9.4 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 766

Mijn eerste lockdown

0

Het is begin jaren negentig. Ik ben zeven of acht jaar.  De Afghaanse moedjahedien (verzetsstrijders) hebben de Russen verdreven, maar zijn nu met elkaar in een bloedig conflict geraakt om de macht in de hoofdstad. Het regent raketten in Kabul.

Iedereen is binnen. Niemand is buiten. Alle winkels zijn gesloten. En dan heb ik het niet slechts over de ‘niet-essentiële winkels’, maar ook over de lokale bakkerij, slager en groente- en fruitwinkel. Basale levensmiddelen zijn niet verkrijgbaar. Iedereen leeft op rantsoen. Ook de elektriciteit is afgesloten of soms beperkt voor een uur of twee. We leven ’s avonds bij kaarslicht.

Mijn moeder, zus en ik zitten in onze woonkamer in ons tweekamerappartement op de tweede verdieping. We horen hoe de ramen rinkelen bij iedere raketinslag. Mijn opa en oma wonen niet ver. Ik denk misschien op vijf minuten loopafstand. Mijn opa stuurt mijn oom naar onze flat met de boodschap: we moeten samen zijn. We moeten naar opa en oma omdat samenzijn het veilig maakt. Ik weet niet of dat zo werkt, maar ik denk dat het vooral góed is om samen te zijn.

We trotseren de kogels die ons letterlijk om onze oren vliegen en rennen door een gordijn van rondslingerende metaalscherven. We bereiken opa’s huis en bij binnenkomst gaat de deur met een snelle ruk achter ons dicht. Opa en oma wonen met zijn zessen in een driekamerappartement op de begane grond van de flat. Zij slapen samen op één slaapkamer. Mijn oom is net getrouwd en heeft een pasgeboren baby. Hij, zijn vrouw en de baby delen samen een slaapkamer. Mijn jongste tante slaapt in de Afghaanse woonkamer, die bestaat uit het klassieke Afghaanse rode tapijt dat ook terugkomt op de zitkussens en zitmatrassen. Er is nog een woonkamer met banken en fauteuils: de salon, voor gasten die je minder goed kent.

We zitten met zijn allen inmiddels in de woonkamer. De gordijnen dicht. Opa zit normaal bij het raam, nu niet. Ramen kunnen stuk gaan door de inslagen. We zitten zo ver mogelijk van alle ramen vandaan. Opa en oma hebben een dekentje om zich heen gewikkeld. We hebben ook geen verwarming. Het is koud en het is winter.

Mijn oom probeert mij op te vrolijken. Iedere keer als er een raket wordt afgevuurd hoor je een oorverdovend gepiep. Het begint met een hoge toon en wordt, gaandeweg het de top bereikt, zacht – tot je het een paar seconden niet meer hoort. En dan hoor je de inslag: een doffe dreun die alle muren in het huis doet bewegen en ons doet sidderen.

Iedere keer als de piep afgaat, doet mijn oom alsof zijn wijsvinger de raket is. Zolang we de piep horen gaat hij met zijn vinger omhoog. Als een raket zijn hoogtepunt heeft bereikt en stil valt, kijkt hij mij verbaasd aan: waar zal-ie inslaan? Als we geluk hebben is de inslag ver. In dat geval wijst hij zijn wijsvinger richting een plekje op het tapijt, ver weg van waar ik zit.

‘Yeah, we hebben geluk!’, zegt hij dan. Een soort punt krijg je van hem, als je niet geraakt bent door een raket. Als een raket te dichtbij is en ik bijna omval van de dreun, dan houdt hij mij stevig vast en geeft hij me een knuffel.

Dit spelletje deden we dagenlang. En zo bracht ik mijn eerste lockdown door. Er volgden meer lockdowns, die soms wel maanden konden duren.

Laten we positief naar de komende vijf weken kijken. We hebben elkaar en we zijn veilig

De huidige lockdown vinden we zuur. We zijn dit niet gewend. Het is een inperking van onze vrijheden. Dat klopt ook. Maar het is voor ons eigen bestwil. En als je deze lockdown vergelijkt met mijn eerste lockdown, dan valt het reuze mee.

We hebben eten, elektriciteit, Netflix, spelletjes en knutselactiviteiten voor de kinderen, buitensport, een goed boek en allerlei vormen van tijdsbesteding, waarbij we bovenal in veiligheid samen zijn. We kunnen zelfs genieten van ons samenzijn, we hoeven ons niet zorgen te maken of we de volgende dag wel of niet halen. Laat staan de volgende minuut.

Laten we ons hoofd koel houden en positief naar de komende vijf weken kijken. We hebben elkaar en we zijn veilig. Voor velen in oorlogsgebied is mijn eerste lockdown de dagelijkse realiteit. Tel je zegeningen en wees blij dat dit type lockdown de enige is die je hoeft te ervaren.

Roep binnen Turkse coalitie om verbod op pro-Koerdische oppositie

0

Binnen de extreemrechtse Turkse partij MHP, die samen met de AKP van president Erdogan een coalitie vormt, klinken geluiden om de pro-Koerdische oppositiepartij HDP te verbieden. De MHP staat bekend als een ultranationalistische partij voor ‘etnische Turken’, die anti-Armeens en anti-Koerdisch is.

Dit weekend riep MHP-Kamerlid Semih Yalcin op de pro-Koerdische HDP te vernietigen. De HDP zou steun bieden aan de Koerdische strijders van de PKK, die in Turkije, de VS en de EU op de terreurlijst staat. ‘De HDP-PKK-terreurorganisatie is een horde van politiek ongedierte die in zijn geheel uitgeroeid moet worden’, aldus Yalcin.

De PKK vecht al decennialang om afscheiding van het Koerdische Zuidoosten van Turkije. In 2013 bedong Erdogan een wapenstilstand en gingen vredesbesprekingen van start, maar in 2015 laaide het geweld in Zuidoost-Turkije weer op. Sindsdien zijn duizenden mensen omgekomen door het geweld en grote delen van steden verwoest.

Ook MHP-partijleider Devlet Bahceli (foto) pleitte vorige week voor een verbod op de HDP. De HDP reageerde vechtlustig, door te stellen dat de MHP juist ‘de echte vijanden van dit land [zijn]. Ondanks u zullen we democratie in dit land brengen. Als je je mond houdt in plaats van de HDP te sluiten, doe je een grote gunst aan de toekomst van het land.’

Nadat ophef was ontstaan over de ogenschijnlijk nieuwe MHP-koers en de grootste oppositiepartij CHP een sluiting van de HDP verwierp, besluit Bahceli zijn toon nu te matigen. Hij zei gisteren ‘zo veel van mijn broers en zussen van Koerdische afkomst [te] houden’.

Veel Koerdische journalisten, academici en politici – waaronder voormalig HDP-leider Selahattin Demirtas – zijn in de gevangenis beland omdat ze zogenaamd banden hebben met de PKK. Het merendeel van de 65 HDP-burgemeesters die vorig jaar de lokale verkiezingen wonnen zijn inmiddels om deze reden ontslagen. Zij zijn vervangen door Erdogan-getrouwen.

Erdogan is vastbesloten om de HDP uit te schakelen, stelde Turkije-specialist Henri Barkey eerder op de Kanttekening. ‘Erdogan wil een sterke positie tegenover Biden hebben en hem laten zien dat het Turkse volk achter hem staat. Daarom wil Erdogan nieuwe verkiezingen die moeten resulteren in een sterk mandaat, maar dan mag de HDP geen roet in het eten gooien’.

Barkey: ‘Erdogan gaat de HDP breken: alle HDP-Kamerleden uit het parlement verwijderen, alle overgebleven HDP-burgemeesters afzetten en in het voorjaar van 2021 nieuwe verkiezingen uitschrijven, zodat er niets meer van de HDP overblijft.’

Internationaal Strafhof gaat China niet vervolgen om Oeigoeren

0

Het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft besloten om China niet te vervolgen voor mogelijke genocide op de Oeigoeren. Dit bericht de Arabische nieuwszender al Jazeera.

China heeft zich niet aangesloten bij het Strafhof en kan dus niet worden vervolgd, aldus aanklager Fatou Bensouda.

Dit besluit komt als een harde klap voor Oeigoerse mensenrechtenactivisten. Zij hadden China aangeklaagd voor opsluiting van meer dan een miljoen Oeigoerse moslims in zogenoemde heropvoedingskampen, gedwongen sterilisatie van moslimvrouwen en andere misdaden tegen de menselijkheid.

Daarentegen zullen de Filipijnen wel door het Internationaal Strafhof worden vervolgd. Er zijn goede redenen om te geloven dat er tijdens de ‘war on drugs’ van president Rodrigo Duterte ‘misdaden tegen de menselijkheid’ gepleegd zijn, aldus aanklager Bensouda.

Azerbeidzjaanse militairen onthoofden Armeense ouderen Nagorno-Karabach

0

De Britse krant the Guardian is achter de identiteit gekomen van twee oudere Armeense burgers die door militairen van het Azerbeidzjaanse leger zijn onthoofd. Het gaat om twee mannelijke dorpelingen van 69 en 82 jaar oud.

In de video’s, die op 22 november en 3 december online zijn geplaatst, houden mannen in uniformen die overeenkomen met die van het Azerbeidzjaanse leger een man vast en onthoofden hem met een mes. Daarna plaatsen de mannen het afgehakte hoofd op dat van een dood dier. ‘Zo krijgen we wraak – door hoofden af te snijden’, zegt een man die we niet in beeld zien.

Amnesty International had Armenië en Azerbeidzjan eerder opgeroepen om video’s te onderzoeken. De organisatie heeft digitale verificatietechnieken gebruikt om de video’s die door the Guardian zijn geanalyseerd te controleren op authenticiteit. De organisatie controleerde ook een video van de moord op een Azerbeidzjaanse grenswachter, wiens keel werd doorgesneden.

Sommige video’s zijn nog niet geverifieerd. Zoals een video van 7 december waarop te zien is hoe een oudere man door twee militairen in Azerbeidzjaanse uniformen wordt vermoord. De ene militair houdt het slachtoffer vast tegen een boom, waarop de andere militair met een mes langzaam zijn hoofd afsnijdt. De video stopt vlak voordat het hoofd van het slachtoffer van de romp is gesneden.

Azerbeidzjan en Armenië vochten van 27 september tot 10 november een oorlog uit om het gebied Nagorno-Karabach, die door Azerbeidzjan werd gewonnen. Een deel van Nagorno-Karabach is nu in handen van Azerbeidzjan. Een ander deel is nog steeds Armeens en wordt beschermd door Russische troepen.

‘Aan Moslimbroeders gelinkte’ NGO krijgt straks Nederlands subsidiegeld

0

Vanaf 1 januari krijgt ontwikkelingsorganisatie Islamic Relief Worldwide subsidie van minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking). 

Op rechtse websites als GeenStijl en de Dagelijkse Standaard klinken alarmbellen: Islamic Relief Worldwide zou gelieerd zijn aan de Moslimbroederschap.

De rechtse blogger Wouter Roorda schrijft namelijk dat ‘de fundamentalistische Moslimbroeders’ van Islamic Relief Worldwide in een subsidiepot van 37 miljoen euro vallen ter ‘Versterking Maatschappelijk Middenveld’ in ontwikkelingslanden.

Deze pot mag de organisatie delen met andere NGO’s die volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken de ‘Vrijheid van Meningsuiting en/of Vrijheid van Religie en Levensovertuiging’ bevorderen.

De Tweede Kamer steunt tot dusver met ruime meerderheid dit programma van minister Kaag, meldt Roorda.

Vorige maand besloot de Duitse regering het geven van subsidies aan Islamic Relief, dat in veertig landen actief is, juist te staken. De reden: ‘persoonlijke banden’ tussen zowel Islamic Relief Worldwide als haar Duitse tak met de Moslimbroederschap.

De Moslimbroederschap is in Duitsland niet gewild. De Duitse inlichtingendienst betitelt de organisatie als een gevaar voor de democratie. Hoewel de Moslimbroederschap geen geweld propageert, zou de organisatie extremistisch zijn en antidemocratische idealen nastreven.

De Moslimbroederschap is een islamistische groepering die vertakkingen kent door heel de Arabische wereld. In Tunesië, Marokko en Jordanië zit de Moslimbroederschap in het parlement, in Egypte en Saoedi-Arabië is de beweging verboden. Ook in West-Europa is de Moslimbroederschap actief. Volgens critici streeft de Moslimbroederschap een shariastaat na.

De Nederlandse inlichtingendienst deed in 2011 onderzoek naar de Moslimbroederschap. Hoewel de Moslimbroederschap geen directe dreiging voor de democratische rechtsorde of de nationale veiligheid inhoudt, zouden de activiteiten op lange termijn een risico kunnen vormen, aldus de AIVD.

‘De Nederlandse Moslimbroeders proberen invloed te verwerven in het maatschappelijk middenveld. Als zij ook gaan deelnemen aan politieke besluitvorming zonder open te zijn over hun signatuur en daarmee hun belangen en bedoelingen, kan dit tot een onwenselijke situatie leiden.’

De islamkritische oud-journalist Carel Brendel noemt Islamic Relief Worldwide de ‘internationale hulporganisatie van de Moslimbroeders’. Onlangs bracht hij ook GroenLinks-kandidaat Kauthar Bouchallikht in verband met de Moslimbroederschap, vanwege haar werkzaamheden voor de islamitische studentenorganisatie FEMYSO. De Telegraaf nam zijn ‘scoop’ over en lijsttrekker Jesse Klaver moest zich publiekelijk verdedigen.

Een grote groep linkse en islamitische organisaties reageerde verontwaardigd op deze mediastorm rond Bouchallikht. Zij vinden dat het kandidaat-Kamerlid lijdend voorwerp is van een ‘extreemrechtse intimidatiecampagne’ en noemen Brendel een ‘rechtsradicale speurneus’, die ‘een lange staat van dienst heeft als het gaat om het bedenken van islamofobe complottheorieën’.

Amerika lanceert nieuwe wereldkaart: Westelijke Sahara hoort bij Marokko

0

De Verenigde Staten hebben een nieuwe wereldkaart goedgekeurd, waarop de Westelijke Sahara onderdeel is van Marokko.

‘Deze kaart is een tastbare weergave van de dappere proclamatie van president Trump twee dagen geleden, die de soevereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara erkent’, liet de Amerikaanse ambassadeur in Rabat weten.

Donald Trump heeft vorige week besloten de soevereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara te erkennen, in ruil voor de deal die koning Mohammed VI sloot met Israël. Saoedi-Arabië was ook bij deze deal betrokken, meldt het Israëlische medium i24News.

De organisatie Polisario, die strijd voor een onafhankelijke Westelijke Sahara, is teleurgesteld. ‘Dit zal geen centimeter van de werkelijkheid van het conflict en het recht van de mensen van de Westelijke Sahara op zelfbeschikking veranderen. Polisario zal zijn strijd voortzetten.’

Polisario heerst nu over een klein deel van de Westelijke Sahara, waar de Arabische Democratische Republiek Sahara (ADRS) is uitgeroepen. Deze staat wordt door 45 landen erkend. De ADRS eist het gezag in de gehele Westelijke Sahara op.

Van 1884 tot 1975 was de Westelijke Sahara een Spaanse kolonie. Na de dood van de Spaanse dictator Franco werd het gebied door de Marokkaanse koning Hassan II ingelijfd. Een jaar later riep Polisario de onafhankelijkheid uit. Tot 1991 is er om de Westelijke Sahara gevochten. Sindsdien heerste er een wapenstilstand, die tot vorige maand in stand bleef.

‘Ook Turkije haalt banden met Israël aan: benoemt ambassadeur in Tel Aviv’

0

Turkije heeft na ruim twee jaar afwezigheid een nieuwe ambassadeur voor Israël benoemd. Dit meldt het doorgaans goed ingevoerde Arabische medium al Monitor op basis van ‘hooggeplaatste bronnen’.

Het zou gaan om de 40-jarige Ufuk Ulutas. Hij werkte eerder als directeur Buitenlandse Politiek bij de Turkse denktank SEFA Foundation. Deze denktank is gelieerd aan president Erdogans schoonzoon Berat Albayrak, die onlangs aftrad als minister van Financiën.

Volgens al Monitor is Ulutas geslepen en pro-Palestina. Ulutas studeerde Hebreeuws en Midden-Oosten Studies aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.

Turkije was voor 2010 een van de weinige islamitische landen die diplomatieke betrekkingen met Israël onderhield. Onder Erdogan verslechterden de verhoudingen.

Turkije verbrak in 2010 voor het eerst de diplomatieke banden met Israël, vanwege de Israëlische aanval op het Gaza Freedom Flotilla waarbij negen Turkse activisten om het leven. Deze vloot van zes schepen zei humanitaire hulp aan de Palestijnen in de Gazastrook te willen bieden, maar volgens Israël zouden er juist wapens geleved worden.

In 2016 werden de diplomatieke banden met Israël hersteld, maar in mei 2018 besloot Turkije haar ambassadeur terug te trekken vanwege Israëlische aanvallen op protesterende Palestijnen in de Gazastrook. Deze protesten waren gericht tegen de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem, een voor joden en moslims belangrijke stad.

Als Turkije nu weer de banden met Israël aanhaalt, komt dat volgens al Monitor mede omdat een aantal Arabische landen, waaronder Marokko, recentelijk de betrekkingen met Israël heeft genormaliseerd – iets waar Erdogan nog fel tegen ageerde. Ook zou het aanstellen van een ambassadeur zijn bedoeld als geste richting de Amerikaanse president-elect Joe Biden, die zich in het verleden kritisch heeft uitgelaten over Erdogan.

Erdogan en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu staan doorgaans op gespannen voet met elkaar. Zo hekelde Netanyahu het feit dat Erdogan Koerdische dorpen bombardeerde, waarop Erdogan hem een terrorist noemde. Tegelijkertijd steunt Turkije Hamas dat, net als Erdogans AKP, geworteld is in de Moslimbroederschap. Vanuit Turkije bereiden Hamas-aanhangers ook aanslagen op Israëlische doelen voor. Het Israëlische leger en inlichtingendienst zien Erdogans Turkije steeds meer als een bedreiging, berichtte the Jerusalem Post deze zomer.

Verdachte aanval moskee en synagogen verstoorde eerder al vrijdaggebed

0

Vannacht pakte de politie een man op die dit weekend twee synagogen en een moskee in Utrecht heeft beklad met hakenkruizen.

Het is dezelfde man die vlak na de tramaanslag in Utrecht in maart 2019 het vrijdaggebed verstoorde in de Turks-Nederlandse Ulu-moskee (foto) in de wijk Lombok. Dit meldt RTV Utrecht.

Hij pakte toen de microfoon en schreeuwde dat alle Turken terroristen waren. De politie pakte de man op, maar de rechter besloot uiteindelijk van vervolging af te zien. De man leed aan een psychose, was het oordeel.

De 44-jarige verdachte ging dit weekend opnieuw de fout in. Hij bekladde twee synagogen in Utrecht en de Ulu-moskee met hakenkruizen en racistische leuzen. Hij werd vannacht in de kraag gevat.

Zihni Özdil geen GroenLinks-lid meer, mede vanwege kwestie-Kauthar

0

Publicist Zihni Özdil heeft zijn lidmaatschap van GroenLinks opgezegd. Dit komt onder meer door hoe de partij omgaat met de kwestie rond GroenLinks-kandidaat Kauthar Bouchallikht. Dit kondigde de oud-parlementariër vanochtend aan op Twitter.

‘Mijn grootste wens op links was ideologische consistentie’, aldus Özdil. ‘Van schuldenstelsels tot het moslimbroederschap: een politieke partij die niet waakzaam is voor dat soort zaken, en er ook nog oneerlijk over communiceert, is niet progressief maar regressief. Dat mag, maar ik hoor daar niet thuis’.

Met ‘regressief’ doelt Özdil op het idee dat een deel van ‘links’ het tegenovergestelde van progressief is, namelijk door de politieke islam als bondsgenoot te zien en kritiek op islamisme te veroordelen als ‘islamofobie’.

Kauthar Bouchallikht is volgens Özdil en andere tegenstanders een representante van de politieke islam. De kandidaat-parlementariër was tot 1 december vicevoorzitter van de islamitische studentenorganisatie FEMYSO. Die zou gelieerd zou zijn aan de Moslimbroederschap, een wereldwijde islamistische organisatie.

Özdil verwijst in zijn tweets ook naar een column van journalist Chris Aalberts in het Noordhollands Dagblad van afgelopen weekend. ‘Waarom is een bewezen progressief Kamerlid als Nevin Özütuk, die ongeveer alle Gay Prides in Turkije afliep, niet meer verkiesbaar en Bouchallikht wel?’, vraagt Aalberts zich daarin af. Bouchallikht staat negende op de lijst, Nevin Özütuk zeventiende.

Özdil was Kamerlid van GroenLinks van 2017 tot 2019 en was woordvoerder op het gebied van onder meer onderwijs. In juni 2019 verliet hij het parlement na een vertrouwensbreuk tussen hem en de rest van de fractie, volgens Jesse Klaver ontstaan vanwege een te solistisch optreden van Özdil. Hij herpakte daarna zijn werkzaamheden als columnist voor NRC Handelsblad en Vrij Nederland.

Waarom krijgt Laura H. wel aandacht, maar de Yezidi’s nauwelijks?

0

Zes jaar na de genocide op de Yezidi’s in Irak lijkt de aandacht voor hen af te nemen. Terwijl de belangstelling aan het begin naar de slachtoffers uitging, nemen de verhalen over de daders nu een dominante rol in het debat in Nederland in.

Toen de ‘Islamitische Staat’ (IS) in augustus 2014 de Sinjar-regio in Irak begon aan te vallen, rukten journalisten uit de hele wereld uit om uitgebreid verslag te doen. Zes jaar later is de aandacht nagenoeg verdwenen. De Yezidi-gemeenschap die in het conflict bijzondere aandacht kreeg, haalt nauwelijks meer het nieuws.

Uit een onderzoek naar de berichtgeving in zes grote Britse kranten bleek dat de meeste artikelen over de Yezidi’s in 2014, 2015 en 2016 zijn verschenen. Daarna werd er elk jaar significant minder vaak over hen geschreven, voordat er in 2019 weer een lichte stijging in het aantal artikelen te zien was. Over de hele periode tussen begin 2017 en eind 2018 verschenen er zelfs minder artikelen dan in het jaar 2016.

De aandacht voor de Yezidi’s bleef volgens onderzoeker Busra Nisa Sarac echter beperkt tot vaak dezelfde onderwerpen. Meer dan 80 van de 190 in het onderzoek geanalyseerde artikelen tussen 2014 en 2019 gingen over Yezidi-vrouwen en daarbij in het bijzonder over hun rol als ‘slachtoffer’. Het woord ‘sex slave’ werd in 130 van de 190 artikelen in totaal 323 keer gebruikt. Aandacht voor verhalen over vrouwen die hun levens weer oppakken was er nauwelijks, schrijft Sarac.

Ook andere deskundigen zijn over het algemeen kritisch over berichtgeving. Westerse media zouden de nadruk te sterk hebben gelegd op de verkrachting van vrouwen, schreven Veronica Buffon en Christine Allison van de Britse Universiteit van Exeter. Het aspect van seksueel geweld werd dominant in de berichtgeving over het conflict en heeft weliswaar geholpen de aandacht van de internationale gemeenschap op de Yezidi’s te vestigen. De Yezidi-activiste Nadia Murad heeft voor haar strijd tegen seksueel geweld in 2018 zelfs de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen. Daardoor zouden echter andere verhalen, bijvoorbeeld van Yezidi-mannen, niet gehoord en het bredere slachtofferschap van de Yezidi-gemeenschap genegeerd worden, aldus Buffon en Allison.

Journalist Brenda Stoter Boscolo, die veel over het Midden-Oosten schrijft, herkent een soortgelijk patroon ook in de Nederlandse media. Volgens haar ontbrak er vaak belangrijke context over het conflict en de regio. ‘Niet de verkrachtingen hadden het verhaal moeten zijn, maar wat het volk is overkomen’, zegt Stoter Boscolo. Het seksuele geweld was onderdeel van de genocide en van een lange geschiedenis van geweld. De Yezidi’s zijn in de afgelopen eeuwen steeds weer slachtoffer van aanvallen door verschillende groepen geworden.

‘Niet de verkrachtingen hadden het verhaal moeten zijn, maar wat het volk is overkomen’

De grote media-aandacht in het begin heeft bovendien bij sommige Yezidi’s verwachtingen gecreëerd die achteraf niet gerealiseerd werden. De Amerikaanse onderzoekers Sherizaan Minwalla en Johanna E. Foster intervieweden 26 Yezidi-vrouwen die internationale media te woord hadden gestaan over hun ervaringen. Meer dan de helft van hen was verontwaardigd omdat de aandacht zich niet vertaald heeft in concrete hulp, bijvoorbeeld om ontvoerde familieleden te redden of naar Sinjar terug te kunnen keren.

Veel vrouwen voelden zich door de ‘oneerlijke ruil’ bedrogen, schrijven Minwalla en Foster: niet alleen kregen zij persoonlijk niets voor het vertellen van hun pijnlijke verhalen terug, maar de aandacht die door hun verhalen ontstond heeft ook de bredere Yezidi-gemeenschap in gevangenschap of de vluchtelingenkampen niet geholpen.

Belangstelling voor daders

In Nederlandse media is na de grote aandacht van 2014 nog een bijzondere dynamiek ontstaan. In de periode na 2016, toen de de Yezidi’s en andere slachtoffers van het conflict steeds minder aandacht kregen, begonnen de verhalen over de daders een dominante plek in de berichtgeving in te nemen. De aandacht in de media en het publieke debat verschoof naar de rol van buitenlandse IS-strijders en in het bijzonder naar Nederlanders die zich bij de terreurgroep hadden aangesloten.

Het boegbeeld van deze groep werd Laura H. uit Zoetermeer. Zij was met haar man naar Irak gereisd, maar wist in de zomer van 2016 uit het door IS gecontroleerde gebied te ontsnappen, waarop ze naar Nederland terugkeerde. Ze werd 2017 tot 24 maanden cel veroordeeld, waarvan dertien maanden voorwaardelijk, voor haar bijdrage aan het voorbereiden van terroristische misdrijven.

Het verhaal van Laura H. werd het onderwerp van een boek, een toneelstuk (waar onder andere voormalig GroenLinks-politicus Tofik Dibi aan meedeed) en een podcast. Ze was te gast in een talkshow, en de verfilmingsrechten van het boek zijn inmiddels verkocht. De aandacht maakte van haar een BN’er die zelfs door het behalen van haar havodiploma de media haalde. Lieten Laura H. en Nederlandse IS-strijders een schaduw ontstaan waardoor de verhalen van slachtoffers en overlevenden onderbelicht bleven?

Journalist Thomas Rueb, die het boek Laura H. heeft geschreven, erkent dat er in Nederland ‘buitensporig veel aandacht’ is voor de daders en in het bijzonder voor Laura H., en niet genoeg voor de Yezidi’s en andere slachtoffers van het geweld in het Midden-Oosten. Rueb gaat echter niet ervan uit dat de gebrekkige aandacht voor slachtoffers een direct gevolg is van de belangstelling voor dader-verhalen.

Deze veronderstelling zou een schijntegenstelling creëren – een soort nulsomspel waarbij aandacht voor de een direct ten kosten gaat van de ander – en de dynamiek te sterk simplificeren, zegt Rueb. Hij verklaart de grote belangstelling vooral door een fundamenteel beginsel: ‘Media hebben de neiging om verhalen die dichtbij gebeuren uit te vergroten’, zegt hij. Toen er in 2016 Laura H. opdook maakte haar persoon het mogelijk om het complexe conflict te ‘lokaliseren’.

Haar verhaal is niet eens representatief voor Nederlandse uitreizigers, zegt Rueb. Maar het is voor veel Nederlanders grijpbaarder dan dat van een overlevende uit een land waar ze geen duidelijk beeld over hebben. Nederlandse IS-strijders vormen een directe bedreiging voor de maatschappij hier, wat voor maatschappelijke onrust en aandacht zorgt, terwijl de rol van slachtoffers en overlevenden minder ingrijpend is voor de eigen levenssfeer dan een terrorist die terugkeert, zegt Rueb. ‘Media zijn helaas vaak gevoelig voor die dynamiek.’

‘Media hebben de neiging om verhalen die dichtbij gebeuren uit te vergroten’

Ugur Ümit Üngör, hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies en verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), legt uit dat er naast de media, die Holland-centrisch georiënteerd zijn, ook bredere maatschappelijke factoren meespelen. ‘In Duitsland is door de ervaring van de Holocaust veel meer bewustzijn voor het feit dat niet het eigen verhaal in het middelpunt moet staan, maar dat van de slachtoffers.’ Daardoor hoeft een conflict niet aan de hand van de eigen opa die bij de nazi’s zat verteld te worden, en krijgen daders niet onevenredig veel aandacht, legt Üngör uit.

In Nederland daarentegen overheerst het gevoel zelf slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog te zijn geweest. Ook voor wat betreft de koloniale geschiedenis groeit het besef over eigen wandaden pas langzaam. ‘Nederland heeft een veel positiever zelfbeeld dan Duitsland’, zegt Üngör. ‘Dat heeft invloed erop wat Nederlanders zich kunnen voorstellen.’ Daardoor kan er een bijzondere morbide fascinatie voor het schijnbaar onverklaarbare geweld ontstaan.

Aandacht voor daders van geweld is niet per se slecht en zelfs nodig, vindt Üngör, die ook redacteur is van het Journal of Perpetrator Research. Belangrijk is echter de manier waarop er aandacht aan hen wordt besteedt. De media zouden niet het fascinerende, mystieke en ‘onverklaarbare’ moeten benadrukken, maar juist uitleg moeten bieden over hoe het geweld ontstaat en waarom mensen in staat zijn zware misdrijven te plegen.

Erkenning van de genocide

De afname van de aandacht leidt niet alleen tot verontwaardiging bij overlevenden maar heeft ook politieke gevolgen, denkt journalist Brenda Stoter Boscolo. Dat Nederland bijvoorbeeld Yezidi’s die geen verblijfsvergunning hebben gekregen weer terug naar tentenkampen in Irak wilde sturen is volgens haar te wijten aan een gebrek aan belangstelling en kennis over de situatie ter plekke. ‘Als er meer aandacht was geweest zou zo’n besluit niet kunnen worden genomen, of zou er tenminste ophef over ontstaan’, zegt Stoter Boscolo.

De Yezidi’s zijn sinds het begin van de genocide 2014 internationaal relatief goed georganiseerd. Meerdere organisaties proberen invloed te nemen op het politieke en publieke debat. Naast humanitaire hulp voor gezinnen die nog steeds in tentenkampen zitten, blijft de formele erkenning van de genocide een prioriteit, zegt Hope Rikkelman van het Yazidi Legal Network. De organisatie ondersteunt niet alleen onderzoeken en rechtszaken tegen vermeende daders, maar zet zich ook ervoor in dat landen – waaronder Nederland – het geweld als genocide erkennen.

Meerdere instituties, waaronder de parlementen van Canada, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, hebben deze stap al gezet. Met de afname van de aandacht in de afgelopen jaren lijkt echter ook hier de bereidheid en de druk af te nemen. Tussen 2014 en 2016 hebben volgens de hulp- en lobbyorganisatie Yazda elf landen en instituties tot de erkenning van de genocide besloten. Sinds 2017 kwamen er slechts vier bij.

Met de erkenning benadrukken zij de ernst van het geweld. Een formele erkenning creëert bovendien een verplichting onder het Genocideverdrag om de daders te vervolgen en is daarom een belangrijke stap voor de overlevenden. Het Yazidi Legal Network dringt bij het Openbaar Ministerie erop aan vermeende daders waar mogelijk voor genocide te vervolgen. Tot nu toe werd vaak vooral het terrorisme-aspect onderzocht, wat als minder zwaar misdrijf geldt en daarom vaak tot lagere straffen leidt.

‘We proberen een bewustzijnsverandering teweeg te brengen’, zegt Rikkelman. Er moet worden voorkomen dat de verhalen over Nederlandse uitreizigers een bagatelliserende werking hebben. De berichtgeving in de media speelt daarbij ook een rol. Het Network wil daarom door publicaties van verhalen van overlevenden een groter bewustzijn voor de ernst van het geweld creëren.

‘Het is belangrijk om duidelijk te maken dat niet iedereen in het ‘kalifaat’ slechts koekjes kan hebben gebakken’, vindt Rikkelman. ‘Iemand die zich bij IS heeft aangesloten kon weten dat dit een organisatie is die hele zware misdrijven pleegt.’