Home Blog Pagina 891

Excuses aan Indonesië: ‘Schadevergoeding is een logisch en moreel vervolg’

1

Op staatsbezoek in Indonesië bood Willem-Alexander vanochtend excuses aan voor de Nederlandse wandaden in het voormalige Nederlands-Indië. We spraken met journalist Maurice Swirc, die onderzoek deed naar deze wandaden. Volgens Swirc is het laatste woord hier nog niet over gezegd. ‘Mij lijkt een schadevergoeding een logisch en vanuit moreel oogpunt noodzakelijk vervolg.’

De koning betuigde spijt voor het Nederlandse geweld tijdens de periode vanaf het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 tot aan de formele soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Volgens een recente telling vielen tijdens het militaire optreden van Nederland aan Indonesische zijde bijna honderdduizend doden, waarbij de onderzoekers zelf opmerken dat dit slechts een ondergrens is van het werkelijke aantal.

‘Voor de geweldsontsporingen van Nederlandse zijde in die jaren wil ik hier nu, in navolging van eerdere uitspraken van mijn regering, mijn spijt uitspreken en excuses overbrengen’, zei Willem-Alexander in het paleis van de Indonesische president Joko Widodo. Met die ‘eerdere uitspraken’ doelt hij op uitspraken uit 2005 van toenmalig buitenlandminister Ben Bot.

Bot erkende dat de onafhankelijkheid van Indonesië al in 1945 begon en zei dat Nederland in 1945-1949 ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis’ stond. Ook maakte de Nederlandse regering in 2012 excuses voor de massamoord in Rawagede, waar Nederlandse militairen in 1947 ruim vierhonderd Indonesische mannen executeerde. Maar formele excuses van ons staatshoofd voor het geweld in de periode 1945-1949 zijn een noviteit.

‘Deze woorden van de koning zijn belangrijk,’ reageert Maurice Swirc. De Kanttekening sprak met deze onderzoeksjournalist voor onder meer de Groene Amsterdammer, die ook schreef over Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië. Met een achtergrond als jurist is Swirc gespecialiseerd in staats- en bestuursrecht en in internationale mensenrechten.

Maurice Swirc (Foto: YouTube)

Swirc: ‘Zeker ook vanuit historisch oogpunt is het een betekenisvolle stap. Uiteraard zijn het kabinet en in de eerste plaats premier Mark Rutte verantwoordelijk voor de inhoud van de toespraak van de koning. Zonder twijfel is ieder woord op een weegschaal gelegd.’

Het is nu de vraag of het overbrengen van excuses ook een eerste stap op weg is naar schadevergoeding aan de Indonesische slachtoffers en hun nabestaanden, gaat Swirc verder. Dit gebeurde bijvoorbeeld na 2012, toen Nederland excuses bood voor de wandaden in Rawagede. ‘Mij lijkt dat een logisch en vanuit moreel oogpunt noodzakelijk vervolg.’

Onderbelichte geschiedenis

Het koloniale verleden van Nederland in Indonesië is een gevoelig onderwerp. ‘Dat heb ik meteen gemerkt toen ik mij begon te verdiepen in dit onderbelichte onderdeel van de Nederlandse geschiedenis’, vertelt Swirc.

Op basis van eerder onderzoek concludeerde socioloog Abram de Swaan in 2017 in de Groene Amsterdammer dat Nederlandse oorlogsmisdrijven tussen 1945-1949 structureel voorkwamen, niet incidenteel. Hij betoogde dat ook vervolging van daders moest plaatsvinden: veroordeling, maar zonder oplegging van straf. Vanuit het oogpunt van erkenning en verwerking van het verleden is dat een betekenisvolle stap, aldus De Swaan. De Groene Amsterdammer vroeg vervolgens aan Swirc om te onderzoeken waarom deze misdrijven nooit waren vervolgd en of dat überhaupt nog wel mogelijk was.

Zijn bevindingen beschreef Swirc vorig jaar uitvoerig in twee artikelen in de Groene Amsterdammer. Hierin verwijst hij onder meer naar De brandende kampongs van generaal Spoor, het baanbrekende proefschrift van historicus Remy Limpach uit 2016. Limpach beschrijft dat het Nederlandse leger zich structureel schuldig maakte aan extreem geweld: ‘van standrechtelijke executies tot gruwelijke martelpraktijken, het plunderen en platbranden van dorpen en het verkrachten van Indonesische vrouwen, onder wie minderjarige meisjes, door Nederlandse militairen, zowel individueel als collectief’.

Limpachs bevindingen vormen het tegendeel van wat in de zogenoemde ‘Excessennota’ werd vastgesteld. Dat onderzoeksrapport werd in opdracht van de Nederlandse regering in 1969 uitgevoerd onder leiding van historicus Cees Fasseur. Het Nederlandse leger had volgens deze nota tussen 1945 en 1949 correct gehandeld in voormalig Nederlands-Indië. Bij enkele uitzonderlijke gevallen, de zogenoemde ‘excessen’, zou het om geweld gaan. ‘Tot op de dag van vandaag is dat het officiële standpunt van de Nederlandse regering’, aldus Swirc.

Onderzoek naar geweld

Voor de Nederlandse overheid was het proefschrift van Limpach de directe aanleiding om geld beschikbaar te stellen voor het onderzoek: ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’. Het vier jaar durende onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Volgend jaar worden de onderzoeksresultaten gepubliceerd.

Naast vragen over het militaire optreden van Nederland in Indonesië is het onderzoek ook gericht op ‘de chaotische periode voorafgaand aan de grootscheepse militaire inzet’, bekend als de ‘Bersiap’. Tijdens deze periode, vrijwel direct na de Japanse capitulatie in augustus 1945, pleegden Indonesische paramilitairen en bendes geweld tegen (Indische) Nederlanders, Britten, Chinezen en Japanners.

‘Wat mij betreft had het onderzoek zich beter uitsluitend kunnen richten op het militaire optreden van Nederland tussen 1945 en 1949, met daarnaast een schets van de algemene historische context. Een dergelijk onderzoek had binnen veel kortere tijd kunnen worden afgerond,’ vermoedt de journalist. ‘Vaak wordt er verwezen naar de Bersiap-periode om het buitensporige geweld van het Nederlandse leger te rechtvaardigen.’ Maar volgens Swirc is sprake van een complexere historische werkelijkheid.

‘Nederlands-Indië was een land met rassenwetten en had een lange historie als een gewelddadige politiestaat’

Zo speelden economische belangen een veel belangrijkere rol bij de beslissing van de Nederlandse regering om na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring militair in te grijpen in Indonesië, aldus Swirc. Ook zegt hij dat de afgelopen decennia nauwelijks ruimte is geweest voor het verhaal van de Indonesische slachtoffers van het Nederlandse militaire geweld.

Daarbij is het volgens Swirc cruciaal dat de koloniale oorlog in de juiste historische context wordt geplaatst. ‘Nederlands-Indië was een land met rassenwetten en had een lange historie als een gewelddadige politiestaat. Die indringende voorgeschiedenis mag je nooit uit het oog verliezen bij het doen van onderzoek. Het is maar zeer de vraag of dat belangrijke gegeven voldoende in beeld is in de huidige opzet van het onderzoeksprogramma.’

Het valt Swirc ook op dat geen van de onderzoekers een juridische achtergrond heeft. Een dergelijke achtergrond kan volgens hem goed helpen bij het doorgronden en duiden van de vele juridische aspecten van deze geschiedenis.

Nederlandse militairen in Indonesië, 1946 (Foto: Nationaal Archief)

Historische doofpot

In een van zijn artikelen in de Groene Amsterdammer beschrijft Swirc een politieke en juridische doofpot, die ertoe leidde dat oorlogsmisdaden door het Nederlandse leger jarenlang onderbelicht bleven. Zo liet de Nederlandse regering in 1971 bij de inwerkingtreding van de Verjaringswet bewust de Indische oorlogsmisdaden verjaren. Dat betekende dat het niet meer mogelijk was om rechtszaken aan te spannen tegen oud-militairen die verantwoordelijk waren voor de Indische oorlogsmisdaden in 1945-1949.

Ook de politieke top en opperbevelhebbers van deze oud-militairen konden niet worden vervolgd. Een nogal opmerkelijk gegeven volgens de onderzoeksjournalist, omdat de Verjaringswet juist tot stand was gebracht om oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid nooit meer te laten verjaren. Die wet gold in beginsel voor oorlogsmisdaden die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog waren gepleegd. Maar wat er in voormalig Nederlands-Indië was gebeurd tussen 1945 en 1949 werd bewust buiten de werking van deze wet gelaten. Dat blijkt onder andere uit de archiefstukken over de Verjaringswet in het Nationaal Archief te Den Haag, die Swirc heeft onderzocht.

‘De Verjaringswet betekent al met al dat politieke en militaire leiding van Nederland er met succes voor heeft gezorgd dat men zelf uit beeld is gebleven. Het zijn vooral de veteranen geweest die kritiek hebben gekregen en als oorlogsmisdadigers zijn bestempeld’, zegt Swirc.

‘Op het eerste gezicht lijkt het alsof deze doofpot hen beschermd heeft. Dat is ook wel zo. Maar als je goed kijkt, heeft de Verjaringswet er vooral voor gezorgd dat de hoogste politieke en militaire leiding grotendeels uit beeld gebleven is. Terwijl er kort na de bevrijding van Nederland een bewuste politieke keuze werd gemaakt om een koloniale oorlog te beginnen. Vervolgens besloot de Nederlandse regering om de oorlogsmisdaden niet te vervolgen en ze te laten verjaren. Dat zegt iets over het functioneren van de Nederlandse rechtsstaat.’

Nog meer excuses?

Het lijkt er niet op dat met de excuses van Willem-Alexander de kous helemaal af is. Voordat Indonesië zichzelf onafhankelijk verklaarde was Nederland daar 350 jaar de kolonisator. Verschillende partijen, waaronder de stichting Comité voor de Nederlandse Ereschulden (K.U.K.B.), vinden dat Nederland ook excuses voor deze koloniale overheersing moet bieden. Gisteren bepleitten de SP en GroenLinks nog ‘brede excuses’ voor de eeuwenlange overheersing. Zulke excuses geven volgens deze partijen ‘extra betekenis aan de viering van 75 jaar vrijheid’ in Indonesië.

‘Nederland vervulde de rol van dader. Dat is een indringende waarheid die dwingt tot zelfreflectie’

Ook zien critici het als een gemiste kans dat het koninklijk echtpaar niet een paar maanden heeft gewacht met hun bezoek: dan konden ze namelijk de onafhankelijkheidsviering in augustus meemaken, immers is Indonesië op 17 augustus onafhankelijk verklaard.

‘In de toekomst kijken, betekent ook: samen je vrijheid vieren. 17 Augustus had daarvoor een mooie gelegenheid kunnen zijn. In plaats daarvan proberen ze de gevoeligheden te vermijden’, aldus historica Anne-Lot Hoek. Zij is bezig met een promotieonderzoek naar het verzet tegen de Nederlandse koloniale overheersing op het Indonesische eiland Bali.

Journalist Swirc rept over een pijnlijk proces van zelfreflectie op het koloniale verleden, waar Nederland nu middenin zit. ‘Er valt er natuurlijk nog veel meer te zeggen over het koloniale verleden als geheel. Daarbij is voor de Nederlandse samenleving sprake van een pijnlijk en onontkoombaar proces. Nederlandse regeringen lezen andere landen regelmatig de les over mensenrechten. Als het gaat om de oorlogsmisdaden die toen onder Nederlands gezag zijn gepleegd in Indonesië, vervult Nederland zelf de rol van dader. Dat is een indringende waarheid die dwingt tot zelfreflectie.’

Europa’s morele failliet is compleet

4

Het offensief van het Assad-regime in Idlib, gesteund door Rusland en Iran, leidde de afgelopen weken tot een ongekende escalatie in de al negen jaar durende Syrische Burgeroorlog. Minimaal 38 Turkse soldaten kwamen om bij een Syrisch-Russisch bombardement. Turkije ging daarna los tegen de troepen van Assad en zijn (niet-Russische) handlangers.

Hoewel de oorlog in Idlib al eerder tot Turkse doden had geleid, knapte er op 27 februari pas echt iets bij Turkije. Niet eerder waren er in Syrië zo veel Turkse doden gevallen in één aanval. Ook bij ons thuis hier in Amsterdam, waar de Turkse tv constant aan staat, sloeg de sfeer om. Ik zag paniek in de ogen van de Turkse experts en nieuwslezers. Ze vroegen zich openlijk af: ‘Hoe heeft dit ons kunnen gebeuren?’ ‘Hoeveel doden zijn er gevallen?’ ‘Wat is Poetin van plan?’

Vanaf Erdogans kant was er in de eerste uren na de aanval niks te horen. Dit, terwijl hij wekenlang constant had gedreigd: ‘Nog één aanval op Turkse doelwitten, en we vallen het regime overal aan’.

Op sociale media waren Assad-aanhangers ondertussen in juichstemming. ‘Eigen schuld dikke bult’, was de teneur in Europa. Had Turkije zich maar niet moeten bemoeien door ‘jihadisten’ en ‘terroristen’ actief te steunen.

Veel mensen gaan mee in dit ‘terroristen-narratief’. Bijna niemand kijkt om naar de honderdduizenden burgerslachtoffers die het genocidale Assad-regime op zijn geweten heeft. Minimaal 600.000 doden, elf miljoen vluchtelingen in binnen- en buitenland, horrorverhalen uit martelkelders, enzovoort. Kennelijk zijn we te islamofoob om de grootste humanitaire catastrofe van de 21ste eeuw zelfstandig te onderkennen.

Enter Erdogan en de vluchtelingenkaart. Als eerste antwoord op de aanval verklaarde een woordvoerder van het Erdogan-regime dat ze de vluchtelingen niet meer zullen tegenhouden aan de Europese grenzen, zoals afgesproken in de deal van maart 2016.

Turkije sleepte de vluchtelingen letterlijk in ons vizier om het ‘humanitaire besef’ dat we nog bezitten eruit te persen. En nog steeds gebeurt er vanuit het Westen niks noemenswaardigs. Niet in Syrië, en ook niet voor de vluchtelingen.

Integendeel: bootjes van vluchtelingen worden lek geprikt en tot zinken gebracht door de Griekse kustwacht. Hierdoor is in ieder geval één Syrisch jongetje van zes verdronken. Mensen worden uitgekleed, in hun onderbroek teruggestuurd en grenswachten hebben zelfs mensen doodgeschoten.

Het is werkelijk te krankzinnig voor woorden. Terwijl Assad en Rusland aan de ene kant burgers kapot bombarderen worden aan de Turks-Griekse grens mensen geweerd, terwijl we internationaal hebben afgesproken zulke mensen te beschermen. Europa’s morele failliet is compleet.

Niets doen bij een volgende escalatie in Idlib betekent de facto acceptatie van genocide

Turkije is in de kwestie Idlib een ander verhaal. Erdogan kon de militaire vernedering niet over zijn kant laten gaan. Op 28 februari begon een gecoördineerde drone-operatie op Syrische doelwitten en hun (niet-Russische) handlangers. Vele tanks, luchtafweersystemen, helikopters, straaljagers en Syrische militairen zijn hierbij ‘geneutraliseerd’. Het is helaas de enige taal die het Assad-regime begrijpt.

En Syriërs in Idlib zijn Turkije dankbaar voor deze escalatie, om een staakt-het-vuren af te dwingen. Die is op 6 maart ingegaan. Maar velen zeggen dat het niet lang zal duren. Turkije staat namelijk, met wat er overgebleven is van de Syrische oppositie, alleen tegenover een monstercoalitie van Rusland, Iran, Syrië en de sjiitische Hezbollah uit Libanon.

Het is in dit verband wellicht cruciaal wat de Koerden gaan doen. Bij de val van Aleppo stonden de Koerdische YPG-strijdkrachten nog aan de kant van Assad. En op Twitter valt op dat vele Koerden die terecht moord en brand schreeuwden toen ze zelf werden aangevallen – door ISIS in 2014, en twee keer door Turkije in Afrin en Ras-ul Ayn – zwijgen, of juist meegaan in het narratief van Rusland en Assad.

Voor dit Koerdische perspectief – ‘De vijand van mijn vijand is mijn vriend’ – valt nog wel enig begrip op te brengen. Voor de Syrische burgers is het veel crucialer wat het Westen gaat doen. Niets doen bij een volgende escalatie in Idlib – waar drie miljoen mensen zijn – betekent een de facto acceptatie van genocide, met alle gevolgen van dien. Niet in de laatste plaats een vluchtelingenstroom, die vele malen groter zal zijn dan die van 2015.

Een diplomatieke oplossing is natuurlijk ideaal. Maar soms moet je geweld gebruiken om de vrede af te dwingen.

Erdogan tegen fans in Brussel: ‘Jullie zijn onze ogen, oren en armen in Europa’

6

De Turkse president Erdogan is vandaag in Brussel om met de EU-leiders te spreken over de migratiecrisis.

Buiten hield hij een toespraak voor tientallen toegestroomde fans. ‘Jullie zijn onze ogen, oren en armen in Europa’, was zijn boodschap aan hen. Dat meldt de Turks-Zweedse journalist Abdullah Bozkurt.

Erdogan is in Brussel voor serieuze zaken. Samen met de EU-landen wil hij een oplossing vinden voor de vluchtelingencrisis aan de Turks-Griekse grens. Tienduizenden asielzoekers proberen Griekenland binnen te komen. Ze zijn naar het grensgebied getrokken nadat Turkije aankondigde migranten niet langer te zullen beletten naar de EU te reizen.

In Turkije hebben zich ongeveer vier miljoen Syrische vluchtelingen gevestigd, die het geweld in hun vaderland ontvlucht zijn. In 2016 sloten de EU en Turkije een vluchtelingendeal, waarbij Turkije beloofde – in ruil voor miljarden euro’s – de grenzen dicht te houden.

Gisteren zei Erdogan dat Griekenland de ‘poorten openen’ moet. De Griekse politie probeert de migranten te beletten de grens over te steken en zet onder meer waterkanonnen in. ‘Ik hoop dat ik zal terugkeren uit België met andere resultaten’, zei Erdogan tijdens eentoespraak in Istanbul.

Duitsland is van plan om 1500 vluchtelingenkinderen op te vangen, die nu in vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden zitten. Diverse Nederlandse steden hebben ook aangegeven Syrische vluchtelingenkinderen te willen opvangen, maar minister-president Mark Rutte (VVD) voelt hier niets voor.

Brits Labour-lid en antiracisme-icoon geschorst om ‘islamofobie’

1

Trevor Phillips is door zijn partij Labour geschorst. De partij onderzoekt klachten over ‘islamofobe’ uitspraken die door Philips zouden zijn gedaan. De Brit geldt in Groot-Brittannië als een belangrijke antiracisme-activist. Hij leidde eerder de Equality and Human Rights Commission (EHCR), de Britse mensenrechtenwaakhond.

De EHCR onderzoekt nu antisemitische incidenten binnen Labour. Phillips heeft zich niet geliefd gemaakt bij zijn partijgenoten omdat hij vindt dat partijleider Jeremy Corbyn te weinig heeft gedaan om antisemitisme binnen Labour te bestrijden.

Phillips denkt dat hij hierom nu als ‘islamofoob’ wordt weggezet. Volgens hem is Labour verworden tot een ‘brute, autoritaire, cult’.

De Britse krant the Times noemt enkele uitspraken van Phillips in het verleden die nu door Labour zouden worden onderzocht. Zo heeft hij heeft zich negatief uitgelaten over moslims in Rotherham die op grootschalige basis meisjes misbruikten.

Ook had Phillips kritiek op moslims die weigerden mee te doen aan Remembrance Sunday, de Britse Veteranendag, en op moslims die sympathie hadden voor de aanslag op Charlie Hebdo.

Phillips noemde moslims ‘anders’ en ‘een natie binnen een natie’. Hij is er in het verleden veelvuldig mee om de oren geslagen dat de radicaal-rechtse anti-islamactivist Tommy die laatste woorden ook ooit gebruikte.

Volgens Phillips is dat toeval. Daarbij stelt hij ook: ‘Zoals mijn oma altijd zei: als de duivel een plaat opzet, hoeft dat nog niet meteen een slechte plaat te zijn.’

Activisten demonstreren op de Dam om Turkse vrouwen in gevangenis

1

Gisteren, op Internationale Vrouwendag, organiseerde platform Broken Chalk een demonstratie in Amsterdam. Hierbij vroegen tientallen activisten aandacht voor vrouwen in Turkse gevangenissen.

Broken Chalk is gelieerd aan de Gülenbeweging, die door de Turkse president Erdogan verantwoordelijk wordt gehouden voor de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016. Na de coup hebben de Turkse autoriteiten duizenden mensen gearresteerd, waaronder ook veel vrouwen.

Volgens Broken Chalk zitten er nu 11.000 vrouwen opgesloten als politieke gevangenen, waaronder 780 moeders met baby’s.

Broken Chalk maakt zich zorgen om het gebrek aan hygiëne in de gevangenissen en stelt de rechten van vrouwelijke gevangen worden geschonden. Zo zouden de gevangenen het recht op gezonde voeding, toegang tot medische zorg en vrouwelijke hygiëneproducten worden ontzegd.

Het platform wil dat de politieke gevangenen vrijgelaten worden en dat Turkije meer doet om de rechten van vrouwelijke gevangenen te beschermen.

‘ISIS lijkt verslagen, maar de kans op een ISIS 2.0 is echt heel groot’

1

Judit Neurink woonde tien jaar in Irak, waar ze werkte als correspondent voor onder meer Trouw. Onlangs verhuisde ze naar Griekenland. ‘Ik heb geen hoop, als ik eerlijk ben. Daarom ben ik ook weggegaan.’

Journalist Judit Neurink pakte in 2008 haar koffers in en vloog naar Irak, waar ze een trainingscentrum voor journalisten opzette. Tijdens haar ruim tien jaar durende verblijf in Irak maakte ze een heleboel zaken mee: de wederopbouw van Irak na de Amerikaanse invasie van 2003, de opkomst en ondergang van ISIS en de sektarische spanningen in het land, die niet zelden tot explosie komen.

Over haar verblijf in Irak schreef Neurink het boek Geweld is nooit ver weg, dat begin dit jaar uitkwam bij uitgeverij Jurgen Maas. De Kanttekening sprak met Neurink over haar jaren in Irak en haar boek. Is het land feitelijk niet een vazal van Iran geworden? Zal ISIS weer terugkeren? Is Nederland herstelbetalingen schuldig voor de bommen op Hawija, die zeventig Irakese burgers het leven kostten? En is er nog wel hoop voor dit door geweld en corruptie geteisterde land?

U bent tien jaar verslaggever in Irak geweest. Wat voor land trof u toen aan toen u aankwam?

‘In 2008 vertrok ik. Het was een tijd van wederopbouw. In 2003 was Saddam Hoessein verdreven en er was in de tussentijd nog een korte burgeroorlog geweest, maar de mensen hadden weer hoop, een positief gevoel. In Noord-Irak, in de gebieden waar de Koerden de baas waren, ging het heel goed. Er werd veel gebouwd, er was meer te koop in de winkels, de economische groei bedroeg een jaar zelfs tien procent.’

U bent naar Irak gegaan om een trainingscentrum voor journalisten op te zetten, zo vertelt u in uw boek. Hoe ging dat?

‘Toen ik het leidde ging het eigenlijk best wel goed. We deden zeventig projecten per jaar. We haalden ook veel subsidie op. Maar we liepen helaas wel tegen grenzen aan. Ik wilde echt onafhankelijke journalistiek, maar in Irak zaten veel mensen hier niet op te wachten. Zij waren van de partijmedia, die het geluid van hun partij vertolken. Maar het centrum is uiteindelijk mislukt omdat mijn opvolgster er een zootje van maakte.’

Wat deed zij precies fout?

‘Haar eerste actie was om mij buiten de deur zetten. Ik was niet meer welkom. Ook stuurde ze mensen die met mij contact hadden de laan uit. De nieuwe mensen die ze aannam hadden geen ervaring, geen contacten. Ze wisten niet hoe ze subsidies moesten binnenhalen. Na een jaar was het geld op en viel het doek voor het centrum.’

Al uw werk was voor niets?

‘Tegenwoordig bestaat het centrum weer, maar in kleinere vorm. Een Koerdische journalist en docent met wie ik toen goed samenwerkte heeft het werk weer opgepakt. Hij vraagt met succes subsidies aan voor journalistieke projecten. Maar het is veel kleiner dan het ooit was.’

Het land lijkt eenzelfde pad te hebben afgelegd. Is Irak niet enorm achteruitgegaan in de afgelopen tien jaar?

‘Alles is anders. Dat komt door de opkomst van ISIS. De terreurbeweging bezette een derde van Irak, maar de desastreuze gevolgen van ISIS waren in heel het land voelbaar. Dankzij ISIS kwam Irak in een economische crisis terecht en raakten veel mensen werkloos. Maar ook de hoop werd de grond ingeboord. Een van de werktitels van mijn boek was Kapotgeschoten hoop. Want van de positieve sfeer van 2008 is niets meer over. Irakezen zijn doodsbang dat ISIS weer zal terugkeren. En de verdeeldheid tussen de verschillende etnische en religieuze groepen in het land is alleen maar groter geworden.’

Hoe zit het met die verdeeldheid?

‘Die loopt langs etnische en religieuze lijnen. In etnische zin heb je Koerden, Arabieren en Turkmenen. Op religieus vlak zijn er soennieten en sjiieten, maar ook kleinere religieuze minderheden als Jezidi’s en christenen. De Amerikanen hebben in 2003 deze verdeeldheid geïnstitutionaliseerd door uit te gaan van het Libanese model van democratie, waarbij politieke posten verdeeld worden tussen leden van etnische en religieuze groepen. Daardoor werd de corruptie versterkt: mensen proberen via hun eigen groepen hogerop te komen of loyaliteit te kopen.

Een andere belangrijke kloof is die tussen de haves en have nots. Een groot gedeelte van de Irakese bevolking heeft niets. De jongeren, die 60 procent van de bevolking uitmaken, hebben nauwelijks perspectief. Vandaar ook dat eind 2019 de Tuk-revolutie uitbrak, waarbij Iraakse jongeren zeggenschap over hun toekomst proberen af te dwingen. Deze opstand zal – zo vermoed ik – dankzij de sterke repressie door de overheid niet slagen.’

‘Irak wordt nu opgebouwd door mensen met een trauma in hun DNA’

Wat is het grootste probleem waarmee Irak kampt? Het geweld? De corruptie?

‘De combinatie van corruptie en geweld. Ik moest dit boek schrijven om de problematiek goed neer te zetten. Omdat de politiek via etnische en religieuze lijnen loopt willen mensen hun eigen mensen in het kabinet, maar dit zorgt ervoor dat het corrupte systeem in stand blijft.

Het structurele geweld waar Irak mee kampt zorgt voor een groot collectief trauma. Mensen geven dit ook door aan hun kinderen. Irak wordt nu opgebouwd door mensen met een trauma in hun DNA. Eigenlijk zouden al die mensen therapie moeten krijgen, maar daar staat bijna niemand voor open. Het past niet bij de machocultuur. Niet weinig Irakezen zijn bang om voor mietjes te worden versleten.’

Ondertussen heeft buurland Iran een grote vinger in de pap gekregen. Is Irak nog wel een soeverein land?

‘Het klopt dat Iran nu heel veel invloed op Irak heeft. Iran betaalt de wapens van milities, koopt Irakese politici om, maar ook politieke partijen krijgen geld van Teheran. Iran bepaalt daarnaast wie de minister-president wordt en heeft een vinger in de pap bij het aanstellen van ministers. Heel veel projecten worden door Iraanse bedrijven uitgevoerd. Dit is vaak ook ten nadele van Irak, want om een elektriciteitscentrale draaiende te houden worden er gasbuizen aangelegd naar Iran, terwijl er in Irak gas genoeg is. Corrupte politici beletten dat Irak een gezonde overheidsdienst krijgt.

De economische invloed van Iran is ook heel groot. Kijk bijvoorbeeld naar de vele in Iran gebouwde auto’s die door Bagdad rijden. En doordat Iraanse landbouwproducten gedumpt worden op de Iraakse markt gaan Iraakse boeren failliet. Ze kunnen de concurrentie niet aan.’

En de Amerikanen dan? Die hebben toch ook nog steeds veel in de melk te brokkelen?

‘Dat klopt. Sommige Irakezen op hoge posten hebben in de Verenigde Staten gestudeerd en zijn pro-Amerika. Maar het is breder. Veel mensen realiseren zich dat de Amerikanen nodig zijn als balans, omdat de Iraanse invloed anders te groot wordt. Daarnaast heeft Irak de Verenigde Staten nodig om ISIS te bestrijden. ISIS lijkt verslagen, maar de kans op een ISIS 2.0 is echt heel groot.’

Waarom denkt u dat?

‘Dat denkt bijna iedereen in Irak. Niet iedereen van ISIS is opgepakt. Veel ISIS-strijders zijn naar Syrië gevlucht. Daarnaast is ISIS een wereldwijde beweging geworden, na de val van het kalifaat. Op dit moment zitten familieleden van ISIS-strijders in kampen. Ook al was je vroeger niet voor ISIS, deze akelige situatie zorgt ervoor dat mensen kunnen radicaliseren.’

Helpt Erdogan ISIS niet feitelijk een handje? Denk aan wat er nu in Idlib in Noord-Syrië gebeurt. Maar journalisten en onderzoekers berichtten eerder ook over geheime wapentransporten en dat ISIS-strijders in Turkije medische zorg kregen.

‘Dat klopt. ISIS is nog steeds in Syrië en pleegt aanslagen, maar daar hoor je niemand over. Alle aandacht gaat nu uit naar Erdogan en wat hij met Poetin en Assad in Syrië aan het doen is. Overigens bevinden zich onder de pro-Turkse Syrische rebellen nogal wat voormalige ISIS-strijders.’

Judit Neurink met een Peshmerga-commandante in Erbil, Iraaks-Koerdistan. Peshmerga zijn de strijdkrachten van Iraaks-Koerdistan en vochten en masse tegen ISIS (Foto: Judit Neurink)

U heeft de opkomst en ondergang van ISIS meegemaakt. Hoe kon ISIS in korte tijd zo succesvol worden?

‘Het ontstaan van ISIS heeft alles te maken met de frustratie van de soennieten. Toen in 2003 de Amerikanen Irak bezetten kregen de sjiieten en de Koerden de macht. Soennieten werden als aanhangers van Saddam gezien, ook als ze dat niet waren. De Amerikanen maakten daarnaast een grote fout door oud-leden van de Baath-partij, de partij van Saddam, in de ban te doen en het Irakese leger te ontbinden. Lang niet iedereen van de Baath-partij was een Saddam-aanhanger: het lidmaatschap van de partij was een van de weinige manieren om maatschappelijk hogerop te komen.

Soennieten voelden zich dus gediscrimineerd en achtergesteld, maar de regering negeerde deze protesten. Dit schiep een vruchtbare grond voor ISIS. Toen ISIS in 2014 de macht greep in grote delen van Irak, werd dit door sommigen gezien als een soennitische revolutie. De gemarginaliseerde soennieten zouden de macht weer terugkrijgen in Bagdad.

Al gauw bleek echter dat ISIS geen regime was dat de soennieten de macht teruggaf, maar een extremistisch religieus regime dat een zeer strikte interpretatie van de islam voorstond. Ook voor soennieten was het leven onder ISIS-bewind geen pretje, want wie niet voor honderd procent achter het regime stond kon zijn verzet betalen met zijn leven. De sjiieten, Koerden en Amerikanen die ISIS versloegen werden ook door veel soennieten als bevrijders gezien.’

In uw boek schrijft u ook over de massamoorden op de Jezidi’s. Was het doel van ISIS echt om de Jezidi’s en Assyrische christenen uit te roeien? Of ligt het toch wat ingewikkelder wat betreft die genocidale intentie?

‘ISIS baseert zich op de begintijd van de islam, de tijd van de Profeet en de eerste vier kaliefen. In die tijd werden de mannen van een vijandelijke stam vermoord, en werden de vrouwen en kinderen tot slaaf gemaakt. Dat was in die tijd normaal, dat deden andere volkeren ook. ISIS heeft 1.400 jaar later deze oude gewoonten weer nieuw leven ingeblazen. De Jezidi’s hangen een pre-islamitisch geloof aan: toen de islam het Midden-Oosten veroverde zijn zij ‘vergeten’. ISIS wilde de Jezidi’s met geweld bekeren. Het was de keuze tussen de islam of de dood.

Voor christenen als de Assyriërs golden andere regels. Zij zouden, als ‘mensen van het boek’, beschermd worden als ze een speciale belasting betaalden. Veel christenen besloten echter hun koffers te pakken, omdat ze ISIS niet vertrouwden. Ten tijde van het kalifaat waren er veel spookverhalen over christelijke slavinnen in ISIS-gebied, maar hiervoor was en is geen enkel bewijs. Het blijkt dat ISIS de christenen gewoon als dhimmi’s behandelde, zoals de islam dat voorschrijft.

Wie het wel echt moeilijk hadden waren de sjiieten, die als afvalligen worden beschouwd door ISIS. Sjiitische vrouwen en kinderen zijn door ISIS ontvoerd en in slavernij gevoerd, veel mannen zijn vermoord. Maar omdat sjiieten zich hiervoor schamen weten we over hun leed veel minder. Overigens zijn nog niet alle sjiitische vrouwen en kinderen die vermist waren teruggevonden. Sommigen zitten nog verborgen binnen ISIS-families in de vluchtelingenkampen.’

‘Veel Irakezen verlangen nu terug naar Saddam Hoessein’

Moeten we Nederland ISIS-strijders in Nederland berechten of via een internationaal tribunaal?

‘In Nederland berechten lijkt mij de meest realistische oplossing. Ik ben erg voor een internationaal tribunaal, maar ik denk niet dat zo’n tribunaal er zal komen. Dus moeten landen hun eigen mensen terugnemen. Anders zadel je de slachtoffers, de mensen in Irak en Syrië, op met de problemen.’

Bent u niet bang dat ISIS-strijders niet veel te lage straffen krijgen omdat hun misdaden moeilijk te bewijzen zijn en Nederland – in vergelijking met Irak – een zeer progressief rechtsstelsel heeft?

‘We moeten desnoods onze wetten aanpassen om ISIS-strijders te berechten.’

Maar we kennen het juridische principe nulla poena sine lege – geen straf zonder strafbaar feit. Als iets niet strafbaar is toen de misdaad werd gepleegd, kunnen we niet met terugwerkende kracht mensen daarvoor veroordelen, toch?

‘Dat klopt, maar we moeten wel vaart maken om zulke wetten te maken. Er zijn wel degelijk strafbare feiten gepleegd, zoals de ontvoering en het als slaaf houden van Jezidi-vrouwen en kinderen. En vrouwen hebben met hun rol op de achtergrond het voor mannen mogelijk gemaakt om te vechten.’

En wat moet er gebeuren met ISIS-vrouwen?

‘Onder de vrouwen in de kampen in Irak zitten ook veel buitenlandse vrouwen, die propageren dat ISIS weer zal terugkeren. Die vrouwen moet je apart opsluiten, zodat het niet meer mogelijk is dat ze hun gestook voortzetten.’

Maar na een tijdje zijn deze mannen en vrouwen weer vrij. Wat dan? 

‘Overheden moeten echt werken maken van een deradicaliseringsprogramma. Vanzelfsprekend zal niet honderd procent deradicaliseren, maar het helpt wel. Westerse overheden hebben te gemakkelijk – en foutief – gedacht: laat ze maar doodvechten. Maar ISIS-gangers leven nog. En nu hebben we de verantwoordelijkheid om ze daar weg te halen. Helemaal de kinderen.’

Het begint tegenwoordig steeds meer bon ton te worden om het Westen de schuld te geven van de opkomst van ISIS. Het Westen zou dankzij de invasie van Irak in 2003, door Nederland politiek gesteund, verantwoordelijk zijn voor alles wat er mis is gegaan in Irak.

‘Belangrijker dan de invasie zelf zijn de grote fouten die de Amerikanen daarna gemaakt hebben, zoals het ontbinden van het leger, de manier waarop het politieke systeem werd ingericht en het ontslaan van mensen die lid waren van de Baath-partij. De fouten die er zijn gemaakt hebben mede geleid tot het ontstaan van ISIS. Maar het is te gemakkelijk om te stellen dat er van 2003 een rechte lijn naar ISIS loopt.’

‘Woede en frustratie over het Nederlandse bombardement versterken de cirkels van geweld’

Moet Nederland aan Irak herstelbetalingen doen vanwege de bommen in 2015 op Hawija, die aan zeventig burgers het leven hebben gekost?

‘Daar ben ik geweest. Ik heb de slachtoffers gesproken. Ze houden hun hand op, ze willen compensatie. Ook omdat ze geen compensatie van de Iraakse overheid krijgen. Overigens verwacht ik niet dat Nederland dat zomaar doet, want dan gaan de Irakezen ook bij andere landen langs, en dan krijgen we schadeclaims die tot in de miljarden lopen.

Op dit moment is Liesbeth Zegveld van het Amsterdamse advocatenbureau Prakken d’Oliveira bezig met de voorbereiding van een rechtszaak tegen de Nederlandse staat over Hawija. Misschien kan de Nederlandse overheid dit voor zijn, door de nabestaanden nu al een vorm van compensatie te bieden.

Ik vind dat er iets gecompenseerd moet worden, want woede en frustratie over het Nederlandse bombardement versterken de cirkels van geweld. Ik denk dat je het beste indirect, via NGO’s, wat voor de nabestaanden betekenen kan. Compensatie bieden via de Irakese overheid lijkt mij geen goed idee, omdat een deel van het geld dan in de zakken van corruptie overheidsdienaren verdwijnt.’

De corruptie in Irak is endemisch, zo blijkt uit uw boek. Hebben Irakezen nog wel vertrouwen in hun politici?

‘Nauwelijks. Je ziet dit ook bij de lage opkomst bij de verkiezingen. De laatste keer was die nog geen vijftig procent. Maar ondanks protesten blijft het systeem. Dankzij de Tuk-revolutie heeft een minister-president het veld moeten ruimen, maar het systeem is te hardnekkig. De nieuwe minister-president probeert nieuwe ministers aan te stellen die geen banden hebben met de gevestigde politieke partijen, maar ik geef hem weinig kans. Hij heeft zich inmiddels teruggetrokken: het is hem niet gelukt een regering te vormen.’

Veel Irakezen verlangen nu terug naar Saddam Hoessein. Hij was weliswaar een dictator, maar er was stabiliteit in het land. De corruptie was lang niet zo erg als nu. Overigens nam de corruptie aan het einde van zijn bewind wel toe, wat het gevolg was van de economische sancties tegen Irak. Saddam gaf zijn ambtenaren meer vrijheid om hun inkomen via andere kanalen aan te vullen. In de tijd van de sancties is ook de oliesmokkel begonnen.’

Zal er ooit een einde komen aan de alomtegenwoordige corruptie en de spiraal van geweld? Is er hoop voor het land?

‘Ik heb geen hoop, als ik eerlijk ben. Daarom ben ik ook weggegaan. Ik zie Irak steeds meer uit elkaar vallen. Er komt denk ik een moment dat alles uit elkaar valt. De Tuk-revolutie lijkt op een mislukking uit te lopen, vanwege de keiharde repressie door de overheid. Maar de problemen worden niet opgelost, dus er komen volgend jaar of later weer nieuwe protesten.’

Is er dan niets positiefs te melden? Een heel klein lichtpuntje misschien?

‘Misschien toch wel. Irakezen zijn heel gastvrij. Ik heb bijvoorbeeld erg gewaardeerd hoe je altijd wordt uitgenodigd voor de maaltijd. Maar wat vooral indruk maakte op mij was hoe de Irakezen, ondanks alle moeilijkheden waarmee ze geconfronteerd worden, toch hun hoofd boven water weten te houden, weten te overleven. Daar heb ik diepe bewondering voor.’

Moslims over islamitisch onderwijs: stabiele basis of benauwde bubbel?

1

Vanwege alle commotie rondom het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam staat islamitisch onderwijs in Nederland wederom in de publieke belangstelling. Biedt islamitisch onderwijs louter een sterke basis voor de islamitische identiteit? Of is het een doctrine die segregatie in de hand werkt? Vier moslimouders reflecteren op deze vragen.

‘Er zijn moslims in Nederland die hun geloof willen praktiseren en daarin het onderwijs voor hun kinderen willen meenemen’, zegt Ai Lien Djie, psychosociaal counselor in Amsterdam. Djie heeft zich jaren geleden bekeerd tot de islam. Ze heeft drie kinderen, waarvan de oudste twee op een islamitische basisschool hebben gezeten. De jongste geniet nu nog steeds basisonderwijs op een islamitische school.

‘Mensen die niet bekend zijn met islamitisch onderwijs denken soms dat daar alleen maar de Koran wordt onderwezen en over de islam wordt gepredikt’, zegt Djie. ‘Natuurlijk maakt geloofsleer deel uit van islamitisch onderwijs, maar dat is niet het enige wat de kinderen meekrijgen. Mijn kinderen leren alles op een islamitische school wat ze op een openbare school ook zouden leren.’

Zij vindt daarom niet dat islamitisch onderwijs segregatie in de hand werkt. ‘Het principe ‘soort zoekt soort’ is heel basaal. Uiteindelijk geven mensen de voorkeur aan gelijkgestemden. Soms gebeurt dat op basis van religie, maar dat hoeft niet te betekenen dat zij niet participeren in de maatschappij.’

De keuze voor een islamitische basisschool was bewust. Djie vindt het belangrijk dat de school de islamitische identiteit van haar kinderen ondersteunt. ‘Kinderen brengen het grootste deel van hun tijd door met hun leerkracht. Als de leraar dan te pas en te onpas signalen geeft dat hij het geloof ouderwets vindt, of dat hij vindt dat het een achterlijke bezigheid is om actief een religie te praktiseren, dan is dat verwarrend voor een jong kind’, zegt zij.

Wanneer kinderen het gevoel krijgen dat zij zich moeten verantwoorden voor hun identiteit, dan kan het gaan wringen, stelt Djie. Het is volgens haar ingewikkeld om op hele jonge leeftijd al te moeten filteren tussen wat je thuis en op school doet en laat. Vanuit haar werk als psychosociaal counselor kent Djie veel jongeren en volwassenen die daardoor een minderwaardigheidscomplex hebben ontwikkeld. Zij zijn dan eerder geneigd zich af te zetten tegen hun afkomst en de normen en waarden die ze van huis uit hebben meegekregen. ‘Je ziet dat ze dan tot diep in hun volwassenheid zoekende zijn naar hun identiteit. Die zoektocht is vaak een enorme mentale worsteling.’

Djie beseft wel dat haar kinderen ooit geconfronteerd zullen worden met andersdenkenden. ‘Niet iedereen is moslim. Mijn kinderen moeten ook leren omgaan met cultuurverschillen. Ik wil hen dan ook genoeg kansen bieden om van gedachten te wisselen met mensen die andere levensopvattingen hebben. Maar alvorens ze dat doen moeten ze wel sterk in hun schoenen staan en trots zijn op hun islamitische identiteit.’

‘Mijn kinderen leren alles op een islamitische school wat ze op een openbare school ook zouden leren’

Haar oudste twee kinderen zitten inmiddels op het voortgezet onderwijs. Djie en haar kinderen hebben gekozen voor een openbare school. Ook dat was een bewuste keuze, aldus Djie. ‘Door kinderen een goede basis te geven in hun identiteitsvorming, geef je ze de kans om op te groeien tot evenwichtige volwassenen die positief bij kunnen dragen aan de maatschappij. Dat is wat ik hoop voor mijn kinderen.

Innerlijke drijfveren

Een sterke verbondenheid met de islamitische identiteit is belangrijk voor moslims. Dat vindt ook Ratih Sunaryo, moeder van drie zoons. Toch is zij van mening dat dit niet gepaard hoeft te gaan met islamitisch onderwijs. Haar twee oudste zoons genieten basisonderwijs op een Montessorischool, terwijl haar jongste nog niet schoolgaand is.

‘Voor onze kinderen willen wij een school waarin hun talenten gefaciliteerd worden’, zegt ze. ‘Mijn echtgenoot en ik vinden dat de school een onderwijscurriculum moet bieden dat aangepast is aan het kunnen en het willen van de kinderen. Een islamitische school kwam niet aan de orde, omdat die niet in deze criteria past.’

De manier waarop het onderwijs wordt gegeven op een islamitische school laat volgens Sunaryo weinig ruimte over voor wat kinderen zelf willen leren. Dit vindt ze niet alleen van islamitisch onderwijs, ook van regulier onderwijs. ‘We ontdekten dat er een Montessorischool was die wel aan onze verwachtingen voldoet, omdat de beleving van het kind op deze school centraal staat. Dat is ook te zien aan de manier waarop ze de kinderen onderwijzen. Onze keuze viel daarom op deze school’, zegt Sunaryo.

Eerder werkte Sunaryo als onderwijsassistente op een islamitische basisschool in Amsterdam. De leerlingen op die school zouden een beperkt wereldbeeld hebben vanwege de manier waarop werd lesgegeven. ‘Als ik mijn ervaringen op die islamitische basisschool vergelijk met hoe ik de islam ervaar, dan was die school naar mijn mening niet islamitisch. Er werd daar veel aandacht besteed aan het geloof in de praktijk, maar niet zozeer aan waarom de kinderen op een bepaalde manier moesten handelen vanuit het geloof.’

Een voorbeeld daarvan was de kledingvoorschriften. Zo werd Sunaryo gevraagd een hoofddoek en lange gewaden te dragen tijdens de lessen. Buiten schooltijd droeg zij echter geen hoofddoek.

Door kinderen te verplichten zich te houden aan bepaalde voorschriften, zonder de filosofie daarachter te behandelen, werk je segregatie in de hand, vindt ze. ‘De kinderen zullen daardoor denken dat een moslim er zo uit hoort te zien en niet anders. Naar mijn gevoel is dat beperkend voor de ontwikkeling van het kind. Want wanneer je kijkt naar de islam en zijn geschiedenis, dan zie je dat het een diversiteit aan culturen en interpretaties bevat. Dat zag ik niet terug in de manier waarop er les werd gegeven op deze school.’

‘Een islamitische school kwam niet aan de orde, omdat die niet in onze criteria paste’

Het viel haar wel op dat de school veel investeerde in de kwaliteit van het onderwijs, wat op zich niet direct te maken heeft met de islamitische identiteit van de instelling. Zo zat er een leerling op deze islamitische school die in het jaar waarin Sunaryo er werkte, de hoogste CITO-score behaalde van heel Nederland. ‘Op academisch vlak is islamitisch onderwijs verenigbaar met regulier onderwijs. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Dat laten islamitische scholen zien door onder andere te investeren in de kwaliteit van het onderwijs.’

Sunaryo vindt dat alle soorten onderwijs, of het nu gaat om islamitisch, christelijk of openbaar, een vorm van doctrine is. ‘Kinderen krijgen op religieuze scholen interpretaties van geloofsleer opgelegd. Op reguliere scholen gaat het dan om interpretaties van bijvoorbeeld rechtssystemen. Dat zijn vormen van doctrines waar zij van op de hoogte moeten zijn. Net zo belangrijk is dan de ruimte die de kinderen moeten krijgen om deze dogma’s te bevragen en zelf te beslissen wat ze willen leren.’

Een rolmodel voor goed burgerschap

Dat islamitische scholen investeren in de kwaliteit van het onderwijs, viel ook Salima Abarkan en Yamani Lesteluhu op. Het echtpaar heeft vier kinderen, waarvan de oudste drie schoolgaande kinderen zijn, die hun basisonderwijs genieten op een islamitische school.

‘Islamitische scholen voelen een druk om goed te presteren’, legt Lesteluhu uit. ‘Negatieve berichtgeving in de media draagt eraan bij dat de scholen op scherp worden gezet. Uiteindelijk heeft dit een positieve invloed op de kwaliteit van het onderwijs, die heel belangrijk wordt gevonden.’

Lesteluhu en zijn echtgenote hebben moeite met het negatieve beeld van islamitisch onderwijs dat veel media schetsen. ‘Wij herkennen ons daar helemaal niet in’, zegt Arbakan resoluut. ‘Er wordt vaak gesproken alsof de islamitische school een koranschool is, waarin de leerlingen in hun eigen islamitische bubbel leven. Dat is niet zo. Het is regulier onderwijs met een islamitisch tintje. Op de basisschool van onze kinderen wordt er niet eens Arabische les gegeven. Om specifiek de Arabische taal te leren en de Koran te lezen, moeten onze kinderen naar een andere school.’

Met islamitisch tintje doelt Arbakan op de islamitische feestdagen die de school viert. De kinderen leren wel over kerst en Sinterklaas, maar die – van oorsprong – christelijke feestdagen worden niet gevierd. ‘Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen niet op jonge leeftijd geconfronteerd worden met gebruiken die niet aansluiten op hun islamitische identiteit. Als kind zat ik op een school waar er wel christelijke feestdagen werden gevierd. Thuis vierden we het dan niet. Dat vond ik verwarrend. Ik wil niet dat mijn kinderen hetzelfde meemaken’, zegt ze.

‘Op de islamitische basisschool van onze kinderen wordt er niet eens Arabische les gegeven’

Het echtpaar stelt dat het onderwijs voor hun kinderen een verlengde moet zijn van wat ze thuis leren over het geloof, maar ook over de maatschappij. Niet islamitisch onderwijs, maar de negatieve berichtgeving daarover werkt segregatie in de hand, vinden Abarkan en Lesteluhu.

‘Wij willen niet dat onze kinderen alleen maar met moslims omgaan’, zegt Abarkan. ‘De kinderen leren tijdens buitenschoolse activiteiten om te gaan met mensen die hun denkwijze uitdagen. Ook dat is belangrijk.’

Op school kunnen de kinderen van Arbakan en Lesteluhu alle vragen stellen die ze hebben over het geloof. Waarom iets vanuit de islam wordt geboden of verboden. ‘Hierdoor leren ze kritisch na te denken in een omgeving waarin ze hun islamitische identiteit volledig kunnen uitdragen’, zegt Lesteluhu. ‘Daarom spreekt islamitisch onderwijs ons aan. We willen dat onze kinderen vol trots als Nederlandse moslims in deze maatschappij staan, en sterker nog, een rolmodel zijn voor goed burgerschap.’

*Gefingeerde naam. Echte naam bij de redactie bekend.

Alleenreizende vrouwen in India: nieuwsgierigheid wint het van de angst

2

India staat naast bestemming voor oude cultuur en spiritualiteit bij veel mensen bekend als een ronduit gevaarlijk land waar je als vrouw maar beter niet alleen rond kunt lopen. Dit beeld werd de afgelopen jaren bevestigd door enkele verhalen over groepsverkrachtingen in de media. Desondanks reizen steeds meer westerse vrouwen alleen naar India op zoek naar vrijheid, avontuur en yoga. De soloreizigers laten zich niet afschrikken door deze horrorverhalen.

Naast een onveilige reputatie zijn het de drukte, hitte, hygiënische omstandigheden, het lawaai, de chaos en ongeregeldheid die India een van de meer uitdagende reisbestemmingen ter wereld maken. Toch hebben de horrorverhalen zeer zelden betrekking op buitenlandse toeristen en is India volgens soloreiziger Elske (30) bijna net zo veilig als Europa, als je een paar basisregels volgt.

De Zwolse fietste in haar eentje enkele weken door het zuiden van India en voelde zich vooral enorm welkom. ‘Ik kan niet ontkennen dat er geen angstscenario’s door mijn hoofd gingen toen het vliegtuig landde, maar die angst verdween zodra ik met mijn fietsje het vliegveld af reed. Ik keek om me heen op straat en zag vooral hele normale mensen die hun dagelijkse leven leidden. In plaats van enge mannen die me achtervolgden werd mij voortdurend van alles aangeboden en iedereen was zó lief.’

Wel geeft Elske aan dat je in India meer wordt aangetast in je persoonlijke ruimte dan in de meeste andere landen. ‘Soms bespringen mensen je zo’n beetje voor selfies of een vragenvuur. Ik ben dan niet bang dat ze mij iets aan willen doen, maar het feit dat het concept van eigen ruimte in dit dichtbevolkte land niet bestaat kan nogal overweldigend zijn.’

‘In India is alles gewoon meer ‘in your face’, lacht de Amerikaanse Misty (43). ‘Sommige mensen rennen daar keihard voor weg omdat het samen met de hitte en de chaos gewoon teveel is. Maar zodra je leert hierom te lachen en ontdekt dat bijna alle aandacht voortkomt uit ‘goodwill’, voelt India al snel als de meest geweldige reisbestemming ter wereld. Elk moment is een feest voor de zintuigen en een spoedcursus ’to go with the flow.’

Bestemmingen

Van de 365 politieaangiften op acht miljoen toeristen in 2015 hadden 31 zaken betrekking op betasting en opdringerig gedrag en 4 van aanranding. Dit komt neer op 1 geval per 230.000 toeristen. Bovendien vond 40 procent van al deze misdrijven plaats in de hoofdstad Delhi. De statistieken laten zien dat het aantal misdrijven jegens buitenlanders niet hoger is dan in de meeste andere landen. Toch kiezen veel reizigers er bewust voor de hectische hoofdstad te laten voor wat die is en gaan ze voor een zachtere landing in een rustigere en veiligere regio.

‘In het noorden is de cultuur wat harder, word je meer aangestaard en lijken de mensen wat minder ontwikkeld’, zegt Aisha (22) uit Israël. ‘Daarom begon ik mijn eerste Indiatrip in het zuidelijke stadje Tiruvannamalai in Tamil Nadu. Dit is een spirituele bestemming waar je bijna alleen lieve mensen tegenkomt. Alsnog vond ik het hectisch soms, maar het was de perfecte plek om te wennen aan de hitte, het eten, het getoeter, de manier van doen en al die kleine culturele dingetjes waar je in je eerste weken op reis tegenaan loopt.’

Over het algemeen staan bestemmingen als Rishikesh, Goa, Auroville, Mysore, de Himalayaregio’s en de zuidelijke staten bekend als plekken waar nieuwkomers in India een relatief zachte landing ervaren. Maar zelfs in steden als Delhi verschilt de sfeer enorm van wijk tot wijk. Zo vindt de meeste criminaliteit jegens buitenlanders plaats in het zogenaamde backpackerghetto Paharganj en niet in de welvarende buurten van Zuid-Delhi. Daarnaast is de sfeer in de meer upscale wijken als Bandra en Juhu in Mumbai niet te vergelijken met de chaos rond de beroemde Crawfordmarkt.

Mannen

De Groningse Bianca (33) geeft aan dat Indiase mannen het grootste probleem zijn voor meisjes op reis. ‘Mannen hier zijn gewoon opdringeriger en irritanter dan in andere landen, maar gaan zelden over de grens. In de vele keren dat ik hier ben geweest ben ik een keer betast in een volle metro, ben ik wel eens gevolgd op straat en talloze keren nagestaard. Maar het was nooit heel bedreigend. Het ergste wat ik persoonlijk gehoord heb zijn verhalen over mannen die in het openbaar staan te masturberen’, zegt ze met een vies gezicht.

Anne (33) uit Amsterdam vertelt dat zij voor het eerst in India kwam op zakenreis voor een modebedrijf met drie vrouwelijke collega’s. ‘Toen we in onze strakke jeans over een markt liepen werden we continu belaagd door mannen die met ons wilden praten, op de foto wilden of ons ergens mee naar toe wilden nemen. Het voelde heel claustrofobisch en opdringerig. Toen gingen we maar terug naar ons hotel en hebben we onze jeans en ingeruild voor een Indiase outfit, waarna we een stuk minder bekijks trokken.’

‘Mannen hier zijn gewoon opdringeriger en irritanter dan in andere landen’

Bianca vindt dat westerse toeristen zich moeten beseffen dat mannen en vrouwen zich in India totaal anders tot elkaar verhouden dan bij ons. ‘Iets wat in Europa beschouwd wordt als heel onschuldig flirten kan hier al geïnterpreteerd worden als uitnodiging.’ Haar advies is om niet overdreven vriendelijk te zijn tegen onbekende mannen, vooral de lageropgeleide mannen die je tegenkomt in het openbaar vervoer, op de markt en in de horeca. Je kunt hiermee onbewust verkeerde signalen afgeven.

‘We komen uit een beleefdheidscultuur, maar in India werkt dat simpelweg niet. Als een bedelaar aan je hangt, een man je lastigvalt of een verkoper je maar blijft volgen, dan moet je hard kunnen zijn of leren om mensen echt straal te negeren. Dat kan soms erg grappig zijn. Daarom weiger ik resoluut selfies met vreemde mannen en zet ik social shaming in als ze te dichtbij komen. Je zult zien dat als je iemand luid en duidelijk terecht wijst, je in een oogwenk omringd bent door beschermende Indiase mannen en vrouwen.’

Veiligheidsmaatregelen

De tips en trucs die in reizigerskringen de ronde doen zijn voornamelijk gericht op kledingvoorschriften. In een traditioneel land als India wordt vrouwelijke soloreizigers vooral op het hart gedrukt om aan de conservatieve kant te blijven qua kledingkeuze. Volgens de Groningse Lisa (24) is de vrijheid van expressie waar we in het Westen zo aan gehecht zijn soms echt een probleem.

‘Ik zie veel leeftijdsgenoten hier rondlopen in hotpants en naveltruitjes en wordt er bijna plaatsvervangend ongemakkelijk van. In toeristische badplaatsen als Goa is dit misschien geaccepteerd. Maar als je vervolgens in diezelfde hotpants een plattelandsdorpje binnenstampt, dan moet je niet gaan krijsen als iedereen je nastaart. Mannen hier zien niet-verhullende kleding gewoon als teken van een lage seksuele moraal: ze kennen dit soort outfits alleen kennen uit semi-erotische films.’

Kleding moet niet strak, kort, bloot en te opvallend zijn: het zijn de meest gehoorde aanraders. Veel vrouwelijke reizigers adviseren zelfs om geheel Indiaas te gaan. ‘Je hoeft je niet meteen in een volledige sari te hullen, maar je hebt hele mooie kurta’s en andere kleding en het geeft een perfect excuus om te gaan shoppen’, lacht Lisa. Daarbij reageren volgens haar mensen enorm enthousiast als je lokale kleding draagt en geeft het je meer respect. Als extra veiligheidsmaatregel dragen sommige westerse vrouwen net als Indiase vrouwen zelfs teenringen om te laten zien dat ze getrouwd zijn.

Ook is in een conservatief land als India openbaar vertoon van affectie not done. Dit geldt zowel voor handen vasthouden, knuffelen als voor zoenen in het openbaar. Zelfs iemand van het andere geslacht lang in de ogen aankijken kan hier worden gezien als teken van romantische interesse.

De Nederlandse ambassade raadt reizigers aan niet na zonsondergang de straat op te gaan, zelfs niet om te reizen. Neem daarom het liefst geen nachtbussen, boek voor lange treinreizen het liefst de iets duurdere slaapplaatsen met airconditioning en reis in steden bij voorkeus met taxi’s via geregistreerde apps als Uber en Ola. Ook adviseert de overheid om demonstraties, sloppenwijken en afgelegen plekken te vermijden. Tot slotte geldt net als in de meeste armere landen het advies om niet teveel te koop te lopen met je welvaart, weinig cash op zak te hebben en een veilig heuptasje en stevige backpack te verkiezen boven een handtasje en rolkoffer.

‘Ik weiger selfies met vreemde mannen en zet ‘social shaming’ in als ze te dichtbij komen’

De Vlaamse Alexandra (28) vindt dat je niet per se al deze regels hoeft te volgen, maar vooral je eigen onderbuikgevoel. ‘Vertrouw gewoon op je instinct en voel de energie van de plek waar je bent. Als je niet klaar bent om een beslissing te nemen, doe het dan ook niet, al word je soms onder druk gezet op chaotische plekken als busstations en vliegvelden. Als je het niet weet, plant jezelf dan even in een rustig theehuisje tot je op je gemak bent. Laat je in geen geval door anderen of jezelf wijs maken dat er geen andere optie is dan het volgen van die ene man. Of het nou een dodgy taxichauffeur, hotelier of wie dan ook is. Bij twijfel, vraag het aan voorbijganger of politieagent. Vooral vrouwen zijn erg behulpzaam en beschermend en als er gezinnen in de buurt zijn is het nog beter.’

Veel soloreizigers vinden dat de houding die je uitstraalt de ervaring bepaalt die je op een plek gaat hebben. ‘Alleen reizen wordt makkelijk, soepel en leuk als je een zelfverzekerde, nieuwsgierige en vrolijke air met je meedraagt’, zegt Alexandra. ‘Je zult zien dat mensen je spontaan uitnodigen om te komen eten of thee drinken, je komt in interessante gesprekken terecht en mensen bewonderen de moed om alleen te reizen. Het belangrijkste is om continu in contact te blijven met je omgeving. Maak overal vrienden, klets met je medereizigers en de lokale winkeliers en vraag ze om suggesties of het lekkerste eten uit hun stad. Zo’n netwerk ontstaat in no time en behoedt je voor negatieve ervaringen.’

Haar vriendin Sara (26) vult aan om die kalme en besluitvaardige houding ook niet te verliezen als je het even niet weet. ‘Al heb je geen idee waar je heen gaat, doe alsof je hier elke dag loopt. En als het je echt even teveel wordt, ontvlucht de hectiek dan in een kerk, een tempel of een café met airconditioning. Zoek daarnaast plekken waar meer westerse reizigers komen en je iets minder waakzaam hoeft te zijn. Ashrams, stranden, rustige dorpjes, natuurgebieden, resorts en hostels zijn hier goede gelegenheden voor.’

Beide reizigers raden nieuwkomers wel aan om de eerste overnachting in het land goed te plannen en te weten hoe je er moet komen. Op het vliegveld zijn simkaarten te koop zodat je direct aangesloten kunt zijn op navigatie-apps, vervoersinformatie en je contact kunt opnemen met je hotel in het geval er iets mis gaat.

Juist omdat India zo’n grote kloof tussen mannen en vrouwen kent, bieden veel hostels gescheiden slaapzalen en vind je in treinen en bussen compartimenten voor vrouwen. Om veilige slaapplekken te vinden helpt het ook om te zoeken op hostels, Airbnb’s en Couchsurfing-hosts met reviews van andere soloreizigers.

Spookverhalen

‘Spookverhalen zijn overal’, zegt de fanatieke soloreiziger Petra (29) uit Tsjechië. ‘Maar zij die het hardst schreeuwen dat het gevaarlijk is, zijn over het algemeen mensen die er zelf nooit zijn geweest en waarschijnlijk überhaupt weinig reizen. Het is veel beter om recente reisblogs te lezen van mensen die dezelfde stijl van reizen hebben als jij of om via netwerken als Couchsurfing in contact te komen met locals om een betere insidersblik te krijgen. Het is bijna bizar om een land als India als definitief onveilig te bestempelen. Het is geen oorlogsgebied.’

‘Als je het niet weet, plant jezelf dan in een rustig theehuisje tot je op je gemak bent’

‘Veel mensen vragen zich af of het raar is om alleen te reizen, maar ik heb gewoon niet per se iemand anders nodig om mijn eigen weg te vinden’, zegt de Ierse Joanne (25) stellig. ‘Dat betekent niet dat het altijd makkelijk is, zeker in het begin. Maar het geheim van zelfvertrouwen is dat het pas komt zodra je een stap richting het onbekende zet.’

Joanne verteld geleerd te hebben dat mensen in arme landen vaak meer gastvrij en vriendelijk zijn, maar dat je toch op je hoede moet blijven. ‘Met dit in mijn achterhoofd zijn mijn lichaamstaal, mindset en waakzaamheid 110 procent anders dan wanneer ik reis naar plekken als IJsland. Ik check het nummerbord van de taxi waar ik in stap, ga ’s avonds niet alleen de deur uit, houd mijn tasje op schoot als ik ergens eet en houd mijn omgeving in de gaten om de sfeer aan te blijven voelen. Toch was het juist IJsland waar ik beroofd werd en niet India – wat ook weer laat zien dat je overal pech kunt hebben.’

Solo op reis als vrouw in ‘spannende’ landen: journalist Kaja Bouman

1

Noord-Afrika-correspondent Kaja Bouman woont sinds een halfjaar in Marokko. Daarvoor woonde ze ruim drie jaar in Israël en was ze meermaals op de Westelijke Jordaanoever en in Egypte. Een persoonlijk verslag van haar ervaringen met opdringerige mannen: ‘Israël is de reden dat ik tegenwoordig altijd pepperspray bij me heb.’

Ik verhuisde bijna vier jaar geleden naar Jeruzalem en had daar meer last van opdringerige mannen dan van bommen en granaten. Israël is natuurlijk niet echt een oorlogsgebied, maar een conflictgebied waar met enige regelmaat escalaties plaatsvinden. Toch vragen mensen vaker naar die bommen en granaten – en de kwaliteit van de falafel – dan naar het gedrag van Israëlische mannen.

Ik woonde drie jaar in Israël: de helft van de tijd in Jeruzalem en de andere helft in Jaffa, de Arabische stad onder Tel Aviv. Er is een groot verschil tussen ergens wonen of ergens reizen. Ik verbleef niet in hostels met andere toeristen maar ik had mijn eigen appartement. Ik was niet op een yogaretreat, maar studeerde aan de universiteit en werkte als freelance journalist en producer bij een Israëlische zender.

Als iemand met een volledig leven in een ander land kom je in andere situaties dan als iemand die door een bepaald gebied reist. Toch verandert dat weinig aan het antwoord op de vraag: hoe veilig is Israël voor alleenreizende vrouwen?

Vergeleken met Marokko, Egypte en delen van de Westelijke Jordaanoever is Israël een modern, vooruitstrevend en westers land. De kwaliteit van leven van Israëlische vrouwen is dan ook beter dan die van Marokkaanse en Egyptische vrouwen. In Israël komt huiselijk geweld aanzienlijk minder voor dan in Marokko en Egypte. Maar als jonge Europese vrouw, alleen in Israël, waren de mannen één van de grootste problemen waar ik tegenaan liep. Een groter probleem dan het nu in Marokko is.

Tijdens de introductiedag op mijn universiteit in Jeruzalem werden vrouwelijke, internationale studenten gewaarschuwd voor de Israëlische mannen. En al snel ervoer ik waarom.

Na mijn laatste tentamen in de zomer besloot ik op een woensdag de bus te pakken naar Tel Aviv en de hele dag op het strand door te brengen. Ik lag in mijn bikini op mijn strandlaken, had een grote zonnebril op, mijn oortjes met muziek in en had de vijfhonderd pagina’s van Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez voor mijn neus liggen. Ik dacht dat het duidelijk was dat ik in mijn eigen wereldje wilde zijn. Maar dat was voor de elf Israëlische mannen die mij in die zes uur aan het strand benaderden, niet duidelijk.

Ze wilden mijn telefoonnummer, mijn boek dichtklappen, een mojito gaan drinken of naast me gaan zitten. Een jongen begon zelfs mijn arm te strelen en liet mij pas met rust toen ik hard en duidelijk ‘Don’t f*cking touch me!’ riep. Opvallend genoeg probeerde precies die jongen het een half uur later nog een keer. Dat was mijn eerste en laatste keer alleen op het strand van Tel Aviv.

Een andere keer probeerde een oudere man mij op mijn wang te kussen in de bus. Ik zat bij het raam en hij op de stoel naast me, waardoor ik niet makkelijk kon wegkomen. Een andere keer zat ik in het vierzitsgedeelte van de bus met een man schuin tegenover me die kusjes naar me blies. Toen ik opstond om ergens anders te gaan zitten, greep hij mijn arm vast. Ik heb hem vervolgens in zijn gezicht moeten slaan om los te komen. Niemand in de bus die daarvan opkeek.

Wees duidelijk en blijf niet aardig: dat was mijn grootste fout in het begin

Talloze keren probeerden jongens op mijn kont te slaan als ik langsfietste of mij zomaar op straat benaderden. Vriendinnen van mij zijn aangerand, bij hun borsten en billen gegrepen of stratenlang achtervolgd. Israël is de reden dat ik tegenwoordig altijd pepperspray bij me heb.

Tegelijkertijd is Israël een relatief westers land. Ik droeg er hakken, jurkjes en had rode lippenstift op. Maar waar dat in Marokko extra aandacht naar mij toe zou roepen, was dat in Israël helemaal niet zo – iedereen draagt ten slotte dat soort kleding. Ik ben nooit in groot gevaar geweest in Israël, maar er is wel een raar soort attitude onder mannen, alsof zij denken recht te hebben op de ‘makkelijke, Europese meisjes’. Dat voelt niet altijd veilig en daar moet je mee leren omgaan.

Vrouwen kunnen prima alleen door Israël reizen, maar moeten wel rekening houden met dit ‘cultuurverschil’. Wees duidelijk en blijf niet aardig: dat was mijn grootste fout in het begin. Als je op een aardige manier ‘nee’ zegt, dan betekent dat voor sommige Israëlische mannen dat je stiekem toch interesse hebt.

Afgezien van de politieke situatie zijn er veel dingen waar ik Israël voor bewonder en waar het land trots op mag zijn. Wel moet een groot deel van de mannen helaas nog veel leren.

Scooters en leggings

In Egypte moeten de mannen ook nog veel leren. Toch is de situatie anders. Als Egyptische vrouw krijg je voortdurend te maken met ongewenst gedrag en kun je nauwelijks over straat lopen zonder te worden lastig gevallen. Als toerist word je opvallend genoeg grotendeels met rust gelaten.

Hetzelfde geldt voor Marokko. Groepjes tienerjongens roepen alle Engelse woordjes die ze kunnen bedenken en de scooters toeteren enthousiast. Maar hoewel ik goed zonder die aandacht zou kunnen, is het niet intimiderend of bedreigend.

Over hoe relatief veilig Marokko is voor alleenreizende vrouwen had ik het laatst nog een gesprek met collega-freelancer Kathleen Kelso. Zij woont tegenwoordig ook in Marokko, eerder woonde ze in Jordanië. ‘In Marokko zijn er wijken waar ik bijvoorbeeld in een legging rondloop. In Jordanië deed ik dat nooit.’

Volgens Kathleen weten Jordaanse jonge mannen precies welke plekken de Europese meisjes bezoeken en gaan daarom expres naar die locaties toe. ‘Dit zijn geen arme mannen uit de arbeidersklasse, maar rijke jonge mannen die denken een leuk Europees meisje te gaan scoren.’

De relatie tussen mannen en vrouwen was volgens Kathleen erg anders in Jordanië dan bijvoorbeeld in Amerika, waar zij zelf vandaan komt. ‘Als ik aan mijn gastgezin in Jordanië vertelde dat ik was lastig gevallen, was hun eerste reactie: ‘Maar wat had je aan?’ Alsof het dus inderdaad de schuld van de vrouw is.’

Kathleen: ‘Er waren dagen dat ik geen tien stappen kon zetten voordat ik op straat werd lastig gevallen. Wat dat betreft valt Marokko heel erg mee.’

Zorgen over vrouwen in Turkije: ‘Erdogan versterkt het patriarchale systeem’

1

Terwijl de wereld vandaag stilstaat bij Internationale Vrouwendag, vrezen activisten voor de positie van vrouwen in Turkije. Zij zien een grote invloed van president Erdogan en zijn AKP, die al twee decennia de macht in handen hebben. ‘Het maatschappelijke klimaat wordt steeds meer anti-vrouw.’

Begin dit jaar ontstond er binnen en buiten Turkije ophef over een controversieel ’trouw-je-verkrachter’-wetsvoorstel dat in het Turkse parlement werd behandeld. Via dit voorstel kunnen Turkse mannen hun straf ontlopen nadat ze een minderjarige vrouw seksueel hebben misbruikt. Mannen moeten er dan wel voor zorgen dat ze trouwen met het meisje. Ook moet het leeftijdsverschil tussen beiden minder dan tien jaar zijn.

Sommige landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, zoals Saudi-Arabië en Algerije, kennen al soortgelijke wetgeving. Het doel van dit soort wetten is het beschermen van de familie-eer. In Libanon, Jordanië en Tunesië zijn dit soort wetten de laatste jaren juist afgeschaft, net als Turkije zelf in 2005 nog deed.

In 2016 bewandelde Turkije echter het omgekeerde pad door opnieuw een ’trouw-je-verkrachter-wet’ voor te stellen. Na luide protesten – onder andere van de pro-Koerdische HDP – werd dit wetsvoorstel weer ingetrokken. Ook nu, in 2020, is de stemming over de ‘trouw-je-verkrachter-wet’ uitgesteld.

Dit komt door de oorlog in Syrië en het nieuwe hoofdstuk in de vluchtelingencrisis, vertelt een woordvoerder van Amnesty Turkije. Ze weet niet of en zo ja wanneer het voorstel alsnog aan het parlement wordt voorgelegd. Ook moet Amnesty zich nog beraden over wat in dat geval haar respons zal zijn. ‘Het is wel een ontwikkeling waarover we ons zorgen maken’, benadrukt ze.

Volgens de Koerdisch-Nederlandse activiste Kesire Demirtas* heeft de ‘trouw-je-verkrachter-wet’ alles te maken met de geschiedenis van eercultuur in Turkije. ‘De eercultuur is ontstaan in tribale samenlevingen, waar geen wetten en regels waren. Het draaide om de eer. En als vrouwen zich zouden ‘misdragen’, dan was de eer ‘geschonden’ en betekende dit dat de vrouw moest worden gestraft – en in het uiterste geval gedood.’

De Turkse samenleving is in de twintigste eeuw veel moderner geworden, met wetten en regels die vrouwen zouden moeten beschermen. ‘Maar onder Erdogan is de eercultuur teruggekeerd, omdat die wetten en regels niet worden gehandhaafd’, legt Demirtas uit. ‘En de ‘trouw-je-verkrachter-wet’ die de eercultuur legitimeert wordt nu voor een tweede keer aan het parlement voorgelegd.’

Ook als dit wetsvoorstel opnieuw bakzeil haalt wordt het ‘patriarchaat’ volgens Demirtas versterkt. ‘Hiermee geeft de AKP aan patriarchale mannen een signaal af. Ze voelen zich ondersteund door de regering. Ze voelen zich machtiger dan vrouwen, ze durven meer. Het maatschappelijke klimaat wordt zo meer anti-vrouw.’

‘Patriarchale mannen voelen zich ondersteund door de regering’

Waar Demirtas en andere vrouwenrechtenactivisten zich het meeste zorgen over maken is femicide: de moord op vrouwen door mannen. De Turkse mensenrechtenorganisatie Anit Sayac ontwaart een verontrustende stijgende lijn. Waar in 2008 66 Turkse vrouwen werden vermoord, steeg dit naar 293 in 2014 en in 2019 naar 411 vermoordde vrouwen. Daarmee vormt vorig jaar het voorlopige dieptepunt. Volgens Demirtas is deze stijgende lijn onmiskenbaar het gevolg van het aan de macht komen van Erdogan en zijn AKP.

‘Aanvankelijk was Erdogan subtiel, maar nu versterkt hij openlijk het patriarchale systeem. Vrouwen die geen kinderen krijgen zijn volgens hem niet ‘compleet’. Het is goed dat vrouwen met een hoofddoek nu naar de universiteit kunnen. Dat kon niet toen de links-seculiere CHP nog aan de macht was. Maar wat heb je aan een universitaire graad als je door je man kort wordt mishandeld? Mannen die hun vrouw mishandelen of vermoorden worden niet of nauwelijks gestraft.’

Ook Varduhi Balyan, een Armeense journaliste in Turkije, maakt zich grote zorgen over femicide. Balyan schrijft voor de Armeens-Turkse krant Agos en vrouwenrechten zijn haar specialiteit. Dat er in Turkije zoveel vrouwen worden vermoord komt volgens Balyan door de cultuur.

‘Als er een vrouw vermoord wordt in Turkije, dan richten de mainstream media steevast partij hun pijlen op het slachtoffer. Haar rok was tekort. Ze was niet gehoorzaam. Hierdoor, en omdat hun moordenaars niet gestraft worden of hele lage straffen krijgen, is er een klimaat van straffeloosheid ontstaan.’

Vrouwen in de gevangenis

Ook huiselijk geweld tegen vrouwen wordt door het Erdogan-regime niet actief bestreden. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is 38 procent van de Turkse vrouwen in hun leven slachtoffer van huiselijk geweld door hun partner. In Europa ligt dit cijfer op 25 procent. In 2011 ratificeerde het land de Istanbul Convention, een internationale afspraak die als doel heeft om geweld tegen vrouwen te stoppen. Maar president Recep Tayyip Erdogan heeft gezegd dat de maatregelen niet bindend zijn.

Volgens journaliste Balyan zijn niet alleen conservatieve moslims tegen de Istanbul Convention, maar ook veel seculiere Turken en leden van minderheidsgroepen. ‘Dat vrouwenrechten niet worden gerespecteerd komt niet door de islam, maar heeft te maken met de patriarchale cultuur. Het probleem is veel breder.’

Geweld tegen vrouwen beperkt zich niet tot moord en fysiek geweld, legt de journaliste uit. ‘Dat vrouwen in hun ontwikkeling worden beperkt, door hun sociale omgeving kort worden gehouden, is ook een vorm van geweld.’

‘De Turkse staat heeft niets met vrouwenrechten’

Net als Demirtas vindt de Turks-Nederlandse vrouwenactiviste Selma Ablak dat de staat van de vrouwenrechten in Turkije verslechterd is onder Erdogan. Ablak zet zich als voorzitter van Platform ZijN in voor de rechten van met name migrantenvrouwen. En dat terwijl het begin van Erdogans regeerperiode, die in 2002 inging, nog zo veelbelovend leek voor de positie van de Turkse vrouw.

‘Denk aan betaald verlof, goedkopere kinderopvang en een uitkering van vrouwen met zorgtaken. Ook werden er verschillende projecten gestart om vrouwen meer te beschermen. Maar nu is daar weinig meer van over. Ook is er een enorme toename in schendingen van vrouwenrechten. Eerwraak, kindhuwelijken, minderjarige meisjes van soms dertien die zwanger raken.’

Ablak vertelt dat er daarnaast zo’n 18.000 vrouwen vastzitten in Turkse gevangenissen. Dit komt doordat ze volgens de staat aanhangers zijn van de Turkse geestelijke Fethullah Gülen, die door Erdogan wordt beschouwd als brein achter de mislukte coup van 2016. Sommigen van die duizenden vrouwen zijn zelfs hoogzwanger, zegt Ablak.

‘Hoogzwangere vrouwen mogen volgens de Turkse wet niet in de gevangenis opgesloten zitten, maar ze zitten er wel. Dan worden vrouwen als ze moeten bevallen naar het ziekenhuis begeleid, om vervolgens na de bevalling met het kind weer terug te keren naar de cel.’

Volgens Ablak, die zelf ook sympathiseert met de Hizmetbeweging van Gülen, wordt het lot van deze vrouwen door vrouwenrechtenorganisaties genegeerd. ‘Ik begrijp dat echt niet. Je hoeft het niet met de Hizmetbeweging eens te zijn om te vinden dat de mensenrechten van deze vrouwen vreselijk worden geschonden.’

De in Istanbul woonachtige Koerdische activiste Evin Jiyan Kisanak, die zich inzet voor het lot van vrouwelijke politieke gevangenen in Turkije, sluit zich aan bij de woorden van Ablak. ‘Natuurlijk gaan ook die vrouwen mij aan het hart.’ Kisanaks eigen moeder, HDP-politica Gültan Kisanak, zit nu meer dan drie jaar in de gevangenis. Ze was van 2014 tot haar arrestatie in oktober 2016 burgemeester van Diyarbakir, een grote Koerdische stad in het zuidoosten van Turkije.

Gültan Kisanak en veel andere vrouwelijke HDP-leden zijn door de Turkse staat opgepakt. Dit komt omdat ze banden zouden hebben met de Koerdische PKK, die in Turkije en in de EU op de terreurlijst staat. Volgens Evin Jiyan Kisanak is haar moeder gearresteerd omdat ze Koerdisch is, maar ook omdat ze zich altijd inzette voor vrouwenrechten.

‘De Turkse staat heeft daar niets mee. Organisaties die door Koerdische vrouwen zijn opgezet om het lot van vrouwen in het oosten van Turkije te verbeteren zijn op last van de overheid gesloten.’

Hoewel Evin Jiyan Kisanak trots is op het feit dat ze de dochter is van een prominente HDP-politica, loopt ze hier in haar woonplaats Istanbul niet mee te koop. ‘Het was voor mij heel moeilijk om een kamer te huren. Zodra mensen wisten wie mijn moeder was sloegen ze – figuurlijk dan – de deur voor mijn neus dicht. Ook kon ik geen bijbaantje vinden vanwege mijn achternaam. Op dit moment houd ik gewoon een beetje voor mij wie ik ben. Dat is veel makkelijker.’

*Gefingeerde naam. Echte naam bij de redactie bekend.