In het verweer tegen de lange arm van Rabat

Foto: Reuters
De onrust in het noorden van Marokko is overgewaaid naar Nederland. Nederlandse voorstanders van de demonstraties, die al maanden voortduren, ergeren zich aan de Marokkaanse bemoeienis via moskeeën en voelen zich onder druk gezet. De Kanttekening sprak daarover betrokkenen. ‘We hebben het al jaren over de lange arm van Ankara, maar je ziet nu ook duidelijk de lange arm van Rabat.’

Drie Marokkaans-Nederlandse organisaties hebben het Nederlandse kabinet onlangs gevraagd stelling te nemen tegen de bemoeienis van Rabat met Marokkaanse Nederlanders. Volgens de organisaties organiseert de Marokkaanse overheid bijeenkomsten in Nederland om stelling te nemen tegen de protesten en een verkeerd beeld te schetsen van de onrust in de Rif. In een verklaring stellen zij: ‘Wij maken ons grote zorgen over de recente ontwikkelingen. Wij veroordelen de interventie van de Marokkaanse overheid in Nederland.’

Abdou Menebhi, voorzitter van de Euro-Mediterraan Centrum Migratie en Ontwikkeling (EMCEMO) en tevens één van de initiatiefnemers van de verklaring, zegt dat de Marokkaanse ambassade in Den Haag en de DGST, de Marokkaanse geheime dienst, regeringsgezinde Marokkanen probeert te mobiliseren in Nederland. Volgens Menebhi is onlangs in Utrecht een bijeenkomst gehouden waarbij veel moskeeën en culturele organisaties gedwongen worden aanwezig te zijn en het standpunt van de Marokkaanse regering over te nemen. ‘We hebben geen Diyanet zoals de Turken dat hebben, maar de invloed van Marokko op de Marokkaanse moskeeën in Nederland is groot. Met de komst van de heilige maand ramadan gaat de overheid weer honderden imams sturen. Zij zullen spreken over de protesten en daarbij de standpunten van de regering verkondigen.’

De onrust in de Rif, een achtergestelde regio in het noorden van Marokko, begon vorig jaar in oktober nadat in al-Hoceima de 31-jarige visverkoper Mohsin Fikri werd geplet in een vuilniswagen toen hij zijn handelswaar, dat in beslag was genomen door de politie, wilde redden. Zijn dood werd symbool voor de corruptie en het machtsmisbruik van de politieke elite in Marokko en ontketende hevige protesten, die tot op de dag van vandaag doorgaan. De Riffijnen kennen een lange geschiedenis van oorlogen, opstanden en onderdrukking.

Menebhi merkt dat de Marokkaanse overheid sinds het begin van de protesten de opstand probeert te criminaliseren door een link te leggen tussen de demonstranten en westerse landen. Zo zouden de demonstranten in al-Hoceima geld krijgen van twee organisaties in Nederland en België die voor een onafhankelijk Rif zijn. ‘Dat slaat nergens op’, zegt Menebhi. ‘Marokkanen in Nederland en België sturen al jaren geld naar familieleden in het gebied. Veel mensen kunnen amper rondkomen zonder dat geld. Het is bizar dat dit nu wordt gelabeld als steun aan separatisten.’ Jaarlijks sturen Marokkanen, zo ook Marokkaanse Nederlanders, miljoenen vanuit het buitenland naar de regio. Dat geld wordt gezien als één van de primaire inkomstenbronnen van de lokale bevolking die gebukt gaat onder de werkloosheid en armoede.

‘Marokkaanse Nederlanders die de protesten steunen worden geïntimideerd en zwartgemaakt. Daarnaast doet de Marokkaanse overheid er alles aan om verdeeldheid te creëren onder de Marokkaanse gemeenschap in Nederland’, zegt Menebhi. ‘De meeste  Marokkaanse Nederlanders zijn afkomstig uit het Rif-gebied. Nu worden ze onder druk gezet om openlijk en duidelijk afstand te nemen van de protesten. Dat zorgt voor wrijving en spanningen.’ Nu het bijna zomervakantie is en veel Marokkaanse Nederlanders zich klaarmaken voor een vakantie naar Marokko, vreest Menebhi ‘problematische situaties’ voor Marokkaanse Nederlanders. ‘De Marokkaanse overheid heeft er tevergeefs alles aan gedaan om de opstand de kop in te drukken. De solidariteit met de demonstranten zal in de zomer alleen maar groeien door de komst van Europese Marokkanen. Dat maakt de autoriteiten wanhopig. Je kan moeilijk voorspellen hoe ze daarop gaan reageren. Er kan van alles misgaan.’

De Marokkaans-Nederlandse mensenrechtenactivist Jamal el-Kattabi maakt zich al jaren sterk voor de Riffijnse zaak. Hij is van mening dat hij en andere personen met kritiek op Rabat, problemen kunnen ervaren in Marokko. ‘Ik schrijf op social media bijna dagelijks over de protesten. Hoewel ik zelf niet officieel onderdeel ben van de opstand, zullen ze daar niet blij mee zijn.’

Volgens Kattabi is het nog niet zover dat tegenstanders van het regime niet welkom zijn in moskeeën in Nederland, maar hij ziet langzaam wel dat er botsingen plaatsvinden tussen Marokkaanse Nederlanders met verschillende politieke overtuigingen. ‘Afgelopen vrijdag kwam een imam uit Amsterdam in aanvaring met moskeegangers, omdat hij kritiek had op de demonstranten uit de Rif. Ze kwamen in opstand tegen de imam. Dit soort incidenten komt de laatste tijd vaker voor.’ Kattabi zegt dat de Marokkaanse overheid al jaren Marokkaanse moskeeën in Europa gebruikt om macht uit te oefenen op de diaspora. ‘Ze hebben korte lijnen met de Marokkaanse ambassade en andere instanties. Sinds de protesten zie je die link veel duidelijker.’

Kattabi en andere voorstanders van de protesten krijgen het verwijt dat ze een eigen staat willen in de Rif. ‘De Rif verdient zeker een beter bestuur. Bijna alle mensen uit de Rif willen zelfbestuur en autonomie, maar daar gaan de protesten niet over’, zegt hij. ‘Het corrupte Rabat-regime heeft de Riffijnen in de steek gelaten en daarmee ook het vertrouwen van het volk verloren. We hebben nu te maken met een legitieme roep voor basale voorzieningen, zoals goede gezondheidszorg, een universiteit voor de regio, werkgelegenheid en meer vrijheid voor eigen taal, geschiedenis en cultuur. Daarnaast moet een eind komen aan het koninklijk decreet uit 1958, waarmee al-Hoceima tot een militaire zone is verklaard.’

De ouders van Houssein Mallouka, gemeenteraadslid in Venlo namens de PvdA, komen uit de Rif. Hoewel hij zelf in Nederland is opgegroeid, voelt hij zich verbonden met het gebied en volgt hij de protesten met grote zorg. ‘Het is pijnlijk om te zien hoe mensen worden behandeld, omdat ze alleen maar een fatsoenlijk leven willen.’ Nu er geen eind lijkt te komen aan de protesten, vindt hij dat de Marokkaanse overheid geen andere keuze heeft dan te luisteren naar de demonstranten.

Wat betreft de bemoeienis van de Marokkaanse overheid met Marokkaanse Nederlanders, zegt Mallouka dat dat steeds vaker ter discussie wordt gesteld binnen de Marokkaanse gemeenschap. Hij ziet dat niet iedereen kleur durft te bekennen. ‘Veel mensen zwijgen over de wantoestanden in Marokko. We hebben het al jaren over de lange arm van Ankara, maar je ziet nu ook duidelijk de lange arm van Rabat’, zegt Mallouka. ‘Hier in Venlo merk ik daar persoonlijk weinig van, maar Marokkaanse Nederlanders in de Randstad hebben daar wel last van. Ze worden monddood gemaakt.’ Als je als Marokkaanse Nederlander zegt dat je de protesten steunt, krijg je volgens hem de aantijging dat je voor verdeeldheid onder moslims zorgt. ‘Het is pijnlijk dat Marokkaanse Nederlanders vaak roepen en schreeuwen als het gaat om discriminatie en racisme in Nederland, maar niets willen horen van kritiek op de Marokkaanse overheid. Dat stoort mij.’

DELEN
Hüseyin Atasever
Journalist gespecialiseerd in Turkije, Midden-Oosten, islam en 'nieuwe' Nederlanders.