9 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 246

EK-kwartfinale: ‘Ik ben voor Turkije, mijn man voor Nederland’

Nog één dag en dan nemen Nederland en Turkije het in de kwartfinale tegen elkaar op. De spanning is om te snijden. Hoe beleven witte en Turkse Nederlanders dit EK? Is de wedstrijd van zaterdag meer dan voetbal?

In Berlijn kan Turkije rekenen op veel supporters. In die stad alleen al wonen meer dan 300.000 mensen met een Turkse achtergrond. Maar ook het Oranjelegioen is massaal aanwezig. De KNVB verwacht 40.000 fans voor Oranje morgen in Berlijn. De Kanttekening doet een ronde langs Turkse en witte Nederlanders die morgen met Turkse, Nederlandse en gemengde gevoelens naar de wedstrijd kijken.

Historicus en religiejournalist Remco van Mulligen haalt Trouw-columniste Emine Ugur aan die er positief in staat. ‘Wie er ook wint, het is sowieso feest in Nederland.’ Van Mulligen is zelf voor Oranje, maar zegt wel: ‘Als Oranje van iemand moet verliezen, dan maar van Turkije’.

Journalist Caner Mert denkt dat het spannend wordt. Volgens hem speelt Oranje niet zijn beste toernooi. ‘Daarom maakt Turkije een kans’, zegt hij. Mert is zelf voor Turkije. ‘Ik vind Turks voetbal gewoon leuker om naar te kijken’, zegt hij.

Mediator Carola Dogan uit Spijkenisse is getrouwd met een Turkse Nederlander. ‘De vraag voor wie we juichen thuis is dus wel een moeilijke voor mij’, zegt ze lachend. ‘We zijn een beetje verdeeld. Mijn man en zoon zijn voor Turkije. Mijn dochter en ik voor Nederland. Het gaat dus morgen onweren in huize Dogan, maar ik zeg altijd: wat er ook gebeurt, ik kan niet verliezen.’ Ze vertelt dat ze altijd al een voorliefde voor Turkije heeft gehad. ‘Ik hou van de taal en de cultuur. Ik had er graag willen wonen, maar dat is helaas niet gelukt.’

‘Mocht Nederland winnen, dan is dat oké’

Jurist Elif Söylemez uit Den Haag begrijpt alle drukte niet. ‘Het is maar voetbal hoor’, zegt ze en adviseert niet te kijken. ‘Ga lekker naar de film. Ik ben er wel een beetje klaar mee dat de koers van het land door het EK wordt bepaald.’

Onbegrip voor Turken die voor Turkije juichen

Hagenees Nevin Dogrusöz is getrouwd met een Nederlander en vreest het ergste voor Turkije. ‘Nu Demiral is uitgevallen (die de wolvengroet maakte en waarschijnlijk wordt geschorst, red.) denk ik dat Turkije gaat verliezen. Uiteraard blijven we positief en hoop ik dat Turkije wint’, zegt ze. ‘Ik ga zo langs de winkel om een Turkse vlag te kopen, zodat ik morgenavond bij winst toch de straat op kan.’

Dogrusöz vertelt dat veel mensen nieuwsgierig zijn voor wie ze zijn als familie, omdat ze met een Nederlandse man is getrouwd. ‘Ik ben voor Turkije, mijn man voor Nederland. Dit is bij ons thuis geen issue en zorgt niet voor spanning. Zaterdag is er sowieso één van ons heel blij en de ander blij voor de ander, snap je hem nog?’

Dogrusöz wil wel even kwijt dat er nog veel onbegrip is voor Turken die voor Turkije juichen, terwijl ze in Nederland zijn geboren en wonen. ‘Dat hoor ik ook vaak van Turkse vriendinnen’, zegt ze. Daarom denkt ze ook niet dat deze wedstrijd tot verbroedering zal leiden.

‘Voetbal is voor sommige mensen oorlog, bij de hooligans dan. Ik voel dat zelf niet zo. Mocht Nederland winnen, dan is dat oké en gaan we weer verder met ons leven. Tuurlijk zal ik ergens balen, maar het is maar voetbal.’

Van Mulligen heeft er ook een hard hoofd in. ‘Als Kökcü (ex-Feyenoorder en Turkse Nederlander die voor Turkije heeft gekozen, maar is geschorst vanwege gele kaarten) mee had mogen doen, zou de wedstrijd misschien inderdaad kunnen verbroederen. Maar de polarisatie is extreem – in Turkije, getuige Demirals wolvengroet minstens even sterk als in Nederland.’

Van Mulligen zal niet met vlaggen wapperen. ‘Ik heb sowieso alleen een Palestijnse vlag in huis, dus het kan ook niet’, zegt hij. ‘Ik kan een van mijn kinderen vast wel overhalen eenmalig voor Turkije te zijn, voor de verbroedering. En als Turkije wint, hoop ik dat onze Turkse landgenoten een beetje ingetogen toeteren. Om de treurende Oranjefans te sparen.’

Mert denkt dat het wel meevalt met de polarisatie rondom de kwartfinale, mits het ‘goed wordt aangepakt’. ‘Tweets van Jan Roos (voormalig PowNed-verslaggever en politicus, red.) die Orkun Kökcü bombardeert tot wat er mis is met de multiculturele samenleving, helpen niet’, zegt hij. ‘Kökcü is niet het probleem, die tweet is een probleem. Want je laat iemand niet in zijn waarde na een vrije keuze en gaat hem een schuldgevoel aanpraten. Moet hij voor Nederland spelen, nee toch?’

‘Als Turkije wint, hoop ik dat onze Turkse landgenoten een beetje ingetogen toeteren’

Hij gaat met zijn Nederlandse vrienden de wedstrijd kijken. ‘En we hebben gezegd, wat er ook gebeurt, we gaan samen toeteren! Alleen zal ik wel wat stiller in de auto zijn als Turkije verliest. Maar ik hoop dat een mooie wedstrijd wordt en alles leuk blijft’.

Dromen over een voetbalcarrière

Volgens de historicus Kasim Tekin zouden veel Nederlanders met een Turkse achtergrond ‘van jongs af aan’ verbonden zijn met het Nederlandse voetbal. ‘Ze keken en juichten mee met Oranje, zo groeiden ze op. Ook op islamitische scholen en in islamitische jongerenorganisaties worden wedstrijden van ‘ons’ Nederland nog met spanning bekeken. En wanneer islamitisch Nederlandse kinderen dromen van een carrière als profvoetballer, leert mijn ervaring dat het dan toch veelal gaat over een plek in het Nederlands elftal.’

Maar volgens Tekin volgt na het aanvankelijke enthousiasme voor Nederland, veelal teleurstelling en verzuring bij jongeren naarmate ze ouder worden, vanwege de groeiende anti-islamitische stemming in het land.

‘Horen we er nog wel bij? Tijdens een wedstrijd waarin juichende Oranjesupporters te zien waren, zei een leerling zelfs: ‘Het voelt vies om te beseffen dat veel van die blije witte mensen op de PVV hebben gestemd en hier geen moslims willen. Dat gevoel speelt steeds meer, ook bij mij.’

‘Het voelt vies dat veel van die blije witte mensen op de PVV hebben gestemd’

Dat gevoel verklaart volgens Tekin dat meer leerlingen dromen over een plaatsje in het Marokkaanse of Turkse elftal, in plaats van bij Oranje. ‘Nu het Nederland tegen Turkije is, wordt het ‘allebei voelt aan als winst’ steeds meer vervangen door een gevoel van ‘lekker voor je’ als Nederland zou verliezen van Turkije. Spijtig, onwenselijk, maar wel een realiteit.’

Dogan uit Spijkenisse blijft optimistisch. ‘Je hebt altijd reden om te toeteren. Sport verbroedert als geen ander. De harde keuze voor Oranje of Turkije is meer iets van vroeger. Het is leuk om te zien dat een dubbele loyaliteit naar beide landen toe ook gewoon oké kan zijn. En dat mensen daar dan grappig op reageren. We zijn wat dat betreft wel wat gegroeid in Nederland. Althans, dat mag ik hopen.’

Turks-Nederlandse bakker en kunstenaar introduceren ‘de baklouce’

0

Voor de ultieme verbroederingservaring tijdens de EK-kwartfinale tussen Turkije en Nederland introduceren bakker Serifoglu en kunstenaar Emin Batman de ‘baklouce’.

De baklouce is een kruising tussen de baklava en de tompouce. ‘Aanschouw de fysieke manifestatie van de intersectie van de Turkse-Nederlandse cultuur: de baklouce’, schrijft  kunstenaar Batman op LinkedIn over het nieuwe gebakje.

De baklouce heeft zelfs een eigen website. Het is de vrucht van een jarenlang, interdisciplinair kunstproject van Batman, genaamd: ‘Tussen Tompouce en Baklava’. Moraal van het verhaal: ‘Wij hoeven niet te kiezen, we are best of both worlds!’

De baklouce is alleen morgen verkrijgbaar, tussen 12:00 en 20:00 uur bij bakker Serifoglu in Amsterdam en Rotterdam.

Kamerlid Lahlah steekt vrouwen met hoofddoek hart onder de riem

0

‘Ik draag deze hoofddoek net zoals vele vele vrouwen met mij, en dat is een persoonlijke, bewuste en vrije keuze’, zei GroenLinks-Kamerlid Esmah Lahlah gistermiddag tijdens het eerste grote Kamerdebat dat lange tijd ging over de uitlatingen van PVV-ministers over de hoofddoek.

Terwijl de nieuwe premier Dick Schoof Kamerlid Lahlah in de ogen keek en zei dat haar hoofddoek hem helemaal niks uitmaakt, deelde PVV-minister Fleur Agema juist een post waarin Femke Halsema jaren terug, als GroenLinks-leider, pleitte voor het ‘afslingeren’ van de hoofddoek.

De huidige burgemeester van Amsterdam, geroerd door de woorden van Lahlah, mengde zich intussen ook in het debat. ‘Het is niet mijn gewoonte om politieke filmpjes te herhalen’, reageerde ze via Instagram op Lahlahs woorden, ‘maar dit ontstijgt het Haagse debat. En ik hoop dat elke moslimvrouw en elk meisje dat geconfronteerd wordt met oordelen en discriminatie dit ziet en hoort en hier moed en kracht uit put’.’

Lahlah nam zelf het woord nadat D66-voorzitter Rob Jetten het voor haar opnam in de Kamer en dat ook wenste te zien van de nieuwe premier. ‘Het is mijn lijf, mijn keuze, mijn leven. En voor al die meiden die een hoofddoek dragen en die zich geraakt voelen door wat er hier gebeurt. Laat je niks wijs maken. Er zijn voldoende positieve vrouwen met een hoofddoek die die hoofddoek dragen met trots’, zei ze vol emotie.

Marokko: meer Engels en Tamazight op school

0

Het Marokkaanse ministerie van Onderwijs wil dat er meer les wordt gegeven in Engels en Tamazight, bericht Morocco World News. Tamazight is de taal van de Amazigh, de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika.

Het Tamazight-taalonderwijs zal worden uitgebreid naar meer onderwijsinstellingen. Het ministerie wil 600 gespecialiseerde Tamazight-docenten aannemen en jaarlijks minstens 2.000 docenten met dubbele bevoegdheden trainen. Daarnaast wil het ministerie het Engelse taalonderwijs uitbreiden.

De maatregelen maken deel uit van een uitgebreide strategie om het taalonderwijs in Marokko te verbeteren. De focus ligt op het vergroten van de taalvaardigheid van studenten en het versterken van de culturele diversiteit binnen het Marokkaanse onderwijssysteem.

Tamazight is een officiële taal in Marokko, naast natuurlijk het Arabisch. In een poging om de Amazigh-bevolking tegemoet te komen, die eeuwenlang werd gediscrimineerd, besloot koning Mohammed VI vorig jaar om het Amazigh Nieuwjaar (Yennayer) als officiële feestdag te erkennen.

Petitie gestart tegen wolvengroet

0

De Turks-Nederlandse schrijfster Hülya Aydogan is een petitie gestart tegen de Grijze Wolven, nadat de Turkse voetballer Merih Demiral de zogenaamde wolvengroet maakte. Volgens de seculiere Aydogan moet deze groet dezelfde connotatie krijgen als de Hitlergroet.

De Grijze Wolven zijn een Turks-nationalistische beweging, die door tegenstanders als extreemrechts wordt omschreven. De Partij voor de Nationalistische Beweging (MHP), die aan de Grijze Wolven is gelieerd, regeert op dit moment Turkije in coalitie met de islamitische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling van president Recep Tayyip Erdogan.

Turkse Facebookgebruikers reageren als een wesp gestoken op haar Facebookpagina. Een zegt – in het Turks – dat Aydogan net zo kritisch moet zijn over het radicaalrechtse kabinet van Dick Schoof en over Israëls oorlog in Palestina. Een ander vindt Aydogan dom, omdat het wolvengebaar zou verwijzen naar de lucht. Het is een heel oud Turks gebaar. Ook Mustafa Kemal Atatürk, de oprichter van de Republiek Turkije, heeft het ‘bozkurt-gebaar’ gemaakt (bozkurt is Turks voor grijze wolf).

Op X (voorheen Twitter) verdedigt de antiracisme-activiste Duygu Akcay met dezelfde argumenten het wolvengebaar en andere oud-Turkse dierensymbolen. ‘De wolf is een van de meest heilige dieren in de Turkse mythologie. De wolf wordt gezien als de spirituele voorouder en gids van de Turken die hen beschermt en door tijden van nood leidt. De wolf staat symbool voor vrijheid, onafhankelijkheid en de geest van strijd.’ Deze symbolen vertegenwoordigen volgens haar de Turkse identiteit, dat staat los van organisaties als de Grijze Wolven.

‘Een moslim is een out of the box-denker’

0

Shakira van Oostveen woont in een tiny house in een ecologische wijk in Almere. Ze bekeerde zich jaren geleden tot de islam. ‘In de Koran staat letterlijk dat hoe wij nu leven niet oké is.’

Het tiny house van Shakira van Oostveen ligt in een van de meest weidse polders van Nederland. Een bochtig straatje, verscholen tussen het groen van de Flevopolder. Ze woont er nu drie jaar, in woonwijk Oosterwold in Almere, waar eentonig grasland heeft plaatsgemaakt voor biologische tuinen, inheemse bloemen, jonge fruitbomen en bewoners met een groen hart. Want dat heeft Van Oostveen. ‘Ik roep wel eens: ik ben een soort Greta Thunberg. Ik ben erg van spread the word.’

De islamitische tante van Greta Thunberg? Van Oostveen lacht. ‘Ja, ik maak mij als moslim druk om klimaatverandering. Er zijn zoveel Koranteksten en Hadith waarin letterlijk staat dat hoe wij nu leven niet oké is. Veel moslims zijn zich niet bewust hoe schadelijk onze manier van leven is: het consumeren, de verspilling. Terwijl het er gewoon klip en klaar staat.’

Oostveen pakt de Koran erbij en leest een soera voor. ‘Hij heeft de weegschaal geplaatst, opdat jullie het evenwicht niet verstoren. En houdt de weegschaal in evenwicht met rechtvaardigheid. En neemt niets van de weegschaal af. En Hij heeft de aarde bereid voor de schepselen. Daarop zijn vruchten en dadelpalmen met kolven en graan en aren. En geurige planten.

Het gaat om de weegschaal?

‘Ja, in de islam ben je verantwoordelijk voor wat je doet en wat je achterlaat als je er niet meer bent. Een moslim gelooft dat hij daar later verantwoording voor moet afleggen. Ik heb hier een soort weegschaaltje’ – ze gebaart naar haar schouder – ‘en bij alles wat ik doe, denk ik: is het oké of is het niet oké?’

‘Met onze CO2-uitstoot brengen we de weegschaal uit evenwicht. De impact van klimaatverandering is enorm: hier is het droog, daar brandt het, daar stroomt het over. Ik vind dat als je moslim bent in deze tijd, je moet ingaan tegen die verspilling en inzetten op duurzaamheid.’

Het tiny house van Shakira van Oostveen heeft een woonoppervlak van 36 vierkante meter.

Die gedachte past goed bij de gedachte achter de wijk Oostwold, waarbij bewoners de helft van hun kavel verplicht gebruiken voor kleinschalige landbouw. Achterin de wilde tuin van Van Oostveen staan bijenkasten. Er is speciaal een ren en nachthok tegen vossen voor de legkippen die ze zijn gered van de bio-industrie. ‘Een boer brengt ze na twee jaar naar de slacht omdat ze dan minder eieren leggen, maar een kip kan wel tien jaar oud worden’, zegt Van Oostveen over de kippen die rondscharrelen. ‘Een moslim is een out of the box- denker.’

Van Oostveen kwam als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk in contact met de islam. ‘De asielzoekers die ik hielp waren vrijwel allemaal moslim. Eén keer per jaar was er een uitje, lekker met de bus naar het strand. Daar merkte ik dat er iets was wat hun dag bepaalde. Het intrigeerde me en ik besloot een boek te lezen over de islam en de Koran. Niet dé Koran, die is veel te moeilijk. Letterlijk op de eerste bladzijde dacht ik: dit is het. Dit past helemaal bij mij. De structuur en regelmaat van het bidden, daar houd ik van. Dat ik vijf keer per dag die stekker er even uit trek, vind ik fijn.’

Hoe reageerde uw omgeving?

‘Het eerste wat ik gedaan heb, is gevast tijdens de ramadan. Ik werkte bij een transportbedrijf met veertig vrachtwagenchauffeurs. De aanslagen op de Twin Towers waren net geweest. Ik durfde niet te zeggen dat ik aan het vasten was. Dus zei ik in de pauze: ik ga lekker even wandelen, want ik zit hier maar op kantoor. Zo hadden ze niet door dat ik niet at.

‘De mensen moeten toch weten dat ik ook een moslimdochter heb’

Tegen mijn ouders en vier zussen ben ik gewoon heel voorzichtig gaan zeggen dat de islam eigenlijk wel bij mij paste. Ik kom uit een gereformeerde familie en vertelde dat Abraham en Ibrahim dezelfde zijn. Net als Musa en Mozes, en Isa en Jezus. En dat er maar één God is, en Allah zijn Arabische naam is.’

Wat vonden zij van uw bekering?

‘Ik had hele toffe, vooruitstrevende, ruimdenkende ouders. Mijn vader was er heel trots op dat ik moslim was. Hij lette erg op uiterlijk. Ik zorgde altijd dat ik er mooi uitzag. Mijn hoofddoek paste precies bij mijn kleren en ringen. Hij had een foto van mij met hoofddoek in zijn binnenzak. ‘De mensen moeten toch weten dat ik ook een moslimdochter heb’, zei hij dan. Maar er waren ook andere reacties. Ik ben een vriendin kwijtgeraakt en één zus wil niks meer van me weten.’

Veertig chauffeurs

Na het transportbedrijf kwam Van Oostveen als zij-instromer op een islamitische school in Amsterdam terecht. ‘Daar was het verplicht om als moslim een hoofddoek te dragen, maar ik had tijdens het sollicitatiegesprek niets gezegd. Op die school was de standaardvraag van islamitische kindjes bij een nieuwe juf of meester: bent u moslim? Ze willen je kunnen plaatsen. Daar draaide ik dan een beetje omheen. Na een paar maanden dacht ik: dit is gek. Tegen die veertig chauffeurs heb ik mijn mond gehouden over mijn geloof en nu ben ik op een islamitische school en weer weet niemand het. Toen heb ik het aan de directeur opgebiecht. Het eerste wat hij zei was: ‘Dan weet je wat je te doen staat.’ Ik kreeg drie weken de tijd om naar die hoofddoek toe te groeien, dat was heel aardig van hem. Ik dacht: de kortste weg naar buiten is er dwars doorheen. Ik ben naar de bazaar van Beverwijk gegaan en heb een mooie stapel hoofddoeken gekocht. Tegen mijn collega’s en de kinderen zei ik: ‘Maandag heb ik een hoofddoek op’. Die maandag droegen alle meisjes hun hoofddoek. Dat was zo lief. Ik krijg er nog tranen van. Het was alsof ik een week lang jarig was. Kwam ik na de pauze in mijn lokaal en dan lag er weer een cadeautje, een boekje of een hoofddoek.’

‘Maar ik woonde in Amsterdam, in een vrij vijandige omgeving. Daar deed ik omgekeerd wat sommige meisjes doen. Ik ging vroeg in de ochtend zonder hoofddoek de deur uit en deed hem in het toilet op school op. En als ik aan het eind van de dag naar huis reed, deed ik hem in een parkje weer af. Uit angst voor de buren. Mijn assertieve overbuurvrouw had het een keer over ‘die theedoek’ toen ze over een vrouw met een hoofddoek sprak. Ik weet nu wel hoe de wind waait, dacht ik. Toen ik later tegen een andere buurvrouw zei dat ik moslim was en geen hoofddoek op durfde, zei ze: ‘Meid, ben je gek, doe dat ding op je hoofd’. Dat heb ik toen gedaan.

‘Na twaalf jaar dacht ik: maar ik bén gewoon moslim’

‘De eerste dagen keek ik nog door het kijkgaatje in de voordeur of ze in de portiek stond. Zo bang was ik voor haar. Later heeft haar zoon zich bekeerd tot de islam. Als mensen aan mij vroegen waarom ik een hoofddoek droeg, zei ik: dat is mijn identiteit. Ik houd van duidelijkheid. Als ik bij de tram sta, dan zie je meteen wat er aan de hand is.’

Maar nu draagt u geen hoofddoek meer?

‘Na twaalf jaar dacht ik: maar ik bén gewoon moslim, ook zonder een hoofddoek. Ik heb hem niet meer nodig. Iedereen weet het. Als Nederlandse is een hoofddoek dragen ook ingewikkeld. De hele islamitische goegemeente wil dat je bij hen komt eten. Ze houden de deur voor je open, verbouwen je huis, je moet trouwen met hun zoon. Want als iemand zich dankzij jou tot de islam bekeert, dan krijg je daar zegeningen voor. Toen ik mijn hoofddoek had afgedaan, werd ik gewoon weer door de taxichauffeur uitgefoeterd. Toen was ik weer die Nederlander. Ik weet uit ervaring dat je door twee kanten wordt gediscrimineerd. Als ik alleen maar jouw respect verdien omdat ik een hoofddoek op heb, dan hoef ik jouw respect niet.’

‘Er is nu in Europa zoveel anti-islamitisch sentiment, maar ik laat mij er niet door uit het veld slaan. Ik bid overal, in een theaterzaal, op school. Het is weleens zo dat mensen dat zien en vragen, ben jij nou moslim? Dan zie je ze denken: goh, jij doet ook heel normaal. Op deze manier kan ik veel meer voor de islam doen dan als ik mijn hoofddoek op heb.’

‘In de Koran staat: respecteer het land waar je woont en roep geen agressie op met jouw geloof. Ik ben naar Mekka geweest. Het was heerlijk om helemaal ingepakt te zijn. Geen Arabier die door had dat ik zo’n witte mevrouw was. Ik had een enorme privacy. Maar hier zou ik nooit een niqaab dragen. Ik ken natuurlijk vrouwen die dat wel doen. Er zit vaak een hele leuke vrouw in een spijkerbroek onder. Maar mensen vinden het eng, ze schelden je uit en willen je weg hebben. Terwijl je geen agressie mag oproepen met je geloof. Je moet laten zien hoe mooi de islam is, hoe liefdevol en gastvrij.’

Mogelijk vier nieuwe islamitische scholen in Gelderland

0

De kans is groot dat er in Ede, Arnhem, Nijmegen en Culemborg islamitische scholen komen. De nieuwe Wet meer ruimte voor scholen maakt het eenvoudiger om scholen op te richten. Zo meldt Algemeen Dagblad.

Het gaat om drie basisscholen en één middelbare school die op islamitische geest zullen worden opgericht vanuit de onderwijsstichting Al Amana. Deze groep ‘profiteert volop’ van de nieuwe wet, schrijft AD. De belangstelling van ouders voor een school is in de nieuwe wet een doorslaggevende factor.

Islamitische stichtingen reageerden enthousiast op de wet. Maar liefs een kwart van de aanvragen betreffen een nieuwe islamitische school. Al deze aanvragen hebben genoeg handtekeningen van ouders en kunnen door naar de volgende toetsingsronde, de beoordeling door de Onderwijsinspectie.

In voorgaande jaren sneuvelde veel islamitische aanvragen, omdat er te weinig aandacht was voor het verplichte burgerschapsonderwijs. Nu lijken islamitische stichtingen hun huiswerk te hebben gedaan en meer plannen het te halen.

Tegenstanders van de wet maken zich wel zorgen over toenemende segregatie, dus meer onderwijs in de ‘eigen bubbel’.

Toch blijft de belangstelling voor islamitisch onderwijs groot in Nederland. In Arnhem en Nijmegen zitten de twee islamitische basisscholen vol. ‘Er worden jarenlang kinderen afgewezen, omdat er meer aanmeldingen binnenkomen dan er plek is’,  schrijft AD. Mocht de middelbare school in Ede er komen, dan is het de eerste islamitische middelbare school van Gelderland.

Onderzoek naar fraude bij verblijfsvergunningen IND

0

Oud-staatssecretaris Eric van der Burg van Asiel en Migratie zegt dat het ministerie van Justitie onderzoek zal doen naar fraude bij het toekennen van verblijfsvergunningen door immigratiedienst IND.

Aanleiding van dit onderzoek is een recent artikel in NRC, over twee klokkenluiders die twee dubieuze toekenningen van een verblijfsvergunning hadden aangekaart en bij de integriteitscommissie van het ministerie van Justitie. De ene asielzoeker wiens aanvraag was gehonoreerd had tien veroordelingen op zijn naam staan, de andere persoon had een overduidelijk schijnhuwelijk gesloten.

SGP-Kamerlid Diederik van Dijk besloot naar aanleiding van dit nieuws Kamervragen te stellen. Tegen het protestants-christelijke Reformatorisch Dagblad zegt hij blij te zijn met het toegezegde onderzoek. Hij vindt dat beschuldigingen van fraude serieus genomen worden moeten ‘omdat fraude het draagvlak voor asiel ondermijnt’. Van Dijk spreekt tegen de krant de hoop uit dat het onderzoek ook duidelijk zal maken hoe het precies zit met de ‘checks and balances’, en of er bij IND op grond van het ‘vierogenprincipe’ gewerkt wordt.

Hoeveel last heb je van een azc in de buurt?

Toen eind vorig jaar de spreidingswet werd aangenomen, kwamen er in verschillende gemeenten plannen op tafel voor een nieuw azc. Deze plannen vielen niet bij alle omwonenden in goede aarde. Een azc in je buurt zou zorgen voor overlast. Maar klopt dit wel?

‘Wij willen geen Spoor 2 bewoners of andere kansarme asielzoekers uit veilige landen. In andere azc’s wordt regelmatig de directe omgeving onveilig gemaakt door bewoners vanuit het azc’, zo staat er op de website Geen azc, een platform in het leven geroepen om te protesteren tegen de plannen van gemeente Oldebroek. 

‘Intimidatie, bedreiging, diefstal, samenscholing van jongeren, het lastigvallen van vrouwen en meisjes, geweld en dergelijke komen bij alle azc’s frequent voor. Dit is geen risico, maar een directe bedreiging voor bewoners!’ gaat de tekst verder.

Oldenbroek is een van de gemeenten waar de gemoederen de afgelopen maanden opliepen. De gemeente wil onderdak bieden aan 300 asielzoekers in de bosrijke omgeving van de Gelderse stad. Omwonenden die dit geen goed idee vinden wijzen op zaken als natuurbehoud, de geschiktheid van de locatie, maar ook vooral op de veiligheid van de omwonenden. 

Veiligheid is een veelgehoorde zorg onder omwonenden van azc’s. Er wordt vaak verwezen naar de situatie in Ter Apel en Budel, waar de grootste concentratie asielzoekers is. Bewoners van deze gemeenten ondervinden al jaren overlast, in de vorm van diefstal, agressie en soms ook zedendelicten. De problemen in deze gemeenten halen regelmatig de landelijke media. 

Maar zijn deze problemen ook daadwerkelijk inherent aan de aanwezigheid van het azc of aan die van asielzoekers? Om deze vraag te beantwoorden doet het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) al jaren onderzoek naar criminaliteit onder bewoners van een azc. Vorige week publiceerde het de jaarcijfers van 2023. ‘Het gaat eigenlijk maar om een heel laag percentage en dit percentage is redelijk stabiel’, zegt Sanne Noyon van het onderzoekscentrum. 

Dit gebeurde in 2023

In het jaarrapport worden incidenten onderscheiden van misdrijven. Waar het bij incidenten ging om verbale dreiging met zelfmoord, acties waarbij bewoners zichzelf iets aandeden en fysieke, verbale en non-verbale agressie en geweld naar anderen, ging het bij misdrijven vooral over vermogensdelicten. In 2023 was 9 procent van de azc-bewoners in Nederland betrokken bij een incident en 3 procent verdacht van een misdrijf. Dit is ongeveer hetzelfde als vorig jaar. ‘De absolute aantallen namen wel toe, maar ook het aantal asielzoekers nam toe. Deze toename is dus waarschijnlijk toe te schrijven aan het feit dat er meer azc-bewoners waren in Nederland’, merkt Noyon op. 

Vermogensdelicten zijn het grootste probleem, zo blijkt uit de cijfers. 74 procent van de misdaden waren vermogensmisdrijven. ‘Dit is hoog in vergelijking met de algemene Nederlandse bevolking’, stelt het WODC. Hoewel de cijfers van 2023 nog niet bekend zijn, was in 2022 32 procent van de Nederlandse verdachten betrokken bij een vermogensmisdrijf. 

Van zedendelicten wordt de groep nauwelijks verdacht. Het ging in 2023 om slechts 1 procent van de misdrijven’, aldus Noyon. Vooral dit cijfer is opvallend, gezien de aandacht die er is in de media en de samenleving voor zaken als verkrachting en aanranding. Maar het is begrijpelijk dat mensen zich hier zorgen over maken, zegt Noyon, ‘omdat het een misdrijf is met zulke grote gevolgen’.

Om wie gaat het?

Het gaat dus, vooral in het geval van misdrijven, om een kleine minderheid. De overgrote meerderheid van de bewoners in het azc raakt niet betrokken bij criminaliteit, benadrukt Noyon. Er wordt vaak gezegd dat het de kansarme asielzoekers zijn die de meeste overlast veroorzaken. Dit klopt wel, zo wijzen de statistieken uit. 

‘De kans op asiel zou wel degelijk van invloed kunnen zijn’

Van alle verdachten was 38 procent Algerijns en 13 procent Marokkaans. Asielzoekers met deze nationaliteit hebben relatief weinig kans op verblijf in Nederland. Als je kijkt naar het aandeel binnen deze groepen dat verdacht wordt van een misdrijf zijn de cijfers nog hoger. Van alle Algerijnen die in een azc verblijven gaat het om 44 procent. Bij Marokkanen om 30 procent en Tunesiërs om 29 procent. 

Het lijkt erop dat hier niet de nationaliteit doorslaggevend is, maar vooral de kans op asiel, schets Noyon. Hoewel dit niet is onderzocht, is wel geconstateerd dat gedrag verandert wanneer de kans op asiel verandert. ‘Dat zie je bijvoorbeeld heel duidelijk als je kijkt naar Afghaanse azc-bewoners. Er waren in 2022 ongeveer twee keer zoveel Afghaanse bewoners in Nederlandse azc’s als in 2017. Maar er waren in 2022 minder incidenten onder die groep. Hun kans op asiel was opeens veel groter geworden toen de Taliban aan de macht kwamen. We hebben het onderliggende mechanisme niet kunnen onderzoeken, want het is op basis van onze data niet mogelijk te achterhalen waarom iemand zich beter gedraagt, maar de kans op asiel zou wel degelijk van invloed kunnen zijn.’

Het voorbeeld van de Afghanen laat nog een ander interessant aspect zien. Na de machtsovername van de Taliban veranderde waarschijnlijk ook de samenstelling van de groep Afghanen. Behalve mannen, kwamen er ook vrouwen en kinderen naar Nederland, of ouderen. Ook dit speelt mogelijk een rol op de kans dat zij een misdrijf plegen, want het gaat bij zowel incidenten als misdrijven vooral om mannen (88 procent) en mensen die jonger zijn dan 30 jaar (64 procent). ‘Bij Algerijnen is zelfs 97 procent man. Bij Tunesiërs is dat 92 procent en bij Marokkanen 91 procent’, zegt Noyon.

De nuances

Het zijn belangrijke nuances, want dankzij deze details krijgen de cijfers meer betekenis. Zo kun je ze bijvoorbeeld vergelijken met de cijfers onder de reguliere bevolking, zoals het WODC eerder deed in een rapport uit 2017. Het percentage COA-bewoners dat verdacht werd van criminaliteit was toen (in 2015) hoger dan gemiddeld onder de reguliere bevolking: 2,2 procent tegenover 1,1 procent. Maar toen werd gekeken naar reguliere inwoners van hetzelfde geslacht, dezelfde leeftijd, gezinssituatie en een relatief lage sociaaleconomische status, dan was het aantal vermogensdelicten onder azc-bewoners lager. Bewoners van een azc waren dan weer wel vaker verdacht van zedendelicten, aldus het WODC-rapport. 

‘Een deel van de door asielzoekers gepleegde criminaliteit vindt niet plaats in de directe omgeving van de COA-locaties’

Een andere nuance: bij incidenten als geweld en agressie gaat het regelmatig over zaken die gebeuren binnen het azc, wat niet noodzakelijkerwijs overeenkomt met de overlast die omwonenden ervaren. Het is daarom interessant om te kijken naar de impact die de aanwezigheid van een azc heeft op de veiligheid in de directe omgeving van dit azc. 

Ook hier is eerder onderzoek naar gedaan door het WODC, en de conclusies zijn verrassend. In hetzelfde rapport uit 2017 blijkt dat de aanwezigheid van een azc niet aantoonbaar gepaard ging met een grotere kans op misdrijven in de directe omgeving. Om dit te veronderstellen werd gebruikgemaakt van het aantal aangiftes op het gebied van inbraak en andere delicten in de directe omgeving. ‘Deze conclusie kan volgens het WODC  het volgende betekenen: ‘Een deel van de door asielzoekers gepleegde criminaliteit vindt niet plaats in de directe omgeving van de COA-locaties, maar op de COA-locaties zelf en/of meer verspreid over de wijdere omgeving’, aldus het rapport. 

Overlast: perceptie of realiteit?

Als misdrijven niet vaker voorkomen rondom een azc en incidenten bovendien vooral binnen het azc plaatsvinden, waar komt dan het gevoel van overlast bij omwonenden vandaan? Is het wellicht een perceptie, dat asielzoekers overlast veroorzaken? Of is er meer aan de hand?

‘In de maatschappij heerst heel veel angst voor overlast. Wat ik me goed kan voorstellen als je in Ter Apel woont, of in Budel. Als je dagelijks overlast ondervindt is dat heel naar’, onderschrijft Noyon. ‘Maar het algemene beeld is dat het echt om een kleine minderheid gaat die dit soort gedrag vertoont, terwijl de overgrote meerderheid waarschijnlijk zelf slachtoffer is, aangezien veel incidenten binnen het azc voorkomen.’

Dat er juist in Ter Apel en Budel overlast wordt ervaren is volgens haar mogelijk te wijten aan het gebrek aan doorstroom van asielzoekers naar andere gemeenten. De grootte van de faciliteit doet er waarschijnlijk ook toe, net als het aantal asielzoekers dat er woont. Daar komt bovenop dat sommige gemeenten eisen stellen aan het type asielzoekers dat ze willen opvangen, waardoor de overlastgevers blijven zitten in Ter Apel.’

Vervolgens zorgt de aandacht voor deze problemen in Ter Apel of Budel door de media voor een bepaalde perceptie van asielzoekers, legt ze verder uit. ‘Overlast komt in de media. Als mensen daar steeds over horen, dan blijft dat hangen. Dan wordt er in het brein een verband gevormd tussen asielzoekers en overlast. Als iemand eenmaal zo’n beeld heeft gevormd, bepaalt dat ook hoe die persoon informatie tot zich neemt. Dus als je eenmaal hebt besloten dat asielzoekers verkrachters zijn, dan kun je nog zo vaak zeggen dat het bijna nooit voorkomt onder die groep, maar dan komt dat niet binnen. In het geval van zedenmisdrijven is dat heel begrijpelijk. Mensen zijn daar heel bang voor, dat blijft heel goed hangen. Maar dat is dus eigenlijk een zichzelf versterkend proces.’

Een zichzelf verstekend proces

Terug naar de groep die strijdt tegen het azc in Oldebroek. ‘Intimidatie, bedreiging, diefstal, samenscholing van jongeren, het lastigvallen van vrouwen en meisjes, geweld en dergelijke komen bij alle azc’s frequent voor’, zo leest de tekst, zoals aan het begin van dit artikel bleek. Opvallend hier zijn de woorden ‘bij alle’ en ‘frequent’.

‘Het is niet realistisch om te hopen dat het ooit nul wordt’

Bovendien is de typering ‘Spoor 2 bewoners’ kenmerkend. Deze ‘figuren’ zouden gaan wandelen en fietsen, waar in de omgeving geen infrastructuur voor is, of ze zouden op illegale wijze gebruik maken van het openbaar vervoer, waarmee ze dit systeem zouden ‘terroriseren’. Om deze argumenten kracht bij te zetten is er een mediapagina, met berichten van zenders als PowNed over overlast in ter Apel. Helaas was er niemand van deze groep demonstranten bereikbaar om de argumenten toe te lichten. 

Een website als deze maakt de analyse van Noyon, namelijk dat het brein een link legt tussen asielzoeker en overlast na regelmatige rapportage over overlast, aannemelijk. Dit betekent niet dat overlast niet moet worden bestreden, of goedgepraat moet worden, voegt de onderzoekster toe. 

‘Er wordt natuurlijk van alles geprobeerd om criminaliteit onder asielmigranten te verminderen. Maar het is niet realistisch om te hopen dat het ooit nul wordt. Er bestaan namelijk geen samenlevingen ter wereld waar geen criminaliteit is. En het wordt misschien weleens vergeten, maar migranten zijn ook gewoon mensen. Dus ja, die gedragen zich zoals andere mensen.’

Turkse radiozender verliest licentie vanwege term Armeense genocide

0

In Turkije is de licentie van de radiozender Open Radio ingetrokken, omdat in een uitzending is gesproken over de Armeense Genocide. Volgens de Turkse mediatoezichthouder RTÜK zou het gebruik van die term aanzetten tot ‘haat en vijandigheid’. Zo meldt de Turks-Armeense krant Agos.

Tijdens de Armeense Genocide in 1915 vermoordde het Jong-Turkse regime anderhalf miljoen Armeense en Assyrische burgers van het Ottomaanse Rijk. De Turkse regering en een aanzienlijk deel van de Turkse bevolking ontkennen dat dit genocide was. Volgens de officiële Turkse lezing zou er tijdens de Eerste Wereldoorlog in Anatolië sprake zijn van een burgeroorlog waarin Armeniërs, maar ook Turken hebben geleden.

De radiozender werd eerder al vijf keer uit de lucht gehaald en beboet voor het bezigen van de term Armeense genocide.

De toezichthouder verklaart dat de zender in weerwil van eerdere maatregelen ‘op dezelfde voet is verdergegaan’ en daarom nu zijn licentie heeft verloren.

Open Radio vindt het verlies van de licentie ‘onacceptabel’. ‘We hebben de boete betaald en daarmee onze goede intenties getoond’, staat in een verklaring van de zender, waarin ook wordt gewezen op de ‘vrijheid van meningsuiting en persvrijheid’. De gewraakte uiting (Armeense Genocide, red.) zou ‘zonder twijfel’ binnen die vrijheden vallen.