Home Blog Pagina 472

Children of Al-Andalus: heimwee naar een verloren islamitisch rijk

0

In de documentaire Children of Al-Andalus getuigen Marokkanen van de herinnering aan hun verre Spaanse familiegeschiedenis. Vijfhonderd jaar later leeft de droom over terugkeer nog steeds. 

Dromen van het paradijs dat Al-Andalus eens was. Dat doen de drie Marokkaanse mannen uit de documentaire Children of Al-Andalus. Het zijn inmiddels oude kinderen, deze bejaarde nazaten van moslims en joden die in 1492 met harde hand uit Zuid-Spanje werden verdreven. Maar de herinnering aan van wat ooit hun vaderland was, blijkt het verstrijken van de jaren te hebben overleefd: ‘Al-Andalus is een innerlijk gevoel dat we meedragen in ons hart en in onze herinnering.’

‘We noemen ze Marokkaanse Andalusiërs’, vertellen de twee Nederlandse filmmakers Hicham Ghalbane en Rick Leeuwestein. Marokkaanse nazaten van de inwoners van het welvarende islamitische rijk Al-Andalus, waar moslims, joden en christenen honderden jaren in harmonie samenleefden. Ondanks dat dit rijk ruim vijf eeuwen geleden ophield te bestaan, ontdekten de filmmakers dat deze Andalusiërs nog steeds een sterke band met de oude islamitische beschaving op het Iberisch schiereiland voelen.

Nakomelingen van Al-Andalus

De oude mensen die in beeld komen, lijken door de tijd te zijn ingehaald. ‘Ik heb het gevoel dat mijn mede-Marokkanen naar mij kijken alsof ik een vreemde ben. Eeuwenlang vormden we een aparte groep in Marokko met een eigen identiteit en een Andalusische cultuur’, vertelt een afstammeling van de Morisco’s – islamitische Andalusiërs – in Rabat.

In 1492 maakte de Reconquista (‘herovering’) van Spanje door de christenen een einde aan het vreedzame Al-Andalus. De nieuwe machthebbers dwongen moslims en joden die zich niet wilden bekeren tot het christendom hun vaderland te verlaten. Hierdoor verdween een ongekende mengeling van culturen die honderden jaren lang vorm gaf aan een welvarend rijk.

De documentairemakers Hicham Ghalbane en Rick Leeuwestein waren geboeid door deze vergeten geschiedenis en zijn de afgelopen jaren in Marokko op zoek gegaan naar nakomelingen van de gevluchte joden en moslims uit Al-Andalus. Ze hebben verschillende Andalusische Marokkanen geïnterviewd, gefilmd en gefotografeerd, en verzamelden oude verhalen en foto’s. Behalve de documentaire Children of al-Andalus die onlangs in première ging, maakten Ghalbane en Leeuwestein ook een boek met dezelfde titel.

Rick Leeuwestein en Hicham Ghalbane. Foto: Anne Meyer.

‘Ik ben opgegroeid in Nederland met Marokkaanse vrienden en ik ben met mijn ouders naar Marokko geweest’, vertelt Leeuwestein. Noord-Afrika is voor hem een bijzonder gebied, het zuiden van Spanje kent hij van een stage. ‘Ik verbleef in Spanje op een geïsoleerde locatie in de provincie Huelva, met weinig toeristen. Ik zat er tussen traditionele flamencomuziek, stieren en paarden. Het gevoel, de cultuur en het landschap deden mij terugdenken aan Noord-Afrika’, vertelt hij. Drie jaar later bekeerde hij zich tot de islam. Hij ontdekte dat de Spaanse provincie Huelva vroeger onderdeel was van het islamitische rijk Al-Andalus en dat er een gezamenlijke geschiedenis van Marokko en Spanje is. ‘Ik kan heel moeilijk vertellen wat mij precies aantrekt in dat Zuid-Spaanse gebied, maar het is een spiritueel gevoel van thuiskomen. En ik denk dat zo de liefde is ontstaan voor de geschiedenis van Al-Andalus.’

Mezquita

Hicham Ghalbane: ‘Ik kan de link maken tussen mijn Marokkaanse roots en Al-Andalus, door mijn oma, God hebbe haar ziel. Haar naam was Kenza Skalli. Ze had groene ogen, blonde haren en ze was blank.’ Ook haar broers en zussen hadden die uiterlijke kenmerken.

Ghalbane vertelt over een zaouïa, een islamitische verzamelplaats in de medina, het oude centrum van de Marokkaanse stad Fes. ‘De zaouïa was van mijn oma en al haar broers en zussen. Een combinatie van een koranschool en een ontmoetingsplaats voor de familie. Deze zaouïa wordt nog mooi onderhouden. De achternaam Skalli is een verbastering van het Italiaanse eiland Sicilië, dat als toevluchtsoord diende voor vele Andalusiërs voordat ze naar Marokko gingen.’

Hicham zag zijn connectie met Al-Andalus pas toen zijn familieleden hem daarop wezen. ‘Als je via Spanje op weg bent naar Marokko, ervaar je de link tussen de twee landen, denk bijvoorbeeld aan het eten, de muziek en architectuur. Dat mijn familie onderdeel is van die geschiedenis, geeft nog steeds een bepaalde trots.’

Vanaf 1492 hebben de katholieke machthebbers geprobeerd om de sporen van de islamitische en joodse geschiedenis in Spanje en Portugal zoveel mogelijk uit te wissen, vertelt Leeuwestein. ‘Tegenwoordig kun je er nog maar een paar monumenten uit Al-Andalus terugvinden, zoals de Mezquita in Cordoba en het paleis Alhambra in Granada.’

‘Dat mijn familie onderdeel is van die geschiedenis, geeft nog steeds een bepaalde trots’

De moslims en joden die na 1492 naar Marokko vluchtten, hadden de ruimte om te integreren, met behoud van de eigen cultuur. De Rif in Noord-Marokko verwelkomde veel van de Andalusische vluchtelingen. ‘Tot de dag van vandaag vind je sporen van Al-Andalus terug in Marokko, zoals de verfijnde Marokkaans keuken in Fes en Andalusische muziek.’

‘Ondanks dat de verhoudingen tussen Marokko en Spanje gevoelig liggen, zie ik wel dat de kunst en cultuursector uit beide landen van elkaar houden’, vertelt Ghalbane. Het valt hem op dat Spanjaarden vaker met trots over Al-Andalus en de islamitische invloeden vertellen. ‘Ik merk dat de bewustwording groter wordt.’

Onbekende geschiedenis

Half maart is de documentaire te zien in bioscopen in Zuid-Spanje en Noord-Marokko. Marokkaanse Nederlanders zijn enthousiast over de documentaire en delen berichten erover op social media, aldus Ghalbane, ‘Al-Andalus leeft’.

En ook andere Nederlanders vinden de documentaire interessant. Toen de Children of Al-Andalus onlangs werd vertoond in Hoorn waren er ook veel autochtone Nederlanders in de zaal, die Zuid-Spanje kennen van hun vakanties, vertelt Leeuwestein. ‘Onze documentaire geeft een stem en gezicht aan een vergeten geschiedenis. Je merkt dat mensen verbaasd reageren op het feit dat de Spaanse overheid tussen 1609 en 1614 bijna driehonderdduizend mannen, vrouwen en kinderen heeft verbannen. Ze zijn verrast over deze verdrijving van de Morisco’s, die hier nagenoeg onbekend is.’ Volgens Leeuwestein vonden de autochtone Nederlanders in de zaal ook dat deze geschiedenis op school onderwezen moet worden en in de geschiedenisboeken moet komen.

Het schrijven van hun boek en het maken de documentaire over Al-Andalus heeft de vriendschap tussen Ghalbane en Leeuwestein versterkt. Het duo geniet van alle positieve reacties. Ze hebben het gevoel dat zij een wezenlijke bijdrage geleverd hebben aan een toekomst met ruimte voor de verhalen uit Al-Andalus.

Chinees datalek geeft informatie over vermiste Oeigoeren

0

Dankzij een groot datalek van Chinese politiedocumenten kunnen Oeigoeren nu makkelijker informatie vinden over vermiste dierbaren. China houdt veel Oeigoeren, die een islamitische minderheidsgroep vormen, vast in gevangenschap, waarna vaak niets meer van hen wordt vernomen.

Een deel van de lek, bekend als de Xinjiang Police Files, werd vorig jaar mei gepubliceerd. Nader onderzoek van de Chinese politiebestanden leidde vervolgens tot meer onthullingen. Hierbij zijn ongeveer 830.000 personen ontdekt in 11.477 documenten en duizenden foto’s.

De politiebestanden waren gehackt door een anonieme persoon en vervolgens gestuurd naar de wetenschapper Adrian Zenz. Hij en zijn team hebben nu een zoekfunctie ontwikkeld, die de informatie toegankelijker maakt. Oeigoeren in het vrije Westen kunnen zo makkelijker informatie vinden over hun dierbaren die in China zijn achtergebleven, en waar ze vaak al jaren geen contact meer mee hebben omdat de Chinese autoriteiten dit niet toelaten.

De Amerikaanse omroep CNN heeft met behulp van de nieuwe online zoekfunctie 22 personen opgespoord. Zo kwamen Oeigoeren in diaspora te weten waarom China hun dierbaren vasthoudt, en soms ook hoe ze gestorven zijn.

Zo ontdekte Mamatjan Juma, die nu in de Verenigde Staten woont, dat familieleden in China in de gevangenis zitten vanwege hun associatie met hem. Juma is plaatsvervangend directeur van de Oeigoerse dienst van de door de VS gefinancierde nieuwsorganisatie Radio Free Asia. China ziet hem als terrorist.

De Chinese regering heeft de authenticiteit van de data nooit ontkend. Maar het Chinese staatspersbureau The Global Times noemde Zenz onlangs een ‘geruchtenverspreider’ en zijn analyse van de bestanden zou ‘desinformatie’ zijn.

De Amerikaanse regering beschuldigt China van het plegen van genocide op de Oeigoeren in Xinjiang. Een rapport van de Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten concludeerde dat China mogelijk misdaden tegen de menselijkheid heeft begaan.

Zweden en Denemarken geven alle Afghaanse vrouwen en meisjes vluchtelingenstatus

0

Human Rights Watch is verheugd dat Denemarken en Zweden hebben besloten alle vrouwen en meisjes uit Afghanistan de vluchtelingenstatus te verlenen. Volgens de mensenrechtenorganisatie kan de rest van de wereld een voorbeeld nemen aan deze twee landen.

Vorige week kondigde de Deense Raad van Beroep voor Vluchtelingen aan dat de status van asielzoekers uit Afghanistan zal veranderen, ‘uitsluitend vanwege hun geslacht’. Deze beslissing nam de raad met het oog op de aanhoudende verslechterende omstandigheden voor vrouwen en meisjes in Afghanistan sinds de machtsovername van de Taliban in augustus 2021.

In december vorig jaar besloot ook Zweden al dat alle vrouwen en meisjes uit Afghanistan de vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning voor drie jaar zullen krijgen. ‘Het is voor Afghaanse vrouwen en meisjes nu zo moeilijk geworden om te studeren, de kost te verdienen, zorg te zoeken of bescherming te krijgen tegen geweld, dat ze kunnen worden beschouwd als vervolgd op grond van hun geslacht’, verklaarde het Zweedse migratiebureau. ‘Een persoon die het risico loopt vervolgd te worden op basis van geslacht, heeft recht op een verblijfsvergunning als vluchteling.’

Turkije blokkeert Twitter ‘tijdens het meest cruciale moment’ voor reddingsacties

0

De Turkse regering heeft gisteren bijna negen uur lang Twitter geblokkeerd. Hierdoor bleven gedurende de meest cruciale momenten van de reddingsacties vele hulpverleners en slachtoffers verstoken van informatie.

Dat meldt de Turkse nieuwssite Duvar. De twitterblokkade in Turkije kwam op het moment dat de regering hard werd bekritiseerd voor het ‘gebrekkige optreden’ na de aardbeving. Die kritiek kwam onder meer van Kemal Kiliçdaroglu, de seculiere oppositieleider, die vindt dat de AKP-regering van president Recep Tayyip Erdogan enorm heeft tekortgeschoten in het nemen van voorzorgsmaatregelen tegen aardbevingen.

De twitterblokkade was volgens hem daar nog een voorbeeld van. ‘Deze waanzinnige paleisregering heeft de communicatie via sociale media afgesneden. Dit resulteert in minder oproepen voor hulp. We weten dat je van alles probeert te verbergen. We wachten op een verklaring’, aldus Kiliçdaroglu.

Meral Aksener, de leider van de Goede Partij, is verbolgen: ‘Terwijl communicatie van vitaal belang is voor de behoeften van de slachtoffers van de aardbeving, hoe kan je dan deze beperking opleggen? Wat voor kwaadaardigheid en onoprechtheid is dit? Waar ben je bang voor?’

Het sluiten van communicatiekanalen lijkt een beproefd recept te worden van Erdogan, die zich tot die middel vergrijpt op momenten dat hij in het nauw komt te zitten. Zo is de toegang tot sociale media kanalen ook geblokkeerd na de aanslag vorig jaar in Istanbul, en na de couppoging in 2016 en het mislukken van het vredesproces met de PKK in 2015.

Zweden houdt geplande Koranverbranding tegen

0

De Zweedse autoriteiten besloten gisteren om een geplande Koranverbranding te verbieden.

Extreemrechtse activisten wilden vandaag een Koran verbranden, uit protest tegen een eventuele toetreding van Zweden tot de NAVO. Toen de Zweedse extreemrechtse politicus Rasmus Paludan vorige maand een Koran verbrandde buiten de Turkse ambassade in Stockholm leidde dat tot woedende reacties in de islamitische wereld, van Turkije maar ook van andere landen.

Het lijkt erop dat Zweden zich nu wel iets aantrekt van deze islamitische gevoeligheden. Dat is ook noodzakelijk voor een eventuele Zweedse toetreding tot de NAVO, want Turkije heeft als NAVO-lid het vetorecht en kan hier dus een stokje voor steken. De Zweedse premier Ulf Kristersson zei dinsdag dat hij klaar is om de gesprekken met Turkije over de kwestie weer te hervatten.

Het is niet de eerste keer dat moslims zich boos maken over blasfemie. Vorig jaar vonden er in Zweden hevige rellen plaats, toen moslims protesteerden tegen een voorgenomen koranverbranding door Paludan. Eind 2020 werd de Franse leraar Samuel Paty onthoofd, omdat hij in zijn lessen burgerschapskunde de controversiële Mohammed-cartoons van Charlie Hebdo had laten zien. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan was woedend op Frankrijk en beschuldigde het land van islamofobie, omdat de Franse president Emmanuel Macron de vrijheid van meningsuiting verdedigde.

Amerikaanse advocaten schrappen omstreden IHRA-definitie van antisemitisme

0

De Orde van Amerikaanse Advocaten (American Bar Association, ABA) verwijdert de verwijzing naar de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme uit haar standpunt over jodenhaat. Dat sprak de orde maandag uit in een resolutie.

De International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) noemt antisemitisme ‘haat tegen Joden (…) gericht op Joodse of niet-Joodse individuen en/ of hun eigendommen, op Joodse gemeenschapsinstellingen en religieuze voorzieningen’. Maar van de elf voorbeelden die deze definitie aanvoert ter illustratie, hebben er zeven betrekking op de staat Israël. Volgens critici probeert de IHRA hiermee kritiek op Israël als antisemitisme te framen en Israël op die manier immuun te maken voor legitieme kritiek.

Volgens The Jerusalem Post is het verwijderen van de IHRA-definitie ‘het resultaat van een grote campagne gevoerd door extremistische anti-Israëlische groeperingen, waaronder Human Rights Watch (HRW) en Jewish Voice for Peace (JVP)’. De krant citeert de rechtse, pro-Israëlische advocaat Arsen Ostrovsky van het International Legal Forum, die beweert dat ‘de ABA door de knieën gaat voor anti-Israëlische extremisten’.

Maar niet alleen in de Verenigde Staten vinden pleitbezorgers van de Palestijnse zaak gehoor. Barcelona schort alle institutionele banden met Israël op, inclusief de stedenband met Tel Aviv, totdat de Palestijnse mensenrechten worden gerespecteerd. Israël is volgens Ada Colou, de socialistische burgemeester van de Spaanse stad, een apartheidsstaat.

BDS Nederland, de Nederlandse tak van de wereldwijde BDS-beweging (BDS staat voor Boycot, Desinverstering en Sancties), juicht dit besluit van harte toe. ‘Wij roepen instellingen wereldwijd op dit voorbeeld te volgen en de banden met apartheid Israël te verbreken!’

Nederland staat op voor Turkije en Syrië: Amsterdamse toren verlicht

0

Terwijl het dodenaantal hard blijft oplopen in Turkije en Syrië (meer dan 16.000 intussen), komen de Nederlandse hulpacties snel van de grond. En er zijn ook symbolische steunbetuigingen: de A’DAM Toren in Amsterdam-Noord is als symbolisch gebaar vanavond verlicht in de kleuren van Turkije en Syrië.

Daar blijft het niet bij. De gemeente Amsterdam doneert 905.000 euro aan de Rode Kruis voor de getroffenen van de aardbeving. Samen met Rotterdam doet de gemeente mee aan de hulpactie ‘één euro per inwoner’, meldt de Amsterdamse stadszender AT5.

Rotterdam schenkt 664.000 euro aan het aardbevingsgebied, schrijft het Parool. De burgemeesters Femke Halsema en Ahmed Aboutaleb betuigen hun medeleven aan de slachtoffers.

‘Wat een verschrikkelijk leed en verdriet voor alle mensen die dit overkomt. Veel Turkse, Koerdische en Syrische Amsterdammers verkeren op dit moment in grote onzekerheid over het lot en welzijn van hun dierbaren. Ik leef diep met iedereen mee en wens hen heel veel sterkte’, aldus Halsema op Instagram.

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam spreekt in een toelichting aan de gemeenteraad van een ‘ongekende ramp’. ‘Duizenden mensen zijn om het leven gekomen en nog eens duizenden verkeren in groot gevaar. Er is enorme schade aangericht aan huizen en infrastructuur. Daarnaast verslechtert door het extreme winterweer de situatie van de overlevenden.’

De geboren Rotterdammer Yesim Candan met Turkse roots en woonachtig in Amsterdam deelt op Twitter dat ze het niet meer uithoudt in Nederland. Ze vertrekt met Nederlandse hulpverleners naar het rampgebied. ‘Ik kan niet hier blijven en twitteren hoe erg ik het vind. Ik moet er zijn. Hou jullie op de hoogte’, aldus Candan.

Het gaat niet goed in veel landen met een ‘I’

0

De wereld telt acht landen, waarvan de Nederlandse naam begint met een ‘I’. In alfabetische volgorde: Ierland, India, Indonesië, Irak, Iran, Israël, Italië en Ivoorkust. Over Ierland en Ivoorkust valt momenteel niet veel te melden, en ‘geen nieuws’ betekent meestal ‘goed nieuws’.

Maar voor de overige zes geldt dat niet. Zij bevinden zich duidelijk in een neerwaartse spiraal, zoals een korte blik op de ontwikkelingen van de laatste tijd leert.

Italië is een van de EU-lidstaten waarin inmiddels een extreemrechtse partij aan de regering deelneemt, waardoor democratie, rechtstaat en tolerantie onder druk staan. Dat vertaalt zich naar buiten toe in xenofobie. Naar binnen toe vertaalt zich dat in een conservatief-katholieke gezinspolitiek, die zich tegen gelijke rechten voor vrouwen en homo’s keert. De concrete gevolgen van de ultrarechtse retoriek zijn tot nu toe beperkt, omdat Italië zich aan EU-wetgeving houden moet.

Dat laatste geldt niet voor Israël. Dat is met de nieuwe extreemrechtse regering nog veel verder ontspoord dan het toch al was. Het zogenaamde ‘vredesproces’ viel al veel langer niet serieus te nemen, maar deze regering is nu openlijk op annexatie van de Palestijnse gebieden uit, waarvan de bevolking decennialang als rechteloze tweederangsburgers onder een soort Apartheidsregime zucht.

Daarbij komt de poging de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aan te tasten, terwijl de opname van een uitgesproken theocratische partij in Netanyahu’s zoveelste kabinet betekent dat nu tevens een vorm van seksuele apartheid op het programma staat, en ook hier de aanval op seksuele minderheden is ingezet.

Ook hier vormen vrouwen en seksuele minderheden de favoriete schietschijf van een patriarchaat dat van geen wijken weten wil

Over Irak kunnen we kort zijn: het land blijft verscheurd door sektarische twisten, en de kans dat soennieten en sjiieten hier op afzienbare termijn de strijdbijl zullen begraven, staat gelijk aan nul.

Ook de ontwikkelingen in Iran zijn vooralsnog weinig hoopgevend: het fundamentalistische regime slaat elk protest met harde hand neer en straft demonstratief demonstranten op barbaarse wijze. Ook hier vormen vrouwen en seksuele minderheden de favoriete schietschijf van een patriarchaat dat van geen wijken weten wil.

India was ooit na de onafhankelijkheid door Nehru en zijn niet-religieuze Congrespartij bewust als seculiere staat opgezet om de latente spanningen tussen moslims en hindoes te pacificeren. De huidige premier Modi zet dit met zijn hindoeïstisch-nationalistische politiek bewust op het spel, om zo met een agressieve bejegening van moslims verkiezingen te kunnen blijven winnen.

Het Indonesië van Sukarno was indertijd op hetzelfde uitgangspunt gebaseerd: ofschoon de overgrote meerderheid van de bevolking islamitisch is, werd de staat seculier. In het volkrijkste moslimland ter wereld droeg de islam ook vanouds een zeer gematigd karakter. Dat is, onder invloed van radicale predikers de laatste tijd veranderd. Ofschoon een minderheid, zijn die er nu, met een zeer omstreden wet die op alle buitenechtelijk geslachtsverkeer draconische straffen zet, in geslaagd hun rigide orthodoxe wereldbeeld aan de samenleving op te leggen.

Zijn er overeenkomsten tussen de ontwikkelingen in deze landen? Als we Irak even buiten beschouwing laten, is er inderdaad een gemeenschappelijke rode draad. Alle zijn in de greep van een naargeestig orthodox-religieus getint nationalisme: in Italië katholiek, in Israël joods, in Iran sjiitisch, in India hindoeïstisch, in Indonesië soennitisch. En overal richt zich die intolerantie specifiek tegen religieuze, etnische en seksuele minderheden.

Hoe scherp kan en moet Europa, dan wel Nederland, hierop reageren? In alle zes gevallen bestaat er een forse hobbel. Bij Italië: het dan terechte verwijt van hypocrisie, omdat de overige EU-lidstaten zich achter ‘Dublin’ verschuilen om zelf geen vluchtelingen op te hoeven nemen. Bij Israël: de onaantastbaarheid vanwege de Europese schuld aan de Holocaust, daarenboven in Nederland ook nog eens de religieuze verering van het ‘uitverkoren volk’ in protestantse kring.

Bij Iran: we boycotten ze al op ongeveer elk denkbaar vlak, dus wat kan Europa nog meer? Bij India: we hebben deze grootmacht-in-wording te hard nodig in de mondiale worsteling met de agressieve Russische en Chinese dictaturen. Bij Indonesië: zolang we zelf nog zo halfslachtig omgaan met ons eigen bloedbevlekte koloniale verleden, zien ze ons daar al aankomen met onze mensenrechtenkritiek.

Palestijnse kunstenares maakt cartoon in reactie op Charlie Hebdo: ‘Wij zullen weer opstaan’

0

De Palestijnse kunstenares Abrar Sabbah reageert met een eigen cartoon op de omstreden Charlie Hebdo-cartoon over de aardbeving in Turkije en Syrië. Sabbahs tekening is een aanpassing het origineel van het Franse satirische platform, met daarbij de tekst ‘wij zullen weer opstaan’. 

Dat meldt het Turkse nieuwsblad AA TurkiyeDinsdag publiceerde het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo een cartoon op sociale media met daarop verwoeste gebouwen en de Franse tekst ‘het is niet eens meer nodig om tanks te sturen’. Inmiddels zijn meer dan 16.000 doden geborgen, als slachtoffer van de aardbeving in Turkije en Syrië. Op sociale media reageerden gebruikers woedend; sommigen vonden de cartoon ‘walgelijk’ en anderen noemden het werk van Hebdo ‘smakeloos’.

Abrar Sabbah noemt de Hebdo cartoon ‘immoreel‘ en tekende de cartoon opnieuw, maar dan door haar eigen draai eraan te geven. Op haar sociale media is te zien hoe zij elementen van de cartoon wist en in plaats daarvan een grote vuist met een rode Turkse vlag tekent.

‘Zo zou je moeten tekenen’, schrijft Sabbah. Ze voegt daaraan toe: ‘Deze sterke mensen zullen opstaan.’ Haar cartoon is intussen duizenden keren gedeeld. Gebruikers bedanken de kunstenares voor haar werk en noemen haar ‘moedig’.

Waarom Vlissingen nog geen excuses wil maken voor haar slavernijverleden

0

Vlissingen was in de achttiende eeuw een belangrijke slavenstad. Toch weigert de stad excuses aan te bieden voor het slavernijverleden, terwijl steeds meer steden en ook de regering dat wel hebben gedaan.

Dit jaar herdenkt Nederland de honderdzestigste verjaardag van de afschaffing van de slavernij, op 1 juli 1863. Steden als Amsterdam, Utrecht en Den Haag hebben excuses aangeboden. Zeeland niet. Vreemd, want de provincie was verantwoordelijk voor bijna de helft van de Nederlandse slavenhandel. Vlissingen was, zo vertelt de Leidse historicus Gerhard de Kok, ‘in de achttiende eeuw het meest gespecialiseerde slavenhandelstadje van Europa’. Toch wil de gemeenteraad van de Zeeuwse havenstad van excuses nog steeds niets weten.

Oud-gemeenteraadslid Angelique Duijndam (52) van de lokale partij Bestemming Vlissingen wijt dit aan onwetendheid. Gemeenteraadsleden denken dat zij zelf excuses moeten maken en begrijpen niet het gaat om excuses van de stad Vlissingen als historische opvolger van de slavenhandelstad van weleer. ‘Het gaat niet om excuses van jou als persoon, maar om een instituut als de gemeente.’  

Het Zeeuwse aandeel in de Nederlandse slavenhandel was ‘vrij fors’, aldus De Kok, die naar de Zeeuwse slavenhandel zijn promotieonderzoek deed. ‘In de zeventiende en de achttiende eeuw was Zeeland verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de slavenhandel. Nederland heeft in totaal ongeveer 600.000 slaven verhandeld, het aandeel van Zeeland gaat richting 300.000 mensen. In de tweede helft van de achttiende eeuw, toen de Nederlandse slavenhandel op zijn hoogtepunt was, was het Zeeuwse aandeel 65 tot 70 procent.’ Het Zeeuwse overwicht in de slavenhandel geldt vooral de periode na 1730.

Amsterdam was in de zeventiende eeuw een belangrijke slavenhandelsstad, maar de handel in tot slaaf gemaakten nam na 1730 af toen de stad zich ging richten op de bilaterale koloniale handel. Producten van de plantages – zoals suiker en koffie – werden vooral in Amsterdam verhandeld. Zeeuwse steden, Vlissingen en Middelburg voorop, waren in de achttiende eeuw gespecialiseerd in de slavenhandel. ‘De Nederlandse kolonie Suriname werd op de Engelsen veroverd door een Zeeuwse commandeur’, vertelt De Kok. ‘De bedoeling was dat dit een Zeeuwse kolonie zou worden, maar dat bleek niet haalbaar. Maar er was wel Zeeuwse invloed op de gang van zaken in Suriname, net als op de Caribische eilanden.’

De Zeeuwen domineerden de achttiende-eeuwse Nederlandse slavenhandel, omdat ze zich hierin hadden gespecialiseerd, legt De Kok uit. ‘Amsterdam domineerde de koffie- en suikerhandel, daar was niet tegen te concurreren. Daarom kozen Zeeuwse handelaren ervoor zich in de slavenhandel te specialiseren. Het was een risicovolle handel, want de slaven op de schepen konden ziek worden. Of er kon tegelijkertijd met jouw schip een ander schip aanmeren vol met slaafgemaakte mensen, met als gevolg dat de prijs kelderde. Maar Zeeuwse handelaren waren gewend om risico’s te nemen. Ze waren tijdens de Tachtigjarige Oorlog ook zeer bedreven in de kaapvaart.’

Monopolie

De West-Indische Compagnie (WIC), die zich richtte op trans-Atlantische handel en in 1621 door de Nederlandse overheid was opgericht, had meer dan honderd jaar het Nederlandse monopolie op de slavenhandel. Dat monopolie zorgde er volgens De Kok voor dat handelsactiviteiten over het hele land werden verspreid. Maar de WIC was een logge organisatie, die bovendien veel kapitaal had verloren toen de Portugezen in 1654 Brazilië heroverden op de Nederlanders. Voor het op reis sturen van slavenschepen, een dure onderneming, was er te weinig kapitaal.

De Kok: ‘Vanuit Zeeland werd gelobbyd om een einde te maken aan het WIC-monopolie. Toen dat uiteindelijk gebeurde, sprong de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) in dat gat en was vanaf 1750 exclusief gericht op de slavenhandel. Het archief van de MCC in Middelburg is goed bewaard gebleven en geeft een gedetailleerd beeld over hoe de slavenhandel in zijn werk ging. De kapiteins moesten alles noteren: wie aan boord kwam tot aan bonnetjes van gemaakte kosten. In totaal heeft de MCC ongeveer 31.000 mensen vanuit Afrika naar Suriname en de Cariben vervoerd, waarvan slechts 28.000 levend de koloniën bereikten.’ Vlissingen, ‘het meest gespecialiseerde slavenhandelstadje van Europa’, heeft helaas niet zo’n uitgebreid archief, aldus De Kok.

‘De Zeeuwen zijn altijd kapers of piraten geweest, ze zijn overlevers. Ik ben dat ook’

In het zeer christelijke Zeeland was wel protest tegen de slavernij door enkele rechtzinnige dominees, maar zij preekten niet elke zondag tegen de slavernij, aldus De Kok. Daarom won de koopman het van de dominee. Een belangrijkere tegenstander van de slavernij was schrijfster Betje Wolff, die in de vooruitstrevende idealen van de Verlichting geloofde. In tegenstelling tot de Utrechtse feministe avant la lettre Belle van Zuylen, die haar persoonlijke kapitaal dankte aan de slavernij, was Wolff wel clean. ‘Ze sprak zich in de laatste decennia van haar leven niet alleen regelmatig uit tegen de slavernij’, aldus De Kok, ‘maar vertaalde ook een belangrijk abolitionistisch werk van het Frans naar het Nederlands.’

Afschaffing slavernij

Toch waren deze kritische stemmen een uitzondering, denkt De Kok: ‘Al weten we weinig over hoe gewone Zeeuwen in de achttiende eeuw dachten over de slavernij, want gewone mensen zetten hierover weinig op papier.’ Pas in de negentiende eeuw slaat de stemming om en worden mensen kritischer. Zo verscheen er begin negentiende eeuw een kinderverhaal van Adriaan Loosjes over een Zeeuwse jongen, die ondanks zijn bezwaren tegen slavernij mee ging varen met een slavenschip. Hij viel overboord, werd gered door een zwarte jongen, kocht hem vrij van slavernij en nam hem vervolgens mee naar zijn geboortestad Vlissingen. In de achttiende eeuw had je dit soort boeken nog niet.’

Gerhard de Kok (Beeld: YouTube)

Dat de Nederlandse slavenhandel ten onder ging was aan de Engelsen te danken. De in 1780 uitgebroken Vierde Engelse Oorlog leidde tot het confisqueren van veel Nederlandse schepen – ook slavenschepen – door de Engelse marine. ‘Die kapitaalklap zijn ze nooit meer te boven gekomen’, aldus De Kok. ‘In de periode 1784-1795 zijn er nog wat Zeeuwse slavenhandelsreizen geweest. Erg succesvol waren die doorgaans niet, ondanks financiële steun van bijvoorbeeld het Middelburgse stadsbestuur. Tijdens de Franse Tijd (1795-1813) was de Zeeuwse slavenhandel op sterven na dood. Daarna werd het Verenigd Koninkrijk abolitionistisch en dwong het Nederland om aan deze handel een einde te maken. Maar pas vijftig jaar later, in 1863, schafte ons land ook de slavernij af.’

Hoewel er dankzij het werk van Gerhard de Kok en andere historici tegenwoordig veel bekend is over het Zeeuwse slavernijverleden, zijn excuses hierover voor veel Zeeuwen nog een dam te ver. Maar dit betekent volgens De Kok niet dat het onderwerp er niet leeft, al gebeurt dat minder openlijk en vocaal dan in een stad als Amsterdam.

Oud-gemeenteraadslid Angelique Duijndam (52), winnares van de Zeeuwse ‘Vrouw in de Media Award 2022’,  is een van de aanjagers van de Zeeuwse slavernijdiscussie en werkzaam bij Anti Discriminatie Bureau Zeeland. Zij zet zich al jaren in voor meer bewustwording over het Zeeuwse slavernijverleden.

Twee jaar geleden diende Duijndam een in de gemeenteraad van Vlissingen motie in waarin ze om drie dingen vroeg: onderzoek naar het slavernijverleden van Vlissingen, een slavernijmonument in de stad en excuses van de gemeente voor de slavernij. Het onderzoek is er gekomen, maar geen monument en geen excuses. ‘De Raad vindt dat ook niet nodig, stelt Duijndam. Ze vertelt dat tegenstanders als argument aanvoerden dat er al een monument is in Middelburg. ‘Ze bagatelliseren de rol van Vlissingen in deze geschiedenis.’

‘Zeeland is een van de belangrijkere spelers geweest in de slavernijgeschiedenis en Vlissingen had zich helemaal gespecialiseerd in de slavenhandel’, vertelt Duijndam. ‘Bijna iedereen in de stad – die in de achttiende eeuw zo’n 6800 inwoners telde – was op een of andere manier bij deze handel betrokken. Niet alleen de notabelen verdienden eraan, maar ook de touwsnijders, houtbewerkers en boeren. Een vrouw zei tegen mij dat de vrouwen van die tijd onschuldig waren, omdat zij niets te vertellen hadden. Maar dat ligt toch een beetje anders. Vrouwen die weduwe werden, erfden de plantages op Suriname. En witte vrouwen op plantages konden vreselijk onvoorspelbaar en wreed zijn.’

Het gaat haar, zo benadrukt Duijndam, niet om persoonlijke excuses van mensen. ‘Enkele van mijn toenmalige collega’s in de gemeenteraad snapten dit niet. Ze zeiden dat ze zelf niet schuldig waren aan de slavernij. Maar het gaat niet om hun excuses. Het gaat om wat de gemeente toentertijd gedaan heeft. Daar moeten we rekenschap over afleggen.’

Wat dat betreft heeft Duijndam meer vertrouwen in de jonge generaties Zeeuwen, die ze spreekt tijdens haar dialooglessen over racisme en slavernij op basisscholen. ‘Ik krijg veel energie van de jeugd. Wij volwassenen zitten vaak vast in onze denkbeelden. Jongeren, ook in Zeeland, zijn nieuwsgierig en open.

Duijndam wil dat Zeeland in het reine komt met zijn slavernijverleden, maar ze is beslist niet anti-Zeeuws, zegt ze. ‘Ik voel mij hier ontzettend thuis. De Zeeuwen zijn altijd kapers of piraten geweest, ze zijn overlevers. Ik ben dat ook. Ik voel mij Surinaamse en Zeeuwse, Surizeeuws. Ik heb trouwens ook een aardige foto van mijzelf, verkleed als Zeeuws meisje.’