9.4 C
Amsterdam

Een ander verhaal over gastarbeid: ‘Je verlaat je land niet voor de lol’

Anne-Rose Hermer
Journalist gespecialiseerd in cultuur. Verslaggever.

Lees meer

In zijn romandebuut Amarok vertelt Mounhim Tahtahi het levensverhaal van zijn vader, die in de jaren zestig de armoede in Marokko ontvluchtte. ‘Dit soort verhalen zijn vrijwel onbekend. We zien de cijfers, maar niet de mensen erachter.’


De laatste jaren verschijnen er steeds meer boeken van auteurs, veertigers en vijftigers, die kinderen zijn van de eerste generatie migranten. Kinderen van vaders die op verzoek van Nederlandse ambtenaren onder meer Turkije en Marokko hebben verlaten om hier te komen werken. De vader van Tahtahi kwam op goed geluk naar Nederland, waardoor hij een ander traject heeft afgelegd. Ook gaat het verhaal, anders dan bij migratieverhalen die al zijn gepubliceerd, veel dieper in op de periodes vóórdat de migratie op gang kwam.

Beeld: Mounhim Tahtahi

Mounhim Tahtahi werd in 1974 geboren in het Marokkaanse Rifgebied. Al snel emigreerden hij en zijn moeder naar Nederland. Zijn vader woonde hier al een tijdje, aanvankelijk als ongedocumenteerde. Tahtahi bracht zijn jeugd door in Het Oude Noorden in Rotterdam.

Tegenwoordig is Tahtahi actief binnen de PvdA in zijn woonplaats Utrecht en succesvol ICT’er. Zijn roots wil hij niet vergeten. ‘Mijn vader mocht niet naar school van zijn ouders. Dat mocht alleen de oudste zoon en mijn vader was de oudste niet. Mijn moeder heeft ook nauwelijks onderwijs genoten. Tot haar grote frustratie vond haar vader het na de basisschool wel welletjes, omdat ze een meisje was.’

Tahtahi heeft bewondering voor zijn vader. Hij vraagt zich af wat hij allemaal had kunnen bereiken, als hij de kans had gekregen om te leren lezen en schrijven. Om die reden groeide Tahtahi op met het idee dat naar school gaan heel belangrijk was.

‘We kregen het advies van onze ouders om kansen te pakken. Mijn vader werkte een tijd bij een papierfabriek, waar oud papier werd samengeperst. Ondanks dat ‘redde’ hij regelmatig boeken van de sloop en nam ze mee naar huis. Onder andere delen van een encyclopedie. Zelf ging ik graag naar boekhandel Donner in Rotterdam om historische boeken te bekijken. Geld om ze te kopen had ik niet, maar ik was wel lid van de bibliotheek. Daar ging ik de boeken zoeken die ik bij Donner had gezien.’

Tahtahi wil dat het verhaal van zijn ouders verteld wordt. ‘Dit soort verhalen zijn vrijwel onbekend. We zien de cijfers, maar niet de mensen erachter. Je verlaat je land niet voor de lol, maar om armoede te ontvluchten. Armoede zorgt ervoor dat je gedwongen wordt om risico’s te nemen. Dwars door de woestijn reizen, bijvoorbeeld. Niet iedereen overleeft deze reis naar de kust. Ik heb mijn boek ook geschreven uit bewondering voor mijn vader.’

Uitbuiting en geweld

De hoofdpersoon in Amarok (Riffijns voor ‘vreemdeling’ of ‘migrant’) is Abderrahmane (1944), die inmiddels weer in Marokko woont en daar van zijn pensioen geniet. Wanneer zijn zoon uit Nederland bij hem op bezoek is, vertelt hij hem zijn levensverhaal. Het perspectief wisselt. Soms is de zoon aan het woord, meestal de vader.


De zoon krijgt dingen te horen die hij nooit heeft geweten en schrikt af en toe. Zijn vader is heel jong gaan werken in een periode waarin je als jongen eigenlijk op school had moeten zitten. Hij was niet alleen veroordeeld tot vervelend werk, maar was ook vogelvrij:

‘Wanneer de meloenen moeten groeien is er voor mij minder te doen. Mijn baas heeft een vriend toegezegd, dat ik in die tijd voor hem kan gaan werken. Ik zou bij die vriend houtskool moeten maken. Voor mij is dat de druppel. Ik wil niet meer voor deze boer werken. En ik wil zeker geen houtskool maken. Dat is precies wat ik hem ook vertel. Mijn weigering schiet in het verkeerde keelgat van de meloenenboer. Hij heeft mij al aan zijn vriend beloofd en mijn weigering zou betekenen dat hij op zijn woord zou moeten terugkomen. ‘Wát zeg jij daar? Wil je weggaan? Jij gaat helemaal nergens heen! Als ik zeg dat je iets moet doen, dan doe je dat!’ De ogen van de meloenenboer worden groot en zijn hoofd loopt rood aan. Hij schreeuwt en pakt mij stevig vast bij mijn armen. Hij hijst mij in de lucht en draait me een kwartslag. Hierdoor lig ik horizontaal in zijn armen. Met alle kracht in hem, smijt hij mij op de grond. Ik hoor mijn rug kraken wanneer ik de vloer raak. Een onbeschrijfelijke en helse pijn schiet door mijn rug. Ik verga van de pijn en liggend op de grond huil ik en smeek ik om genade. De meloenenboer loopt weg en laat mij, kermend van de pijn, achter. Het duurt dagen voor ik weer normaal kan lopen. In het holst van de nacht loop ik het schuurtje uit en verlaat ik de meloenenboer.’

Een citaat uit lang vervlogen tijden? Volgens Tahtahi is dat niet zo. ‘Uitbuiting en geweld komt volgens mij overal ter wereld voor waar armoede heerst. Niet alleen in Marokko. Het gaat hier sowieso om de arme gebieden en de achterstandswijken.’

‘Onze ouders zijn niet alleen weggegaan voor zichzelf. Ze hebben het ook gedaan voor ons, hun kinderen’

Amarok verhaalt ook over de wijdverspreide corruptie in Marokko. Het bemachtigen van een paspoort was in de jaren zestig van de vorige eeuw voorbehouden aan de elite. Wie arm was, viste achter het net. Behalve als je een flinke som geld kon neertellen voor corrupte ambtenaren.

Abderrahmane kon aan een paspoort komen via de Marokkaanse ambassade in Algiers, de hoofdstad van buurland Algerije. Alleen ging dat niet zonder slag of stoot, want hij moest bewijzen dat hij legaal Algerije was binnengekomen, wat natuurlijk niet het geval was.

‘Een paspoort aanvragen in Marokko verloopt tegenwoordig zonder corruptie, maar veel Marokkanen leven nog steeds in armoede’, vertelt Tahtahi. ‘Onze ouders zijn niet alleen weggegaan voor zichzelf. Ze hebben het ook gedaan voor ons, hun kinderen.’

De roman Amarok is uitgegeven in eigen beheer en online te bestellen. Tahtahi heeft het manuscript naar verschillende uitgeverijen gestuurd, maar kreeg geen reactie. Dit had volgens hem ook te maken met dat veel uitgeverijen vanwege de coronapandemie geen nieuwe manuscripten in behandeling wilden nemen.

‘Ik ben uiteindelijk zzp’er en heb besloten het zelf te doen’, vertelt Tahtahi, ‘maar ik heb wel een redacteur ingeschakeld omdat ik het taalkundig gezien helemaal in orde wilde hebben én goed verzorgd. De coverfoto van mijn vader op de Coolsingel én de presentatie bij boekhandel Donner maakten voor mij de cirkel rond.’

Beeld: Mounhim Tahtahi

‘Geschiedenis gaat pas leven als er een gezicht bij hoort,’ sprak Agnes Jongerius, van huis uit historica, voormalig FNV-voorzitter en nu Europarlementariër voor de PvdA, tijdens die presentatie. ‘Zo mooi om dit verhaal te lezen. Armoede, omzwervingen, maar ook het ongelooflijke doorzettingsvermogen. Proberen om een tegenslag om te zetten in iets positiefs. Het is een universeel verhaal over mensen die niet opgeven.’

PvdA-Kamerlid Khadija Arib, tot voor kort voorzitter van de Tweede Kamer, was ook aanwezig. Zij merkte op dat er eigenlijk niet zoveel bekend is over de geschiedenis van de migratie naar Nederland. Veel verhalen zijn niet verteld. Dat van de vader van Tahtahi nu dus wel. De ouders van Tahtahi leven nog en straalden zo van trots dat de verlichting in de zaal eigenlijk overbodig was.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -