‘Surinaamse moslims zijn nuchterder’

Foto: Reuters
Surinaamse Nederlanders zijn volgens verscheidene onderzoeken beter geïntegreerd dan andere migrantengroepen, zoals de Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Binnen de Surinaamse gemeenschap is er echter een groep die relatief weinig aandacht krijgt in de media: de moslims. De Kanttekening sprak drie Surinaams-Nederlandse moslims over integratie.

Bijna vijftien procent van de bevolking van Suriname is islamitisch. Onder de Surinaamse Nederlanders ligt dat percentage iets lager, circa tien procent, volgens de organisatie Kennisplatform Integratie & Samenleving. Het gaat voornamelijk om mensen die oorspronkelijk uit India of Java komen.

Shafaat Ramdjanbeg, directeur van een ingenieursbureau, ziet dat veel Surinaamse moslims een voorsprong hebben op Turkse en Marokkaanse moslims. ‘Onze groep is veel beter geïntegreerd dan andere moslimgroepen in Nederland. Wij hebben al veel langer een band met de Nederlandse cultuur. We hebben minder problemen in het dagelijks leven, in tegenstelling tot veel Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Toch kampen ook Surinaamse moslims wel degelijk met cultuurverschillen in Nederland. Er is altijd wel een afwijking van de ‘standaard’ Nederlandse cultuur. Het grootste verschil met andere migrantengroepen is dat wij daar beter op inspelen.’

De Surinaamse gemeenschap wordt gekenmerkt door een hoge mate van etnische en religieuze diversiteit. Dat geldt ook voor de Surinaamse moslims onderling. Zo zijn er verschillen tussen Hindoestaanse, creoolse, Chinese en Javaanse moslims. In Nederland zijn er meer dan vijftig Surinaamse moskeeën van verschillende stromingen.

‘Hoe deze verschillende groepen de islam beleven is zeker anders. Het raamwerk, de rode lijn blijft hetzelfde, maar de invulling is anders. Dat heeft veel met cultuur te maken’, zegt Ramdjanbeg. ‘Het huwelijk is wat de islam beveelt, maar de invulling verschilt sterk. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de geboorte van een kind en begrafenissen. Je ziet duidelijk een culturele inslag bij al die verschillende moslimgroepen. Door de verschillen worden sommige groepen harder getroffen door bepaalde discussies in Nederland, bijvoorbeeld over het slavernijverleden en Zwarte Piet, terwijl andere groepen daar nauwelijks iets van merken. De discussies over Zwarte Piet en het slavernijverleden treffen toch vooral de creoolse Surinamers, wij Hindoestanen zitten daar niet mee.’

Eind juli zijn in Paramaribo twee Surinaamse broers uit Den Haag gearresteerd op verdenking van terroristische activiteiten. De arrestaties hielden verband met een mogelijke aanslag op de Amerikaanse ambassadeur in Paramaribo, Edwin Nolan. Zulke incidenten zijn schaars binnen de Surinaamse moslimgemeenschap. Radicalisering is een issue waar Surinaamse moslims relatief weinig mee te maken hebben, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Marokkaanse moslims.

Ramdjanbeg stelt dat dat vooral komt door de belangrijke rol die tolerantie speelt in het leven van veel Surinaamse moslims. ‘De tolerantie is ingegeven door het feit dat wij allemaal in Suriname een mengelmoes zijn van verschillende culturen. Eén van de dingen die ons bindt is de rol van de ‘witte man’. Hindoestanen en Javanen waren ‘gastarbeiders’ en creolen waren slaven. De ‘witte man’ was de baas. Er waren ook ‘witte boeroes’ (boeroes zijn in Suriname wonende nazaten van Nederlandse arbeiders en boeren die halverwege de negentiende eeuw naar Suriname trokken, red.) die ook ‘gastarbeiders’ waren. Door de jaren heen hebben deze verschillende groepen tolerantie tegenover elkaar ontwikkeld. Ze hadden een gemeenschappelijk doel, allemaal kwamen ze naar Suriname om te werken voor een betere toekomst. Ondanks alle verschillen in geloof leven ze nog steeds in vrede naast elkaar. Dat sommige moslims intolerant zijn tegenover andersdenkenden zegt meer over hunzelf dan over de islam.’

Boekhouder Mohammed Billar onderstreept dat radicalisering een uitzondering is onder Surinaamse moslims. ‘Surinaamse moslims zijn nuchterder dan andere groepen moslims. Omdat de meesten van hen opgroeien met een heel vrije en ruimdenkende levenswijze, vooral in Nederland, is de kans op radicalisering vrij klein. Wanneer binnen de gemeenschap opgemerkt wordt dat iemand aan het radicaliseren is, wordt vaak redelijk snel ingegrepen.’ Billar vindt dat andere groepen moslims een voorbeeld moeten nemen aan de tolerantie van Surinamers. ‘Eigenlijk horen alle moslims tolerant te zijn. De extremisten maken het lastig voor niet-moslims om een juist beeld van de islam en moslims te krijgen. Hoe sneller we zulke extreme en gewelddadige geluiden uitroeien, des te beter, voor het Westen, maar vooral voor de moslims zelf.’

Billars ervaring is dat de problemen die Surinaams-Nederlandse moslims ervaren vaak niet heel anders zijn dan andere islamitische groepen in het land. ‘In Nederland wordt vrij snel gegeneraliseerd als het gaat om de islam en moslims. Als ik tijdens een gesprek zeg dat ik ook moslim ben, krijg ik vaak te horen dat ze het hebben over ‘andere moslims’. Het maakt bijna niet uit of je een Surinaamse of Marokkaanse moslim bent, je krijgt heel veel over je heen.’ Hij ziet het als een pluspunt dat de Surinaamse moslims veel eerder in aanmerking zijn gekomen met de Nederlandse manier van leven. ‘We hebben in Suriname de taal en een aantal gewoontes van Nederlanders meegekregen. Daarom heb ik hier in Nederland, net als de meeste Surinaamse moslims, weinig problemen gehad met integreren.’

Surinamer én moslim zijn zorgt volgens Billar niet persé voor extra problemen, bijvoorbeeld als het gaat om vooroordelen en islamofobie. ‘Bepaalde migrantengroepen zijn nogal naar binnen gekeerd. Eén van de nadelen daarvan is dat de communicatie met zulke groepen niet vlot verloopt. De Turkse gemeenschap bijvoorbeeld, je ziet dat jonge Turken flink aan de weg timmeren, maar als je in de moskee komt wordt er nog steeds in het Turks gepredikt. In Surinaamse moskeeën prediken imams gewoon in het Nederlands. Ook bijvoorbeeld de vergaande polarisering binnen de Turkse gemeenschap, die onder meer het gevolg is van tegenstellingen tussen aanhangers van verschillende Turkse organisaties en bewegingen, zoals Milli Gorus en Diyanet, kennen wij gelukkig niet. Maar het zijn politieke kwesties. Als het gaat om de islam, de manier waarop Turken de islam uitoefenen en beleven, lijken de meeste Turken gewoon op elkaar.’

Rijksambtenaar Rasied Noerkhan vindt dat de Javanen fanatieker zijn in het uitoefenen van hun religie. ‘De islam is de islam, het zou overal hetzelfde moeten zijn. De mensen geven er echter een andere invulling aan. Wij Surinaamse moslims houden vooral van lofzang ter aanbidding van Allah en ter eerbieding van onze heilige profeet. Iets wat ik niet snel in andere landen terug zie. Geloof kan je kracht geven. Het belangrijkste is om andersdenkenden in hun waarde laten. Dat maakt het mogelijk om met verschillende mensen met verschillende religies en culturen in vrede naast elkaar te leven.’

Noerkhan merkt weinig van de problemen die sommige moslims ervaren in Nederland. ‘Mijn identiteit kan zelfs in mijn voordeel werken bij bepaalde sollicitatieprocedures. Zo kan ik voorrang krijgen in het kader van de bevordering van de arbeidsdeelname van ‘nieuwe’ Nederlanders.’ Hij zegt dat ook discussies over bijvoorbeeld het slavernijverleden weinig impact op hem hebben. ‘Ik houd mij niet bezig met die discussies. Ik distantieer mij ervan, omdat ik vind dat ik eerst mezelf moet verbeteren en dan pas anderen kan aanspreken.’

DELEN
Hüseyin Atasever
Journalist gespecialiseerd in Turkije, Midden-Oosten, islam en 'nieuwe' Nederlanders.