Home Blog Pagina 440

Palestijnse kinderen in shock na dood klasgenoten

0

De elfjarige Mayar Ezzeldeen en haar achtjarige broertje Ali kwamen in de nacht van maandag op dinsdag om bij een Israëlische luchtaanval. Hun klasgenoten zijn in diepe rouw.

Hun vader was Tareq Ibrahim Ezzeldeen, een militaire commandant van de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ). Het gezin lag te slapen toen een Israëlische straaljager de hele verdieping van hun woongebouw in de wijk Al-Remal in het centrum van Gazastad onder vuur nam. Er vielen vijftien doden, waaronder drie PJI-leden, vier vrouwen en vier kinderen.

Mayar Ezzeldeen zou dinsdag op schoolreisje gaan. Haar klasgenoten zijn in shock en in diepe rouw, nu de ‘prinses van de klas’ vermoord is.

De vijfendertigjarige weduwe Aya Abu Taqia, moeder van een klasgenote van Mayar, vertelt aan Middle East Eye dat haar dochter en Mayar maandag snoep hadden gekocht voor het schoolreisje en een picknickkleed wilden meenemen. ‘Ik had ze nog niet eerder zo opgewonden gezien.’ Haar dochter verloor haar vader Osama Abu Taqia twee jaar geleden, tijdens een andere Israëlische luchtaanval op Gaza. Aya Abu Taqia durfde haar dochter aanvankelijk niet te vertellen dat Mayar was omgekomen, dat zou te traumatisch voor haar zijn.

Een andere moeder, Yusra al-Aklouk, verzweeg in eerste instantie de dood van Mayars broer Ali voor haar zoon Jamal, de beste vriend van Ali. ‘Ik had geen idee hoe ik het hem moest vertellen. Zijn kleine hartje kan dit allemaal niet aan.’ Jamal verloor zijn vader, grootvader en oom bij de Israëlische bombardementen op Gaza in 2021. Ali werd daarna een goede vriend van Jamal, en hielp hem om dit verlies te verwerken. Uiteindelijk besloot Al-Aklouk Jamal het slechte nieuws te vertellen. ‘Hij huilde’, zegt ze tegen Middle East Eye. ‘Maar toen herinnerde hij mij aan alle dingen die ik altijd zei over het later ontmoeten van de mensen waarvan we houden in de hemel.’

Verkiezingsopkomst onder Turkse Nederlanders niet eerder zo hoog

0

Europese Turken hebben bij de Turkse verkiezingen dit jaar een record gebroken qua politieke participatie. De opkomstcijfers zijn gemiddeld ruim 5% hoger dan in 2018. Zo meldt de nieuwssite Al-Monitor, op basis van gegevens van de Hoge Kiesraad in Turkije.

In 2018 was het gemiddelde opkomstpercentage onder stemgerechtigde Turken in het buitenland 44,6% . Dit jaar stemden meer dan 51% van de stemgerechtigden.

Bijna 3,5 miljoen Turken mochten stemmen in het buitenland, daarvan is uiteindelijk iets meer dan de helft daadwerkelijk gaan stemmen.

In Nederland was de opkomst ook hoger dan vijf jaar geleden. Van de 286.000 stemgerechtigde Turkse Nederlanders hebben er 146.000 gestemd. Dat aantal was in 2018 nog 118.000. Gecorrigeerd naar het grotere aandeel stemgerechtigden, ligt de opkomst nog steeds 4,17 procent hoger.

Stemmen bij de Turkse douanes kan nog tot 14 mei.

Turkije blokkeert zesentwintig websites die over veroordeling journalist schrijven

0

Een Turkse rechtbank heeft de toegang tot zesentwintig nieuwswebsites, blogs en sociale media accounts geblokkeerd, omdat ze berichten schreven over de veroordeling van de Deutsche Welle journalist Bülent Mumay. Zo meldt Reporters Without Borders Turkije (RSFT).

Mumay zelf is veroordeeld voor het ‘verspreiden van persoonlijke data’ van het bouwbedrijf Met-Gun Insaat. Naar verluidt deelde Mumay in 2020 op zijn Twitter-account informatie over de banden van het bouwbedrijf met de gemeente Istanbul en het in gebreke blijven bij een contract voor de aanleg van een metro. Het bedrijf wilde dat geheim houden, in strijd met een gerechtelijk bevel.

DW gaat in beroep tegen het vonnis. Onder de websites die platliggen, zitten Deutsche Welle Turkish, Diken, Kısa Dalga, T24 en Bianet.

De Turkse autoriteiten treden de afgelopen jaren hard op tegen websites en sociale media berichten die kritisch zijn over president Recep Tayyip Erdogan en zijn regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP).

Volgens Reporters Without Borders (RSF) is 90 procent van de nationale media in handen van de Turkse regering. Turkije is dan ook dieper weggezakt op de persvrijheidsindex RSF, op de 165e plek (van de 180 landen).

Diep, diep de subculturen in… # Fest-i Ala, Nieuwegein

Feitenvrij geschreeuw bepaalt maar al te vaak de toon van het politieke debat, de tv-uitzending, de dag, en ja misschien ook wel de tijdgeest. Maar wie zijn we, waar staan we, en hoe breekbaar, broos of bestendig en betrouwbaar is het Nederland van nu echt? Gijs de Swarte duikt diep de subculturen in, op zoek naar antwoorden op die zo actuele en cruciale vragen. In aflevering vier bezoekt hij een Turks cultureel evenement in Nieuwegein…

‘Meer dan honderd exposanten. ‘Van food tot fashion.’ ‘Alles onder een dak.’ ‘Familie event voor jong en oud, waar ook de kinderen zich uitstekend kunnen vermaken.’ De vrouw die de perscontacten onderhoudt heeft het pr-idioom strak voor elkaar. En teveel gezegd is het niet. Ik ben in Nieuwegein-Noord op Fest-i Ala; een ‘Culture Expo’ met een Turkse onder- of beter gezegd, boventoon. Het is vol, veel, vrolijk; ongeveer alle winkels die je in een gewone Turkse winkelstraat mag verwachten zijn aanwezig. Worsten, kaas, noten, olijven, kruiden, dadels, heel veel dadels, kostuums, jurken, sportschoenen, sieraden, tandheelkundige en boekhoudkundige diensten, laminaat… De vraag die je kunt stellen, hoe Nederlands is hier een Turks cultureel evenement? Ofwel, hoe Turks is een expo op een industrieterrein, ongeveer precies in het midden van Nederland?

‘Driekwart van de bezoekers hier is Turk, zegt Ayşe, samen met haar man, uitbaatster van een stal vol noten en gedroogd fruit’. Verder zag ze vandaag ‘wat Marokkanen, Antillianen en een enkele Nederlander’. Wat de vraag, of dat niet allemaal ook Nederlanders zijn, oplevert, en haar antwoord, ‘Ja joh tuurlijk’. En dan, na een klant op de dadels te hebben gewezen, ‘Maar wat maak het uit joh? Aan de mensen die hier komen kopen gaat ik echt niet vragen waar hun wiegje heeft gestaan.’ Waarop we doorstoten naar het succes van, zoals zij het uitspreekt, ‘Fai-je-noord’. Ze is er ‘helemaal gek van. Kijk alles. In Rotterdam geboren hè.’ Waarop haar man een ‘pfff-geluid maakt, wat zij weer verklaart met een liftende duim-beweging zijn kant op, en, ‘Hij is van Fenerbahce.’

Je moet niet overal wat in willen lezen. Maar toch…

Het is een grote hal. Er hangt rook onder het plafond, vanuit al de stalletjes waar wordt gebakken, gegrild en gebraden. De volwassenen winkelen of eten, de kinderen vermaken zich inderdaad uitstekend in een soort dorp van opblaas-attracties. De politie, als hoofdsponsor, is ruim vertegenwoordigd. Hoofdagente Özlem is op een menshoge poster te zien, en vraagt vandaar of je ook bij de politie komt. Een agente, die verdacht veel op haar lijkt, krijgt een wrap gratis aangeboden, die ze, ‘dat hoeft ook weer niet’, toch betaalt. En als ik haar even later zie zitten, maakt ze het ‘lekker hoor’ gebaar naar me, met de naast de wang zwaaiende hand. Mijn nogal Hollandse hoofd, inderdaad een van de weinige hier, lijkt niemand op te vallen. Je kan zeggen dat dat onder het, ‘wat maak het uit joh?’ van de Turks-Rotterdamse Ayşe valt.

‘Kijk, je hebt in Nederland verschillende lagen en die praten niet genoeg met elkaar’

De stal met worsten is wat aan de zijkant gelegen maar toch niet te missen. Omdat er er een lange rij voor staat en er een veelheid worsten als sieraden is opgehangen. Dochter, twintig jaar oud, legt de nadruk op ‘zelfgemaakt’. De worsten van groothandel Ozmes zijn ‘zelfgemaakt’. En het gaat uitstekend met de zaken. Gestaag stijgende lijn. Markt is open voor authentiek Turkse producten. Kwaliteit speelt een doorslaggevende rol. Bij haar ouders werken vindt ze geweldig, en als ze afgestudeerd is in boekhouden voor het MKB – gaat ze zeker verder met de zaak. ‘Neem een worst mee, dan weet je waarover we praten.’

Verder de hal in…

‘Is niet wat je wil horen he?’ zegt de scherp gecoiffeerde, in het pak gestoken jonge dertiger, werkzaam in de tech. Op de vraag of hij zich meer Nederlander of Turk voelt reageerde hij met, ‘Dat interesseert me niet’. Maar daar hij bij mij enige teleurstelling vermoedt wil hij er later toch nog wel wat over zeggen. Anoniem. ‘Kijk, je hebt in Nederland verschillende lagen en die praten niet genoeg met elkaar. Dat is een probleem. Ik zat, zeg maar, in de onderste laag, en dan heb je Nederlanders dit en Turken dat en bla bla bla. Daar kom je niet uit als je niet met elkaar praat. En ja, de meeste rijke mensen zullen uit Laren komen en niet uit waar ik geboren ben. Maar als je daarmee bezig blijft dan sta je buiten de deur. Dat schiet niet op. Voor mij gaat het om wat me verder brengt. Zaken zijn zaken.’

Muzo bracht met humor het leven van gastarbeiders in beeld

Muzaffer Söylemez, ‘Muzo’, die in 2019 overleed, stond in Den Haag bekend als grappenmaker. Ondanks alles bleef hij positief. In de jaren negentig schreef hij een verhalenbundel. Die verschijnt donderdag in Nederlandse vertaling als De schatten van Reso. Zijn dochter Elif vertelt over de nalatenschap van Muzo.

‘Mensen zijn vergeten te lachen’, zei Muzaffer Söylemez altijd vanachter zijn laskap. Het verhaal van de Hagenees was niet anders dan dat van de vele andere gastarbeiders, die hard werkten om hun gezin te onderhouden, plus de familieleden die ze in het land van herkomst hadden achtergelaten. Söylemez had echter ook een literaire kant. Voor zijn verhalenbundel won hij zelfs een prijs, van de Turkse krant Milliyet.

Maar net voor zijn literaire doorbraak in Nederland overleed Söylemez begin 2019, heel onverwachts. De Kanttekening spreekt zijn dochter Elif Söylemez, die met De schatten van Reso nu een Nederlandse vertaling op de markt brengt. Ze heeft zelf ook één van de verhalen vertaald.

‘Papa grapte altijd dat de prijs misschien 50 gulden waard was, maar dat hij 1000 gulden kosten had gemaakt om de prijs op te halen in Duitsland’, schrijft ze in de inleiding van het boek. ‘Want een fabrieksarbeider en zijn gezin hadden wel een nieuwe outfit nodig. Zo heeft de Nederlandse economie toch weer baat bij een Turkse prijs’, zei haar vader.

De eerste generatie gastarbeiders waren echte verhalenvertellers. Jouw vader heeft die verhalen ook nog eens allemaal opgetekend. Waren ze nieuw voor jou, of kun je je ze nog herinneren?

‘Toen ik deze verhalen las, herkende ik er flarden van. De grapjes die hij in de familie maakte. Zo deed hij met vrienden mee aan een Turkse bioscoopauditie in Duitsland, met als doel om filmster te worden. Duizend Duitse mark hadden ze geïnvesteerd, maar ze hebben nooit meer iets van het bedrijf gehoord en zijn dus opgelicht. Pas toen ik wat ouder was ging ik het toetsen bij mijn moeder. Klopt dit wel? Het zijn gebeurtenissen die over het algemeen wel allemaal echt zijn gebeurd. Of met een beetje fantasie hadden kunnen gebeuren, zoals een verhaal over prins Claus die hij aan het lachen wilde brengen. Maar hij heeft ook veel dingen geromantiseerd.’

Heeft dit boek hiaten in je geheugen opgevuld?

‘Jazeker, ik heb het boek inmiddels al meer dan tien keer gelezen, omdat ik de eindredactie heb gedaan. En iedere keer kom ik wel weer iets nieuws tegen. Ik vond het bijvoorbeeld bijzonder dat mijn opa van moederskant, ‘mijn zoon’ zei tegen mijn vader. ‘Mam’, vroeg ik, ‘zag opa papa als zoon en niet als schoonzoon?’ ‘Ja’, antwoordde mijn moeder, ze hadden een hechte band.’ Dat vind ik erg mooi. De gemeenschap van het eerste uur steunde elkaar hier echt.’

En dat mis je nu?

‘Ik denk dat we een voorbeeld kunnen nemen aan de warmte, steun en liefde van toen. De samenleving is steeds individualistischer aan het worden.’

Je vader was ook een feminist, toch?

‘Hij geloofde in gelijkwaardigheid. Bij zijn verhaal over vrouwenrechten denk ik: ‘Ja!’ Pap is de grootste factor in mijn leven geweest. Hij heeft mij gestimuleerd als persoon en vrouw onafhankelijk te zijn, mezelf te ontplooien en tegelijk sociaal en kritisch te zijn in het pad dat ik volg.’

Het boek is een schat aan informatie over de belevenissen van de eerste generatie gastarbeiders. Weinigen hebben zoiets nagelaten.

‘Nee, hij was wel de eerste in de hele Haagse gemeenschap toen. Mensen gingen naar de fabriek om te werken en ontwikkelden zich niet verder. Ze wisten ook niet waar te beginnen, ze hadden al een gezin. Kijk, wij zijn nu de derde generatie en proberen op het gebied van kunst en cultuur wel onze stem te laten horen. Maar de eerste generatie was hier nieuw. Er was veel onbekend voor hen. Dus toen hij verhalen ging schrijven, was dat echt episch en groot. Want het boek ging over die eerste generatie en dat had niemand nog gedaan. Het was zo bijzonder dat sommigen zelfs zeiden: ‘Je hebt ook over mij geschreven, ik wil geld zien.’’

‘Mijn vader wilde dolgraag prins Claus ontmoeten’

Was die generatie echt zo ongeletterd?

‘Er werd wel gelezen. Aan de Hoefkade kan ik mij nog een Turkse boekenzaak herinneren, die nu niet meer bestaat. Het was wel een bepaald slag mensen die las, meer linkse types, vluchtelingen uit Turkije. Hoewel mijn vader ook uit een dorp kwam, had hij ook iets activistisch. Kennelijk stroomt dat in de Koerdische aderen van mensen uit Dersim. Bij familiebijeenkomsten probeerde hij ook iedereen aan het lezen te krijgen. Hij had echt een hekel aan roken, gokken en alcohol drinken in die Turkse café’s. ‘Verspil er je energie niet aan, ga je zelf ontwikkelen: ga naar de film, het theater, pak een boek, maak muziek.’ Dat zei hij steeds.’

Het valt op dat hij vrij lichtzinnig omging met bijvoorbeeld intimidatie op de werkvloer van zijn collega bij de lasfabriek. Hij maakte er grapjes over.

‘Ik heb zelf grote moeite met dat verhaal, want ik weet dat er ook een staartje aan zit. Mijn vader was van de oude stempel. Hij vertelde er thuis niet over. In het bedrijf waar hij heeft gewerkt, ging het er best heftig aan toe. Pas jaren later hoorde ik dat er ernstige pesterijen, strijd en discriminatie waren. Het was er onveilig. Hoe heeft hij zich daar staande kunnen houden? Pas nadat het voorbij was, vertelde hij ons dat mensen ook met een mes waren bedreigd. Toch bleef hij sterk. Ik vroeg hem: ‘Waarom heb je geen andere baan genomen?’ ‘Waar moet ik heen?’, antwoordde hij, ‘Ik heb een gezin.’ Hij heeft over die periode ook een roman geschreven, maar die durf ik niet te lezen.’

Een van zijn verhalen gaat over de ontvoering van een vrouw.

‘Het gaat over een Turks-Koerdische jongen en een meisje van zeventien. Hij beschrijft het alsof het allemaal een groot misverstand was. De families denken dat het meisje is geschaakt en dat haar eer moet worden gered.’ Lachend:‘Er werd door iedereen gedaan alsof het een big deal is. Maar dat hoefde het niet te zijn. Het waren gewoon een jongen en een meisje die met elkaar op pad waren, en omdat de maatschappij wil vasthouden aan patriarchale verhoudingen, werd het groter gemaakt. Mijn vader probeert dat in zijn verhaaltje met humor te belichten. Maar dat verhaal komt dus niet echt overeen met de werkelijkheid, omdat die patriarchale verhoudingen er nog steeds zijn. Toen was het wel veel zwaarder allemaal, koppels zijn nu wat vrijer in Turkse en Koerdische kringen.’

Elif Söylemez (beeld: Elif Söylemez)

Je vader heeft ook prins Claus ontmoet. Hoe ging dat?

‘Die wilde hij heel graag ontmoeten. Hij heeft over hem geschreven. Hij wilde hem aan het lachen krijgen en naar zijn dorp in Turkije brengen. De boodschap is dat je alle rijkdom en macht op aarde kan hebben, maar wat is het allemaal waard als je niet lacht? Dat is wat mijn vader vaak zei: ‘Mensen in Nederland hebben bijna alles en toch zijn ze ongelukkig.’ Mijn vader kwam uit een dorp met niks. Hij heeft hier alles opgebouwd. Geluk zit volgens hem in de kleine dingen, in de natuur en in de cultuur van naar elkaar omkijken binnen families. We moeten blij zijn met wat we hebben, dat vergeten mensen wel eens.’

Je vader lijkt wel een socioloog.

‘Ja, socioloog, filosoof, echt hij wist van alles.’

Waarom beweerde hij dat Europeanen niet lachen?

‘Omdat volgens hem Europeanen meer, meer, meer willen. Is het hebzucht? Als je steeds meer wilt, ben je natuurlijk niet blij. Hij zei ook altijd ‘Rahat kiclarina batiyor’.’ Dat betekent, vrij vertaald: ze kennen alleen maar welvaart en weten dus niet beter. Elif vervolgt: ‘Ze hebben geen vergelijkingsmateriaal, bijvoorbeeld met een armoedig dorp, zoals dat waar mijn vader vandaan kwam. Maar deze lessen kreeg ik dus ook steeds te horen. Ik wilde op school steeds negens en tienen halen. En als ik een zes haalde, werd ik verdrietig. Dan zei hij: ‘Je moet normaal doen. Je moet blij zijn met wat je hebt. Wel hard werken, maar een zes is niet het einde van de wereld.’

Had je vader witte vrienden?

‘Hij was een allemansvriend, maar een autochtone Hollander had hij niet als maatje. Hij noemde iemand niet zo gauw een vriend. De dag dat hij overleed stond het huis hier vol, ook met witte Nederlanders. En iedereen huilde. Ook de mensen die hij een paar jaar niet had gesproken. Mijn vader was verbindend. Hij sprak zich met humor tegen onrecht uit. Mijn moeder was daar ook een grote factor in. Zij is heel harmonieus, ze zorgde voor een zekere balans in het leven. Bijvoorbeeld: discriminatie is niet eerlijk. Ik kon daar heel boos om worden, maar mijn vader probeerde altijd rustig blijven en op een andere manier het gesprek aan te gaan.’

‘Mijn vader dacht dat zijn chef hem een auto zou geven als hij duizend en één kasten laste’

Wat wil je bereiken met dit boek?

‘Ik hoop dat veel mensen, uit alle lagen van de maatschappij, het gaan lezen. Ten eerste om te kunnen lachen. Ik hoop dat mensen waarderen wat ze hebben. Op de website van het boek vertel ik dat het verhalen zijn ‘met een lach en een traan’. Maar net als mijn vader wil ik ook dat mensen meer van elkaar weten. Ik wil dat Ayse uit de Schilderswijk en Roderick uit ‘t Gooi dit boek lezen. Puur om de menselijkheid in die verhalen te zien. Het is niet zwart of wit. Verplaats je eens in de andere cultuur en kijk hoe die gemeenschap is, zonder er meteen een oordeel over te vellen. Lees om je horizon te verbreden.’

Het is een stukje Haagse geschiedenis.

‘Inderdaad. Lees het om te zien hoe het leven van migranten in dit land was en om daar ook de humor van in te zien. Neem het verhaal over die man in de snackbar, die denkt dat een Turkse man vier vrouwen heeft. Mijn vader ging mee in al die stereotypen. Terwijl het onderhouden van één vrouw en één gezin al heel moeilijk is. Zulke dingen deed hij vaker. Hij vergrootte het vooroordeel uit, en soms ook zijn eigen naïviteit. Dan had hij ook zelfspot.

Kijk naar zijn verhaal over de duizend en één kasten. Daarin denkt mijn vader dat zijn chef hem een auto zal geven als hij duizend en één kasten last. ‘Weet je zeker dat je niet wordt bedrogen?’, vraagt mijn moeder. ‘Nee, nee, het is mijn chef’, zegt hij dan heel gezagsgetrouw en loyaal. En tegen de hele gemeenschap herhaalt hij: ‘Ik krijg een auto.’ Zijn vertrouwen in de Nederlandse maatschappij blijkt echter te mooi om waar te zijn. Vervolgens gaat hij zijn bestaande auto verbouwen, omdat hij geen gezichtsverlies wil lijden. In die gammele auto heb ik dus ook echt gezeten en daarin zijn we helemaal naar Oost-Turkije gereden. Mijn opa ging daar dan ook echt mee pronken in het dorp: het bewijs dat zijn zoon uit Europa echt rijk was.’ 

Verdachte van schietpartij in Texas sympathiseerde met extreemrechts

0

Mauricio Garcia, de drieëndertigjarige man die afgelopen zaterdag acht mensen doodschoot in een winkelcentrum in Texas, was aanhanger van de nazi-ideologie. Garcia werd doodgeschoten door een politieagent.

Garcia ging naar Allen, een voorstad van Dallas, en begon daar opeens op mensen te schieten: winkelpersoneel, winkelend publiek, families met kleine kinderen. Een politieagent, die toevallig in de buurt was, besloot Garcia uit te schakelen en schoot hem dood. Anders waren er nog meer slachtoffers gevallen.

Uit onderzoek blijkt dat Garcia op social media positief berichtte over de nazi-ideologie, en afbeeldingen deelde van zijn vele vuurwapens, aldus CNN. Ook deelde hij een foto van het winkelcentrum waar hij zijn massamoord zou plegen, enkele weken voor de aanslag.

Garcia had geestelijke gezondheidsproblemen. Een dag voor de aanslag schreef hij een verontrustend bericht: ‘Zelf als ik naar de psycholoog ga, zullen ze niet in staat zijn om te fixen wat er mis met mij is. Daarnaast is deze sh*t duur.’

Garcia identificeerde zich als een incel, een heteroseksuele man die zijn gebrek aan succes in de liefde wijt aan vrouwen in het algemeen, en feminisme in het bijzonder. Ten slotte was Garcia boos dat zijn familieleden hem niet bijzonder serieus namen, en grapjes maakten over zijn vermeende gebrek aan mannelijkheid.

Joods en islamitisch raadslid slaan handen ineen tegen polarisatie

0

De Amsterdamse raadsleden Itay Garmy (Volt) en Sheher Khan (Denk) zijn een actie tegen polarisatie gestart. Ondanks hun religieuze verschillen – Garmy is Joods, Khan is islamitisch – zien ze mogelijkheden voor dialoog.

Vorig jaar sprak Garmy zich uit tegen het toenemende antisemitisme in de stad. Hij kreeg steun van Denk-raadslid Khan, een verklaarde Palestina-activist. Garmy ontdekte dat hij en Khan misschien meer met elkaar gemeen hebben dan je op het eerste gezicht zou denken.

‘Sheher en ik zijn op het eerste oog zeer verschillend’, schrijft Garmy op LinkedIn. ‘Volt Amsterdam en DENK, Jood en moslim, Israëlisch en pro-Palestina. Maar nadat wij met elkaar in gesprek raakten, zagen wij juist meer de overeenkomsten: wij zijn allebei jonge Amsterdammers, nieuwsgierig naar de ander en geloven in de kracht van een multiculturele samenleving.’

In een interview met het Parool maken beide raadsleden duidelijk dat dialoog belangrijk is. ‘We leven zo erg in onze eigen bubbels’, zegt Khan. ‘Het Sociaal Cultureel Planbureau concludeerde onlangs: polarisatie bedreigt op den duur de democratie. Het mogelijk maken van dialoog en ontmoetingen tussen groepen met verschillende levensovertuigingen moet daarom geen bijzaak zijn, maar een hoofdprioriteit.’

Garmy is het daarmee eens, en breekt een lans voor onderlinge solidariteit: ‘Als er een varkenskop bij een moskee wordt neergelegd, moet die Joodse gemeenschap zich uitspreken. Als een Joodse school een dreigbrief krijgt, moet de islamitische gemeenschap zich uitspreken.’ Ook ziet Garmy veel heil in het project ‘Leer je buren kennen’. ‘Jongeren uit de stad gaan naar de synagoge om in gesprek te gaan met Joodse jongeren over identiteit, vooroordelen en discriminatie. Helaas weigeren steeds meer jongens de synagoge in te gaan met een keppel op. Na de dialoog zie je een omslag in hoe mensen zich naar elkaar opstellen. Zulke initiatieven verdienen écht veel meer aandacht.’

GroenLinks Utrecht: lintjesregen moet diverser

0

GroenLinks Utrecht wil dat meer vrouwen en personen van kleur een koninklijke onderscheiding krijgen. GroenLinks-raadslid Melody Deldjou Fard heeft hierover schriftelijke vragen gesteld.

Elk jaar vindt in april de zogenoemde lintjesregen plaats en krijgen burgers met bijzondere verdiensten voor de maatschappij een koninklijke onderscheiding. Dit jaar kregen 31 Utrechters zo’n onderscheiding. Het viel Deldjou Fard op dat er onder hen maar weinig mensen waren met een diverse culturele achtergrond, en ook dat vrouwen waren ondervertegenwoordigd.

GroenLinks wil dat de lintjesregen meer divers wordt, en vraagt het Utrechtse college van burgemeester en wethouders om inzicht te geven in hoeveel procent van de lintjes dit jaar naar Utrechters van kleur en vrouwen is gegaan. Ook moet de gemeente meer voorlichting geven aan diverse verenigingen, dat ze mensen kunnen opgeven die in aanmerking komen voor een koninklijke onderscheiding.

Dit jaar kreeg de 35-jarige zwarte activist Mitchell Esajas, directeur van The Black Archives in Amsterdam, een lintje van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema. Dit schoot enkele mensen die een lintje hadden gekregen in het verkeerde keelgat, omdat ze van mening waren dat Esajas geen lintje verdiende. Ze besloten daarom hun lintje terug te sturen uit protest. Esajas kreeg ook honderden racistische berichten van mensen die het oneens waren met zijn koninklijke onderscheiding.

Staande ovatie voor vrijwilligers bij herdenking aardbeving Turkije en Syrië

Precies drie maanden na de verwoestende aardbeving in Turkije en Syrië herdenkt de gemeente Amsterdam in de Zuiderkerk de meer dan vijftigduizend dodelijke slachtoffers. De Kanttekening is aanwezig, samen met cultureel programmamaker Fatma Bulaz en columnist Hizir Cengiz.

Wat brengt de Hagenezen naar Amsterdam? ‘Ik vind het mooi dat deze herdenking in Amsterdam wordt georganiseerd’, zegt Cengiz in de tram op weg naar de herdenking. ‘Ik mis dit wel een beetje in Den Haag. Er waren een paar benefietconcertjes bij ons direct na de aardbeving, maar het is belangrijk dat de aandacht blijft.’

Bulaz maakt zich vooral zorgen of de herdenking een niet al ‘te Turkse en linkse signatuur’ heeft. ‘Dat zag je ook na de aardbeving. De meeste aandacht ging naar Turkije. Syrië bleef bijna helemaal uit beeld En je ziet bij zulke bijeenkomsten steeds dezelfde gezichten opduiken, vooral Turkse boomers.

Bij aankomst mag niemand nog naar binnen. Mustafa Ayranci, een van de initiatiefnemer van de Turks-Koerdische arbeidersvereniging (HTIB) verwelkomt iedereen voor de deur en is bezig met de laatste puntjes op de i.

Binnen zijn er koekjes, koffie en smaakwater. Families zijn in groepjes gekomen en houden stoeltjes bezet voor ‘Turken die altijd te laat komen’, is hier en daar te horen.

De Armeens-Nederlandse Harout Simonian van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) is wel op tijd. ‘Het is mooi dat dit plaatsvindt in Amsterdam, maar wel jammer dat er geen Armeense spreker is. Er is nog te weinig bewustzijn over de diversiteit van de gemeenschappen uit Turkije. We komen allemaal uit dezelfde regio en deze ramp heeft ons allemaal geraakt.’

Ondertussen legt de Nederlandse politie een krans, vooraan bij de spreekstoel. De schrijfster Meltem Halaceli en de in Amsterdam bekende patatbakker Abi zijn onder de aanwezigen. Naast onder meer stadsdeelvoorzitter Emre Ünver (Amsterdam Nieuw-West) en voormalig Kamerlid Yasemin Cegerek (PvdA).

‘Er zijn niet veel Syriërs’, constateert een Koerdische aanwezige die liever anoniem blijft. ‘Turkije blijft niet alleen in de regio dominant, maar ook hier.’

Dan begint de plechtigheid, onder leiding van Gülden Ilmaz, oud-nieuwslezeres van de stadszender AT5. ‘Drie maanden na de catastrofe, worden er nog steeds lichamen onder het puin vandaan gehaald. Het blijft belangrijk om de nabestaanden te steunen’, zegt ze in de betoverende akoestiek van het kerkgebouw en vraagt iedereen om een minuut stil te staan.

Daarna krijgt burgemeester Femke Halsema het woord, ‘een van de vele betrokken Amsterdammers’, aldus Ilmaz. Halsema begint haar toespraak met een citaat van de Turkse schrijver Orhan Pamuk. ‘Het voelt ongemakkelijk om hier comfortabel te zitten praten over de aardbeving.’ Dat voelt zij nu ook. Maar ondanks die ‘worsteling’, wil ze toch gevoelens van ‘onrust’ en ‘machteloosheid’ adresseren.

‘Ook bij omstandigheden van weerzinwekkende ellende is het de aard van de mens om de draad weer op te pakken en hoop te putten’, aldus Halsema. Ze noemt het voorbeeld van het meisje van 17 dat na 248 uur uit het puin werd gered. ‘Het is niet te bevatten hoe zij al die tijd de wanhoop de baas wist te blijven.’ Volgens de burgemeester mag de aandacht voor de duizenden die om hulp verlegen zitten ‘nu en ook jaren later niet verslappen’.

Nadat Halsema is uitgesproken, spelen Selim Dogru en Detmar Leertouwer op de piano en cello onheilspellend klinkende muziek. Het nummer is gemaakt na de aardbeving van 1999, volgens Dogru om ‘de pijn tot uitdrukking te brengen’.

Vervolgens neemt Hakki Keskin namens de Amsterdamse initiatiefgroep het woord. Hij betuigt ‘dankbaarheid’ voor de Nederlandse hulp en wil daarnaast dat de ‘sancties tegen Syrië opgeschort worden’, omdat hulpverleners volgens hem door die sancties dat land niet in kunnen.

Na Keskin is er weer muziek. Nu van vader en dochter Abdelqader en Jawa Manla, allebei uit Syrië. ‘Hoewel het moeilijk is om op het podium te staan na zo’n grote catastrofe, kan muziek uiting geven aan gevoelens die we niet onder woorden kunnen brengen’, zegt Jawa Manla vooraf. Ze spelen samen het nummer over ‘verlangen naar liefde en het verdriet van gedag zeggen tegen iemand die is heengegaan’.

De bijeenkomst bereikt een hoogtepunt na de bescheiden en onwennige presentatie van Hennie van Selst van de Stichting Signi, die een week lang met zoekhonden en warmtecamera’s een belangrijke bijdrage heeft geleverd bij de reddingsoperaties in Turkije. ‘Als je je dierbare niet kunt vinden, blijf je zoeken’, vertelt Van Selst. ‘Het was zwaar om te werken onder menselijke geuren [van de dood] en warme en koude omstandigheden. Het was een race tegen de klok en na een week waren we helemaal kapot.’

De woorden en beelden van de witte vrijwilligers maakten diepe indruk op de overwegend Turkse zaal. Ze kregen dan ook minutenlang, onder vele weggepinkte traantjes, een staande ovatie.

‘Ik heb niet eens tien procent van mijn gevoelens kunnen uiten’, vertelt Taner Can geëmotioneerd in zijn verhaal voor het publiek. Hij verloor zijn oom en tante in Hatay en is kritisch over de gebrekkige hulpverlening door de Turkse overheid.

Aan het eind mag ook de Turkse consul Mahmut Burak Ersoy spreken. Ook hij dankt de Nederlanders en meldt dat ook de Turkse president Erdogan erkentelijk is voor alle Nederlandse hulp. Hij zegt echter niets over de kritiek die Can even daarvoor heeft geuit.

‘Turkije moet staat en religie écht scheiden na verkiezingen 14 mei’

Hoe komt het dat veel landen met een islamitische meerderheid geen democratie zijn? Wat is de weg naar democratie voor deze autoritair geregeerde landen? Politicoloog Ahmet Kuru is deze week in Nederland, omdat zijn veelgeprezen boek hierover in Nederlandse vertaling verschijnt. Hij is hoopvol voor Turkije, als oppositieleider Kemal Kilicdaroglu de nieuwe president wordt.

Kuru is van Turkse afkomst en woont en werkt in San Diego in de Verenigde Staten. Hij is directeur van het Center for Islamic and Arabic Studies en hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van San Diego.

Zijn vier jaar verschenen boek over islam en democratie verschijnt nu in het Nederlands als Islam: Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld (uitgeverij Ertsberg). Dat moslimlanden vaak autoritaire regimes hebben, komt niet door de islam, betoogt hij. En het komt ook niet door de erfenis van kolonialisme. Om democratisering een kans te geven, moeten landen een einde maken aan wat Kuru noemt de ‘alliantie’ tussen ulama (geestelijke leiders) en de staat.

Maandag gaat Kuru in Antwerpen in debat met onder anderen schrijver en politicus Dyab Abou Jahjah. Woensdag spreekt hij in het Amsterdamse Spui25 de jaarlijkse lezing uit van het Amsterdam Center for Middle Eastern Studies. De Kanttekening interviewt Kuru over zijn boek, maar vooral ook over de Turkse presidentsverkiezingen.

Hoe bent u geïnteresseerd geraakt in het thema islam en democratie?

‘Ik raakte jaren geleden geïnteresseerd in het Ottomaanse Rijk, dat zeer machtig was. Dat rijk viel uiteen en Turken verloren hun prestige. Hoe herwin je dat? Wat mij opviel was dat zowel islamistische als secularistische Turken – hoeveel ze verder ook van elkaar verschillen – dat op dezelfde autoritaire manier wilden doen.’

U bent voorstander van een seculiere staat, die veel ruimte geeft aan religie. Zoiets als Nederland. Waarom is dat volgens u de beste optie?

‘In een eerder boek vergelijk ik Turkije, de Verenigde Staten en Frankrijk. Ik moedig Turkije daarin aan om een meer religievriendelijk secularisme te omarmen, naar voorbeeld van onder andere Nederland. De VS heeft een religieuze samenleving met een passieve seculiere staat en dat werkt goed. Frankrijk heeft weinig religiositeit en een meer assertieve seculiere staat. Ook dat gaat goed. Turkije heeft veel religiositeit, maar ook een assertieve seculiere staat. Dat combineert niet goed. Daar dankt Turkije haar huidige crisis aan. Ik hoop dat het land verandert in de richting van de VS.

Een andere stimulans om dit boek te schrijven was de Arabische Lente. In 2013 was ik met mijn gezin in Qatar, Egypte en Tunesië, maar in geen van die landen kwam er democratie. Ik ging op zoek naar hoe het tot een renaissance kan komen in landen met een islamitische meerderheid.’

U stelt in uw boek op basis van onderzoeken dat de meeste moslims democratie willen. Dat roept de vraag op: waarom organiseren ze dan geen democratieën?

‘Dat is een ingewikkelde vraag. Aan de ene kant zeggen moslims in onderzoek dat ze democratie willen. Maar instituties en klasserelaties weerhouden hen ervan dit te doen. Ik onderbouw in mijn boek dat autoritair bestuur niet puur te wijten is aan de islam en ook niet aan kolonialisme. Ik denk dat die autoritaire regimes komen door het bondgenootschap tussen ulama, geestelijke leiders, en de overheid. Vanaf de elfde eeuw is dit als belangrijk probleem opgekomen.

Een ander punt is: als moslims zeggen dat ze democratie willen, vinden ze het genoeg als er verkiezingen worden georganiseerd, of als de meerderheid beslist, [ook als daarmee de rechten van minderheden worden beknot, red.]. De geleerde Yusuf al-Qaradawi is hiervan een voorbeeld. Hij was in mijn ogen geen democraat. Hij verdedigde namelijk blasfemiewetten en andere islamitische standpunten die democratie tegenspreken. Als je zegt dat iemand gestraft kan worden voor het verlaten van de islam of voor blasfemie, dan ben je niet democratisch genoeg. Want dan geloof je niet in de vrijheid van godsdienst.’

Om te laten zien dat islam en vooruitgang verenigbaar zijn, wijst u naar de bloeiperiode van de Arabische wereld tussen de achtste en twaalfde eeuw. U moet daarvoor wel erg ver terug in de tijd.

‘Ik kijk naar de relatie tussen de politieke, religieuze, economische en wetenschappelijke klasse. Een millennium geleden was er in de islamitische wereld een scheiding tussen die vier klassen. Als een islamitische samenleving open is en meritocratisch, dan zullen politici religie niet misbruiken en de wetenschap en de economie niet overheersen. Dan bloeien religie, wetenschap, economie en kunsten. Natuurlijk: van de achtste tot de twaalfde eeuw kende de islamitische wereld geen democratie. Maar voor middeleeuwse normen was de samenleving heel dynamisch en was er binnen de islam veel diversiteit.’

In de elfde eeuw ontstond er een alliantie tussen ulama, de geestelijke leiders, en de staat, die volgens u tot op heden problematisch is. Wat is dat en wat zien we hiervan tegenwoordig terug?

‘Zowel islamisten als islamofoben verkondigen een misvatting: dat er volgens de islam geen scheiding tussen geloof en staat mag zijn. Maar nergens in de Koran of de hadith, de overleveringen over de profeet Mohammed, staat dat staat en geloof verenigd moeten zijn. Islamisten zeggen tegenwoordig dat er een hadithis die zegt: “Religie en staat zijn tweelingen. Religie is het fundament, de staat is de voogd. Wat zonder fundament is, stort in en wat zonder voogd is, komt om.” Deze woorden zijn onterecht aan de profeet Mohammed toegedicht. In werkelijkheid is het een gezegde van driehonderd jaar vóór Mohammed. Maar toen moslims later zochten naar een legitimatie voor het verbond tussen religie en staat, namen ze deze uitspraak.

‘Het huidige Turkse regime is populistisch en islamistisch, gebaseerd op het idee dat ‘het volk’ regeert’

Sindsdien is dit systeem van ulama en de staat veelvuldig uitgedaagd. In het Ottomaanse Rijk van de negentiende eeuw realiseerden heersers zich dat zij achterliepen op West-Europa. Dus introduceerden ze hervormingen. Ze schoven de ulama terzijde. In Egypte deed gouverneur Muhammad Ali Pasha in de negentiende eeuw hetzelfde. Hij omarmde Europese hervormingen.

Uit deze beweging kwam de moderne Turkse staat van Mustafa Kemal Atatürk in 1923 voort. In allerlei andere landen ontstonden vergelijkbare seculiere natiestaten met seculiere grondwetten. Van de jaren 1920 tot 1970 was de alliantie tussen ulama en de staat in veel landen verbroken. Maar de problemen bleven. Waarom? Omdat er in deze landen in deze periode meestal militaire regimes heersten, en generaals houden niet van intellectuelen en ondernemers. De staat was nog steeds zeer autoritair.

Na de jaren zeventig zagen we een opleving van de macht van de ulama, onder andere met de Iraanse Revolutie en de opkomst van wahabisme in Saudi-Arabië. In Turkije, met haar seculiere regering, is er Diyanet, een overheidsorgaan dat tachtigduizend moskeeën beheerst. President Recep Tayyip Erdogan steunt het idee van een alliantie tussen ulama en de staat. Dus in een eeuw tijd zijn er veel staatkundige veranderingen doorgevoerd, maar uiteindelijk kwam die oude alliantie terug.’

Wat moet er gebeuren om dit te veranderen?

‘In Turkije heb je nu een populistisch islamistisch regime. Het is gebaseerd op verkiezingen en ‘het volk’ dat regeert. Het juridisch systeem is nog seculier, maar het discours is sterk islamistisch. Turkije heeft echter veel andere problemen, zoals dat de Europese Unie nee zei tegen toetreding als lidstaat. Erdogan ging een bondgenootschap aan met nationalisten, die vervolgens onderdeel werden van het probleem. Dus het is niet zo dat eenvoudigweg alleen islamisme in Turkije de democratie heeft vernietigd.

Tegelijkertijd kent de situatie in Turkije een financiële dimensie. Die is gebaseerd op olierente. Turkije heeft slechts zeer beperkte olierente, zoals Arabische landen en Iran. Daarom zegt Erdogan bijna elke maand dat hij gas zal vinden in de Zwarte Zee, met een waarde van miljarden. Dus de belofte van die inkomsten – die helemaal niet bestaan – is een belangrijke factor in Erdogans bewind en zijn verkiezingscampagne.

Dus wat is de oplossing? Indonesië is het grootste moslimland ter wereld. Mijn Indonesische vrienden zeggen dat lezers uit dat land waarde hechten aan mijn historische analyse. Voor een renaissance, zoals ik die bepleit, heb je een sterke klasse van ondernemers nodig. En ook moeten ulama principieel afstand houden tot de overheid. Daarnaast zeggen Indonesiërs dat mijn boek verscheen in een tijd dat de ulama juist hechtere banden kregen met de regering en democratie onder druk stond. In Indonesië heb je twee grote islamitische bewegingen: de Nadhlatul Ulama met negentig miljoen aanhangers en Muhammadiyya met dertig miljoen volgers. Beide hebben goede intellectuele leiders en hebben altijd kans om deel uit te maken van de regering.’

Kortom, in Indonesië is geen van die twee grote bolwerken bevoorrecht, ze maken een eerlijke kans in politiek en samenleving. En in Turkije is dat anders?

‘Ik heb Turkije met Indonesië vergeleken. Het eerste verschil is dat in Turkije Diyanet de moskeeën domineert en de staat het onderwijs en de economie. In Indonesië heb je met Nadhlatul Ulama en de Muhammadiyya twee spelers die van de staat onafhankelijk zijn. Ten tweede: in Turkije zijn religieuze leiders zogenaamd door God gekozen. Ze zitten voor het leven. In Indonesië hebben leiders een afgebakende termijn, bijvoorbeeld vier jaar, en houden die islamitische organisaties verkiezingen. Dat past beter in een democratisch systeem.

De oplossing is dus, ingegeven door de geschiedenis, dat religie en staat zoveel mogelijk gescheiden moeten worden. Zelfs in Europa is dat nog steeds ingewikkeld. Ook daar zijn er nog steeds landen met bevoorrechte kerken. Indonesië is een belangrijke casus om van te leren.’

Nederlandse media komen weinig verder dan: als Erdogan verliest, zal het beter worden. Wat ziet u gebeuren?

‘Er is een goede kans dat Erdogan kan verliezen. In een recente analyse schrijf ik dat hij de populariteitswedstrijd volgens veel onderzoeken al heeft verloren. Hij kan nog winnen door alle overheidsmiddelen in te zetten om de verkiezingsstrijd nog oneerlijker te maken. Hij controleert al alle media. Hij zette de Koerdische politiek leider Selahattin Demirtas in de gevangenis. Hij kan zijn tegenstanders als terroristen neerzetten. Hij zei dat Kemal Kilicdaroglu gesteund wordt door atheïsten.’

Hij noemde de oppositie zelfs lhbt, las ik.

‘Exact. Erdogan demoniseert ook lhbt’ers. Maar als anderen hem bekritiseren, hebben zij een probleem. Dus hij kan doen wat hij wil. Hij heeft controle over de media en over Diyanet. We zijn ook bezorgd over de Hoge Kiesraad, waarvan de leden door Erdogan persoonlijk zijn aangewezen.

‘Als Kilicdaroglu opener wordt richting Koerden dan Erdogan was, dan maakt Turkije al een grote stap voorwaarts’

Maar als Kilicdaroglu met een groot verschil wint, zullen zelfs Erdogans autoritaire instrumenten niet helpen om hem nog vijf jaar langer aan de macht te houden. Veel mensen vinden dat twintig jaar genoeg is.

Vrouwen kunnen het verschil maken, omdat Erdogan er zeer patriarchale denkbeelden op nahoudt. Hij stapte uit de Istanbul-conventie. Dat is een internationaal verdrag over de bescherming van vrouwen tegen huiselijk geweld en andere problemen. Kilicdaroglu belooft om dat verdrag weer terug te brengen.’

U noemt Diyanet. In Nederland zijn meer dan honderd moskeeën verbonden aan dit orgaan. Tijdens verkiezingscampagnes zijn mensen in Nederland bezorgd over de invloed die de Turkse overheid zo heeft in Nederland. Is dat terecht?

‘Elk land zou bezorgd zijn als een ander land invloed heeft op zijn interne zaken. Zou Turkije accepteren dat de Nederlandse regering controle heeft over honderden kerken in Turkije? Nee, zeker niet.

Er zijn meerdere problemen hieraan verbonden. Ten eerste: als de overheid die moskeeën voor haar politieke ideeën wil gebruiken, exporteer je Turkse politieke problemen naar het buitenland. Ten tweede: ik woon in de VS, en ik wil daar integreren. Ik wil niet beïnvloed worden door de Turkse overheid als ik in San Diego woon. Het is beter voor Turkse Nederlanders als ze eigen instituties hebben, hun eigen imamopleiding, die aangepast is aan de omstandigheden en die letterlijk en figuurlijk de taal spreekt.’

Stel dat Killicdaroglu wint. Brengt dat uw ideaal van een minder autoritair regime dichterbij?

‘Als hij wint, betekent dat het einde van een tijdperk. Dat is een tijdperk van extreme persoonlijke heerschappij, gebaseerd op Erdogan en zijn politieke agenda. In de eerste tien jaar was Erdogan sterk voor de Europese Unie, pro-westers, voorstander van democratie. In de tweede tien jaar zie je een anti-westerse leider en steeds meer controle van de staat over de economie. Turkije heeft een torenhoge inflatie omdat Erdogan beweert dat hij meer van economie weet dan ieder ander.

Kilicdaroglu belooft vrouwenrechten uit te breiden, de religievrijheid van alevieten en soennieten in Turkije te vergroten. Hij heeft gezegd dat het hoofddoekverbod dat zijn partij decennialang heeft gesteund fout was. Hij heeft vrouwen met een hoofddoek hiervoor vergeving gevraagd. Hij zegt dat hij nooit meer zulk uitsluitend secularistisch beleid zal steunen. Dus als hij zich aan zijn beloften houdt, als hij echt een seculiere staat promoot die ruimte geeft aan religie…’

Het Nederlandse systeem?

‘Exact. En als hij opener wordt richting Koerden dan Erdogan was, dan maakt Turkije al een grote stap voorwaarts.’

U zegt wel heel vaak ‘als’.

Lacht: ‘We zullen het zien. Wij als academici en journalisten moeten kritisch blijven.’