Oplichters stoppen donaties aan aardbevingsslachtoffers in Turkije en Syrië in eigen zak, bericht de BBC vandaag. De Britse tv-zender ontmaskerde TikTok-accounts die om donaties vragen, maar oude foto’s gebruiken.
Ook op Twitter worden gefotoshopte afbeeldingen gebruikt door criminele accounts die geld ophalen voor noodhulp aan Turkije en Syrië. Een voorbeeld is het account @TurkeyRelief, dat in januari lid werd van Twitter en slechts 31 volgers heeft. Via het online betaalsysteem PayPal haalde het account 900 euro op, inclusief 500 euro van de eigenaar die doneerde om authentiek te lijken. Een ander Twitteraccount bleek gelinkt aan een crypto-adres, dat in 2018 betrokken was bij zwendel.
Turkse Nederlanders doneren gul, maar er is ook wantrouwen, vertelt Tilburger Engin Yildirim aan Omroep Brabant. Na de aardbeving heeft hij samen met een vriend een spullen verzameld en een transportbedrijf geregeld, om de getroffen mensen te helpen. ‘Ik ben ook begonnen met een doneeractie en daar worden soms forse bedragen op gestort’, vertelt hij. ‘Toch merk ik dat er achterdocht is, want wie zegt dat ik geen oplichter ben?’ Yildirim snapt deze kritische houding wel. Ook begrijpt hij dat grote hulporganisaties liever zaken doen met gevestigde namen, juist vanwege malafide praktijken. Maar deze bureaucratische weg zorgt wel voor vertraging. ‘Iedere seconde telt en dan is het frustrerend dat alles via de geijkte paden moet verlopen.’
Op 24 februari is het een jaar geleden dat Rusland een oorlog startte tegen Oekraïne. De berichtgeving hierover domineerde zeker in de eerste maanden het nieuws – en ook nu nog af en toe. Maar volgen we de ontwikkelingen nog altijd even trouw als een jaar geleden? Hoezeer leven we mee met de Oekraïners? Dit vindt ons panel.
Leontine Vreeke (45), salesmanager
‘In het afgelopen jaar wilde ik aanvankelijk alles over de oorlog volgen. Daarna volgde een tijd dat ik mij zoveel mogelijk van het nieuws afsloot. Op dit moment laat ik weer af en toe berichten binnenkomen. Het leed is te groot, de oorlog duurt te lang en ik heb geen invloed op wat daar gebeurt. Als ik de beelden zie, doet het me fysiek pijn.
Dat ik wegkijk, of helemaal niet kijk, wil niet zeggen dat ik niet begaan ben met het Oekraïense volk. Integendeel. Ik heb voor een aanzienlijke tijd een Oekraïens gezin bij mij thuis opgevangen. Ook ben ik betrokken bij de gemeenschap hier in Rotterdam die mij af en toe als vraagbaak gebruikt.
Je hoort ook geluiden dat het Westen geen wapens meer moet geven aan Oekraïne, omdat dat de oorlog alleen maar erger zou maken. Ik kan er zelf niets aan veranderen, maar volgens mij had Poetin al veel eerder gestopt moeten worden.
‘Volgens mij had Poetin al veel eerder gestopt moeten worden’
En nu, met die vreselijke aardbeving in Turkije en Syrië, vraag ik me echt af wat ons op geopolitiek niveau te wachten staat. Wanneer houdt deze ellende op? Zoveel slachtoffers… Voorlopig blijf ik nog even mondjesmaat kijken naar berichtgeving over oorlog en geweld. En ik bid voor alle onschuldige slachtoffers.’
Ibrahim Ozgul (39), ondernemer en bestuurder
‘Sommige geopolitieke ontwikkelingen zijn zo groot, dat je er vanzelf mee te maken krijgt. De oorlog in Oekraïne is daar een voorbeeld van. Hier staat het Westen indirect tegenover Rusland. We helpen Oekraïne in haar onafhankelijkheidsstrijd tegen een van de wreedste dictators van deze tijd: Vladimir Poetin.
Maar vergis je niet. Poetin is al meer dan twintig jaar bezig met oorlog. Eerst in Tsjetsjenië, daarna in Georgië, in Syrië, en sinds 2014 in Oekraïne. Ironisch genoeg heeft hij geprofiteerd van de oneindige ‘oorlog tegen terreur’ retoriek in het Westen. Hij voert zogenaamd ook oorlog tegen terroristen. Maar deze man heeft misschien wel duizend keer meer bloed aan zijn handen dan ISIS.
‘Poetin heeft geprofiteerd van de oneindige ‘oorlog tegen terreur’ retoriek in het Westen’
Helaas zijn er nog te veel nationalistische Russen die achter hem staan. Deze Russen moeten beseffen dat het Poetin zelf is die de grootste bedreiging vormt voor de veiligheid van Russische jongeren die nu in de oorlog als kanonvuur dienen.’
Dimple Sokartara (29), communicatieadviseur
‘Ik ben een maatschappelijk betrokken persoon en dus speelt dit soort thema’s altijd een rol in mijn leven. Het is wel minder dan voorheen, omdat het onontkoombaar is dat ander nieuws bovenaan komt te staan. Vooral nu, met de aardbeving in Syrië en Turkije. De Oekraïne-oorlog is wel prangender dan al die andere conflicten die niet iedere dag in het nieuws komen, ook omdat het Nederland en andere Europese landen direct raakt met de gasprijzen.
‘Het is overduidelijk wie welk land is binnengevallen’
Ik ken mensen die pro-Russisch zijn in deze oorlog. Je kunt wel allemaal historische en culturele redenen daarvoor bedenken, maar het is overduidelijk wie welk land is binnengevallen. Dat is een overtreding van alle humanitaire regels, met duizenden burgerdoden tot gevolg.’
Mostafa Hilali (48),militair
‘We zijn een jaar verder en het is allesbehalve rustig aan het front. We moeten niet vergeten dat de mensen in Oekraïne en alle vluchtelingen de echte slachtoffers zijn. Niet wij, omdat de energieprijzen zijn gestegen.
Naast het vechten is de dialoog met Rusland ook belangrijk om tot echte oplossingen te komen. Praten doe je juist met de vijand. Anders rest er niks anders dan geweld. Er wordt gezegd dat dit niet onze oorlog is en dat de NAVO ervoor verantwoordelijk is vanwege de oostwaartse uitbreiding. Sorry, die mensen weten niet hoe het zit. Sinds 2008 is het Rusland geweest dat westwaarts oprukt. Op ondemocratische wijze, door soevereine landen binnen te vallen. Dat is nogal een verschil met de NAVO-uitbreiding die op basis van verzoek van die landen plaatsvindt.
‘Als je in Rusland anti-oorlog bent, beland je in de bak’
Mensen die pro-Russisch zijn laten zich om de tuin leiden. Ze zijn een speelbal van desinformatie. In onze vrije wereld mag je uiteraard een afwijkende mening hebben. Anti-oorlog zijn, dat zou je eens in Rusland moeten proberen. Dan beland je in de bak. En dat moet voldoende zeggen.’
Anushka Soekhradj (29), sociaal werker
‘Ik volg het nieuws niet actief meer, maar krijg weleens wat mee als de radio toevallig aanstaat. Ik vind dat je beter om je heen kunt kijken: in mijn directe omgeving leeft deze oorlog. Ik spreek mijn Oekraïense buurvrouw, die bij haar thuis het afgelopen jaar gevluchtte familieleden heeft opgevangen. Ook mijn ouders hebben een familie opgevangen. Je hoefde het afgelopen jaar het gemeentehuis maar binnen te lopen en je merkte hoe druk ze waren met het organiseren van vluchtelingenopvang.
‘Ik volg het nieuws niet actief meer’
Pro-Russisch mag je zijn, pro-oorlog niet. Het reguliere nieuws is zo selectief en eenzijdig, dat alle andere geluiden welkom zijn om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de gehele realiteit. Jammer dat tegengeluid snel wordt weggezet als complottheorie. Ook wij moeten kritisch blijven. Zonder kennis kun je niet oordelen.’
Ahmed Abdillahi (42), postbezorger
‘Laten we zeggen dat ik het met een half oog volg. Er zijn twee dingen. Ten eerste steekt het mij dat in Rotterdam, de stad van Pim Fortuyn en Leefbaar Rotterdam, rechts-georiënteerd Nederland altijd heel lovend is over Oekraïners. Ze zijn ‘netjes’, ‘keurig’, harde werkers, enzovoorts. Niet zoals die andere asielzoekers. Tsjongejonge zeg. Dat doet pijn, omdat andere asielzoekers geen BSN krijgen, maar Oekraïners wel. Veiligheidsregio’s werken innig samen om voor voor de Oekraïners huisvesting, werk en scholing te organiseren. Dat gebeurt voor al die andere wachtenden niet.
‘Het Westen heeft een grote rol gespeeld in de escalatie van deze oorlog’
Mijn tweede punt gaat over de oorlog. Natuurlijk is die invasie door Rusland afgrijselijk en niet goed te praten, maar eerlijk gezegd zat het er aan te komen. Het Westen heeft een grote rol gespeeld in de escalatie van deze oorlog. Rusland voelde zich bedreigd. Stel je eens voor dat Mexico een samenwerkingsverband aangaat met Rusland. Dat zou de VS toch ook nooit toelaten?’
Twee gebeurtenissen wierpen deze week licht op de aanhoudende problematiek van de Europese moslimidentiteit en radicalisering. De eerste was het verscheuren van de Koran in Nederland, en de tweede was een herziening van Prevent, een omstreden antiradicaliseringsprogramma van de Britse regering.
Beide gebeurtenissen laten zien dat er nog steeds acute problemen zijn met het erkennen van moslims als gelijkwaardige burgers. Zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk hebben te kampen met moslimdiscriminatie. Moslims ervaren een bredere structurele en maatschappelijke uitsluiting. Ze zijn veelal onzichtbaar in de maatschappij, tenzij het gesprek gaat over extremisme of radicalisering.
Het verscheuren van een Koran door Pegida in Den Haag leidde tot verontwaardiging bij de Nederlandse moslimgemeenschap. Dit gebeurde ongeveer een week nadat Rasmus Paludan, leider van de Deense extreemrechtse politieke partij Stram Kurs (‘Harde Lijn’), in naam van de vrijheid van meningsuiting een exemplaar van de Koran had verbrand voor de Turkse ambassade in Stockholm. Daarbij hield hij een litanie van een uur over de verschrikkingen die in het boek zouden staan. Deze daad van vijandigheid en gebrek aan respect voor een religieuze tekst van meer dan een miljard mensen wereldwijd, is reden tot ernstige bezorgdheid.
Het voorval was niet alleen een aanval op het moslimgeloof, maar ook op de waarden van tolerantie en diversiteit die de kern vormen van een bloeiende pluralistische samenleving. De reactie van de Nederlandse moslimgemeenschap op deze daad van agressie was er een van veerkracht en verzet. In plaats van toe te geven aan angst en woede, kozen zij ervoor hun geloof en waarden opnieuw te bevestigen. Zij organiseerden een vreedzame demonstratie en een open en respectvolle dialoog met leden van andere gemeenschappen om begrip te kweken en bestaande scheidslijnen te overbruggen.
Wij kunnen een meer open en vreedzame samenleving voor iedereen creëren door de verschillende culturen, religies en overtuigingen van onze gemeenschappen te erkennen en te aanvaarden.
De reactie van de Nederlandse moslimgemeenschap op deze daad van agressie was er een van veerkracht en verzet
Ondertussen leidt in het Verenigd Koninkrijk de recente herziening van Prevent tot verhitte discussies en kritiek. Deze herziening is inmiddels uitgesteld tot april 2023.
Volgens critici maakt het programma plannen voor de Britse moslimgemeenschap zonder rekening te houden met bredere zorgen over integratie en inclusie. Er is kritiek op het feit dat Prevent de onderliggende oorzaken van radicalisering niet aanpakt, zoals sociaaleconomische achterstand, gebrek aan kansen en politieke marginalisering. Ook negeert het de rol van het buitenlandse beleid en het optreden van de Britse regering in landen als Irak, Afghanistan en Syrië bij het aanwakkeren van radicalisering.
Kwalijk is verder dat het rapport – zo stellen critici – de Britse moslimgemeenschap wegzet, door te suggereren dat moslims van nature geneigd zijn tot extremisme. Dit heeft het gevoel van vervreemding en discriminatie van de moslimgemeenschap versterkt en het vertrouwen in de regering aangetast. Ten slotte stellen critici dat het rapport een middel is om de aandacht af te leiden van de opkomst van rechtsextremisme in het Verenigd Koninkrijk, en de bedreiging hiervan voor de nationale veiligheid.
De Britse regering heeft wel een mening over moslims, maar weigert te kijken naar de werkelijke oorzaken van radicalisering. Ook wil ze niets doen om inclusie en tolerantie te bevorderen.
Zowel de actie van Pegida in Den Haag als de herziening van Prevent in Londen zijn verwerpelijke en racistische praktijken die de levens van ons, Europese moslims, elke dag teisteren.
Vorige week stemde een deel van de GroenLinks-fractie in Vlaardingen tegen een gemeentelijke donatie aan de aardbevingsslachtoffers in Turkije en Syrië.
Denk-raadslid Salih Akca diende een motie in, om namens de gemeente Vlaardingen één euro per inwoner te doneren aan de noodhulp voor Turkije en Syrië. Vlaardingen zou daarom vijfenzeventigduizend euro moeten doneren.
Maar terwijl verschillende gemeenten in Nederland – waaronder Amsterdam, Rotterdam, Schiedam en Maassluis – besloten om een duit in het zakje te doen, wilde Vlaardingen niet meedoen. Akca vond het al een gemiste kans dat hij hiervoor apart een motie moest indienen in de gemeenteraad – andere gemeenten besloten op eigen initiatief meteen om te doneren – maar dat een meerderheid in de raad tegenstemde was een bittere pil om te slikken. Slechts negen van de dertig raadsleden stemden voor. GroenLinks, dat in de coalitie zit, stemde verdeeld.
VVD-wethouder Bart Bikkers zei tegen Algemeen DagbladVlaardingen de ramp heel erg te vinden en de motie van Denk begrijpelijk, maar gaf aan dat het college de motie niet wilde ondersteunen vanwege ‘bestuurlijke en rationale overwegingen’. VVD-fractievoorzitter Ruben van de Zande beaamde dit: ‘Wij kijken vooral of dit een taak is voor de gemeente, of dat we dit aan het Rijk of aan individuen over moeten laten.’ Ook de fractievoorzitters van D66 en GroenLinks lieten zich in gelijksoortige bewoordingen uit. Het is een ‘ongelooflijk moeilijk afwegen’, aldus GroenLinks-fractievoorzitter Neill Voorburg.
Voor de motie van Denk stemden Denk, de SP, de helft van de GroenLinks-fractie, PvdA en de lokale partijen Beter voor Vlaardingen en Heel de stad. Tegen de motie stemden VVD, de andere helft van de GroenLinks-fractie, VV2000/Leefbaar, CDA, D66, ChristenUnie/SGP en de lokale partijen ONS Vlaardingen, Algemeen Ouderen Verbond (AOV) en StadsBelangen Vlaardingen (SBV).
Willem de Man, voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Socialistische Partij, is teleurgesteld, vertelt hij aan de Kanttekening.
‘Wij zijn mede-indieners van de motie van Denk geweest. Turkije en Syrië zijn geraakt door een verschrikkelijke aardbeving. Een beschaafd land, een beschaafde stad, gaat dan helpen. Maar Vlaardingen wil dat niet. Ik vond het typisch. Hulp is geen gemeentelijke taak, zeiden de rechtse partijen. Hulp bieden als gemeente zou politiek zijn. Maar alles is politiek.’
Dat de GroenLinks-fractie deels voor, deels tegen de motie stemde, vindt De Man opmerkelijk, vertelt hij aan de Kanttekening. ‘Ze hangen officieel het socialisme aan, maar feitelijk zijn het groene liberalen. GroenLinks zit in de coalitie met de VVD en Leefbaar, dus ik snap dat het moeilijk is soms. Maar dit is een hele grote kwestie. En dan moet je je hart laten spreken.’
GroenLinks-fractievoorzitter Neill Voorburg vertelt dat zijn fractie niet tegen noodhulp voor Turkije en Syrië is. ‘We dienden die desbetreffende avond ook een motie in, dat het college zo snel mogelijk met ondernemers in de gemeente in contact moest treden, om te kijken wat wij als stad voor Turkije en Syrië konden doen. Maar onze motie is in de beeldvorming nu ondergesneeuwd, omdat we verdeeld stemden over de motie van Denk.’
De GroenLinks-fractie twijfelde, aldus Voorburg, over de vraag of geld overmaken als gemeente wel de juiste manier was om hulp te bieden. ‘We wilden onze twijfel overbrengen met onze verdeelde stem. We luisteren tijdens het debat naar argumenten voor en tegen het overmaken van geld aan Turkije en Syrië. We begrepen beide redenatielijnen. En daarom stemden we verdeeld. Achteraf was dit misschien niet zo wijs, en hadden we wellicht beter naar ons hart kunnen luisteren, in plaats van het vraagstuk rationeel te benaderen. Politiek is niet altijd rationeel.’
Update: zojuist is bekend geworden dat ook de gemeente Den Haag geen geld doneert aan de slachtoffers van de aardbevingen.
De aardbevingsramp veroorzaakt in Turkije nieuwe humanitaire excessen. Op sociale media (hashtag #multecilersinirdisiedilsin) worden dagelijks beelden gedeeld van lynchpartijen met buitenlandse vluchtelingen als slachtoffer.
Ook wordt openlijk opgeroepen tot de deportatie van vluchtelingen. De Turkse comedian Sahan Gökbakar schrijft op Twitter: ‘Vanaf vandaag wil ik dat geen enkele tijdelijke vluchteling of gevluchte Afghaan meer het land binnenkomt. Het is nu tijd om de 13 miljoen eigen mensen die door het ramp zijn getroffen te helpen. Gezondheid, onderdak en alle economische middelen moeten niet naar de buitenlanders gaan, maar alleen maar naar onze eigen mensen.’
Naar verluidt is de ultrarechtse politicus Ümit Özdag naar het gebied afgereisd om de bevolking op te stoken tegen Syriërs en andere vluchtelingen. In een filmpje is te zien dat hij door een hulpwerker van repliek wordt gediend. ‘Wij willen hier niks over Syriës horen. Mensen uit de hele wereld helpen ons. Europeanen, Grieken. Wij zijn die woorden zat.’
Uit een rapport van de Turkse nationale ondernemingsfederatie Türkonfed volgt dat het aantal slachtoffers van de aardbeving zal oplopen tot minimaal tweeënzeventigduizend. De geschatte schade bedraagt tweeëntachtig miljard dollar. Dat schrijft de Turkse nieuwssite Internethaber.
De VN-chef voor noodhulp Martin Griffiths zei na een bezoek aan Turkije dit weekend, dat hij een dodental van minimaal vijftigduizend verwacht. Daarmee is de aardbeving de grootste ramp uit de moderne geschiedenis van de regio.
De voorzitter van Tüsiad, belangenbehartiger van grote bedrijven die ook onder Türkonfed valt, Orhan Turan is kritisch op de Turkse regering. ‘Als ik in enkele woorden de situatie zou moeten beschrijven, dan zou ik het gebrek aan coördinatie noemen’, aldus Turan.
Ook valt op dat 52% van de ingestorte wooncomplexen, allemaal gebouwd zijn na 2001. Dus na de aardbeving uit 1999 en nadat de huidige regeringspartij AKP aan de macht kwam.
Er worden een week na de aardbeving nog steeds levend mensen onder het puin gehaald, maar de kans op reddingen wordt steeds kleiner. Met het officiële aantal doden van boven de dertigduizend zit de ramp al in de top tien van dodelijkste aardbevingen ooit.
Leiders van de Arabische Liga hebben gister tijdens een top in Caïro hun zorgen uitgesproken over Israëlische acties op de bezette Westbank.
De bijeenkomst in Caïro werd bijgewoond door de Egyptische president Abdel Fattah el-Sisi, de Jordaanse koning Abdullah, de Palestijnse president Mahmoud Abbas en de ministers van Buitenlandse Zaken en hoge functionarissen van diverse andere bij de Arabische Liga aangesloten landen. De aanwezigen maakten zich grote zorgen over het Israëlische geweld. Dit jaar zijn minstens tweeënveertig Palestijnen tijdens Israëlische acties omgekomen. Gisteren werd een veertienjarige jongen gedood, tijdens een inval in Jenin.
De Palestijnse president Abbas zei dat de Palestijnen lijden onder een ‘dodelijke aanval’ op de bezette Westbank, en riep de wereldleiders op een einde te maken aan het Israëlische geweld. Ook andere sprekers op de top veroordeelden het Israëlische geweld, het slopen van Palestijnse huizen en het uitbreiden van illegale nederzettingen.
De Egyptische president noemde Jeruzalem ‘de ruggengraat van de Palestijnse zaak’. Hij waarschuwde voor de ernstige gevolgen van elke Israëlische stap om de status quo van de heilige plaats te veranderen, en zei dat dit ‘een negatieve invloed’ zou hebben op toekomstige onderhandelingen om het Israëlisch-Palestijnse conflict op te lossen. Joodse extremisten betreden steeds vaker illegaal het Al Aqsa-complex, waarmee ze de delicate status-quo in gevaar brengen. Joden mogen alleen bidden bij de Klaagmuur.
In Israël is sinds eind vorig jaar Benjamin Netanyahu weer premier. In zijn kabinet zit ook de extremistisch-Joodse partij Otzma Yehudit van Itamar Ben-Gvir, een extreemrechtse hardliner.
Hindoe-nationalisme krijgt een steeds grotere invloed in de Verenigde Staten, waarschuwt Pieter Friedrich. De Amerikaanse journalist en schrijver heeft veel te verduren gehad. ‘Ik kreeg te horen dat ik voor mijn eigen veiligheid niet naar India moest reizen.’
Aan een Nederlandse platform als de Kanttekening wil Pieter Friedrich (37) wel een uitgebreid interview geven. ‘Nederland is mijn favoriete land ter wereld’, vertelt de journalist vanuit Sacramento, Californië. Hij glimlacht als hij spreekt over de tijd die hij in Nederland heeft doorgebracht.
Friedrich is in de VS een gerespecteerd journalist en schrijver. Hij schrijft al lange tijd over mensenrechtenschendingen in India. Van jongs af aan las hij veel boeken over geschiedenis en oorlogen, vooral over de holocaust en de Tweede Wereldoorlog, en ontwikkelde hij een intense passie tegen autoritaire regimes. Hij ziet de verzetsstrijders als Corrie ten Boom (1892-1983) en Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) als zijn inspiratiefiguren.
Toen hij twintig jaar oud was, leerde hij over de onderdrukking in India van religieuze minderheden, die al tientallen jaren te kampen hebben met discriminatie. Toen wist Friedrich dat hij zich wilde richten op India. Zeker toen de hindoenationalistische en extreemrechtse politicus Narendra Modi met zijn Bharatiya Janata-partij (BJP) in 2014 aan de macht kwam. ‘Vanaf dat moment werd mijn interesse nog serieuzer en besloot ik me met mijn werk te richten op de politiek van Modi en zijn ‘lange arm’ in het Westen.’
Intimidatie van India-critici
Friedrich: ‘In de Verenigde Staten, maar ook in Europa, zijn er grote groepen Modi-aanhangers. We hebben de Overseas Friends of BJP (OFBJP) en er zijn andere Indiase en hindoeïstische organisaties die openlijk hun steun aan de Indiase regering betuigen. Sinds een jaar beginnen de intimidaties tegen critici van de mensenrechtensituatie in India te escaleren: in augustus vorig jaar, tijdens de Indiase Onafhankelijkheidsdag, hield een groep Indiase activisten een protest tegen de islamofobie en kaste-onderdrukking in India. Andere Indiërs op het evenement, geassisteerd door een menigte Modi-aanhangers, ontdekten deze activisten en schreeuwden hen toe, gristen hun borden uit hun handen en bedreigden hen voor de camera.’
Vanaf het moment dat hij zich begon uit te spreken tegen Modi, kreeg Friedrich ook zelf te maken met aanvallen. Hij kwam in confrontatie met Modi-aanhangers tijdens de zogeheten Rockstar-receptie, een Amerikaans evenement ter verwelkoming van de Indiase premier dat door veel Amerikaanse hindoes werd gesteund. Friedrich wilde daar protesteren tegen het hindoe-nationalisme in India: ‘Ik hield een bord in mijn handen waarop een tekst over de misdaden door Modi stond. Een gigantische Indiase man wilde me fysiek controleren en bedreigde me door in mijn oor te fluisteren: ‘Ik zal je breken.’ De politie kon niets doen. Ik was in mijn thuisstaat, waar ik de vrijheid van protest zou moeten hebben. Ik was rustig en vreedzaam, maar toch werd ik aangevallen. Dat maakte het heel persoonlijk.’
Hierop volgde jarenlang online trollen (treiteren en intimideren) door aanhangers van hindoenationalisme. Dat verhevigde nadat vier jaar geleden Friedrichs activisme meer aandacht kreeg in de Indiase media. Sommige media beschuldigden hem ervan problemen in India te veroorzaken en haat tegen India te verspreiden.
‘Ik werd wakker en ontdekte dat ik plotseling overal in het nieuws was’, vertelt Friedrich. ‘De Indiase politie in de hoofdstad Delhi, die rechtstreeks onder controle staat van de BJP-partij van Modi, beschuldigde mij ervan India te hebben aangevallen. Ze veronderstelden dat ik een protest had georganiseerd in solidariteit met de boerenprotesten in India, waarbij tienduizenden Indiase boeren de straat op gingen om tegen de liberalisering van de landbouw te protesteren. Maar daar had ik geen idee van. Ik zag dit als een excuus om mij aan te vallen vanwege mij felle kritiek op het nationalisme in India.’
De lange arm van Modi
Maar de grootste zorg, legt Friedrich uit, is dat Indiaas Amerikaanse politici die hechte banden hebben met Modi hun bevoorrechte positie gebruiken om elke kritiek op de Indiase regering te doen verstommen. ‘We hebben veel voorbeelden gezien. Een daarvan is Tulsi Gabbard, die vroeger lid was van de Democratische Partij. Zij probeert iedereen die de mensenrechtenschendingen in India wil veroordelen het zwijgen op te leggen. Dit is een onderdeel van een bredere agenda van Modi-aanhangers in de VS, die protesteren tegen elke vorm van kritiek in de media.’
In de Verenigde Staten, maar ook in Europa, zijn veel aanhangers van de regering-Modi nauw verbonden met de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS). Dat is een militante hindoe-organisatie die de kern vormt van het Indiase nationalisme. Modi is verbonden met de RSS en Friedrich schreef over deze organisatie het boek Saffron Fascists.
‘Sommige hindoe-organisaties in het Westen hebben nauw samengewerkt met de RSS’, legt Friedrich uit. ‘Dit betekent niet noodzakelijk dat zij ook de gewelddadige RSS-ideologie overnemen. Veel hindoes die deze organisaties bezoeken zijn zich misschien niet eens bewust van de militante achtergrond. Toch is deze samenwerking gevaarlijk, omdat deze organisaties geld sturen naar de RSS. Dat betekent dat zij in feite een gevaarlijke en militante organisatie in India steunen.’
‘Ik weet dat ik het goede doe, dat ik levens red en veel liefde krijg van de Indiase diaspora’
Friedrich vervolgt: ‘Bovendien zijn er Indiaas Amerikaanse politici geweest die nauwe banden hebben met Modi of de RSS en die in de VS in politieke functies zijn gekozen. Een voorbeeld is Aruna Miller, de nieuwe luitenant-gouverneur van de Amerikaanse staat Maryland, die Modi een ‘rockster’ noemde en zijn beleid verdedigde.’
‘Wat ook echt schokkend is’, vindt Friedrich, ‘is dat sommige fanatieke Modi-aanhangers zelfs gewelddadige aanvallen op moslims in India steunen. Ze maken daar geen geheim van: bij een incident in New Jersey tijdens de India Day Parade 2022 gebruikte een groep nationalisten tijdens een bulldozer, met daarop de uitdrukking ‘Bulldozer Baba’. Dat is de bijnaam van een radicale Indiase monnik, die het bevel had gegeven de huizen van moslims met een bulldozer te vernietigen.’
‘Ik zal niet stoppen’
‘Ik heb meerdere malen gevraagd om bewustwording van deze lange arm van Modi’, benadrukt Friedrich. ‘Maar het probleem is dat veel mensen in het Westen dit niet serieus nemen. Er leeft een brede onwetendheid over het complexe India. Veel westerlingen zien het als een land van Bollywood, Gandhi, curry en yoga. Dat beeld mist elke nuance. Velen lijken zich niet te realiseren dat India een land is met een grote verscheidenheid aan culturen en talen.’
Hoewel Friedrich ziet dat de dreigementen aan het adres van critici van India escaleren, gelooft hij dat er nog enige hoop is en dat zijn harde werk tegen de invloed van het hindoe-nationalisme vruchten zal afwerpen: ‘Er zijn momenten geweest die ontmoedigend aanvoelden, vooral omdat zoveel mensen leugens hebben verteld en mij hebben belasterd met het verspreiden van propaganda over mij. Maar ik weet dat ik het goede doe, dat ik levens red en veel liefde krijg van de Indiase diaspora.’
De aanvallen zullen er niet toe leiden dat Friedrich met zijn werk stopt. ‘Ik krijg veel positieve reacties vanuit de diaspora en ook van hindoes in India. Zij bedanken me en ze haten het nationalisme in India.’
Pieter Friedrich is in het verleden in India geweest, maar gaat nu niet meer naar het land. ‘Toen mijn profiel begon te escaleren, adviseerden vrienden mij niet meer terug te gaan. Ik zou graag het land verkennen en er zelfs ooit willen wonen. Het belangrijkste is dat wij in het Westen de gevaren van Modi serieus nemen. En dat echte hindoes opstaan en zeggen dat zijn regering niet typerend is voor het hindoeïsme, en ook niet voor India. De huidige strijd heeft als doel om India en het hindoeïsme te redden van de gevaren van het Modi-regime.’
Is het ‘zelf-segregatie’ als mensen van kleur zich terugtrekken uit de dominant ‘witte’ Nederlandse samenleving en het fijn vinden te chillen onder elkaar? Psychiater Glenn Helberg vindt van niet. Volgens hem zoeken mensen vooral een veilige omgeving met ‘plezierige culturele codes’.
De Kanttekening spreekt met de Antilliaans-Nederlandse Glenn Helberg over de behoefte van minderheden om zich terug te trekken – ook al zegt hij gelijk, dat hij het niet zo zou noemen. Helberg is een belangrijke stem in multicultureel Nederland.
Als het geen terugtrekken is, hoe zou u het dan noemen?
‘Hernemen, hergroeperen, veilig voelen, onder mensen zijn die geen vragen stellen over wie je bent, maar die je onvoorwaardelijk accepteren. Je voelt je op je gemak, deelt samen sociale codes, noem allemaal maar op. Dat maakt het leven allemaal gemakkelijker.’
Herkenbaar, maar ik heb ook het gevoel dat het segregatie is.
‘Nou, niet per se, maar je kunt het tot segregatie maken als het alleen maar daarbij blijft en je geen verbinding maakt met andere groepen in de samenleving. In de Nederlandse samenleving is het geoorloofd om je in de diverse groepen te begeven zonder dat daar een oordeel op wordt geplakt. Bovendien, in deze samenleving is bijna iedereen wit. Wanneer autochtone Nederlanders zich ergens in de Nederlandse samenleving willen onderdompelen in de eigen sociale groep, dan is dat geen terugtrekken, maar even op een andere plek zijn. Niet alleen fysiek naar Friesland, Groningen, Drenthe, een weekendje weg, name it, maar ook cultureel onder elkaar zijn. Voor Nederlanders van kleur – die helaas nog steeds worden beschouwd als mensen ‘die hier niet horen’ – lijken er andere regels te gelden. Zodra zij zich op een plek begeven waar meer mensen zijn die op hen lijken, dan is dat opeens segregatie. Vooroordelen kunnen alleen maar groter worden als je het op die manier benoemt. Maar we moeten ons realiseren dat die behoefte om tijdelijk tot adem te komen er wel degelijk is.
De verschrikkelijke aardbeving in Turkije laat volgens Helberg goed zien hoe belangrijk het is voor mensen, in dit geval Turkse Nederlanders, om zich terug te kunnen trekken in de eigen kring. ‘Je bent diep geraakt door iets wat zich afspeelt in jouw moederland. En omdat je diep geraakt bent, ga je je er logischerwijs mee bemoeien. Dan ben je niet bezig met segregeren, dan reageer je vanuit je hart. Heel belangrijk op zulke momenten is natuurlijk ook de compassie van anderen. Dat is hartverwarmend en maakt een diverse gemeenschap echt tot een gemeenschap.’
Waar komt de behoefte vandaan jezelf terug te trekken in de eigen cultuur?
‘Wanneer je met een aantal culturen bij elkaar bent, zijn er aan de oppervlakte – dus bijvoorbeeld hoe je er uitziet, hoe je de taal gebruikt, of je een hoofddoek draagt – verschillen die zichtbaar zijn. Daar hebben mensen oordelen over, die je allemaal op sociale media kunt lezen. Maar er zijn ook subtielere oordelen over cultuurverschillen. Bijvoorbeeld als een moslima geen hoofddoek draagt en de haren laat wapperen, mag ze opeens wel Turks of Marokkaans zijn en worden er geen opmerkingen meer over haar gemaakt. Dan lijkt ze er op dat moment wel bij te horen in de ogen van de dominante cultuur. Maar dan is nog niet gekeken naar haar diepere waarden, die niet zichtbaar zijn. Waarden die voor haar belangrijk zijn, waar ze de behoefte toe kan voelen om zich in te begeven.
Toen mijn jongste zoon nog heel jong was attendeerde hij mij erop dat bij zijn Nederlandse vriendjes thuis om andere dingen werd gelachen dan bij de familie Helberg. Als klein mannetje die de wereld observeerde, opende hij mijn ogen. Een kind kan dus in een Nederlands gezin op bezoek zijn en merken dat daar andere codes gelden. We weten sowieso al dat er anders gegeten wordt. Maar ook de omgang met elkaar is anders – en in dit geval was er dus een andere vorm van humor. In mijn vertrouwde Antilliaanse omgeving liggen wij in een deuk om dingen waar Nederlandse mensen nooit om moeten lachen. Die cultureel bepaalde humor, waarbij je als Antiliaan of Turk helemaal ontspant, natuurlijk ga je die opzoeken.’
‘De ander maakt mij tot de ander. Er wordt verwacht dat ik me ga gedragen zoals de anderen’
Kunt u een voorbeeld geven van die Antilliaanse humor?
‘Als je in een Nederlandse situatie zit, gaat het niet zelden om iets inhoudelijks. Het moet ergens over gaan. Er wordt heel veel gepraat, het gaat over meningen die je zou moeten hebben. Dat hoeft in mijn cultuur niet altijd. Ben je met Antillianen, dan gaat het niet zozeer om de inhoud, maar om de relatie, het samenzijn. Dat betekent dat je dan lacht om wat op dat moment plaatsvindt.’
Is de Nederlandse cultuur talig?
‘Als je bedoelt dat er veel gesproken wordt, zeg ik ja. In een ik-cultuur zou je kunnen zeggen, heb je continu taal nodig om te weten wie die ander is. In een wij-cultuur is er veel meer bekend verondersteld, het leven is collectiever. Voor veel migranten geldt dat ze inmiddels in een mengvorm zitten van het ik en het wij.’
Interessant, soms heb ik ook de behoefte om Turks te spreken en te lachen om Turkse dingen. Op een verwrongen manier voel ik me daar ergens ook schuldig over. Alsof ik daardoor segregatie in de hand werk.
‘Ik weet niet waar dat schuldgevoel vandaan komt. Is het misschien aangepraat? Voel je je schuldig omdat je een gevoel van vertrouwen, veiligheid en plezier krijgt als je Turkse humor ervaart en denkt dat je de witte Nederlander uitsluit? Maar sommige dingen kunnen gewoon naast elkaar bestaan. Ik weet nog dat mijn plezier en humor wel eens werden gezien als luidruchtig. Er zat een oordeel op. Op het moment dat wij lol en plezier hebben, kan de buitenwereld dat zien als: ‘Je maakt lawaai.’ Als mensen dat op die manier benoemen, kan dat tot segregatie leiden.’
Heeft iemand wel eens tegen u gezegd dat u lawaai maakt?
‘Op de psychiatrische opleiding zei men tegen mij: ‘We snappen niet dat jouw therapieën werken, want je bent zo extravert en je lacht zo hard.’’
En wat was uw antwoord?
‘Ik was verbaasd, omdat ik gewoon doe wat mijn opleiding van mij vraagt. En opeens worden er zaken ingebracht, die niets met mijn kennis en vaardigheden te maken hebben. Dat is een beperkende kijk van de ander. Een beperking van wie ik ben en de culturele ruimte die ik inneem en van mijn natuurlijke leervermogen. Alles wordt op dat moment ter discussie gesteld. De ander maakt mij tot de ander. Er wordt verwacht dat ik me ga gedragen zoals de anderen. Dan pas zou ik geloofwaardig en kundig zijn.’
Het plezier in uw werk wordt dan een guilty pleasure, zoals ik dat een beetje ook had onder mijn Turkse vrienden.
‘Dat komt doordat jij het oordeel van de ander tot dat van jezelf gemaakt hebt. Snap je? Jouw natuurlijke plezier noem je schuldig, omdat je het oordeel van de ander hebt geïnternaliseerd.’
Is dat oriëntalisme: dat ik door de ogen van de ‘meester’ naar mezelf kijk?
‘Ja. Het woord meester zou ik in onze verhoudingen niet meer noemen, want we zijn al lang in de fase van gelijkwaardigheid beland. Wij moeten geloven in die gelijkwaardigheid. We moeten niet zomaar allerlei oordelen over onszelf internaliseren, alleen maar omdat we in dit land wonen en werken.’
Ruim vijf jaar geleden had u een confrontatie metmensen vanPownews (zie dit fragment op YouTube). Zij mochten niet naar binnen bij een bijeenkomst van de partij Artikel 1 (tegenwoordig BIJ1). Toen zij daarover klaagden, zei u: ‘Nu voelt u hoe het is om zwart te zijn en te worden uitgesloten.’
‘Hahaha, o ja zei ik dat? Het begint langzaam weer te dagen.’
Wat bedoelde u eigenlijk met die opmerking?
‘Als ik terugkijk naar het YouTube-filmpje, zie ik dat Pownews zegt dat het op de zwarte lijst staat. Ik reageer ad rem. De pers heeft een bepaalde macht in ons democratisch systeem en is niet neutraal. Soms denken journalisten dat wel. Ze denken dat ze overal ongevraagd bij mogen zijn. De pers maakt nieuws en bepaalt ook het beeld dat de samenleving van gebeurtenissen heeft. Wat zij belangrijk vindt, is niet automatisch wat zwarte mensen in de huiskamer belangrijk vinden. Het nieuws in Nederland is zo eurocentrisch, terwijl we in een multicultureel land leven. Over alle andere culturen worden we niet goed geïnformeerd. Ik kijk soms liever naar CNN, waar ik nieuws hoor over Afrika en over nieuwe ontwikkelingen die daar gaande zijn. Hier gaat het niet over opkomende markten in Afrika, maar alleen over vluchtelingencrises. We moeten Afrika op waarde gaan schatten en begrijpen dat we in een superdiverse wereld leven.
Men vertelt ons, die in dit land zijn gekomen, constant waar we wel of niet bij mogen zijn. Deuren bleven letterlijk voor ons gesloten. In het onderwijs, bij het schooladvies, op de arbeidsmarkt. Er zijn zoveel ingangen waar geballoteerd wordt of je wel of niet door die deur mag, en die ballotage vindt op verschillende niveaus plaats. Op dat moment waren wij er niet van overtuigd dat Pownews moeite zou doen om een bijdrage te leveren aan een samenleving die niet verdeeld raakt en waarin geen vooroordelen bevestigd worden.’
Immigratiedienst IND moet de verblijfsvergunning van Sahar Hossini laten ingaan vanaf 2018 en niet pas vanaf 2022. Het is onterecht dat de dienst zo lang niet heeft geloofd dat Hossini bekeerd was tot het christendom. Dat heeft de rechter in Amsterdam bepaald.
Hossini kwam in 2011 met haar moeder en broertje vanuit Iran naar Nederland. Ze diende een asielvraag in, die in 2012 is afgewezen. Ook twee latere asielaanvragen wees de IND af. In de Kanttekeningvertelde ze dinsdag haar verhaal. In dat artikel kwamen ook haar advocaat, Vluchtelingenwerk en andere deskundigen aan het woord.
Hossini beriep zich sinds 2012 op haar bekering tot het christendom als reden waarom ze niet veilig kon terugkeren naar Iran. De immigratiedienst vond haar bekeringsverhaal echter ongeloofwaardig. Tot maart 2022: toen kreeg Hossini verrassend een verblijfsvergunning.
Ze stelt echter dat haar situatie de laatste elf jaar onveranderd is, en dat de IND haar bekeringsverhaal dus ook al in 2012 had moeten geloven. Daarom sleepte ze de dienst voor de rechter. Vrijdag deed de rechter uitspraak, en stelde Hossini in het gelijk.
Volgens de rechter is het onterecht dat de IND Hossini zo lang niet geloofde. In 2018 deed Hossini mee aan een toneelstuk, waarover media in binnen- en buitenland onder andere in het Perzisch berichtten op 5 juni van dat jaar. De rechter acht daarom dat haar bekering tot het christendom in Iran vanaf die datum bekend was.
Dus kon Hossini volgens de rechter in ieder geval vanaf dat moment niet meer veilig terugkeren naar Iran. De verblijfsvergunning gaat in vanaf 5 juni 2018, maar de rechtbank stelt dat de IND vrij is om de vergunning nog eerder te laten ingaan.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.