, Stichting alFitrah en de Islamitische Stichting Nederland, de Nederlandse tak van het Turkse Diyanet, gehoord.
De commissie is onder Nederlandse moskeebesturen omstreden. Vier islamitische organisaties, die samen meer dan 150 moskeeën en verenigingen vertegenwoordigen, hebben een brandbrief naar de Tweede Kamer gestuurd. Zij nemen het de Tweede Kamer kwalijk dat er alleen wordt gekeken naar moslims en de islam, en bijvoorbeeld niet naar mogelijke invloed vanuit het Vaticaan.
De parlementaire commissie tegen ongewenste invloed bestaat uit voorzitter Michel Rog (CDA), ondervoorzitter Ronald van Raak (SP), Mark Harbers (VVD), Edgar Mulder (PVV), Rutger Schonis (D66), Niels van den Berge (GroenLinks), Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Chris Stoffer (SGP) en Tunahan Kuzu (Denk).
Onlangs was het twintig jaar geleden dat Paul Scheffers geruchtmakende essay Het multiculturele drama in NRC werd gepubliceerd. NRC zelf en enkele andere kwaliteitskranten hebben uitvoerig stilgestaan bij dit feit. Terecht, want het essay was destijds bepaald baanbrekend. Het markeerde het einde van een naïef geloof in multiculturalisme dat Nederland zeker twee decennia in zijn ban hield. Het luidde ook een verharding in van politieke stellingnamen inzake migratie en integratie.
Sommigen beweren zelfs dat Scheffer heeft gezaaid wat later door Fortuyn, Wilders en Baudet is geoogst. Daarvan geloof ik niets: ook zonder Scheffers essay was die verharding er gekomen. De groei van de aantallen migranten, de opkomst van een hier gewortelde tweede generatie, de afbouw van de verzorgingsstaat en de terugtrekkende overheid maakten dat steeds meer mensen de immigratie als een bedreiging van hun eigen vertrouwde leefsituatie gingen zien. Die bedreiging werd in de jaren negentig nog versluierd door de economische voorspoed. Slechts weinigen merkten haar toen op, maar ze was er wel degelijk.
Paul Scheffer was een van de eersten die het groeiend gevoel van vervreemding bij de autochtone bevolking – althans een deel daarvan – onder woorden bracht, maar hij was zeker niet de allereerste. Politici als Willem Drees jr. en Frits Bolkestein gingen hem voor, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid had al tien jaar eerder het einde van het ‘minderhedenbeleid’ bepleit en diverse wetenschappers, onder wie ikzelf, hadden zich ook al veel eerder kritisch uitgelaten over de te geringe aandacht voor de integratie van nieuwkomers. Zij allen vonden maar in beperkte mate gehoor; kennelijk was de tijd nog niet rijp voor een omslag.
De grote verdienste van Scheffer is geweest dat hij op het juiste moment naar voren trad. Daarbij kwam nog dat hij bekend stond als ‘linkse’ intellectueel, terwijl kritische geluiden tot dan toe hoofdzakelijk van rechts en hooguit vanuit het politieke midden kwamen. Nu een prominent PvdA’er als Paul Scheffer zich zo bezorgd toonde over het integratieproces en over de manier waarop de politiek daarmee was omgegaan, gingen ook bij links de ogen open.
Het integratieproces van de nieuwkomers en hun nazaten heeft zich volop doorgezet
Wat beweerde Scheffer nu eigenlijk? Ik heb zijn essay weer eens herlezen en realiseerde me dat het voor de generaties van nu – laat staan voor toekomstige generaties – lastig zal zijn te begrijpen waarom het destijds zoveel ophef veroorzaakte. Scheffer was erg kritisch over het gemak waarmee veel Nederlanders toen pleitten voor het behoud van migrantenculturen.
Het koesteren van de eigen identiteit zou volgens hem niet samengaan met het noodzakelijke streven naar emancipatie. Bij ongewijzigd beleid zou een etnische onderklasse ontstaan en zouden maatschappelijke spanningen sterk toenemen. Om de liberaal-democratische samenleving in stand te houden dienen nieuwkomers zich tot op zekere hoogte aan te passen en bepaalde gebruiken en ideeën op te geven, zo betoogde hij.
Opvallend is dat Scheffer integratie vooral ziet als aanpassing van de nieuwkomers aan de ‘Nederlandse cultuur’. Soms neigt hij zelfs enigszins naar nationalisme. Hij verwijt de ‘kosmopolitische elite’ dat zij hiervoor onvoldoende oog heeft. Scheffer zelf kan weer worden verweten dat hij in zijn essay nauwelijks is ingegaan op de noodzaak van meer participatie aan arbeid en onderwijs en op het bestrijden van discriminatie. In latere publicaties heeft hij dat overigens wel gedaan.
En nu, twintig jaar later? Het integratieproces van de nieuwkomers en hun nazaten heeft zich ondanks tegenwerking volop doorgezet: participatie aan arbeid en onderwijs zijn spectaculair gestegen, behalve onder sommige vluchtelingengroepen. Een etnische onderklasse heeft zich – gelukkig – niet gevormd, al blijven migranten oververtegenwoordigd aan de onderkant van de samenleving.
Naar de maatstaven van twintig jaar geleden zou dat een fantastische vooruitgang betekenen. Helaas zijn de maatstaven in de tussentijd veranderd. Het maatschappelijk discours wordt nu vooral bepaald door politici en anderen die vinden dat migranten zich onvoldoende aanpassen, dat ze niet helemaal zo worden als ‘wij’ – wie die ‘wij’ ook mogen zijn. Veel onderzoek laat echter zien dat nieuwkomers en hun nazaten zich wel degelijk hebben aangepast aan de Nederlandse samenleving, al zijn zij natuurlijk nog wel herkenbaar aan hun migratieachtergrond of hun godsdienst.
Voor veel autochtonen is dat niet genoeg: hoe goed migranten en hun nazaten ook Nederlands spreken en hoe gemakkelijk zij zich in de samenleving ook bewegen, de gepercipieerde cultuurkloof blijft over en weer groot, de interetnische sociale contacten blijven beperkt en discriminatie is bepaald niet uitgebannen. Tijd voor een nieuwe noodkreet met de impact van die van Paul Scheffer, liefst een uit migrantenkring.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.