11.4 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 165

Turks OM arresteert seculiere bestuurders in Istanbul

0

De vervolging van seculiere bestuurders van de Republikeinse Volkspartij (CHP) in Istanbul heeft een nieuwe fase bereikt. Nu worden ook loco-burgemeesters gearresteerd. Ze worden verdacht van samenwerking met ‘terreurorganisaties’ tijdens de lokale verkiezingen van vorig jaar, meldt het Turks-Armeense blad Agos.

Het Turkse Openbaar Ministerie blijft de seculiere deelgemeenten in Istanbul nauwlettend volgen. Gisteren zijn tien mensen opgepakt op verdenking van ‘heulen met terroristen’ tijdens de verkiezingen. Met ‘terreurorganisaties’ worden Koerdische partijen bedoeld, zoals de HDP en HDK, de voorgangers van de huidige DEM-partij.

De verdachten zouden volgens aanklagers een ‘stadsovereenkomst’ met Koerdische partijen hebben gesloten. Hiermee zouden Koerdische stemmen op oneigenlijke wijze zijn geronseld om de CHP aan de overwinning te helpen.

CHP-woordvoerders reageren woedend op de arrestaties. ‘We zijn vandaag wakker geworden met de schandalige vervolging van onze medewerkers. Dit is een poging om de politiek naar hun hand te zetten en de echte problemen van het land te verdoezelen’, stelt de partij in een persbericht.

Ook de seculiere burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu, liet van zich horen. ‘Wij hebben vorig jaar 12 regionale districten heroverd op de AKP en leveren nu de burgemeester in 26 lokale deelgemeentes van Istanbul. De AKP moet dit verlies accepteren. Wij zullen niet toestaan dat het rechtssysteem wordt misbruikt voor politieke machinaties en hun politieke depressie.’

Onderzoeksrapport: Zorgbestuurders moeten discriminatie aanpakken

0

Discriminatie in de zorg zorgt voor oneerlijke kansen. Sommige patiënten krijgen hierdoor niet de juiste zorg, en ook zorgmedewerkers hebben er last van. Toch wordt dit probleem in veel zorginstellingen niet erkend. Er is vaak geen duidelijk plan om het aan te pakken, concluderen onderzoekers Ewoud Butter en Sharon Polak in een nieuw rapport.

Over discriminatie in de zorg verschijnt vandaag het rapport Het systeem verandert niet vanzelf: de rol van bestuurders en toezichthouders tegen discriminatie. Wij schreven dat samen met partner Critical Mass. Daarbij stelden we enkele cruciale vragen. Hoe gaan zorgbestuurders en toezichthouders om met discriminatie binnen hun organisatie? Voelen zij zich verantwoordelijk? En wat hebben ze nodig om daadwerkelijke verandering in gang te zetten?

Sommige organisaties ontwikkelen met succes diversiteits- en inclusiebeleid. Vaak echter blijft de verantwoordelijkheid voor zulk beleid liggen bij medewerkers voor diversity, inclusion & governance (DIG). Deze hebben geen formele macht en kunnen daardoor weinig invloed uitoefenen op strategische beslissingen.

Discriminatie niet hoogste prioriteit

Voor ons onderzoek hebben we tien van de meest invloedrijke zorgbestuurders en toezichthouders geïnterviewd en een enquête gehouden onder nog eens tien anderen. We hebben hen uitgekozen op basis van hun functie, netwerk en invloed op het beleid.

Nog niet eerder is er onderzoek gedaan naar de perspectieven van deze bestuurders en toezichthouders. Zelden zijn de mensen met de meeste invloed in de zorg zo direct bevraagd over hun rol bij het bestrijden van discriminatie. De openheid waarmee de geïnterviewde bestuurders over dit thema spraken, verraste ons positief. Velen erkenden dat ze zoekende waren en dat het onderwerp binnen hun organisatie niet altijd de hoogste prioriteit had. Een aantal gaf toe dat het thema in bestuurlijke netwerken nauwelijks leeft. Zoals een van de geïnterviewden zei: ‘Als je hierover collega-bestuurders spreekt, vibreert het nauwelijks. Dat valt mij op.’

Erken dat discriminatie een probleem is

Opvallend genoeg hebben de meeste zorgbestuurders geen goed beeld van de mate waarin discriminatie binnen hun organisatie voorkomt. Dit komt vooral doordat veel zorginstellingen discriminatie niet systematisch registreren. Als er geen meldingen zijn, nemen zij al snel aan dat het probleem niet bestaat. Maar dat er weinig meldingen binnenkomen, betekent niet dat discriminatie er niet is.

Zorginstellingen kunnen een eerste belangrijke stap zetten door te erkennen dat discriminatie een probleem is binnen hun organisatie. Vervolgens moeten bestuurders ervoor zorgen dat er structureel onderzoek wordt gedaan naar discriminatie en dat er een toegankelijk en veilig registratiesysteem komt. Zonder cijfers en data blijft discriminatie onzichtbaar en ontbreekt de basis om effectief beleid te ontwikkelen.

Daarnaast is het onderwerp moeilijk bespreekbaar. Veel bestuurders geven aan zich ongemakkelijk te voelen bij termen als (institutioneel) racisme of discriminatie en vermijden het gesprek hierover liever. Dit hangt ook samen met het gebrek aan diversiteit aan de top. De meeste bestuurders hebben zelf geen ervaring met discriminatie of uitsluiting en herkennen daarom niet altijd de impact ervan op hun medewerkers en patiënten. ‘De top van mijn organisatie is volledig wit, terwijl onze patiëntenpopulatie enorm divers is. Dat kan niet meer’, laat een van de zorgbestuurders blijken.

Organisaties moeten expliciet erkennen dat discriminatie ook bij hen voorkomt

Hardnekkige institutionele discriminatie

Naast individuele ervaringen met discriminatie, zoals racistische opmerkingen van patiënten of ongelijke behandeling van medewerkers, speelt ook institutionele discriminatie een grote rol in de zorg. Sommige organisaties gebruiken zelfs nog protocollen die uit de koloniale tijd komen. Daarnaast houden ook ingebouwde structuren en beleid de interne ongelijkheid in stand. Dat alles speelt ook een rol bij werving en selectie, medische protocollen en toegang tot zorg.

Zorgbestuurders hebben de macht en de verantwoordelijkheid om deze vormen van institutionele discriminatie aan te pakken. Maar dat vraagt om meer dan goede intenties en mooie woorden over inclusie. Het vereist actief leiderschap, het nemen van verantwoordelijkheid en structurele veranderingen in beleid en cultuur.

Van bewustwording naar actie

Ons onderzoek laat zien dat bestuurders en toezichthouders meerdere stappen kunnen zetten om discriminatie binnen hun organisatie structureel aan te pakken. Allereerst moeten ze expliciet erkennen dat discriminatie ook binnen hun organisatie voorkomt. Dit betekent dat ze openlijk benoemen dat dit een probleem is en dat ze zich daar verantwoordelijk voor voelen.

Daarnaast moeten organisaties discriminatie goed registreren en monitoren. Zonder cijfers en meldingen blijft het probleem immers onzichtbaar en is er geen basis voor effectieve interventies. Dit betekent dat organisaties niet alleen moeten kijken naar incidenten, maar ook naar bredere patronen, zoals ongelijkheid in doorstroom en beloning.

Ook het creëren van een veilige werkomgeving is essentieel. Medewerkers moeten zich zonder angst kunnen uitspreken over discriminatie en uitsluiting. Organisaties moeten meldingen serieus nemen en opvolgen. Dit vereist niet alleen een helder meldsysteem, maar ook actieve betrokkenheid van leidinggevenden om een cultuur van openheid te stimuleren. Daarnaast is het cruciaal dat bestuurders en toezichthouders zelf als rolmodel voor inclusief leiderschap optreden. Dit betekent dat diversiteit en inclusie een integraal onderdeel vormen van het bestuurlijke beleid en de strategische agenda.

Een ander belangrijk punt is dat organisaties kritisch moeten kijken naar de samenstelling van hun bestuur en raad van toezicht. Zolang deze organen een sterk homogene samenstelling hebben, blijven blinde vlekken bestaan en blijven institutionele uitsluitingsmechanismen in stand. Instellingen moeten die bestaande patronen in hun werkwijze voor werving en selectie doorbreken en bewust zoeken naar kandidaten met diverse achtergronden. Dat is een noodzakelijke voorwaarde om als zorgsector inclusiever te worden.

Discriminatie in de zorg verdwijnt niet vanzelf

Tot slot vraagt de aanpak van institutionele discriminatie om een bredere vorm van samenwerking. Zorginstellingen kunnen dit probleem namelijk niet alleen oplossen. Er is bijvoorbeeld een belangrijke rol weggelegd het onderwijs, waar nu nog onvoldoende sprake is van kansengelijkheid. Zo toonde onderzoeker Lianne Mulder aan dat er grote kansenongelijkheid bestaat in de selectieprocessen van geneeskundestudies. Hierdoor hebben kandidaten met een niet-Europese achtergrond, zoals mensen van Turkse of Marokkaanse afkomst, veel minder kans om toegelaten te worden tot deze studies, zelfs als ze op andere vlakken net zo goed of beter presteren dan hun Europese leeftijdsgenoten.

Leiders moeten veranderen

Discriminatie in de zorg verdwijnt niet vanzelf. Het is geen probleem dat je kunt afschuiven op medewerkers voor diversiteit en inclusie of werkgroepen zonder echte macht. Verandering begint bij de mensen die de besluiten nemen en de organisatiecultuur bepalen. De bestuurders die meewerkten aan ons onderzoek hebben laten zien dat er wel degelijk bereidheid is om discriminatie aan te pakken, maar dat dit pas echt effect heeft als het een bestuurlijke prioriteit wordt.

De vraag is niet of zorgbestuurders iets moeten doen, maar wat hen nog tegenhoudt om daar vandaag mee te beginnen.

Verder lezen:

Baren buiten de box: discriminatie in de geboortezorg
Charifa Zemouri: ‘Wetenschap is extreem eurocentrisch’

Gemeenten: ‘Minister Faber moet asieladvies Raad van State serieus nemen’

0

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) roept asielminister Faber (PVV) op om het advies van de Raad van State serieus te nemen. De hoogste rechtsprekende instantie van Nederland noemde haar asielwetsvoorstel ‘onzorgvuldig’ voorbereid. Dit meldt vaktijdschrift Binnenlands Bestuur.

Niet alleen de Raad van State, maar ook de VNG uit kritiek op Faber. De minister zou de gemeenten niet hebben geraadpleegd bij de totstandkoming van haar wetsvoorstel, dat al sinds de kabinetsinstallatie in ontwikkeling is.

‘We onderschrijven het oordeel van de Raad van State ten volle,’ laat een woordvoerder van de VNG weten aan Binnenlands Bestuur. De Raad adviseert Faber om haar wetsvoorstel te herzien voordat het naar de Tweede Kamer gaat. De minister zelf wil slechts ‘een paar punten en komma’s’ aanpassen.

PVV-leider Geert Wilders verzet zich tegen elke wijziging en dreigt zelfs met nieuwe verkiezingen als de wet wordt aangepast. ‘De kiezer mag oordelen,’ stelt hij.

De druk op het kabinet neemt toe. Vooral coalitiepartner NSC krijgt kritiek vanwege haar houding. Europarlementariër Tineke Strik (GroenLinks-PvdA) verwijt het kabinet dat het ‘onrechtstatelijke’ wetgeving probeert door te drukken. ‘De Raad van State is glashelder: deze asielwetten zijn gebrekkig voorbereid en verergeren het opvangprobleem,’ schrijft ze op X.

Tegelijkertijd ziet extreemrechts het advies juist als aanleiding om de Raad van State ter discussie te stellen. Forum voor Democratie pleit zelfs voor afschaffing van de instantie. ‘De Raad van State beschermt niet de burger, maar de macht,’ stelt FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen.

Wanneer komen we in opstand?

0

Wanneer zeggen we: genoeg is genoeg? Wanneer komen we in opstand tegen deze gekte? Zijn we met zijn allen beland in een realiteit die al in 1949 werd voorspeld in het boek 1984 van George Orwell? Een toekomst waarin de overheid iedereen in de gaten houdt en bepaalt wat we mogen denken en zeggen.

Trump laat zien waar het naartoe gaat: geen tegenspraak toegestaan. Hoewel er protesten zijn in de VS, is het niet genoeg om de afbraak te stoppen. Transgenders worden buitengesloten, noodprogramma’s voor de armsten verdwijnen, en Amerika zet stappen die op de lange termijn schade aanrichten.

En helaas zien we dit ook in Nederland gebeuren.

Hulpprogramma’s worden gekort: minder geld voor ontwikkelingshulp, terwijl de rijken bevoordeeld worden. Het stemgedrag van de VVD en de BBB in de Eerste Kamer spreekt boekdelen: het tegenhouden van de verhoging van het minimumloon laat zien dat zij niet van plan zijn om wat zogenaamd elders bespaard wordt, hier aan de kwetsbaren te geven.

Je zou toch denken dat een minister van Asiel en Migratie daar blij mee zou zijn

Ook hier wordt de geldkraan dichtgedraaid als je als individu of organisatie te lastig bent voor het kabinet. Kijk naar de motie van JA21 om Extinction Rebellion (XR) hun ANBI-status te ontnemen, een status die belastingvoordelen biedt aan goede doelen. Ja, hun acties zijn soms hinderlijk, maar demonstreren is een fundamenteel recht.

Of kijk naar de oproep van de Tweede Kamer (lees: Wilders) om burgemeester Femke Halsema te ontslaan – iets waar hij helemaal niet over gaat. Opnieuw veel lawaai, terwijl de feiten anders liggen. Halsema werd juist verkozen tot de beste lokale bestuurder van 2024, geroemd om haar integriteit, communicatie en zelfreflectie. Eigenschappen waar Wilders nog veel van kan leren, als hij meer dan één letter per keer zou kunnen gebruiken.

In al deze gevallen lijkt er sprake van politieke willekeur.

Net zoals bij onze geliefde minister van Asiel en Migratie, mevrouw Faber. Die, zoals we weten, zo daadkrachtig optreedt en alles glashelder uitlegt – zonder de hulp van een woordvoerder, natuurlijk!

Voor de duidelijkheid: Minister Faber besloot zonder onderbouwing om VluchtelingenWerk ruim 20 miljoen euro te korten, terwijl deze organisatie een wettelijke taak uitvoert in opdracht van het Rijk. Haar argument? VluchtelingenWerk houdt zich alleen met vluchtelingen bezig. Je zou toch denken dat een minister van Asiel en Migratie daar blij mee zou zijn. Maar in haar parallelle realiteit kan je ook een echtpaar dat al 17 jaar in Nederland woont, zonder enige band met Oekraïne, uitzetten naar Oekraïne. Daar moeten ze maar een veilige plek zoeken.

Misschien is dit niet 1984, maar eerder kafkaiaans? Een regering die onlogisch, verwarrend en frustrerend beleid voert.

Wat ik zie, is dat onder het mom van ‘zelfbehoud’ en ‘het beschermen van onze cultuur’ politieke keuzes worden gemaakt die niet menselijk zijn. Ze zijn niet eerbiedig, niet empathisch en in sommige gevallen zelfs in strijd met de Rechten van de Mens en onze grondwet.

Ik kijk met smart uit naar protest en opstand. Het moet toch een keer komen?

Waar is het medicijn tegen deze waanzin? En wie schrijft het recept uit voor dit kabinet?

Dit zijn de integratieplannen van het kabinet

0

Staatssecretaris Jurgen Nobel (VVD, Participatie en Integratie) heeft in een Kamerbrief de integratieplannen van het kabinet gepresenteerd: de Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving.

‘Nederland is misschien wel het mooiste land ter wereld. In ons land zijn we allemaal vrij om onszelf te zijn’, schrijft Nobel in zijn brief aan de Tweede Kamer. ‘Op het terrein van integratie en de open en vrije samenleving gaan veel dingen goed: we zien op veel terreinen een vooruitgang in de manier waarop nieuwkomers in ons land meedoen. Op de arbeidsmarkt en in het onderwijs zijn de trends positief’, schrijft hij.

‘Maar we zien ook integratieproblemen en problemen met de manier waarop we met elkaar samenleven. Er zijn te veel vrouwen en meisjes in Nederland die niet hun eigen keuzes kunnen maken. Mensen voelen zich niet overal veilig om te laten zien van wie ze houden of wat ze geloven. Te veel mensen beheersen de Nederlandse taal nog onvoldoende of staan aan de zijlijn. En er is oververtegenwoordiging van verdachten van bepaalde strafbare feiten onder specifieke groepen migranten van de eerste en tweede generatie. Het is een afnemende oververtegenwoordiging, maar zij straalt ten onrechte af op de hele groep.’

De belangrijkste punten uit de plannen zijn:

  • Respect voor Nederlandse kernwaarden zoals vrijheid van meningsuiting, zelfbeschikking en gelijke rechten.
  • Tegengaan van schadelijke praktijken zoals huwelijksdwang en vrouwelijke genitale verminking.
  • Strijd tegen intolerantie en extremisme, met focus op maatschappelijke samenhang en de aanpak van discriminatie.
  • Bescherming tegen buitenlandse inmenging, inclusief beïnvloeding door andere staten van diaspora-gemeenschappen.
  • Vroegtijdige integratie van nieuwkomers, door hen sneller deel te laten nemen aan de arbeidsmarkt en taalcursussen.
  • Stimuleren van arbeidsparticipatie, vooral onder statushouders en vrouwen met een migratieachtergrond.
  • Beperking van sociale afhankelijkheid door het terugdringen van bijstandsgebruik onder migranten.
  • Een Nederlandstalige imamopleiding om buitenlandse religieuze invloed te verminderen.
  • Strengere regulering van buitenlandse financiering van maatschappelijke organisaties.
  • Meer nadruk op burgerschapsonderwijs, inclusief Holocausteducatie voor inburgeraars.
  • Dialoog en samenwerking met gemeenschapsleiders om sociale cohesie te bevorderen.

Deze zomer volgt een uitwerking van deze agenda.

Nobel staat bekend als een hardliner in het integratiedebat. Hij zou volgens sommige Nederlanders met een migratieachtergrond aanzetten tot haat. Nobel heeft zich herhaaldelijk uitgelaten over islamitische jongeren die volgens hem niet altijd Nederlandse normen en waarden onderschrijven. Hij heeft nooit afstand genomen van deze uitspraken.

Minister Keijzer: ‘Waarom maakten Palestijnen nooit een toeristische plek van Gaza?’

0

Minister van Volkshuisvesting Mona Keijzer (BBB) doet – naar aanleiding van de deportatieplannen van Trump voor de Gazastrook – omstreden uitspraken over Palestijnen. ‘Ik heb me altijd afgevraagd waarom ze van die fantastische plek geen toeristische plek maken.’

Keijzer deed deze uitspraak tegenover een cynische verslaggever van PowNews, die haar provocerend het volgende voorhield: ‘Minister, niet de Gazastrook, maar binnenkort de Magastrook, dat is pas volkshuisvesting, hè?’

‘Ik denk dat u refereert aan wat Trump heeft gezegd’, antwoordt Keijzer kalm in het filmpje.

Trump presenteerde vorige week deportatieplannen voor Palestijnen, wat, mocht het zover komen, feitelijk neerkomt op de etnische zuivering van Palestijnen uit hun eigen grondgebied. Volgens Trump zou er daardoor een ‘Riviera van het Midden-Oosten’ kunnen ontstaan.

Keijzer gaat niet in op de mensenrechtenschendingen, maar lijkt de schuld bij de Palestijnen neer te leggen. ‘Ik heb me altijd afgevraagd waarom de mensen daar niet iets maken van die fantastische plek waar ze leven, zodat ze daar een mooie toeristische plek kunnen maken en ze een beetje geld kunnen verdienen’, zegt ze.

Op sociale media is er veel ophef over deze uitspraken. ‘Misschien heeft dat iets te maken met de bijna 17 jaar durende blokkade en omsingeling, en de periodieke bombardementen waarbij Gaza keer op keer wordt verwoest – het zogenaamde ‘mowing the lawn‘?’ reageert onderzoeker Timotheus Tap. ‘Oh, en misschien ook omdat elk schip dat te dicht bij de kust van Gaza komt, of elk Gazaanse schip dat het waagt ver uit te varen, onder vuur wordt genomen door de Israëlische marine?’

De ‘deep state’ van Musk en Trump

0

Wie zich de afgelopen jaren in het fenomeen complotdenken verdiept heeft, heeft vast weleens gehoord van de term deep state. Dit verwijst naar een staat binnen een staat, de situatie in een land waarin de staat eigenlijk geregeerd wordt door een niet-democratisch verkozen leiding. Complotdenkers in de VS zijn veelal van mening dat de deep state in hun land bestaat uit mensen binnen het veiligheidsestablishment, al dan niet aangevuld met internationale organisaties. En zij geloven dat deze mensen achter de schermen daadwerkelijk de macht hebben in de VS. De zittende verkozen politici zijn hooguit hun loopjongens, zo redeneren de complotdenkers.

Deze mensen die geloven in het bestaan van een Amerikaanse schaduwregering verkeerden jarenlang in de marges van de Amerikaanse politiek en samenleving. Over de presidenten Clinton, Bush, Obama en Biden riepen ze jarenlang de meest bizarre dingen. Bijna iedere mainstream politicus was volgens hen een puppet van de deep state. Dat gold voor zo ongeveer iedereen, behalve natuurlijk Donald Trump en zijn kompaan Elon Musk.

Trump en Musk zijn volgens hen juist de uitdagers van die deep state. Zij zijn diegenen die de VS gaan redden en de deep state zullen verslaan. Dit gedachtegoed, dat ooit een randverschijnsel was, bevindt zich nu in het centrum van de macht. Want met Trumps goedkeuring heeft de onverkozen miljardair Elon Musk nu carte blanche om een groot deel van de Amerikaanse federale overheid over te nemen en aan zijn wil te onderwerpen. Zogenaamd in de strijd tegen de deep state.

Musk noemde USAID op X een ‘criminele organisatie’

Het door Musk opgerichte Department of Government Efficiency (DOGE) is op dit moment bezig om een haast maoïstisch aandoende Culturele Revolutie door te voeren. Dit ministerie wil slopen wat Trump en Musk zien als deep state. DOGE heeft al het betalingssysteem van de federale overheid overgenomen, waardoor Musk nu invloed heeft op vrijwel alle financiële transacties de Amerikaanse overheid.

Daarnaast zet DOGE nu de bijl in USAID, het internationale ontwikkelingsagentschap van de Amerikaanse overheid. Ook dit is volgens Musk een stuk deep state dat ontmanteld moet worden, en ook hier worden werknemers die zich aan de wet houden en niet mee wensen te werken aan de kant geschoven. Musk noemde USAID op X een ‘criminele organisatie’, en Republikeinse politici die zich verzetten tegen de sluiting van deze organisatie (en daarmee een drastische afname van Amerikaanse invloed wereldwijd) zijn volgens hem deep state puppets.

Ondertussen is Trump zelf bezig om de FBIi en het ministerie van Justitie te zuiveren. Eenieder die zich bezighield met de vervolging van Trump of van de daders van de opstand van 6 januari 2021, vliegt eruit. De FBI dreigt momenteel dermate gezuiverd te worden dat dit mogelijke grote implicaties gaat hebben voor de federale veiligheidssituatie in de VS. Onder leiding van Musk en Trump voltrekt zich momenteel een ontwikkeling die we alleen kunnen duiden als een deep state coup.

Want het is de onverkozen miljardair Elon Musk die met zijn eigen organisatie momenteel de Amerikaanse overheid diep infiltreert en bezig is haar te ontmantelen. Musk creëert nu een staat in de staat, en het wordt duidelijk waar de werkelijke macht in de VS inmiddels ligt: niet langer bij de overheid, maar bij Musk en de zijnen. Donald Trump, die weliswaar democratisch verkozen is, staat dit alles toe, en moedigt het aan. Zijn zuiveringen van het Amerikaanse rechtssysteem en veiligheidsapparaat houden bovendien de voltooiing in van de staatsgreep die hij op 6 januari 2021 startte.

De ontmanteling van de Amerikaanse republiek door Musk en Trump neemt op dit moment de gedaante van een blitzkrieg aan. Het is nu aan de rest van Amerika, die niet wil dat de democratie, de rechtsstaat en de overheid in de VS ophouden te bestaan om te redden wat er te redden valt. Nu het nog kan, zouden Amerikanen massaal de straat op moeten gaan en politici van verschillende kleuren zich moeten verenigen tegen dit tweetal. Het is aan de Amerikanen zelf om hun republiek te redden. Het is vijf voor twaalf voor de Amerikaanse strijd tegen de deep state. Er valt geen moment meer te verliezen.

Journalist Rachida Azough: hoe meer geworteld, hoe meer uitsluiting je ervaart

0

Nederlanders met een migratieachtergrond ervaren steeds vaker een zogenoemde ‘integratieparadox’: hoe meer je geworteld bent in Nederland, hoe meer discriminatie je ervaart. Ze doen hun best om erbij te horen, maar stuiten op subtiele uitsluitingsmechanismen. Dat schrijft journalist Rachida Azough in een essay voor de Groene Amsterdammer.

Azough stelt voor om de term ‘integratie’ maar in de prullenbak te gooien, omdat je in Nederland nooit ‘aangepast’ genoeg zou kunnen zijn.

‘Mijn bereidheid om me aan te passen was groot. Ik groette altijd iedereen die ik op straat tegenkwam in de wijk van mijn jeugd. Goedemorgen, goedemiddag, goedenavond. De Tarwewijk in Rotterdam-Zuid was toen nog overwegend wit. Ik was er geboren, maar voelde me een vreemde. Om de ander gerust te stellen, glimlachte ik erbij’, schrijft ze.

Azough legt uit: ‘Zij die het meest geworteld zijn, ervaren het vaakst discriminatie en uitsluiting. Zij die van ver komen en intensief contact hebben met de witte meerderheid, beseffen het snelst dat het nooit genoeg zal zijn. Ik hoor in de onschuldigste vaststellingen de racistische ondertoon die erin verscholen ligt. Dat doe ik al mijn hele leven.’

Het essay leest als een noodkreet in het integratiedebat, dat na vorig jaar weer volledig is losgebarsten. Azough blikt terug naar de jaren 00 en haalt hard uit. ‘Het voelde bevreemdend dat er over ons – migranten, moslims, Marokkanen – gesproken werd alsof we er niet bij waren. Dat je homo’s uit flats gooit. Dat je vrouwen minacht. Dat je ze verkracht. Vermoordt. Dat je joden haat. Dat je leugenachtig bent. Lui. Primitief. Tegen de westerse manier van leven. Dat je onderdrukt wordt door de jouwen. Dat je een vijfde colonne bent. Tribaal. Asociaal. Dat je geiten neukt. Dat je man je slaat. Dat je de verzorgingsstaat misbruikt. Dat je de Verlichting niet hebt meegemaakt. Dat je blij mag zijn dat je hier bent. Dat je blij mag zijn dat je hier mág zijn. Dat ze je in je eigen land veel slechter zouden behandelen. En dat ze je terugsturen wanneer ze maar kunnen.’

Na aanslag in Zweden groeit kritiek op berichtgeving: waarom geen terroristisch motief?

0

Nederlanders van kleur zetten vraagtekens bij de berichtgeving over de aanslag in Örebro. Bij de aanval kwamen elf mensen om op een school waar veel migranten de taal leerden. De 35-jarige dader, Rickard Andersson, zou tijdens de aanval hebben geroepen: ‘Ga weg uit Europa’.

Ook vinden critici de stilte bij extreemrechtse partijen verdacht. ‘Waarom is het nu stil bij meneer Wilders? Niets te zien op X… volledige stilte’, schrijft Anis Jadib op LinkedIn. Hij deelt een filmpje waarin hij zich afvraagt of ‘witte mensen’ geen ‘terroristen’ kunnen zijn.

Bij een snelle rondgang langs Nederlandse media valt op: ‘Het Zweedse Örebro is in shock na de schietpartij op een school voor volwassenen waarbij dinsdag elf mensen omkwamen’, schrijft Reformatorisch Dagblad. ‘Einzelgänger en kluizenaar: eerste details over dader van schietpartij Zweden’, kopt het Algemeen Dagblad. De Telegraaf schrijft: ‘Dader van Zweedse schoolmoordpartij was werkloze kluizenaar met sociale problemen: Als kind was hij anders’.

Bij internationale westerse media zoals BBC, CNN en Sky News zijn de termen die gebruikt worden niet veel anders. Het gaat om een ‘schietpartij’, gepleegd door een ‘eenling’ die problemen zou hebben. Geen van deze media spreekt over een ‘terrorist’ of noemt de etnische achtergrond van de Zweed.

Eerder deze week vermeldde Trouw wél de nationaliteit van een verwarde man die een 11-jarig meisje in Nieuwegein neerstak. PVV-leider Wilders greep die moord toen zelfs aan om Syriërs te deporteren, omdat hij ten onrechte dacht dat de dader een Syriër was.

Selectieve waarneming komt vaker voor aan de extreemrechtse kant van het politieke spectrum. Na de aanslag in Maagdenburg zei Elon Musk dat alleen de Alternative für Deutschland (AfD) Duitsland nog kon redden, terwijl de dader een fan van Geert Wilders bleek te zijn.

Jadib is er klaar mee. ‘Stop de dubbele moraal en standaard in de media’, sluit hij zijn bericht af.

Volgens de journalisten Mounir Samuel en Tim Hofman schuilt er in deze dubbele moraal een groter gevaar voor Nederland, dat volgens hen veel extreemrechtser is dan ‘we doorhebben’. In een kritische video waarschuwen ze hiervoor, omdat ze vinden dat linkse partijen hier te weinig tegenwicht aan bieden. ‘Bijna alle partijen zijn flink naar rechts opgeschoven’, merkt Samuel op.

De maatschappij zou op basis van afkomst en dubbele nationaliteit verdeeld raken tussen ‘echte Nederlanders’ en buitenlanders. ‘Extreemrechts werkt aan een systeem waarin Nederlanders met een migratieachtergrond anders worden gemonitord, zwaarder worden bestraft en sneller van terrorisme worden verdacht. Zo kunnen ze het paspoort afpakken en hen dan feitelijk deporteren’, stelt Samuel.

Hij zegt tegen Hofman dat een witte Nederlander dit probleem kan zien, maar dat hij het als Nederlander van kleur echt ‘voelt’. ‘Uiteindelijk is het de Nederlandse democratie die ten onder gaat. Kortom, we hebben een probleem’, concluderen ze beiden. Binnenkort komen ze met nog twee filmpjes over de extreemrechtse dreiging in Nederland.

Nieuwe Pioniers: Iraanse wil Nederlandse bruiden laten schitteren

0

In Nieuwe Pioniers spreekt de Kanttekening migranten met een eigen onderneming. In deze aflevering komt de 51-jarige in Iran geboren Shahla Poorsobhan aan het woord, eigenaresse van een bruidsmodezaak. In de jaren negentig kwam ze als vluchteling naar Nederland.

In de drukke Javastraat in de Archipelbuurt van Den Haag vind je in twee statige panden de bruidsmodezaak Unique Bridal. Achter de etalageramen zijn op twee verdiepingen paspoppen met bruidsjurken opgesteld. Op de eerste verdieping vertelt eigenaresse Shahla Poorsobhan omringd met tientallen bruidsjurken, gezeten op een vintage sofa en onder een fraaie kroonluchter haar levensverhaal. Haar verhaal is niet los te zien van het verdriet, zeg maar gerust het trauma, dat ze als puber in Iran opliep. Het vormde haar ook tot de onderneemster die ze nu is. Het is een emotioneel gesprek en daarom schuift haar echtgenoot Roy aan.

Ze is nu 33 jaar in Nederland. Het land waar ze min of meer bij toeval terechtkwam. ‘Het had ook Japan, India, Amerika, waar dan ook kunnen zijn’, zegt Shahla. Als het maar een land was waar ze kon scheiden van haar eerste man en aan haar eigen ontwikkeling kon werken. Weg uit Iran, uit het Iran van de revolutie waar de Islamitische Republiek van ayatollah Khomeini in 1979 gevestigd werd. Dat regime dat haar niet kon beschermen toen ze als veertienjarige met een man trouwde van wie ze niet hield.

Vissersdorp

Haar eerste levensjaren bracht Shahla door in Bandar-e Kiashahr. Een vissersdorp in Noord-Iran aan de Kaspische Zee. ’Ik was een gelukkig kind totdat ik trouwde.’ En brutaal was ze. ‘Mijn opa zei al: ‘Kind, je komt nooit een tong tekort.’’ Na het verdwijnen van de sjah (de vorst die tot 1979 Iran zeer autoritair regeerde) veranderde er veel. Shahla komt uit een islamitisch gezin. Maar ze gingen losjes met het geloof om. ‘Na de revolutie moest je een hoofddoek dragen, mocht je niet in huis drinken, je mocht niet dit, dat mocht niet.’ Dogmatische opvattingen het past niet bij hoe ze in het leven staat. ‘Ik geloof in God zeker. Ik wil een goed mens zijn voor anderen. Ik moet niet stelen, niet liegen. Geloof is voor mij meer dan een hoofddoek opdoen.’

Shahla met haar ouders en broertje

Ze noemt het geen uithuwelijken wat haar als pubermeisje overkwam. Ze staat erop te benadrukken dat haar verhaal niet een typisch Iraans verhaal is. ‘Mijn ouders zijn gewoon uit liefde getrouwd.’ Dat haar dit eerst niet gegund was, zorgde voor een pijnlijk en haast onbespreekbaar familietrauma. De man die Shahla en haar ouders ‘manipuleerde’ was een achterneef van haar vader. ‘Hij was twintig jaar ouder, ik had hem bedacht als grote broer, als oom in ons leven.’

‘Geloof is voor mij meer dan een hoofddoek opdoen’

Haar ex-man kwam halverwege de jaren tachtig veel in Bandar-e Kiashahr, dat een beroemde Iraanse vakantieplaats is. Haar vader was vaak niet thuis. Om het hoofd boven water te houden had hij drie banen. Zo werkte hij als bewaker in een haven aan de Kaspische Zee. Ook dieven hadden het voorzien op kaviaar. Terwijl haar vader van huis was, probeerde de achterneef de dertienjarige Shahla te veroveren. ‘Je bent zo knap, zo’n doorzetter, waarom blijf je hier in Noord-Iran! Ga mee naar Teheran, daar kan je meer bereiken. Ik steun je’, imiteert ze de man die met een ongewenst huwelijksaanzoek haar leven ging bepalen. Met dit soort mooie praatjes beïnvloedde hij ook haar moeder. Jong als ze was, dacht ze de situatie te kunnen beheersen. ‘Gast, ik ben jouw type niet. Ik hou niet van je, ik wil verliefd zijn’, dat zei ze tegen hem.

Donkerblauwe kleding

Shahla sliep als de achterneef kwam logeren met haar moeder en broertjes in de woonkamer. Ze herinnert zich de details van een fatale nacht. ‘Ik sliep in spijkerbroek.’ Toen hoorde ze buurthonden blaffen. Een groep geestelijken met donkerblauwe kleding keek vanuit de tuin de kamer in.’ Beangstigend deze controle in het holst van de nacht. ‘Wie is die man?’ Haar moeder legde tevergeefs uit dat hij ‘een neef’ van haar man was. Deze fundamentalisten accepteerden het niet. ‘We moesten met zijn allen mee naar het politiebureau.’ Daar pakte de achterneef zijn moment en zei dat hij Shahla’s verloofde is. Vervolgens kwam de zaak voor de islamitische rechtbank. ‘En die besliste: ik moest met hem trouwen. Ik was heel erg gechoqueerd.’

Vervolgens besloot Shahla zonder medeweten van haar ouders naar een ayatollah te gaan. ‘Nu komt er een stukje symboliek’, gniffelt haar man Roy. Ze vertelt hoe dat bezoek begon met het opengaan van een voor Noord-Iran kenmerkende loodzware ijzeren deur van het erf van de ayatollah. Ze had een boerka aangetrokken. Shahla zat vol goede moed want de dochter van deze man was een van haar klasgenoten. ‘Ik was goed met haar.’ Nadat ze had aangeklopt ging de deur met een touw open. Op de verhoogde veranda sprak de ayatollah haar kortaf en arrogant aan. Shahla legt uit dat ze de leeftijd van zijn dochter Sara heeft. Ze vraagt zijn hulp om onder het huwelijk uit te komen. Het antwoord maakte een einde aan de laatste hoop. ‘Ik kan niets voor je doen. Uit mijn tuin!’ Door emoties overmand vertrekt ze. ‘Ik gooide die ijzeren deur keihard dicht. Ik hoor het geluid nog steeds.’

Shahla als ‘brutaal’ kind

Hel leven van deze ‘man van God’ die haar zo in de steek liet, kreeg al gauw een dramatisch vervolg. Het was de tijd van de Irak-Iran oorlog (1980-1988). Iedereen in Iran kreeg te maken met gewonde en dode zonen en vaders. ‘Je hoorde iedere dag ambulances’, herinnert Shahla zich. Vijf zonen van deze ayatollah zijn een paar maanden na Shahla’s smeekbede aan het front gedood. De man zelf kreeg een hartaanval. ‘Ik zeg niet dat hij gestraft is door mij maar toen ik een kind was, brak hij mijn hart. Hij koos niet voor het goede.’ Hoewel ‘het hele dorp geschokt was’, nam niemand het voor de jonge Shahla op. Ook haar vader was machteloos.

Shahla’s broertjes waren nog te jong voor de oorlog. Zij hadden het verdriet dat hun oudere zus als getrouwde vrouw naar Teheran verhuisde. Een van de broertjes zei nog tegen haar dat hij graag haar oudere broer was geweest, zodat hij kon helpen. ‘Ik was hun tweede moeder’, zegt ze, zichtbaar ontroerd.

Huis van haar schoonouders

Ze verhuisde als veertienjarige getrouwde vrouw naar Teheran. ‘Ik wilde daar naar school.’ Nu in Teheran dacht haar echtgenoot er plots anders over. Ze mocht niet naar school van hem. ‘Vanaf dag één met hem gevochten.’ Letterlijk. ‘Soms zat mijn mond vol bloed.’ Daar zat ze dan in Teheran. In het prachtige stuk van de stad, net onder de bergen. ‘In een mooi huis maar geen vrijheid.’

Dat mooie huis was van haar schoonouders, daar woonden ze bij in. Haar man was vooral veel de hort op, het was onduidelijk wat hij allemaal uitspookte maar geld had hij zelden. Ze praat met warme gevoelens over haar schoonvader. Deze man begreep ook niet waarom Shahla met zijn zoon was getrouwd. Haar schoonvader was een hoogopgeleide erudiete man. ‘ik vertrouwde hem, zag hem als vriend.’ Als kind al vond Shahla opleiding belangrijk en zo had ze bedacht: omgaan met ‘intelligente mensen’ zou haar verder brengen in het leven. ‘Ik wil van mensen leren.’

Shahla sprak haar schoonvader aan: ‘Baba, wat moet ik nu in Teheran?’ Hij zag haar talent, haar honger naar kennis en ging met zijn zoon praten. ‘Mijn schoonvader overtuigde hem dat het handig is als je vrouw je broek korter kan maken.’ Shahla ging vervolgens naar de Teheranse modevakschool. Drie maanden later overleed haar schoonvader.

Een paar maanden later was ze zwanger – zestien jaar oud. Ze was ziek en de docent vroeg uit medelijden of ze thuis wilde blijven. Shahla weigerde. ‘Ik moest deze school afmaken, voordat mijn kind werd geboren.’ Omdat haar ouders niet in Teheran woonden en schoonmoeder en echtgenoot niet zouden oppassen, wist ze dat ze na de geboorte van haar kindje de opleiding niet kon afmaken.

”Glas’ was het eerste woord dat ik leerde. Glas!’

Shahla benadrukt dat het ook haar keus was om zwanger te worden. Niettemin wist ze dat voor moeder en kind de toekomst buiten Iran zou liggen. Ze wist dat ze als moeder in Iran niet kon scheiden. Het wonen bij haar schoonmoeder verliep na het overlijden van ‘Baba’ in een ruzieachtige sfeer. Er was ook veel spanning tussen Shahla’s man en zijn moeder.

Shahla’s man had inmiddels problemen met de Iraanse autoriteiten. Met hun toen tweejarige dochter vluchtten ze daarom naar Nederland. Iran verlaten dat was wat ze wilde. Alles achterlaten. ‘Ik was boos op het regime, maar ook boos op mijn ouders.’ Eenmaal in Nederland had ze zes jaar nauwelijks contact met haar familie. Haar ex-man, met wie ze al bijna twintig jaar geen contact meer heeft, woont volgens Shahla tegenwoordig weer in Iran. ‘Hij is opa maar zag zijn kleinkind in Nederland nooit.’

Shahla tijdens haar studie in Nederland

In Nederland kwam ze vanaf 1992 in verschillende asielzoekerscentra terecht. ‘Als eerste in Rijsbergen. Shahla kijkt terug op een leuke tijd. ‘We mochten fietsen. ik was helemaal happy, vond alles leuk. Ik was negentien!’ En ze wist gelijk dat ze de Nederlandse taal wilde leren. ‘We kregen les van Rob, een oude man met baard. ‘Glas’ was het eerste woord dat ik leerde. Glas!’ Haar ex vond het maar niks. Menigmaal heeft hij haar Nederlandse taalboeken verscheurd.

Bruidsmode

Ze had toen absoluut niet het vermoeden dat ze dertig jaar later de eigenaresse zou zijn van een toonaangevende bruidszaak in het centrum van Den Haag. ‘Als kind had ik dat ook nooit verwacht. Ik had wel altijd een klik met bruiden.’ Ze vertelt hoe ze haar ogen uitkeek bij het werk van een visagiste toen een nichtje trouwde.’ Maar in Nederland dacht ze in de eerste jaren niet aan bruidsmode. Ze wilde studeren, een baan vinden en dan scheiden.

Een Iraanse vriendin die ze bij de Nederlandse les had leren kennen, ging naar de Modevakschool in Den Haag. Ze was enthousiast en vroeg Shahla mee te gaan. Die aarzelde. Ze had immers al een soortgelijke opleiding in Teheran gedaan. Ze zag al gauw de voordelen van een Nederlands diploma. De eerste twee jaar van de opleiding had Shahla nog geen verblijfsvergunning en studiefinanciering was niet mogelijk. Ze overtuigde de directie van de Modevakschool. ‘Ik wil deze opleiding doen, maar ik heb geen geld. De school heeft alles geregeld.’ Later kwam ze erachter dat ‘de kerk’ twee studiejaren heeft betaald. Ze heeft geen idee welke kerk. Maar Shahla is deze geldschieter ongekend dankbaar.

De school werkte enorm mee om Shahla te laten studeren. Haar man wilde ook in Nederland niet oppassen en dus zat hun dochter heel vaak samen met haar moeder in de klas. Omdat ze rekening moest houden met de schooltijden van haar dochter was het erg ingewikkeld om een stageplek te vinden. ‘Iedereen had het toen over Hardies Damesmode, een high-end-store, daar wilden alle studenten stagelopen. Ik kon niet want ik moest voor mijn kind zorgen.’ Ze is trots dat tegenover Unique Bridal Hardies zit. ‘De winkel waar ik van droomde als stageplek.’

Haar taalachterstand maakte de studie erg moeilijk. Tot ’s avonds laat zat Shahla met woordenboeken alles op Nederlands modegebied uit te zoeken. ‘Wat is wol?’ Buren in Den Haag hielpen haar met taalles. Haar echtgenoot had niks door als ze ‘ging praten met de buurvrouw.’

Shahla met Nederlandse buren die haar hielpen

Ze gaf niet op en Shahla haalde haar diploma aan de Modevakschool. Nu kon ze aan een Nederlandse carrière gaan werken. Die begon bij een kledingatelier in Naaldwijk. ‘Bij strenge mensen met veel regels. Technisch daar veel geleerd.’ Op de fiets vanuit Den Haag ging ze erheen. ‘Mijn man had een auto maar bracht me nooit.’ In Nederland werd ze door haar werk steeds zelfstandiger en de scheiding zette ze door. In 2007 ontmoette ze Roy. Liefde op het eerste gezicht, bevestigen beiden.

Opgeleid als coupeuse en ontwerpster leerde ze het vak als verkoopster van bruidsjurken in de praktijk. In een filiaal van het Bruidspaleis in Den Haag waar ze een kleine tien jaar werkte. ‘Daar zag ik hoe vrouwen gelukkig werden van het kopen van een trouwjurk.’ Naast haar werk voor het Bruidspaleis begon ze voor zichzelf. Haar atelier was thuis. Voor bruidsmodezaken vermaakte Shahla jurken en legde zich toe op het ontwerpen van eigen bruidsjurken. In 2013 liepen de zaken zo goed dat ze in het pand in de Javastraat kon trekken. Unique Bridal was een feit en inmiddels werken er vier coupeuses en vier verkoopsters. En gaan er jaarlijks honderden jurken over de toonbank.

‘Ik ben niet met status bezig. Het is gewoon hard werken en dan zie ik wel’

Haar Iraanse roots zijn niet specifiek terug te zien in de ingekochte jurken van topmodewerken. Maar wel in haar eigen ontwerpen voor trouwjurken en de bijbehorende accessoires. Je ziet daarin bijvoorbeeld patronen met bloemen in een Perzische traditie. De wens van de klant staat voorop. ‘De bedoeling is vrouwen gelukkig maken. Iedere vrouw is uniek.’

Met Roy, een ondernemer in de ict, kreeg ze een tweede kind. Sinds Roy in haar leven is, is het contact met de familie in Iran weer beter geworden. ‘Als je je leven op de rit hebt, dan ben je niet meer boos.’ Toch bleek die rit al gauw een uiterst kwetsbare. Toen haar tweede dochter in 2011 nog geen jaar oud was, kreeg Shahla borstkanker. Ze overwon de ziekte. ‘Ik werkte bij de behandeling gewoon door.’

Wat maakt haar nu als nieuwkomer een goede onderneemster? Ze weet het oprecht niet. ‘Ik zie mezelf niet als wow.’ Over haar ambities is ze net zo bescheiden. ‘Ik ben niet met status bezig. Het is gewoon hard werken en dan zie ik wel.’ Roy roemt haar ‘vechtdrang, ze gaat gewoon verder.’ Het creatieve element, meer haar eigen bruidsjurken ontwerpen, wil ze de komende jaren meer ruimte geven. Ze heeft veel steun gevoeld in Nederland. ‘Ik heb hier veel bereikt.’ Toch voelt het soms dat ze in twee werelden zit. ‘Iran en Nederland, Ik houd van mijn landen. Maar voor mij is Nederland echt mijn huis.’ Het ontroert haar zichtbaar.

‘Nooit’ zou ze nog in Iran willen wonen, ook niet met Roy. Op vakantie is ze wel een paar keer terug geweest naar Iran. ‘Mijn drie jongere broers en mijn moeder wonen er, ik houd van ze.’  Haar vader overleed twee jaar geleden. De laatste keer in Iran, zei ze tegen haar vader: ‘Als jij dood bent, kom ik misschien nooit meer in Iran. Ik heb liever dat ze naar Nederland komen.’