8.8 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 470

JA21 presenteert omstreden ‘anti-asielplan’

0

‘Wat kan wel’, heet het nieuwe asielplan van JA21. Het plan bevat ’14 concrete voorstellen’ om asielinstroom te beperken. Joost Eerdmans licht het toe in een partijfilmpje en wil nu snel in debat.

‘We zien de asielinstroom alleen maar toenemen’, zegt Eerdmans. ‘We zien 1000 tot 1200 asielzoekers per week. Er zijn schattingen van 70.000 asielzoekers in een jaar tijd.’

Volgens de partijleider van JA21 zijn dat ‘extreme aantallen’, die Nederland ‘niet kan volhouden’, qua opvang, huisvesting of integratie. ‘De boel’ moet volgens hem ‘beperkt worden’, de instroom moet omlaag, zegt hij.

Hij beoogt met het plan tegen asielzoekers een ‘breed asieldebat’ aan te wakkeren. Zo wil hij bijvoorbeeld ontevreden VVD’ers bereiken die tegen de ‘dwangwet’ zijn – de vorig jaar aangenomen wet om asielzoekers gelijk te verdelen over alle gemeenten in Nederland. Eerdmans zegt op Twitter zo snel mogelijk in debat te willen over de ‘aanhoudende asielstroom’.

Met het plan wil JA21 onder meer de ‘automatische verstrekking’ van een nationale verblijfstatus voor onbeperkte tijd stoppen, de gezinsmigratie aan banden leggen en weer grenscontroles uitvoeren. Ook pleit Eerdmans voor een asielstop, wat volgens hem gewoon kan. ‘Andere landen, zoals Hongarije en Polen hebben dat in 2015 gedaan’, zegt hij.

Met deze plannen begeeft JA21 zich op een hellend vlak waar landen als Hongarije en Polen mee in opspraak raakten. Ze stroken niet met internationale wetgeving (zoals het VN-vluchtelingenverdrag). Intussen liggen al meer dan zeven uitspraken van Nederlandse rechters tegen de tijdelijke stop van gezinshereniging van het kabinet. Het kabinet heeft die stop dan ook opgeheven.

In anderhalf jaar slechts één nieuwe islamitische middelbare school: ‘Teleurstellend’

0

Wie een nieuwe middelbare school wil oprichten, kan dat sinds anderhalf jaar op een nieuwe en eenvoudigere manier doen. Islamitische initiatieven in diverse steden sprongen hierop in. Het resultaat is tot nu toe mager: alleen het Al Amana College in Utrecht redde het. Hoe komt dat?

In de grote en middelgrote steden wonen aanzienlijke aantallen moslims. Toch zijn er slechts twee islamitische scholen voor voortgezet onderwijs. In Rotterdam is er het Avicenna College, opvolger van het Ibn Ghaldoun College dat in 2013 failliet ging. Het Avicenna kende in 2000 een bestuurscrisis.

De geschiedenis van het Amsterdamse Cornelius Haga Lyceum is nog turbulenter. De overheid beschuldigt de school al jaren van slecht bestuur en banden met radicale islam. Burgemeester Femke Halsema en toenmalig onderwijsminister Arie Slob spanden zich in om de school gesloten te krijgen, maar vonden de rechter op hun pad – en uiteindelijk ook de Raad van State.

Met slechts twee islamitische middelbare scholen die ook nog eens wankelen, was de wetswijziging die Slob in 2021 doorvoerde een welkom geschenk. Wie een nieuwe school wil beginnen, kan dat sinds dat jaar doen door enkele honderden steunbetuigingen in te zamelen en een gedegen plan te presenteren. Dat is aanzienlijk eenvoudiger dan voorheen.

Vijf schoolinitiatieven meldden zich in 2021. Het eerste dat afviel was het Medina College in Eindhoven, dat niet voldoende steunbetuigingen wist te verzamelen. Initiatieven El Furkan in Schiedam, het Aida College in Den Haag, het El Amien Lyceum in Amsterdam en het Al Amana College in Utrecht hadden wel genoeg draagvlak. In 2022 wist ook Islamitisch College Fiducie in Amsterdam genoeg steun te vergaren.

Vorig jaar volgde echter voor de meeste initiatieven een domper. De Onderwijsinspectie had in de lente nog een gesprek gevoerd met de besturen van alle nieuwe schoolinitiatieven. Rond 1 juni kregen die echter vrijwel allemaal een negatieve beschikking van minister Dennis Wiersma van Onderwijs (VVD). De reden: het burgerschapsonderwijs zou ondermaats zijn.

Dit oordeel trof niet alleen de islamitische scholen. Wiersma keurde überhaupt slechts twee nieuwe initiatieven goed. Het Utrechtse Al Amana tekende bezwaar aan en won. De rechter besloot in december dat de school alsnog mag beginnen. Het Schiedamse initiatief wacht nog op een uitspraak van de rechter.

Al met al is het nog steeds een gevecht om vanuit islamitische hoek een school voor voortgezet onderwijs te beginnen. Wat is er aan de hand? Maakt de nieuwe wet het echt makkelijker een (islamitische) school op te richten of zit er een addertje onder het gras? Onderwijsexperts Nico van Kessel, Bahaeddin Budak en Ben Mom blikken terug op de afgelopen anderhalf jaar.

Dure grap

Voor 2021 was het systeem voor de oprichting van middelbare scholen heel anders, legt Nico van Kessel uit. ‘Als er scholen moesten komen in een nieuwbouwwijk, keek men naar het aantal basisscholen dat er in die gemeente al was. Als 33 procent daarvan bijvoorbeeld protestants-christelijk was, en in de nieuwe wijk was er ruimte voor drie middelbare scholen, dan zou minstens één daarvan protestants-christelijk moeten zijn.’

Nico van Kessel

Moslims hadden dan een nadeel, omdat er relatief weinig islamitische basisscholen zijn. De oplossing daarvoor was een dure grap, legt Van Kessel uit. ‘Je moest dan een zogeheten ‘directe meting’ laten doen via een enquête. Zo kon je aantonen dat er in een gemeente genoeg belangstellenden waren om een eigen school te kunnen oprichten. Dit kostte echter tienduizenden euro’s. Ibn Ghaldoun kwam via zo’n enquête tot stand – overigens betaald door de gemeente Rotterdam.’

Ben Mom adviseerde jarenlang nieuwe schoolinitiatieven. Hij omschrijft zich als ‘een echte vrijheid van onderwijs-man’. Hij ziet dat er onder moslims draagvlak is voor eigen scholen. Daarom is hij positief over de nieuwe regels. ‘Het was vrijwel onmogelijk een nieuwe school voor voortgezet onderwijs op te richten. Ook was het lastig financiën te krijgen voor het uitvoeren van een directe meting.’

Mom denkt niet dat dit de reden is waarom de regels voor het oprichten van nieuwe scholen zijn veranderd. ‘Dé reden daarvoor is dat het oude systeem was gebaseerd op een samenleving die niet meer bestaat. De verzuiling is voorbij. Om die reden was ik al heel lang voor andere wetgeving.’

Van Kessel was jarenlang betrokken bij het uitvoeren van de directe metingen. Naast de kosten van de enquête kende het oude systeem volgens hem nog meer nadelen. ‘Zo moest de gemeente nog een gebouw beschikbaar stellen. Als dat te ver verwijderd was van de wijken waar veel moslims woonden, kon een school alsnog mislukken. Bovendien hielden de enquêtes geen rekening met de achtergronden van moslims. Dan kwamen bijvoorbeeld alleen Turkse kinderen naar een school en Marokkaanse, Surinaamse en Pakistaanse niet, terwijl daar wel rekening mee was gehouden.’

Macht van gemeenten

‘Het goede aan de nieuwe wet is dus dat scholen zelf moeten aantonen dat er voldoende belangstelling is’, concludeert Van Kessel. Initiatieven als Al Amana en El Amien waren maandenlang bezig met werving. Wie deze scholen steunde, kon via DigID online een verklaring indienen.

Ben Mom

Ben Mom denkt dat de nieuwe regels een positieve verandering betekenen. Wel erkent hij dat het inzamelen van steunbetuigingen via DigID een drempel opwerpt. ‘Niet specifiek voor mensen met een Turkse of Marokkaanse afkomst, maar ook voor iedereen die de taal niet goed beheerst. Dus ook voor laaggeletterde Nederlanders. Toch is dit systeem nodig, het kan niet simpeler. Het alternatief, de direct meting, bestaat nog steeds, maar dit is nu nog duurder dan het al was.’

Ook Bahaeddin Budak, die in 2021 promoveerde op onderzoek naar de ontwikkeling van islamitisch onderwijs, relativeert de drempel die de DigID opwerpt. ‘Dat was te overzien, want diverse initiatieven hebben genoeg steunverklaringen ingezameld. Maar we weten wel dat er in de moslimgemeenschap mensen zijn die hierdoor hun steun niet hebben kunnen geven.’

Ingezamelde steunverklaringen zeggen nog niet alles. Gemeenten hebben nog steeds veel macht, ziet Mom. Recent hield de gemeente Westland jarenlang de komst van een islamitische basisschool tegen. Veel hangt volgens hem af van de politieke partijen die in een gemeente besturen. ‘Als die tegen islamitisch onderwijs zijn, kunnen ze besluiten dat een school een pand krijgt op een industrieterrein. Dan is de school niet levensvatbaar. Of ze stellen een slecht gebouw ter beschikking, waardoor de school snel weer moet verhuizen. De gemeente heeft veel macht.’

‘Als een school een gebouw kreeg dat te ver af lag van waar veel moslims wonen, kon het initiatief alsnog mislukken’

Met de nieuwe wet ligt de lat voor schoolinitiatieven inhoudelijk ook hoger. ‘Vroeger had je aan een schoolbestuur genoeg’, vertelt Van Kessel. ‘Je kon er makkelijk een puinhoop van maken. Nu moet je aan meer eisen voldoen. Dat is terecht, want het geeft meer zekerheid dat een school ook een goede school gaat zijn. Bovendien zijn er veel kosten met het stichten van een school gemoeid en dan is het jammer als zij geen bestaansrecht blijkt te hebben.’

‘Verbijsterd’

Volgens Budak heeft de nieuwe wetgeving nog niet gebracht wat die heeft beloofd. ‘De islamitische gemeenschap is teleurgesteld’, vindt hij. Terwijl vijf islamitische initiatieven in 2021 zo hoopvol waren begonnen met het verzamelen van steun.

Bahaeddin Budak

De Onderwijsinspectie toetste alle zestien middelbare schoolinitiatieven op diverse criteria. Veertien kregen een afwijzing. In alle gevallen was de conclusie dat ze aan acht criteria voldeden, maar dat het burgerschapsonderwijs niet voldoende was. Aanvraag afgewezen. Dat is des te zuurder omdat onderwijs over burgerschap volop in ontwikkeling is – ook bestaande scholen zoeken nog naar een goede manier om hier inhoud aan te geven.

Budak: ‘Je kunt een startende school niet afwijzen op gebrekkig burgerschapsonderwijs. De aanvragers zijn Nederlandse burgers, hier getogen en opgeleid. Ze hebben hier kinderen en geven de Nederlandse staat mede vorm. Ze willen verantwoordelijkheid nemen. Alleen al het feit dat ze een eigen school willen oprichten, toont aan dat ze burgerschap serieus nemen.’

Burgerschapsonderwijs was bij vrijwel alle scholen de reden om de aanvraag af te wijzen. Zelfs Het Martin Buber, een schoolinitiatief van de gemeente Kerkrade dat zich juist exclusief op burgerschap richt, is op die grond afgewezen. De gemeente was ‘verbijsterd’ en tastte in het duister over wat er precies aan het burgerschapsonderwijs zou schorten.

Ook Al Amana kreeg naar eigen zeggen een afwijzing zonder duidelijke motivatie. SGP-kamerlid Roelof Bisschop stelde naar aanleiding van de afwijzing van Het Martin Buber schriftelijke vragen aan Wiersma. De minister antwoordde dat hij zich niet herkent in de kritiek dat de inspectie de afwijzingen niet goed heeft onderbouwd.

Nico van Kessel kan deze beoordeling niet plaatsen. ‘Je zou zeggen dat nieuwe initiatieven hun plannen voor burgerschapsonderwijs gewoon kunnen overschrijven van bestaande scholen. Ik weet niet precies hoe de inspectie dit heeft beoordeeld.’

Kans krijgen

Bahaeddin Budak denkt dat er in de komende jaren meer islamitische middelbare scholen bij gaan komen. ‘In Utrecht komt er nu eentje. In Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Schiedam en Rotterdam is er genoeg draagvlak voor nieuwe scholen. Misschien komen er ook initiatieven in Arnhem, Deventer, Nijmegen, Ede en Veenendaal.’

Van Kessel vermoedt dat de kwaliteit van de nieuwe islamitische initiatieven een stuk hoger is dan die van de twee bestaande scholengemeenschappen. ‘Van een school die er uiteindelijk komt, mag je van verwachten dat die voldoende draagvlak heeft en dat de kwaliteit beter is, ook die van het bestuur. Veel islamitische schoolbestuurders waren vooral trouw aan hun religie. Ze waren geen beroepsbestuurders. Zij kregen een zak geld en moesten vervolgens voldoen aan alle wettelijke eisen. Dat vraagt veel.’

Ook Budak heeft vertrouwen in de nieuwe initiatieven. ‘De aanvragen zijn ingediend door mensen die zich al hebben bewezen als bestuurders in het onderwijs. Natuurlijk kan geen enkel schoolbestuur vooraf een absolute garantie geven van kwalitatief goed onderwijs en bestuur. Maar de islamitische gemeenschap moet de mogelijkheid krijgen haar verantwoordelijkheid te nemen.’

Verdachten moordcomplot Macron voor rechter

0

Dertien leden van een extreemrechtse groepering staan vandaag terecht voor het beramen van een moord op president Macron.

De leden van de Franse Barjols, een extreemrechtse nationalistische en anti-immigratie-groep, zouden in 2018 tijdens een herdenking van de Eerste Wereldoorlog, een moordaanslag op de Franse president hebben gepland. De politie kwam achter het complot via een tip. Uit politieonderzoek bleek dat de verdachten ook van plan waren om migranten te doden en moskeeën aan te vallen, aldus Radio France Internationale

De leider werd samen met drie andere leden van de beweging in november opgepakt. In zijn auto en huis vond de politie een legervest, vuurwapens en munitie. De extremist heeft tegenover de politie verklaard Macron te willen vermoorden. Een andere verdachte zou Macron tijdens een meet and greet hebben willen vermoorden met een mes. Volgens zijn advocaat was er nooit daadwerkelijk sprake van een moordplan. De politie zou de ‘context en tijd’ van de uitspraken niet hebben begrepen.

De verdachten riskeren gevangenisstraf van maximaal tien jaar.

Vijftien jaar gevangenisstraf voor protesterende Egyptische tieners

0

Een Egyptische rechtbank heeft zondag tweeëntwintig minderjarige jongens veroordeeld voor deelname aan protesten tegen de regering in 2019. De tieners krijgen gevangenisstraffen van vijf tot vijftien jaar voor onder meer het plaatsen van protestvideo’s en opruiing en verstoring.

Tijdens het vonnis werd bij verstek een levenslange straf uitgedeeld aan de gevluchte aannemer Mohamed Ali voor het leiden van oproepen tot protest tegen de regering in 2019. Ali is in Egypte bekend vanwege online video’s waarin hij president Abdel Fattah el-Sisi en zijn vertrouwenskring bekritiseert.

Ahmed Attar, een onderzoeker bij het Egyptian Network for Human Rights vertelt aan Middle East Eye dat er geen beroep mogelijk is tegen de vonnissen vanwege een terreurwet. Volgens Attar zijn de vonnissen evenwel  ‘willekeurig en zonder bevelschrift’. Attar: ‘Veel van de gevangenen zijn gedwongen en gemarteld. De zaken tegen hen zijn politiek gemotiveerd en er is geen bewijs die de beschuldigingen ondersteunen.’

CIDI-directeur Naomi Mestrum blijft geloven in de Israëlische democratie en rechtsstaat

0

Vaak zien mensen het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) als pro-Israël en dus tégen de Palestijnen. Dat beeld klopt niet, stelt Naomi Mestrum. Dit jaar trad ze aan als nieuwe directeur van dat centrum, dat inmiddels een halve eeuw oud is. De Kanttekening interviewt haar – en legt haar een paar confronterende vragen voor.

Soms zoekt Naomi Mestrum in haar nieuwe kantoor even naar de juiste woorden. Een paar keer benadrukt ze dat ze misschien niet op alle vragen een sluitend antwoord heeft. Dozen staan verspreid, ze denkt nog na over een nieuwe inrichting van de werkruimte. Hier zat tot eind vorig jaar Hanna Luden, haar voorganger als directeur van het CIDI. De organisatie wil fungeren als kenniscentrum over de staat Israël én als antisemitismewaakhond.

Het CIDI staat in een spanningsveld: Israël heeft de trouwste vrienden, maar ook felle criticasters. Bijna elke week is er wel nieuws rond de gebeurtenissen in dat land – of over antisemitisme in Nederland. In dit kantoor in hartje Den Haag spreken we Mestrum over het CIDI en uiteraard over de actualiteiten van het afgelopen jaar: de nieuwe Israëlische regering, het veelbesproken Wob-verzoek van The Rights Forum, de beschuldiging van apartheid, de vergelijking Israël-Iran, de moord op journaliste Shireen Abu Akleh. Alles ligt op tafel in een openhartig gesprek.

Gaat er bij het CIDI iets veranderen na de directeurswissel?

‘De doelstelling blijft gelijk: we zijn voor Israël en tegen antisemitisme. Er is wel een nieuw team en dat brengt een nieuwe dynamiek met zich mee. Sommige mensen zien ons als heel extreem of rechts, maar dat we voor Israël zijn betekent niet dat we tegen de Palestijnen zijn. We zijn altijd voorstander geweest van de tweestatenoplossing, we hebben ons altijd uitgesproken tegen nederzettingen.’

Sinds 1982 monitort het CIDI ook antisemitisme. In Trouw vertelt Mestrum dat antisemitisme ‘een net andere vorm van discriminatie en racisme is’: ‘Waar er op andere minderheden vaak wordt neergekeken, wordt de Jood gezien als opperwezen met kwade bedoelingen, iemand met macht in handen.’

Is dat vergelijkbaar met het idee van een complot van moslims, die Europa willen ‘omvolken’ en de macht over willen nemen?

‘Ik denk dat die dynamieken inderdaad op elkaar lijken. Maar eerlijk gezegd schiet mijn kennis hierover tekort. Ik zie toch dat mensen Joden vrezen als dat ‘dominante opperwezen’, terwijl ze op andere minderheden eerder neerkijken.’

In Nederland leven steeds meer mensen, ook jongeren, met wortels buiten Europa. Sommigen ervaren daarom de Holocaust niet als hún geschiedenis, het is wat verder van hun bed. Zou het helpen om in het onderwijs het bespreken van de Holocaust te combineren andere genocides, die dichter bij hen staan, zoals de Armeense genocide?

‘Het lijkt mij goed om naast de Holocaust zeker ook andere genocides te bespreken. Wanneer we als CIDI met groepen door de Armeense wijk in Jeruzalem lopen, staan we ook altijd stil bij de Armeense genocide. Voor Israël is die genocide wel een heikel punt, omdat de goede band met Turkije belangrijk is. Op 24 april gaat er wel iemand uit Israël naar de herdenking, maar ze noemen het dus geen genocide. Het lijkt me heel belangrijk voor het bewustzijn van leerlingen om de geschiedenis van de ander mee te nemen, om de ander te begrijpen en via zo’n omweg bewustzijn te creëren voor de eigen geschiedenis.’

Ziet het CIDI een trend van toename van antisemitisme?

Dat verschilt per jaar. In 2021 hebben we een behoorlijke stijging gezien. We hebben ons eigen meldpunt. Maar we vragen ook cijfers op van antidiscriminatiebureaus. Het is belangrijk te beseffen dat we slechts het topje van de ijsberg zien.

‘Er is antisemitisme in het voetbal. En tijdens de coronapandemie zagen we veel antisemitische complottheorieën. Die zijn nog niet weg. En wanneer het conflict in Israël oplaait, heeft dat een weerslag op de Joodse gemeenschap hier.’

Toch is niet alle kritiek op Israël antisemitisme. Waar ligt de grens?

‘Mensen verwijten ons wel dat wij Israël-kritiek wegzetten als antisemitisme. Dat verbaast me. Geef me een voorbeeld waar we dat gedaan hebben? Wij gebruiken de IHRA-definitie die door heel Europa wordt gebruikt. Daar zijn we heel streng in. Bij twijfel, zeggen we: registreer het niet.’

Critici zeggen dat die definitie juist ruimte geeft om kritiek op Israël antisemitisme te noemen.

‘We zien het als antisemitisch wanneer er dingen gezegd worden als ‘Wat Israël nu met de Palestijnen doet, is hetzelfde als wat de nazi’s deden tijdens de Tweede Wereldoorlog.’ Ook is het antisemitisch wanneer kritiek op Israël verweven wordt met antisemitische mythen en symbolen.’

Bent u ook kritisch over Israël, waar politici de Holocaust gebruiken om het handelen van de staat te legitimeren?

‘Zeker, ik vind het ook ongepast wanneer Israëlische politici dat doen. Verder moet je niet vergeten dat niet alle Joden de Holocaust hebben meegemaakt – in Israël wonen ook veel Joden uit Arabische landen.’

Jullie monitoren antisemitisme, maar leeft er ook islamofobie in de Joodse gemeenschap? En kijken jullie daar kritisch naar?

‘Ik denk niet er binnen de Joodse gemeenschap extra veel islamofobie is. Waarschijnlijk is juist het tegenovergestelde het geval, omdat die gemeenschap weet wat racisme doet. Wel is het mogelijk dat een deel van de Joodse gemeenschap huiverig is naar moslims, kijkend naar Palestijnen, Syrië, omdat Israël zich bevindt in een omgeving van haat. Maar een groot gedeelte zegt juist: laten we vluchtelingen opvangen, laat ze maar komen, want in onze eigen geschiedenis weten we hoe het is om te vluchten.’

 

Tempelberg

Israël heeft een nieuwe regering, waarover het CIDI zich zorgen maakt. De extreemrechtse minister Ben-Gvir bezocht de Tempelberg. Wat is jullie mening over deze regering?

‘Wij hopen dat deze nieuwe regering er is voor alle inwoners. Sommige ministers zijn veroordeeld voor racisme. Ze hebben dingen gezegd over Palestijnen en Arabische Israëliërs die de situatie niet verbeteren. Er is veel retoriek en we moeten nog zien hoe dat uitwerkt. Israël is een democratie en de regering die er nu zit heeft een meerderheid gehaald.’

Ben-Gvir wil nu ook de Palestijnse vlag verbieden.

‘Ik zie het probleem niet van zo’n vlag. We moeten erkennen dat er Palestijnen zijn. Uiteindelijk hoop ik nog steeds dat er een oplossing komt.’

Moet Israël daarvoor niet ook met Hamas onderhandelen?

‘Hamas is al lang niet meer de meest extreme partij, als het gaat om de Gazastrook. En natuurlijk is er al contact tussen Israël en Hamas.’

In 2017 schrapte Hamas haar streven naar de vernietiging van Israël, dus zij schuiven op.

‘Dat hebben ze toen inderdaad afgezwakt, maar op de lange termijn betekent het voor hen nog steeds dat het gestolen land is, dat ooit weer terugveroverd moet worden.’

Apartheid

De huidige regering lijkt de Westbank te willen annexeren, met de Palestijnen als tweederangsburgers. Is dat apartheid?

‘Als het daartoe zou komen, wel. Maar daar zijn we nog niet. Ik weet dat die term heel vaak wordt gebruikt. Het bekt lekker. Dat bagatelliseert de geschiedenis van Zuid-Afrika. Veruit de meeste Palestijnen vallen onder de Palestijnse Autoriteit. Israëli’s stemmen voor de Knesset (het parlement van Israël, red.). Dat is echter nog geen apartheid. Het is raar om van Israël te eisen dat de mensen die onder de Palestijnse Autoriteit vallen óók voor de Knesset zouden mogen stemmen.’

Maar als het geen apartheid is, hoe zou u de huidige situatie dan wel omschrijven?

‘We hebben nu te maken met een territoriaal conflict tussen twee groepen.’

Maar worden de Palestijnen in dat conflict niet in een gegijzelde positie gehouden?

‘Het conflict tussen Israël en de Palestijnen is vaker een speelbal geweest binnen geopolitieke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld tijdens de Koude Oorlog. En nu ook weer in het Midden-Oosten. Maar het grootste probleem van het Midden-Oosten zijn niet Israël en de Palestijnen: dé destabiliserende factor is Iran. Saoedi-Arabië zoekt toenadering tot Israël en de Verenigde Staten, voor als in Iran de bom barst. Mijn hoop is dat door onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen de positie van de Palestijnen ook verbetert.’

‘Territoriaal conflict’

Over Iran gesproken: Op1-presentatoren Natasja Gibbs en Nadia Moussaid ondervroegen onlangs (de inmiddels teruggetreden) ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers over de situatie in Iran. Daarbij maakten ze de vergelijking met Israël. Segers reageerde verontwaardigd, vond de vergelijking ‘misplaatst’. BNNVARA vindt echter dat de uitlatingen ‘voldoende steun in feiten en actualiteit hebben’.

Hoe keek u naar die uitzending?

‘Segers reageerde goed. Het was een vooropgezet plan vanuit de redactie. Iemand wilde heel graag Gert-Jan Segers pootje lichten. Journalistiek vond ik het niet goed. Het doet ook geen recht aan de situatie in Iran.’

Segers noemde de situatie op de Westbank net als u een territoriaal conflict. Maar Israël controleert toch gewoon dat hele gebied?

‘In veiligheidsopzicht doet Israël dat wel, overigens vaak in overleg met de Palestijnse Autoriteit. Dat maakt het leven voor de Palestijnen op de Westbank niet makkelijk.’

Als – om een voorbeeld te noemen – een groep Palestijnse studenten er zeven uur over doet om via allerlei checkpoints van Nablus naar Bethlehem te reizen, dan controleert Israël toch het leven op de Westbank?

‘Jaren geleden zijn er checkpoints binnen de Westbank weggehaald. Helaas niet allemaal. De checkpoints bemoeilijken inderdaad de bewegingen in de Westbank en maken het lastig om te reizen.’

Is ‘territoriaal conflict’ echt geen eufemisme volgens u?

‘Nee, dat denk ik niet. Israël is een democratie. Het conflict is in eerste instantie een territoriaal conflict waar een oplossing voor moet komen. Israël en de Palestijnen moeten daarover in gesprek met elkaar, om tot een oplossing te komen, en hete hangijzers als Jeruzalem, vluchtelingen, nederzettingen, enzovoort met elkaar doorworstelen.’

‘Ik denk niet er binnen de Joodse gemeenschap extra veel islamofobie is’

Rechtsstaat

Israël is een democratie, er zijn eerlijke verkiezingen. Maar is het land een rechtsstaat? Een bekend voorbeeld is de strijd van de Palestijnse familie Nassar, die op de Westbank een boerderij heeft. Zij hebben zwart op wit staan dat zij de rechtmatige eigenaar zijn van die grond. Israëlische kolonisten willen hun land annexeren en tot nu toe stelt de Israëlische rechter de Nassars niet in het gelijk.

Dat past dan toch niet bij een democratie?

‘Dit is onderdeel van het territoriale conflict tussen Israël en de Palestijnen. Hiervoor zijn die onderhandelingen nodig met de Palestijnse Autoriteit. Arabische Israëliërs vormen ruim 20 procent van de Israëlische bevolking. Zij hebben 100 procent dezelfde rechten als Joodse Israëliërs.’

Waar is de rechtsstaat als hun eigendomspapieren niks waard zijn?

Aan de andere kant van de grens natuurlijk. Een vredesdeal moet een oplossing geven voor een kwestie als deze. Natuurlijk moeten ook compensaties voor individuen dan onderdeel zijn van zo’n deal. Hun land heeft een andere status omdat het valt onder de Palestijnse Autoriteit. Veel mensen spreken van ‘bezet gebied’. Maar het is betwist gebied, want Palestina heeft nooit bestaan als land van het Palestijnse volk. Het is geen soeverein land dat door een ander land is bezet. Dat maakt het niet minder triest, maar allemaal wel ingewikkelder.’

Israël blijft illegale nederzettingen bouwen, land annexeren, mensen uit huis zetten. Is het land wel in vrede geïnteresseerd?

‘Ik denk dat het op dit moment niet op de politieke agenda staat. Veel van de mensen zijn er wel voor. Ook puur omdat ze een land willen opbouwen voor hun gezin. Het is triest wat er op de Westbank gebeurt. Israël doet ook veel in het gebied, omdat het vreest voor de veiligheid. Zo zijn er afgelopen jaar ook veel aanslagen verijdeld.’

Shireen Abu Akleh

Een van de meest aangrijpende gebeurtenissen van 2022 was de dood van Shireen Abu Akleh, een van de topjournalisten van nieuwszender Al Jazeera. In mei was ze aan het werk bij Jenin, herkenbaar met in grote letters ‘PRESS’ op haar kogelwerende vest. Een scherpschutter van het Israëlische leger schoot haar dood.

Bellingcat en andere gerenommeerde mediaorganisaties stelden al in de eerste dagen na de moord vast, dat het moet gaan om gerichte schoten. Het was ook niet één verdwaald schot, maar meerdere gerichte schoten. Israël bleef nog lang volhouden dat de dader Palestijns was. Daarna kwamen de regering en het leger telkens met nieuwe verhalen, die ook direct werden ontkracht.

Hoe kijkt u terug op deze gebeurtenis?

Dit was een heel aangrijpende gebeurtenis. Vlak na dat incident was ik in Ramallah bij een paneldiscussie met Nederlandse en Palestijnse journalisten. Dat was heel heftig. De emoties liepen hoog op. Israël heeft dat niet handig aangepakt. Ik geloof echt niet dat het een precieze actie was om iemand om zeep te helpen.’

Toch wekt het wantrouwen dat Israël telkens van verhaal veranderde.

Het is ontzettend slecht aangepakt.’

Wil Israël wel onderste steen boven halen?

‘Israël heeft uiteindelijk laten weten dat het een ongeluk is geweest. Verder kan ik niet oordelen over wat Israël allemaal heeft gedaan aan onderzoek.’

Hoe kijkt het CIDI aan tegen de aankondiging van Israël dat de soldaat die Abu Akleh doodde vrijuit gaat?

‘Israël geeft aan dat het een ongeluk was en geen vooropgezet plan. Als het dat wel is geweest, dan moeten er consequenties aan worden verbonden.’

Het Israëlische leger doodt met regelmaat Palestijnen, ook tieners. Is dat te legitimeren?

Ja, op het moment dat ze komen aanrennen met wapens. Israël doodt niet zomaar random mensen. Wanneer er slachtoffers vallen is dit heel vaak in gevechten waarbij er sprake is van terreur of het verijdelen van aanslagen. Iedere casus moet individueel onderzocht worden.’

Regelmatig komt er nieuws over het doden van tieners – of zelfs kinderen – door het Israëlische leger, die niets gevaarlijks of bedreigends lijken te hebben gedaan. Vaak blijft dit zonder gevolgen voor de betreffende soldaat of soldaten.

‘Ik geloof oprecht dat het Israëlische leger een heel moreel leger is. Er worden absoluut fouten gemaakt en Israël moet dat ook erkennen. Er vinden wel processen plaats. En er vindt ook absoluut onderzoek plaats. Er is echt geen vooropgezet plan om zoveel mogelijk slachtoffers te maken.’

Palestijnse mensenrechtenorganisaties

Regelmatig mengt het CIDI zich in het publieke debat over actuele onderwerpen. Zo schreef het centrum over het besluit van Israël om zes Palestijnse mensenrechtenorganisaties te sluiten op beschuldiging van banden met terreurorganisaties. Een van die organisaties is het toonaangevende Al Haq. De Verenigde Staten en ook Nederland reageerden kritisch, omdat Israël geen bewijs presenteert voor haar aantijgingen. Daardoor heeft het er alle schijn van dat het land via deze ingreep kritische stemmen wil smoren.

Al Haq begon eind vorig jaar een rechtszaak tegen het CIDI vanwege drie artikelen waarin jullie hen associëren met terrorisme. In reactie daarop rectificeerde en verwijderde het CIDI die artikelen. Hoe kijken jullie daarop terug? Volgden jullie te makkelijk de communicatie vanuit Israël?

Ja, zeker, en we hebben daarom ook ruimhartig gerectificeerd. Ook wij maken fouten en we leunden inderdaad te sterk op Israëlische bronnen. Al Haq sommeerde ons dat te verwijderen en dan doen we dat. De medewerker die deze berichten schreef, heeft inmiddels een andere baan. Ik heb scherpe afspraken gemaakt met ons nieuwe team. We gaan bronnen beter checken.’

Wob-verzoek universitaire banden met Israël

Afgelopen jaar was het CIDI ook stellig in zijn oordeel over een Wob-verzoek dat de organisatie The Rights Forum indiende. TRF wil bereiken dat Nederlandse universiteiten openheid van zaken geven over hun banden met universiteiten en andere instituten in Israël, de Verenigde Staten en Nederland die expliciet en openlijk de kolonisatie en bezetting van Palestina steunen. Gert-Jan Segers en Ulysse Ellian (VVD) vinden dit Wob-verzoek antisemitisch. The Rights Forum noemt dat  laster en werpt tegen dat zij hun verzoek niet richten op Joden, maar duidelijk alleen vragen naar banden tussen organisaties met een bepaalde ideologische inslag.

Is dit volgens CIDI ook antisemitisch?

‘Ja, het verzoek bevat antisemitische tendensen. Het hele verzoek is natuurlijk niet antisemitisch. Vragen naar contacten tussen universiteiten en Israëlische instellingen is prima. Maar als je gaat vragen naar hun contacten met Joodse instellingen in Nederland, zoals het Centraal Joods Overleg of de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, heeft dat niets meer met Israël te maken. Dan is dat puur gericht op Joden.’

Toch benadrukt The Rights Forum dat het hen alleen gaat om organisaties die de bezetting en kolonisatie van Palestina openlijk steunen.

‘Maar wat heeft het CJO daarmee te maken? En de NCAB?’

The Rights Forum ziet het CJO, de NCAB en ook het CIDI als organisaties die de bezetting goedkeuren en die optreden als verlengstuk van de Israëlische regering.

‘Ik zie dat niet. Als je was uitgegaan van alleen Israëlische instellingen is dat te begrijpen. Dat je het CIDI erbij betrekt, oké, daar kun je nog over discussiëren, maar over die andere Nederlandse Joodse instellingen niet. Er staan meer Joodse organisaties op, die niks met Israël te maken hebben. Dat maakte dit voor ons een Wob-verzoek met antisemitische tendensen, die te ver gaan.’

‘Palestina heeft nooit bestaan als land van het Palestijnse volk’

Twee staten?

Tot slot: hoe kijkt u aan tegen een tweestatenoplossing?

‘Ik weet heus wel dat de realiteit die oplossing bemoeilijkt. Toch denk ik nog steeds dat dat de beste oplossing is voor beide volkeren. Dat zal natuurlijk niet zijn binnen de exacte grenzen van 1967, maar ik denk dat alle blauwdrukken voor een oplossing al klaarliggen. Trouwens, je kan wel kritiek hebben op de Israëlische regering, maar ondertussen zit president Mahmoud Abbas er ook al bijna twintig jaar. Daar beweegt ook helemaal niks. It takes two to tango.’

Nederland hamert traditioneel op een tweestatenoplossing. Maar is dat inmiddels niet onmogelijk door het Israëlische beleid van illegale nederzettingen?

Maar wat is het alternatief?’

Eén staat. Daar streeft de huidige Israëlische regering zo te zien ook naar.

Doet dat recht aan beide volken? Ik denk het niet. Als er één staat komt, zal iedereen gelijke rechten moeten krijgen. Dat betekent het einde van de Joodse staat. Uiteindelijk worden Joden dan weer een minderheidsgroep. Het gaat demografisch al die kant op.

‘Maar wil Israël een Joodse staat blijven, dan ben ik bang dat ze Palestijnen als tweederangsburgers gaan behandelen. En dat lijkt me niet in lijn met de idealen van de grondleggers van de staat en van het zionisme.’

Zweden: geen strafrechtelijk onderzoek naar opgeknoopte Erdogan-pop

0

Er komt geen strafrechtelijk onderzoek naar de Koerdische anti-Erdogan-demonstratie die afgelopen woensdag in Stockholm plaatsvond. Protesterende Koerden vergeleken de Turkse president met de Italiaanse dictator Mussolini en hingen een Erdogan-pop ondersteboven op aan een touw.

Turkije reageerde woedend op dit protest en dreigde, opnieuw, om de Zweedse NAVO-aanvraag te blokkeren. Turkije probeert Zweden te chanteren met onmogelijke eisen, waaronder het uitleveren van Koerdische activisten en dissidente Turkse journalisten in ballingschap.

Na het protest ontbood Turkije de Zweedse ambassadeur in Ankara. Advocaat Hüseyin Aydin kondigde vrijdag op Twitter aan dat hij namens de president strafrechtelijke klachten heeft ingediend tegen de organisatoren van de demonstratie in Stockholm.

De premier van Zweden, Ulf Kristersson, veroordeelde de demonstratie in Stockholm, in het bijzonder de schijnexecutie van de Turkse president. Erdogan is ‘een buitenlandse democratisch gekozen leider’, zei hij.

Maar aanklager Lucas Eriksson van het OM in Stockholm stelt dat het protest volgens de Zweedse wetten geen strafbaar feit bevatte. Aangezien er geen sprake is geweest van laster tegen de Turkse president besloot hij geen voorlopig onderzoek te starten. Wel zei Eriksson dat er om een herziening kan worden verzocht, waarna de hoofdaanklager zich opnieuw over de zaak buigt.

De opgeknoopte pop verwijst naar de terechtstelling van de Italiaanse dictator Benito Mussolini aan het eind van de Tweede Wereledoorlog. Zijn lichaam en dat van zijn minnares werden ondersteboven opgehangen aan het dak van een benzinestation.

De Koerdische demonstranten zongen woensdag ook het partizanenlied ‘Bella Ciao’, beroemd geworden door de Spaanse Netflixserie La Casa del Papel.

Columnist Emine Ugur wint Media Award

0

Columnist Emine Ugur heeft de Vrouw in de Media Award Zuid-Holland gewonnen. 

Ugur werd in 1978 geboren in Turkije, studeerde Nederlands Recht aan de Universiteit Leiden en werkt als sociaal dienstverlener. Ze is bekend van haar columns in dagblad Trouw, waarin ze strijdt tegen islamofobie, opkomt voor het dragen van de hoofddoek en voor de minima.

Veel waardering krijgt Ugur ook voor haar strijd tegen discriminatie. Haar Twitteraccount @overlistener is vaak het doelwit van extreemrechtse islamofobe trollen, die Ugur aanvallen vanwege haar islamitische achtergrond en omdat ze een hoofddoek draagt. Maar die aanvallen hebben haar juist populairder gemaakt bij haar fans, meldt het Leidsch Dagblad. ‘Heel krachtig hoe zij met pakkende en ontroerende beschrijvingen van alledaagse situaties de samenleving een spiegel voorhoudt en dit blijft doen ondanks het trollenleger dat keer op keer op haar afgestuurd wordt.’

De Vrouw in de Media Award wordt sinds 2009 uitgereikt. De winnares van Zuid-Holland dingt mee naar de landelijke award.

‘Extreemrechts wordt steeds meer mainstream’, ziet Jaap van Beek (Kafka)

0

Extreemrechtse activisten van White Lives Matter projecteerden tijdens de jaarwisseling racistische teksten op de Erasmusbrug in Rotterdam. Jaap van Beek, woordvoerder van de antifascistische onderzoeksgroep Kafka, maakt zich zorgen. ‘Het gaat nu steeds vaker over ras, in plaats van over cultuur of volk. Openlijk racistische ideeën zijn veel meer gemeengoed geworden.’

Kafka monitort sinds 1988 extreemrechtse organisaties en personen in Nederland. Het is een linkse actiegroep die niet van demonstreren, maar van documenteren haar hoofdtaak heeft gemaakt. Dat werk leunt op drie vrijwilligers, die naast hun reguliere baan gratis werken voor Kafka. De organisatie krijgt geen subsidie, vertelt Van Beek, maar heeft wel donateurs om de website in de lucht te houden en andere kosten te dekken.

White Lives Matter, de extreemrechtse organisatie die verantwoordelijk is voor de racistische teksten op de Erasmusbrug, is in Nederland nog niet zo lang actief, vertelt Van Beek. ‘We volgen WLM vanaf het begin van haar bestaan. Het is een jonge groep. In 2019 verschenen er sporadisch stickers op plekken, maar toen zagen we hier nog geen organisatie achter. Dat werd pas duidelijk in de tweede helft van 2021. WLM is een online initiatief en begon met een Telegramgroep van vijf mensen, die berichten versturen onder pseudoniem. We weten nog niet wie er achter dit initiatief zitten. WLM schreef een handboek met aanbevelingen, hoe je je online dient te gedragen. Ze waarschuwen activisten geen persoonlijke informatie te delen, om zo de anonimiteit te bewaken.’

Van Beek ziet WLM als een ‘product van onze samenleving, dat hoort bij de politieke realiteit van dit moment’. Hij legt uit: ‘Je ziet dat vanaf de jaren tachtig extreemrechts in de Tweede Kamer vertegenwoordigd is. Eerst met de Centrumpartij van Hans Janmaat, daarna met de PVV van Geert Wilders en Forum voor Democratie van Thierry Baudet. De grond om te discrimineren was bij de PVV aanvankelijk gericht op religie, de islam. Maar onder invloed van Martin Bosma verschoof dit rond 2010 en werd het doel van de partij om het ‘volk’ te beschermen. Bosma oriënteert zich sterk op de witte Boeren in Zuid-Afrika en associeert zich positief met Vrijstaat Orania, een witte enclave in dat land. In 2015 schreef hij hierover ook een boek, Minderheid in eigen land, waarin hij felle kritiek heeft op het ‘racistische’ ANC, de partij van Nelson Mandela.’

Bosma is volgens Van Beek de missing link tussen Geert Wilders en Thierry Baudet. ‘Wilders normaliseerde discriminatie op culturele gronden, bij Bosma ging het om het ‘volk’, en nu zien we een verschuiving naar ‘ras’.’ Belangrijk in dit verband is de beruchte IQ-discussie, die werd aangezwengeld door toen kandidaat-raadslid Yernaz Ramautarsing (FvD) beweerde dat zwarte mensen een lager IQ hebben dan witte mensen. Van Beek: ‘Toenmalig FvD-Kamerlid Theo Hiddema verdedigde Ramautarsing. Vervolgens discussieerde de Tweede Kamer over rassen. Dat is geen enkele andere extreemrechtse partij ooit gelukt.’

Hierdoor ontstaat er volgens de Kafka-onderzoeker een trickle-down effect: modetrends ‘sijpelen door’ van de elite naar bredere massa. PVV- en FvD-politici verdedigen in het parlement denkbeelden die vervolgens hun weg vinden naar de man in de straat. ‘Je ziet dat het extreemrechtse discours steeds meer mainstream wordt. In 2008 zei Constant Kusters van de extreemrechtse Nederlandse Volksunie (NVU) in tijdschrift Wij Europa dat uitlatingen over migranten tegenwoordig veel extremer zijn dan wat de Centrumpartij in jaren tachtig verkondigde. Die observatie is terecht.’

Wel maakt Van Beek een belangrijke tegenwerping. ‘De Centrumpartij en de in 1998 verboden partij CP’86 spraken altijd met meel in de mond. Het verschil tussen hun frontstage politiek en backstage politiek was groot. Ze hielden zich in. Er was een groot verschil tussen wat ze zeiden en wat ze vonden. Hun echte standpunten waren veel extremer. Bij PVV en FvD is het verschil tussen wat politici zeggen en wat ze echt vinden een stuk kleiner. Daarom zijn hun uitlatingen ook radicaler. Daarnaast is er nog een belangrijk verschil: bij de Centrumpartij en CP’86 waren racistische geweldplegers actief, bij PVV en FvD heb je niet zulke figuren.’

En de suggestie van geweld dan, die rond Forum voor Democratie hangt? FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren filosofeerde eind vorig jaar immers over het bezetten van het Nederlandse parlement, waarmee hij doelde op de niet-geweldloze bestorming van het Capitool in Washington DC door de aanhangers van Donald Trump. Van Beek vindt dit een gevaarlijke ontwikkeling, maar herhaalt dat er bij bij PVV en FvD geen mensen actief zijn, die veroordeeld zijn voor racisme of geweldpleging. Hij nuanceert: ‘Misschien zijn ze er wel, maar we kennen ze niet.’

‘Bij extreemrechtse actiegroepen als Blood & Honour, Landstorm Nederland, NVU en Voorpost tref je wel extreemrechtse geweldplegers aan’, vervolgt Van Beek. ‘Publicist Marcel Bas van uitgeverij De Blauwe Tijger heeft wel eens bij Voorpost gesproken. En hij heeft goede contacten met FvD. Er zijn meerdere links tussen FvD en extreemrechtse clubjes en individuen. In 2021 organiseerde FvD een kerstmarkt in het Drentse dorp Wijster. Daar stond ook een standje van Harm-Jan Smit, die het kledingmerk Batavica verkoopt. Smit is een beruchte neonazi, die een van de leiders was bij de groepering Kameraadschap Noord-Nederland, die sterke banden had met neonazibeweging Blood & Honour.’

Al deze extreemrechtse clubjes zijn te marginaal om echt invloed uit te oefenen op het publieke debat. Nadat de rechter in 1998 CP’86 verbood, besloten enkele extreemrechtse denkers daarom van strategie te veranderen, in navolging van de nouvelle droite (nieuw rechts) in Frankrijk, vertelt Van Beek. Startpunt van deze nieuwe strategie was om racistische denkbeelden zo te verwoorden, dat anderen er niet al veel aanstoot aan zouden nemen.

‘Het verbieden van extreemrechtse clubjes is lastig. Dat kan alleen als ze zich gewelddadig uiten’

‘Ze moesten hun geluid matigen. Neonazistische leuzen zouden mensen afschrikken. Daarom gingen ze over op een meer cultuurnationalistische toon. Hun doel was om de geesten rijp te maken voor extremere standpunten. Ook de Amerikaanse publicist en white supremacist Jared Taylor, die in 2017 in het geheim vijf uur lang borrelde met FvD-leider Thierry Baudet, benadrukte dit op een conferentie van het extreemrechtse genootschap Erkenbrand: ‘Vertel het voorzichtig. Bouw het langzaam op. Dan kun je steeds een stapje verder gaan.’’

Van Beek ziet, als kenner van extreemrechts, dat dit gevaarlijke gevolgen heeft. ‘Het is nu, meer dan vroeger, mogelijk om racistische dingen te zeggen. Dit is niet alleen pijnlijk voor mensen die door dit racisme gekwetst worden, maar het legitimeert ook extremisten die geweld willen gebruiken. Denk aan de beruchte omvolkingstheorie, die het motief was van diverse extreemrechtse terroristen om aanslagen te plegen en die ook door FvD en de PVV gepromoot wordt.’

Hoewel de opkomst van PVV en FvD radicalisering in de hand werkt, omdat ze extreemrechtse standpunten mainstream maken, was de PVV aanvankelijk in zeker zin pacificerend, aldus Van Beek. ‘Ze kanaliseerden onvrede. Toen de PVV opkwam, stortten extreemrechtse clubjes in, want hun standpunten tegen islam en tegen migranten werden nu verkondigd in de Tweede Kamer.’

Volgens Van Beek is de PVV veranderd. In haar beginjaren hield de partij duidelijk afstand tot extreemrechts. Toen in 2009 bleek dat PVV-coördinator Ruud Sablerolle betrokken was bij de extreemrechtse partij Nieuw Rechts van Michiel Smit, knikkerde de partij hem er direct uit.’ Een paar jaar later was dat anders. Namens de PVV kwam in 2015 Alexander van Hattem in de Eerste Kamer. ‘En ook hij had met Nieuw Rechts had gedemonstreerd’, vertelt Van Beek. ‘En dan heb je PVV’er Sebastian Kruis, die actief was voor de anti-islamitische actiegroep Stop Islamisering van Nederland en contacten had met de extreemrechtse straatactivist Ben van der Kooi. Nu zit Kruis in de Haagse gemeenteraad en is hij persvoorlichter bij de PVV.’

Ook is de PVV veranderd als het gaat om de samenwerking met politieke partijen in het buitenland. ‘Aanvankelijk hield de PVV hield afstand tot de Vlaams Belang en Front National (tegenwoordig Rassemblement National, red.), maar tegenwoordig heeft Wilders deze partijen omarmd.’

Jaap van Beek houdt zich vooral bezig met het monitoren van extreemrechts, niet met het zoeken naar oplossingen. Toch wil hij hier – als we hem erover vragen – wel wat over zeggen. ‘Het verbieden van extreemrechtse clubjes is lastig. Dat kan alleen als ze zich gewelddadig uiten. Dan kun je ze aanpakken aan de hand van wetten. Maar veel belangrijker is dat we ons afvragen waarom er zoveel ontvankelijkheid voor racisme is. Die vraag moet de politiek zich stellen. Het heeft te maken met sociaal-economische factoren – veel mensen voelen zich in hun bestaanszekerheid aangetast – en ‘buitenlanders’ krijgen hiervan als zondebokken de schuld. Politieke partijen hebben geen goed antwoord op complottheorieën. Ze doen te weinig om de sociale onzekerheid weg te nemen.’

Ook individuen en organisaties kunnen hun steentje bijdragen aan de strijd tegen racisme, besluit Van Beek. Ze kunnen er iets van zeggen als ze racisme zien en ze kunnen proberen hun werkplek inclusiever te maken. Het elitaire vooroordeel dat racisme vooral iets is van laagopgeleide witte mensen, van white trash, wijst de Kafka-onderzoeker ten slotte naar het rijk der fabelen. ‘De meest uitgesproken racisten hebben allemaal een universitaire opleiding. Sterker nog, de meest racistische en extreemrechtse fractie in de Tweede Kamer, die van FvD, telt vijf mensen met een universitaire graad, waaronder twee doctors.’

Doodstraf dreigt voor Saoedische prediker

0

De Saoedische prediker en hoogleraar Awad al-Qarni riskeert de doodstraf voor onder meer ’het uiten van zijn mening’ op sociale media, meldt The Guardian.

De hervormingsgezinde Qarni wordt beschuldigd van het aanmaken van een Telegram-account, het verspreiden van vijandig nieuws via WhatsApp en het prijzen van de Moslimbroederschap in een video.

In 2017 werd de vijfenzestigjarige Qarni opgepakt tijdens een grootschalige actie tegen dissidente intellectuelen, geestelijken en zakenmensen. Veel bekentenissen in Saoedische gevangenissen komen vaak na marteling en mishandeling tot stand.

Amerikaanse moslimraad: professor is niet ‘islamofoob’

0

De grootste islamitische burgerrechtenorganisatie van de Verenigde Staten (CAIR), stelt in een verklaring dat er ‘geen bewijs’ is dat voormalig professor Erika Lopez Prater ‘islamofoob’ is. De docente liet in oktober tijdens haar les een historische afbeelding van de profeet Mohammed zien. Na klachten van islamitische studenten besloot de Hamline University om haar contract niet te verlengen.

‘We aarzelen nooit om islamofobie te benoemen, maar we gebruiken het woord islamofobie nooit lichtvaardig’, aldus CAIR in de verklaring. ‘Het is geen verzamelnaam voor alles wat we ongevoelig, beledigend of immoreel vinden. Om te bepalen wat een daad van anti-islamitische onverdraagzaamheid of discriminatie inhoudt, houden we altijd rekening met opzet, acties en omstandigheden.’

De Amerikaanse moslimraad raadt het ’ten zeerste af’ om afbeeldingen van de profeet te tonen. Tegelijkertijd wil de organisatie het tonen van historische afbeeldingen van Mohammed tijdens een college, voor academische doeleinden, niet gelijkstellen aan het doelbewust bespotten van de profeet.

De CAIR spreekt steun uit aan moslimstudenten die bezwaar hebben gemaakt tegen het laten zien van de historische afbeelding met de profeet. Er moet rekening gehouden worden met hun perspectief. ‘Scholen die het tonen van afbeeldingen van de profeet toestaan moeten zich bewust zijn van de schadelijke gevolgen die dit kan hebben voor sommige moslimstudenten.’