Home Blog Pagina 395

‘We hebben meer kennis van het Midden-Oosten, maar er valt nog veel te winnen’

0

Een nieuwe lichting studenten is met vlag en wimpel geslaagd bij Midden-Oostenstudies op de Universiteit van Amsterdam. Wat voor nieuwe inzichten hebben ze ons te bieden? De Kanttekeningneemt weer plaats in de studentenbankjes.

Belle Brandon

Belle Brandon (24) heeft onderzoek gedaan naar de aantrekkingskracht van de Koerdische beweging in Rojava in Noord-Syrië (West-Koerdistan) voor extreemlinkse bewegingen in het Westen. ‘Het gebied wordt bestuurd door de PYD, de Koerdische partij die ook nog een militaire vleugel heeft, de YPG.

Brandon vertelt dat ze altijd gefascineerd is geweest door radicalisme. ‘Er is wel een verschil tussen fascinatie en daadwerkelijk gaan voor de gewapende strijd’. Voor de goede orde: Brandon is niet afgereisd.

Haar onderzoek ging over de westerlingen die dat wel hebben gedaan door zich bij de Koerden aan te sluiten in de strijd tegen ISIS. Linkse personen die het eens zijn met de ideeën van Abdullah Öcalan, de gevangen Koerdische leider van de PKK, die in Turkije, de VS en de EU te boek staat als terroristische organisatie. ‘Ze voelden zich verbonden’, zegt Belle, ‘met een strijd die fysiek ver weg van hun bed lag. Waarom deden ze dat?’

Volgens Brandon ligt de verklaring in de globaliserende wereld. ‘Een gevoel van wereldburgerschap is er onder linkse idealisten altijd al geweest. Dat is iets anders dan het Koerdische nationalisme, dat voor Koerdische jongeren een motivatie is om af te reizen naar Rojava.’

Brandon keek naar de niet-Koerdische steun voor de Koerden. ‘In principe is internationale solidariteit niks nieuws. Zo waren er Spanjegangers [tijdens de Spaanse burgeroorlog van 1936-1939, red.] in de strijd tegen het fascisme van generaal Francisco Franco. Door de online-globaliserende wereld is er nu meer verbondenheid met niet-Europese gebieden’.

Maar hebben die linkse idealisten zich niet bij een terroristische organisatie aangesloten? ‘Ja, de PKK wordt in Nederland en Europa als terroristische beweging gezien. Maar de PYD niet. Hierbij speelt ook dat de Koerden in de strijd tegen ISIS bondgenoten zijn van de VS. Het label terrorisme wordt dan minder snel geplakt in het Westen’

Volgens Belle kunnen gevoelens van solidariteit voor een groep ervoor zorgen dat er nieuwe normen  ontstaan. ‘En dat is wat er met de Koerden in de strijd tegen ISIS aanvankelijk is gebeurd. Ze werden niet meer als terroristen gezien. Er verschenen toen in Nederland ook vrij veel nieuwsberichten over vrouwelijke Koerdische strijders, die hun haar los lieten wapperen, zonder hijab. De vijanden waren islamitische extremisten.’

In haar onderzoek zegt ze wel dat er van het idealisme van de groepen die de Koerden steunden weinig is overgebleven, omdat ze daar ook tegen een hiërarchie botsten.  ‘Ook in een beweging zoals die in Rojava, die zich erg verzette tegen hiërarchie, en die zei dat ze het anders zouden doen, ontstonden er in de praktijk toch tekenen van diezelfde hiërarchie waar ze zich tegen proberen te verzetten.’

Brandon sprak iemand uit de regio die niet-Koerdisch was en nu gevlucht is naar Europa. ‘Ze probeerden daar inderdaad iets te creëren dat er voor iedereen is, maar toch vervallen ze ook daar weer in een soort Koerdisch nationalisme waarbij anderen worden buitengesloten. Dat bedoel ik niet als kritiek op de gehele Rojava-beweging vanuit mijn luie stoel in het Westen, maar ik denk dat zo’n idealistische beweging bijna onmogelijk is. Er zal altijd wel een soort hiërarchie zijn van mensen die op macht uit zijn.’

Brandon heeft ook iemand uit Schotland gesproken die destijds is gaan vechten tegen ISIS, terwijl hij ook tegen Amerikaans imperialisme was. ‘‘Hoe rijm je dat dan?’ Vroeg ik. Toen vertelde hij dat het ook oorlog is, en dat je soms gewoon concessies moet doen aan je principes.’

Sara Pas

Sara Pas (25) heeft onderzoek gedaan naar illegale abortussen in Marokko. Er is een officieel verbod van de regering op abortus. Toch komt abortus vaak voor in het land, met veel sterftegevallen voor vrouwen.

‘Door de dood vanwege een abortus vorig jaar van een 14-jarig meisje, dat ook nog eens was verkracht, is een zeker momentum ontstaan. Maar dat is niet wat die vrouwenrechtenorganisaties per se zeggen, omdat het gevoelig ligt bij de overheid en bevolking.  Zij framen het meer op toezicht en dat de wet soepeler wordt, zodat de veiligheid van de vrouwen blijft gewaarborgd en er geen sterfgevallen meer zijn.’

Het gaat de organisaties er nu vooral om dat abortus veilig wordt uitgevoerd en dat er meer voorlichting komt. Dat laatste is het voornaamste doel. In Marokko is een abortus alleen toegestaan als de gezondheid van de moeder in gevaar komt, de vitale indicatie. ‘En dan nog alleen met toestemming van de man. Dit terwijl er ook veel vrouwen een abortus plegen, vanwege bijvoorbeeld buitenechtelijke relaties,’ zegt Pas.

De gevoeligheid merkte Pas ook zelf in haar deels Marokkaanse omgeving. Er werd gevraagd of het wel een goed idee was om hierover te schrijven. ‘Toen wist ik zeker dat ik hierover wilde schrijven. Bij de islamitische, Marokkaanse staat ligt het gevoelig, maar ik ben er achter gekomen dat in de Maliki-wetgeving (een van de vier grote wetsscholen binnen de soennitische islam, red.) staat dat een abortus tot de veertigste dag van de zwangerschap mag.’

‘Islamitisch radicalisme wordt tegenwoordig bijna exotisch gemaakt, alsof het ver weg is’

Elmer Polman

En dan is er Elmer Polman (25). In zijn scriptie over de Iraanse revolutie van 1979 maakt hij een vergelijking tussen islamitische revolutionairen in Iran en communisten in Europa. ´Veel experts beschrijven de Iraanse revolutie als een radicalisering vanuit islamitische principes. Khomeini zou in zijn radicalisering steeds meer de kern de islam naderen´, zegt hij. ´Maar in de theorie van de Franse arabist Olivier Roy, vond ik aanwijzingen dat het radicalisme werd geïslamiseerd, in plaats van een radicalisering van de islam.’

Volgens Elmer waren radicale ideeën van de anti-imperialistische Frans-Caribische denker Frantz Fanon ook in de Iraanse revolutie aanwezig. ‘Dat zijn post-marxistische en postkoloniale theorieën. Die zag je terug in het werk van de Iraanse ayatollah Khomeini en [de Iraanse revolutionair, red.] Ali Shariati, waarin veel overeenkomsten te vinden zijn met anti-imperialisme en de postkoloniale terugkeer naar de eigen identiteit, onafhankelijk van externe invloeden. Verder speelde ook de noodzakelijkheid van geweld in de klassenmaatschappij. Bij Khomeini kreeg het idee van de arbeidersklasse en grootgrondbezitters een islamitisch sausje, met hardwerkende, echte gelovigen en de corrupte elite wiens geldzucht en decadentie geen grenzen kende. De islamisering is in die zin vooral ruis van wat al radicaal extreemlinks gedachtengoed was.’

Het inzicht dat daaruit volgt is dat dat het islamitisch radicalisme niet veel anders is dan radicalisme in Europa van vroeger en nu. ‘Islamitisch radicalisme wordt tegenwoordig bijna exotisch gemaakt, alsof het ver weg is, en iets dat we in Europa niet zouden kennen. Terwijl alle vormen van radicalisme gewoon overeenkomsten hebben. En islamitische radicalen in Iran zijn beïnvloed door radicale denkers. Ik trek in mijn onderzoek de vergelijking met extreemlinkse denkers, maar je zou net zo goed ook naar overeenkomsten met extreemrechts in Europa kunnen kijken. Bijvoorbeeld het omgaan met politieke tegenstanders, dan zou je Khomeini ook goed kunnen vergelijken rechtse, fascistische regimes in Europa waar politieke tegenstanders uit de weg werden geruimd’, aldus Elmer.

Wat voor toegevoegde waarde hebben deze nieuwe Midden-Oosten experts voor ons? ‘Het Midden-Oosten kunnen we niet als regio zien die totaal los zou staan van het Westen’, zegt Brandon die denkt dat de globalisering zal toenemen. ‘De verbinding is er en wordt alleen maar belangrijker. Dit leidt tot nationalisme in Europa, maar er is ook altijd een tegenbeweging van internationale solidariteit die meer bruggen wil slaan. Ik denk dat het ons niet verder gaat brengen als we in onze witte bubbels blijven steken.’

Voor Marokkaanse vrouwen in Marokko, die nog kampen met een abortusverbod, lijkt de relevantie van het onderzoek van Pas duidelijk, maar ze gelooft dat het onderzoek ook voor het Westen belangrijk is. ‘Ja, hier speelt het abortusdebat natuurlijk ook,’ zegt ze. ‘In Amerika zijn de abortusrechten teruggedraaid. En iedereen denkt dat het recht op abortus hier in Nederland heel toegankelijk is. Dat is het niet. Hier word je ook lastiggevallen als je naar de abortuskliniek gaat. Het recht op abortus is heel fragiel, en het kan ons zo afgenomen worden.’

Voor Pas speelt ook haar Marokkaanse achtergrond mee in dit onderzoek. ‘Het is belangrijk om de discussie over abortus te blijven voeren. In islamitische gemeenschappen wordt nog te vaak neergekeken op vrouwen die abortus plegen. Het is een taboe en wordt beschouwd als iets negatiefs. Veel moslima’s staan hier onder grote druk. Een vrouw moet gewoon zelf kunnen bepalen wat ze doet met haar lichaam.’

Elmer kwam het nut van zijn expertise toevallig tegen in een oud nummer van NRC Handelsblad, van twintig jaar geleden. ‘Man, man, als je leest hoe er toen over de islam werd gepraat. Termen als ‘barbaar’ en ‘gewelddadige moslims’ kwamen toen veel vaker voor. En de hoofddoek stond toen ook veel meer te boek als pure onderdrukking.’

Elmer denkt dat het idee van het Midden-Oosten als één grote massa van barbaren, of dat anderhalf miljard moslims allemaal hetzelfde denken, nog steeds leeft, maar dat er nu ook veel meer oog is voor individuen en diversiteit. ‘Op de universiteit kom je van alles tegen, van koptische christenen tot atheïsten, soennieten, sjiieten, moslima’s met of zonder hoofddoek, culturele moslims die af en toe bidden enzovoort. Onze kennis is in die twintig jaar pluriformer geworden, maar ik denk toch dat er veel te winnen valt.’

Italië nijdig over strengere grenscontroles Oostenrijk

0

Oostenrijk heeft de eigen grenscontroles aangescherpt om te voorkomen dat vluchtelingen vanuit Italië naar het noorden reizen. Volgens Italië zet het land daarmee de Europese solidariteit onder druk.

De extreemrechtse Italiaanse politicus Matteo Salvini, leider van Lega Nord en minister van Transport in het kabinet van Giorgia Meloni, heeft geen goed woord over voor Oostenrijk.

‘Het besluit van Wenen om de controles te verscherpen op voertuigen die uit Italië komen is een klap in het gezicht van de Europese solidariteit, waar gisteren op Lampedusa een beroep op werd gedaan en een ernstige belediging aan het adres van wetshandhavers en vrijwilligers die zich al jaren inzetten voor de verdediging van de Italiaanse grenzen’, zo verklaarde Salvini maandag.

Oostenrijk besloot de grenscontroles te verscherpen na het bezoek van Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, aan het Italiaanse eilandje Lampedusa, ten zuiden van Sicilië. In enkele dagen tijd had Lampedusa maar liefst 10.000 migranten ontvangen, voornamelijk uit Tunesië. De Europese Unie heeft eerder dit jaar een omstreden vluchtelingendeal gesloten met de Tunesische dictator Kais Saied, met als doel migranten in Afrika te houden. Kennelijk kan of wil Tunesië zich niet aan deze deal houden.

Na haar bezoek aan het eiland zei Von der Leyen dat de EU Italië gaat helpen met het overbrengen van migranten naar andere EU-landen, om zo de druk op Italië te verlichten. Oostenrijk voelt hier weinig voor en besloot daarom grenscontroles te verscherpen, tot ergernis van de Italiaanse regering.

Canada beschuldigt India van moord op sikh-leider

0

De Canadese premier Justin Trudeau beschuldigt India ervan een belangrijke leider van de sikh-gemeenschap in Canada te hebben vermoord. India noemt de aantijgingen ‘absurd’.

Gisteren zei Trudeau dat ‘agenten van de Indiase regering’ afgelopen juni sikh-leider Hardeep Singh Nijjar hebben vermoord. De premier zei dat hij zich baseerde op uitgebreid onderzoek. ‘Elke betrokkenheid van een buitenlandse regering bij de moord op een Canadese staatsburger op Canadees grondgebied is een onaanvaardbare schending van onze soevereiniteit.’

Inmiddels heeft Canada een Indiase diplomaat het land uitgezet, die het hoofd van de Indiase inlichtingendienst in Canada zou zijn.

Vanochtend reageerde de Indiase regering op de beschuldigingen. Die zijn ‘absurd’ en politiek gemotiveerd. Canada biedt volgens India onderdak aan ‘Khalistani-terroristen en extremisten’ die de veiligheid van India bedreigen. Khalistan is de naam van het land dat sikh-separatisten willen stichten in Noordwest-India.

In Canada woont een grote Indiase minderheid. Onder hen bevinden zich relatief veel sikhs, die zijn gevlucht voor de religieuze spanningen tussen sikhs en hindoes. In 1984 bestormde het Indiase leger de Gouden Tempel in Amirtsar, de heiligste plaats van het sikh-geloof. Hierbij kwamen honderden mensen om. Uit wraak besloten twee sikh-lijfwachten van premier India Gandhi om haar te vermoorden, waarvoor ze later werden opgehangen.

Ook Canada werd ongewild bij de strijd betrokken. In 1985 ontplofte een bom op een Air India-vlucht van Toronto naar Londen. Alle passagiers kwamen om. Twee sikh-verdachten werden in 2005 vrijgesproken vanwege gebrek aan bewijs. Veel getuigen waren overleden, sommigen waren vermoord, anderen waren mogelijk geïntimideerd en durfden daarom niet te getuigen. Singh Malik, een van de mannen die in 2005 werd vrijgesproken, werd vorig jaar juni doodgeschoten in Canada.

Marokkaanse meisjes kwetsbaar voor misbruik na aardbeving

0

Marokkaanse vrouwenrechtenorganisaties luiden de noodklok. Ze vrezen dat jonge meisjes in de nasleep van de aardbeving worden gedwongen met oudere mannen te trouwen.

In verschillende berichten op social media schrijven oudere Marokkaanse mannen dat ze in het huwelijksbootje willen stappen met een minderjarig meisje, omdat zo’n meisje nog niet ‘verpest’ is.

Op een foto is te zien dat een volwassen man met een meisje van ongeveer tien jaar poseert, te midden van de verwoestingen die door de aardbeving van 8 september zijn veroorzaakt. Hij is naar verluidt een vrijwilliger, die de overlevenden helpt. ‘Ze wil niet met mij naar (Casablanca)’, schrijft hij in het bijschrift, ‘maar ze fluisterde dat we zullen trouwen als ze groot is.’

Een andere man schrijft: ‘Waarom zou je trouwen met iemand die verwend is, die zich nog steeds in onbedekte en strakke kleding wil kleden, veel geld wil uitgeven, je kinderen op een ongepaste manier wil opvoeden?’ Hij roept zijn lezers op te trouwen met ‘meisjes die nergens om vragen’.

Vrouwenrechtenactivisten slaan alarm. Yasmina Benslimane van Politics4Her, een ngo die zich inzet voor gendergelijkheid: ‘(Mannen) pleiten ervoor om met deze meisjes te gaan trouwen, waarbij sommigen zichzelf rechtvaardigen met een beroep op religie. Zelfs als ze minderjarig zijn, zullen we ze redden, zeggen ze.’ Benslimane vertelt Al Jazeera dat ze alarmerende berichten hoorde over Marokkaanse mannen die naar afgelopen dorpen reisden, met als doel om jonge meisjes te ‘redden’. De Marokkaanse autoriteiten arresteerden een 20-jarige man uit Errachidia, die op social media pochte te reizen naar door aardbeving getroffen gebieden om hulpeloze meisjes aan te randen.

Benslimane en haar organisatie Politics4Her hebben nu een manifest opgesteld, waarin ze de Marokkaanse autoriteiten oproepen alert te zijn, en op te komen voor vrouwenrechten na aardbevingen.

In Congo was bruut geweld de norm

0

Historicus Zana Etambala beschrijft in zijn nieuwe boek Onderworpen, onderdrukt, geplunderd de bloedige verovering van Congo eind negentiende eeuw. ‘De kolonisering was een oorlog tegen de lokale bevolking.’

‘Mijn boek begint met Henry Morton Stanley, de beruchte ontdekkingsreiziger die in 1870 in dienst van de Belgische koning Leopold II Congo begon te koloniseren’, vertelt Etambala. De Congolees-Belgische historicus houdt zich al jaren bezig met de koloniale geschiedenis van Congo, onder andere als lid van de bijzondere commissie belast met het onderzoek naar het koloniale verleden van België.

Cover boek Zana Etambala

‘Stanley is een nieuw type explorator. Henri Livingstone was een vredelievende ontdekkingsreiziger, maar Stanley was een veroveraar.  Zijn ontdekkingsreis was in feite een militaire expeditie. Naast dragers – mannen die alle spullen moesten meedragen – had Stanley ook huurlingen in dienst. In zijn verslagen vertelt hij dat hij maar liefst 32 gevechten met de inheemse bewoners heeft geleverd langs de Congorivier, die allemaal door Stanley en zijn mannen werden gewonnen. Leopold II nam deze psychopaat in dienst. Met Stanley begon de verovering van Congo. Sindsdien waren alle expedities gewapend. Bruut geweld werd de norm in relaties met het Afrikaanse continent.’

Congo Vrijstaat

Congo heette van 1885 tot 1908 Congo Vrijstaat en was de privékolonie van de Belgische koning, onder wiens bewind er grote wreedheden plaatsvonden. In 1908 nam de Belgische staat de kolonie over en zou over Congo heersen tot 30 juni 1960.

Een cruciale rol bij de verovering en bezetting van Congo eind negentiende eeuw speelde de Force Publique, een huurlingenleger. De officieren waren wit en kwamen uit België, Italië en Scandinavië, terwijl de soldaten zwart waren en uit verschillende delen van Afrika kwamen. ‘De kolonisering van Afrika was een oorlog tegen de lokale bevolking.’

Zana Etambala woont bijna zijn hele leven lang in België, maar voelt zich diep verbonden met zijn geboorteland. Hij werd in 1955, toen Congo nog een Belgische kolonie was, geboren in Kinshasa, maar zijn familie kwam uit de Uele-streek. ‘Voor mijn boek ben ik in Congo geweest, ook in deze streek. Mensen die ik sprak vertelden verhalen over een opstand in het gebied, 125 jaar geleden. Het verhaal van die opstand – dat ook in de Belgische archieven is terug te vinden – is mondeling doorverteld, van generatie op generatie. De Force Publique vermoordde tijdens de strafexpeditie honderden mensen. De wapens van dit huurleger waren superieur aan die van de plaatselijke bevolking.’

Volgens de koloniale propaganda zouden de Belgen de Congolezen hebben bevrijd en werden de kolonisatoren met open armen ontvangen

‘Het ging om de verovering en de bezetting van het gebied, niet om een beschavingsmissie. Maar om de verovering te rechtvaardigen werd er op lokale gebruiken gewezen die de westerlingen barbaars vonden, zoals kannibalisme – dat inderdaad bestond in Congo – en slavernij. Volgens de koloniale propaganda zouden de Belgen de Congolezen hebben bevrijd en werden de kolonisatoren met open armen ontvangen. Maar dat is natuurlijk onzin. Mijn studie heeft als doel om een aantal clichés te doorprikken. De Europese dominantie is gebaseerd op onderwerping en onderdrukking. Zo simpel is het.’

Handelsmaatschappijen

Etambala onderzocht ook enkele handelsmaatschappijen die enorme winsten konden boeken in Congo. Een van deze koloniale bedrijven was de Société Anversoise du Commerce au Congo (De Antwerpse Handelsmaatschappij in Congo, ook wel de Anversoise genoemd). Het bedrijf werd in 1892 opgericht en beschikte in Congo Vrijstaat over zeven miljoen hectare concessiegebied – een gebied waarvan de volledige uitoefening van soevereiniteitsrechten is overgedragen aan een partij. De aandeelhouders werden schatrijk, dankzij al het rubber en ivoor dat door de Anversoise uit Congo werd verscheept. Etambala: ‘De handelsmaatschappijen hadden het recht om gewapende mensen in dienst te nemen, die de lokale bevolking dwongen om rubber te verbouwen. Er was minder tijd voor het verbouwen van de eigen landbouwgrond. De aanwezigheid van huurlingen leidde tot terreur, moord en hongersnood.’

Dodelijke slaapziekte

En dan was er de dodelijke slaapziekte, die vele, vele slachtoffers maakte, en wordt overgebracht door de tseetseevlieg.  Afrika kampte al veel langer met deze ziekte, maar de kolonisering van Congo verergerde de ziekte door de toegenomen mobiliteit. Soldaten en andere reizigers die van het ene naar het andere gebied trokken, namen de ziekte mee. ‘Er waren nauwelijks dokters om de slachtoffers te helpen. De dokters in dienst van de Force Publique waren er niet voor de lokale bevolking, maar voor het leger. In 1908, als de Congo Vrijstaat – het privédomein van koning Leopold II – door de Belgische staat wordt overgenomen, zijn er in heel Congo slechts drie ziekenhuizen. Er was tot die tijd nooit geïnvesteerd in de gezondheid van de bevolking. Alle aandacht ging uit naar de rubberproductie. Zelfs toen de epidemie vele slachtoffers maakte, bleven de koloniale autoriteiten rubbertax eisen. Katholieke missionarissen waren hier kritisch over, maar protesteerden niet bij de koloniale autoriteiten omdat ze loyaal aan Leopold wilden blijven.’

nog steeds zijn er in België veel mensen – ook historici – die het koloniale verleden verheerlijken

Etambala is blij dat het historisch perspectief nu aan het verschuiven is. Het begon met de kritische publicaties van Daniel Groenenwegen in de jaren tachtig, maar zijn kritiek op het Belgische kolonialisme werd niet gewaardeerd. ‘Dit heeft zijn carrière helaas ook bemoeilijkt.’  Maar nog steeds zijn er in België veel mensen – ook historici – die het koloniale verleden verheerlijken. ‘In de Belgische commissie die onderzoek deed naar het koloniale verleden zat ook een commissielid, die sprak over het rechtssysteem in Congo Vrijstaat. Maar er was helemaal geen recht. Rechteloosheid was troef. Zwarte mensen waren niet gelijk aan witte mensen. Werd een wit persoon door een zwart persoon vermoord, dan kreeg de dader zonder meer de doodstraf: de kogel of de galg. Maar gebeurde het omgekeerde, dan ging de dader de gevangenis in en kwam hij naar verloop van tijd vrij.’

Aanvankelijk was Congo geen officiële kolonie maar, zoals gezegd, als ‘Congo Vrijstaat’ het privédomein van de koning. Tot 1908, toen Congo een kolonie van België werd, was er geen parlementaire controle op Congo. De koning en zijn vrienden konden er ongestraft hun gang gaan. Wel betaalde het Belgische leger de officieren van de Force Publique. De Belgische belastingbetaler betaalde dus mee aan de privéonderneming van Leopold II.

Congolezen met geamputeerde handen
(Beeld: Wikimedia Commons)

Volgens schattingen woonden er in 1880 twintig miljoen mensen. Als gevolg van oorlog, dwangarbeid, martelingen (het afhakken van handen), honger en ziekten is het aantal inwoners in de daaropvolgende dertig jaar met tussen de vijf en tien miljoen mensen gedaald. ‘Betrouwbare cijfers ontbreken’, zeg Etambala, ‘omdat er toen geen volkstellingen werden gehouden.’ Missionarissen, die van dorp tot dorp trokken om de lokale bevolking te kerstenen, schreven dat vele Congolezen waren bezweken als gevolg van de dodelijke slaapziekte. En uit de dagboeken van officieren van de Force Publique bleek dat vele Congolezen stierven als gevolg van het oorlogsgeweld. ‘Deze bronnen geven een beeld van de menselijke tragedie, van het geweld. Maar we kunnen vanwege het ontbreken van veel cijfers onmogelijk schatten hoeveel Congolezen er zijn omgekomen door de ziekte, en hoeveel door oorlogsgeweld.’

Roofkunst

Dan is er nog de kwestie van roofkunst. In het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren wordt veel kunst tentoongesteld, die door Belgische kolonisatoren geroofd is uit Congo. De Belgische expeditieleiders zagen het toentertijd anders. De Congolezen zouden hen al die giften ‘vrijwillig’ hebben gegeven. Maar dat was geen wonder, vertelt Etambala. ‘Ze waren doodsbenauwd, dat ze anders vermoord zouden worden.’ De historicus vindt het schandalig dat Congolezen helemaal naar Tervuren in België moeten, het land van hun voormalige kolonisator, om hun eigen ‘etnografische patrimonium’ te mogen zien. ‘Ik schat dat als tachtig procent van het Vlaamse culturele erfgoed in het buitenland ligt, Vlaamse nationalisten ook eisen dat dit teruggeven moet worden. In Tervuren liggen objecten die gemaakt zijn door Congolezen, niet door Belgen. Het gaat niet alleen om objecten die worden tentoongesteld, in de kelders ligt nog veel meer materiaal opgeslagen. Het is krankzinnig.’ Wel vindt Etambala dat Congo een museale cultuur moet ontwikkelen, net als bijvoorbeeld Indonesië, en de objecten ook goed kan tentoonstellen en preserveren. ‘Dat is nu helaas nog niet het geval in Congo.’

Het moet gaan om excuses aan de Congolezen, niet aan de Congolese staat

Ten slotte: excuses voor het koloniale verleden? Etambala vindt excuses goed, maar ze moeten aan het Congoleze volk worden aangeboden, niet aan het regime. ‘De corrupte leiders van Congo zijn geen democraten. Zij buiten het volk uit, op een manier zoals Leopold II dat 150 jaar geleden deed. De huidige Congoleze machthebbers zien de Belgische excuses en het bezoek van het Belgische koninklijke paar, ten onrechte, als een erkenning van hun macht, hun prestige. Daarom moet België voorzichtig zijn. Het moet gaan om excuses aan de Congolezen, niet aan de Congolese staat.’

Onderzoek naar brand bij islamitische basisschool in Nijmegen

0

In de nacht van zaterdag op zondag is er brand uitgebroken bij een islamitische basisschool in Nijmegen. De politie sluit brandstichting niet uit.

Het gaat om de basisschool Hidaya aan de Heiweg. De school staat, naar eigen zeggen, voor ‘verrijkend en verbindend onderwijs, geïnspireerd op de islamitische identiteit, om midden in de Nederlandse samenleving te mogen worden wie je bent’.

Een woordvoerder van de school vertelt de Kanttekening dat de schade feitelijk wel meevalt. ‘Alleen de buitendeur is beschadigd. We hebben aangifte gedaan. De politie doet nu onderzoek. Dat wachten we af.’ De woordvoerder vertelt ook dat de school in het verleden geen last heeft van bedreigingen en ook dat er geen spanningen zijn met buurtbewoners, of iets dergelijks. ‘Er zijn geen problemen.’

In antwoord op vragen van de Kanttekening laat de politie het volgende weten: ‘De toedracht van de brand wordt op dit moment nog onderzocht dus we kunnen nog niet bevestigen of ontkrachten dat het om brandstichting gaat. Wij hebben niet het beeld dat er eerder problemen in de buurt of met de basisschool zijn geweest. Ook niet dat er recent islamofobe incidenten hebben afgespeeld. Uiteraard nemen wij deze zaak, net als elke andere zaak, uiterst serieus.’

Erik Ader prikt in een nieuw boek zestien pro-Israëlische mythen door

0

Erik Ader ontmantelt in zijn nieuwe boek zestien mythen over Israël. Persoonlijk heeft hij – zoon van ouders die in de Tweede Wereldoorlog Joden hielpen – een hele bekering doorgemaakt in hoe hij naar die Joodse staat kijkt. ‘Hamas is wel degelijk tot vrede bereid.’

Ader heeft zijn vader nooit gekend. Dominee Bastiaan J. Ader is in 1944 gefusilleerd door de Duitse bezetter. Erik, de jongste van twee zoons, was toen twee weken oud. Later werkte Erik Ader als diplomaat in onder andere Beiroet en Lima.

In de eerste decennia na de oorlog was de publieke opinie overweldigend positief over Israël. Het land leek een heilsstaat: de democratie, land van melk en honing, de woestijn bloeit. Geleidelijk ontdekte Ader dat de populariteit van Israël berust op mythen.

Ook zag hij ter plaatse hoe Israël alles wil uitwissen wat Palestijns is. Ader bezocht in het land een bos, geplant ter ere van zijn vader. De dertienhonderd bomen van dit Ds. Ader Bos bleken echter een bijbedoeling te hebben: ze verbergen de sporen van een Palestijns dorp dat op die plaats lag.

Ader schreef in 2020 Oorlogen & oceanen over zijn familiegeschiedenis. Dit jaar verscheen in het verlengde daarvan Kinderen van Amalek, waarin hij mythen en feiten benoemt over Israël en de Palestijnen. Het boek is gewijd aan zijn ouders, de ‘aanstichters’ van zijn betrokkenheid bij dit conflict.

Waarom heb je dit nieuwe boek geschreven?

‘Mensen denken vaak dat ze wel weten hoe het zit. Maar dat is een overschatting van de werkelijke situatie. Ik merk dat ook bij mezelf. Ik ben in de loop van de tijd van pro-Israël naar steeds kritischer geworden, ontdaan door wat de Palestijnen wordt aangedaan. Toch was er ook voor mij nog weer veel nieuwe informatie. Ik denk dat het over het algemeen met de kennis van dit conflict tegenvalt. Mijn boek wil systematische informatie geven over wat er is gebeurd en of onze beeldvorming klopt.’

‘Israël houdt niet meer de schijn op voor de buitenwereld’

Dat beeld is sterk bepaald door grote media zoals de NOS.

‘Ja, zeker. In die beeldvorming is wel wat verschoven. Eerst was het paradigma: alles wat Israël doet is goed. Nu is het: waar twee kijven, hebben twee schuld. Dat gaat echter nog niet ver genoeg. Want als je naar de feiten kijkt, kun je zonder moeite aanwijzen wie de agressor is in het conflict en wie de benadeelde partij is.

Ik denk dat vooral twee dingen onderbelicht zijn. Ten eerste het beeld van Israël dat de vredeshand uitsteekt, die door Arabische landen en Palestijnen constant wordt afgeslagen. Dat is hoe Israëlische propaganda werkt.

Ten tweede zijn mensen relatief onbekend met de religieuze impulsen die het Israëlische beleid en de Israëlische visie aan het dicteren zijn. Dat is vooral de laatste tijd duidelijk geworden, met de Smotrichs en Ben Gvirs in de regering [extremistische ministers in de huidige regering-Netanyahu in Israël, red.]. Weliswaar speelden de civiele en militaire autoriteiten al veel langer met die Joodse kolonisten onder een hoedje, maar het gaat steeds openlijker. Nu wordt het ook expliciet gesteund vanuit de regering. Israël houdt niet meer de schijn op voor de buitenwereld.’

Je noemt je ouders de ‘aanstichters’ van je betrokkenheid. In welke zin zijn zij dat?

‘Voor een antwoord daarop moet je kijken naar Oorlogen & oceanen, dat de context verschaft voor Kinderen van Amalek. Ik beschrijf in dat eerste boek de fietstocht die mijn vader in 1937 maakte naar Jeruzalem. Dat getuigde in die tijd van ondernemingszin. Op een herenfiets, over grotendeels ongeplaveide wegen die tocht afleggen. Daardoor kreeg ik in 1966, als 21-jarige, zin om ook zelf eens te gaan kijken in dit land dat overvloeide van melk en honing – het ‘wonder’, verricht door socialistische idealisten. Ik ben op bezoek geweest bij oud-onderduikers die bij mijn ouders hadden gewoond.’

Hoe kwamen die onderduikers bij je ouders terecht?

‘Mijn ouders kregen in 1942 een briefje van een Joodse kennis uit Amsterdam: “Ik verkeer in grote nood, kan ik bij jullie komen schuilen?” Ze moesten er even over nadenken. Het tweede gebod van Jezus, ‘heb je naaste lief als jezelf’, maakte dat ze vonden dat ze geen nee konden zeggen. Toen kwam zij dus bij mijn ouders wonen, in de pastorie in Noordoost-Groningen. Al gauw begon mijn vader systematisch Joodse landgenoten op te halen uit Amsterdam om ze te laten onderduiken, eerst in de pastorie, vervolgens ook bij anderen. Hij zette een hele organisatie op om dit te regelen. Een deel van die onderduikers bleef na de oorlog in Nederland, een deel ging naar Israël.’

Dat is nogal wat, als je een jong gezin hebt. Je oudere broer is geboren in 1942. Namen zij een enorm risico terwijl de rest van Nederland zich koest hield?

‘Hoe groot dat risico was, is wel gebleken.’

Wat was je ervaring toen je zelf oud-onderduikers ontmoette?

‘Ik maakte mijn reis niet met het vliegtuig, zoals in die tijd al gebruikelijk was, maar liftend, in het bandenspoor van mijn vader. Ik kwam daardoor door Libanon, Syrië en Jordanië – dat voor de Zesdaagse Oorlog van 1967 ook nog de Westbank omvatte. Daar stuitte ik op een werkelijkheid die ons in Nederland volstrekt onbekend was. Palestijnse vluchtelingen leefden daar in kampen, in armoedige omstandigheden, beroofd van hun middelen van bestaan, aangewezen op de bedeling. Uitzichtloos. Er was geen uitzicht op terugkeer. De omringende landen wilden hen ook niet opnemen en hadden daar goede redenen voor.

Hier komt mijn betrokkenheid vandaan. Dat was een geleidelijk proces. Ik sprak in Israël oud-onderduikers, maar als ik het had over mijn ervaringen onderweg in de omringende landen, was er geen belangstelling. Ze spraken alsof ik op het vliegveld bij Tel Aviv was uitgestapt en rechtstreeks bij hen was binnengekomen. Desalniettemin: natuurlijk waren die ontmoetingen bijzonder.’

Je bezocht ook het Ds. Ader Bos. Die ervaring was ook transformerend. Wat gebeurde daar?

‘Een chauffeur van het Joods Nationaal Fonds, dat dit bos had aangeplant, reed mij erheen. Ik zag aan dat bos weinig bijzonders en de chauffeur moest weer verder, dus ik stond onder tijdsdruk. Hij hield een lofzang op zijn broodheren, het Joods Nationaal Fonds. Zij hadden dit land groen gemaakt. Hij wees naar het oosten, waar je Jordanië kon zien liggen. Daar was het bruin en verschroeid. Logisch, want dat waren akkers na oogsttijd. Maar het verhaal van de chauffeur kreeg al snel overtones, die mij deden denken aan de racistische taal in de zuidelijke staten van de VS, waar ik een jaar eerder doorheen was gereisd – en waar ze het hadden over ‘luie n*g*rs’. Wat deze chauffeur in Israël zei, was iets soortgelijks: Arabieren zijn te lui om te werken en klagen alleen maar. Het ergerde me. Ik zei dat ik in Jordanië en Syrië was geweest en ook daar geïrrigeerde velden had gezien. Zijn mond viel open. ‘Ben je dáár geweest?’ Ja, zei ik. ‘En heb je iets goeds over ze te melden?’ Jazeker. Het waren heel aardige, beschaafde mensen. De stemming was daarna wel bedorven.’

‘Israël pretendeert mijn vader te eren, maar gebruikt zijn goede naam om de geschiedenis van een bloeiende Palestijnse gemeenschap uit te wissen’

Het Ds. Ader Bos was bedoeld om te misleiden, schrijf je in Oorlogen & oceanen. Hoe kwam je daar achter?

‘De eerste keer dat ik dat bos bezocht, was mij niets opgevallen. Een beetje heuvelachtig terrein, met jonge aanplant, vrij dicht beplant. Je kon er nog overheen kijken. Toen ik er in 2005 weer was, viel me op dat her en der op het terrein olijfbomen stonden van het formaat waarvan je zag: die zijn eeuwen oud. Toen ben ik nog wat beter gaan kijken. Er waren ook resten zichtbaar van wat eens terrassen waren geweest. Bomen en terrassen duidden op het eerdere bestaan van een olijfboomgaard. Niks woeste grond die tot bloei was gebracht.

Dus vroeg ik het Joods Nationaal Fonds om uitleg. Ik vertelde dat ik nieuwsgierig was naar de geschiedenis van het gebied, maar ze zeiden dat ze daar niets van wisten. Degene die ik sprak noemde wel de naam van een Joods dorp dat hier rond het begin van de jaartelling moest hebben gelegen. Maar wat er in de eeuwen daarna was gebeurd, dat interesseerde ze niet. Zo konden ze blijven denken dat het land leeg was, toen ze arriveerden.

Het Joods Nationaal Fonds zou voor mij nagaan wat de geschiedenis was geweest van de plek van het bos. Een dag later heb ik nog eens gebeld en een paar maanden later opnieuw.  Ze zouden het laten weten – maar ik heb nooit antwoord gekregen. Intussen was ik op een Israëlische organisatie gestuit die al langere tijd bezig was systematisch in kaart te brengen waar voormalige Palestijnse dorpen hebben gelegen en wat er met de inwoners is gebeurd. Zo ontdekte ik dat het bos ligt op de plek waar voor 1948 een Palestijns dorp lag, en welk dorp dat was. In oktober van dat jaar zijn de inwoners verdreven. Via contacten heb ik iemand gevonden en gesproken die destijds aan de hand van zijn ouders uit dit dorp is gevlucht en sindsdien in een vluchtelingenkamp bij Bethlehem woont.’

Was je reis in 1966 het begin van deze geleidelijke ‘bekering’?

‘Ja, die reis had veel dimensies. Het was ook een beetje het begin van een zoektocht naar mijn vader. Ik heb hem niet gekend. Wat zou hij voor man zijn geweest? Via de verhalen die ik over hem hoorde, was hij heel aanwezig. Maar waarom moest hij als pasgetrouwd man zo nodig op de fiets naar Jeruzalem? Dus dat ik weet wat ik nu weet over Israël, heb ik te danken aan mijn ouders. En nu ik het weet, kan ik daar niet over zwijgen.’

Je kwam er ook achter dat het Joods Nationaal Fonds op veel meer plekken de Palestijnse geschiedenis verdoezelt. Is het een systematisch project?

‘Ja, ze hebben overal dit soort schanddaden begaan. Het is een schandaal in het kwadraat: dat je pretendeert iemand te eren en in werkelijkheid zijn naam gebruikt om bij goede gevers geld uit de zak te kloppen dat je aanwendt om de sporen van een florerende agrarische gemeenschap uit te wissen die je zelf eerst het slachtoffer hebt gemaakt van etnische zuiveringen.’

Een belangrijke mythe in je boek is die van Israël als enige democratie in het Midden-Oosten. Dat klinkt toch redelijk, als je kijkt hoe rampzalig omringende landen worden bestuurd?

‘In vergelijking met de omringende landen is Israël beter, ja dat klopt. Maar wij hebben altijd de neiging om Israël te zien als een land als wij. Een modern en beschaafd land. Maar als je 20 procent van je bevolking niet behandelt als volwaardige staatsburgers, dan is dat niet zo. Het is geen volwaardige democratie. Iedereen die niet Joods is, is tweederangsburger.

Een tweede punt: in 2006 waren er verkiezingen in de Palestijnse gebieden. Eerlijk, zowel in de aanloop als op de verkiezingsdag zelf. Alleen vonden Israël en daarmee wij in het Westen de uitslag onaanvaardbaar, omdat Hamas die verkiezingen won.’

Die westerse huiver voor Hamas, is die niet logisch?

‘Je zou huiverig kunnen zijn, als je gelooft dat Hamas een bloeddorstige, irrationele en fundamentalistische organisatie is. Dat is het beeld dat Israël cultiveert. Wie zich werkelijk verdiept in hoe Hamas is begonnen en waar ze voor staan en wat er met hen aan overeenkomsten bereikt had kunnen worden…’

‘Israël heeft een tweestatenoplossing systematisch gesaboteerd. Die is al jaren zo dood als een dodo’

Dit raakt aan een andere mythe: dat Palestijnse ‘haatzaaiers’ vrede in de weg staan. Klopt dus ook niet? Hamas wilde toch lange tijd Israël van de kaart vegen?

‘Hun oude handvest is vervangen door een nieuw handvest waar dat doel niet meer in staat. Voor de bühne wekken ze nog wel de indruk dat dit het uiteindelijke doel is. Ze streven naar een staat tussen de Middellandse Zee en de Jordaan, met one man, one vote. Dat betekent niet dat de Joden weg moeten. Alleen dat Joden niet meer kunnen overheersen.’

Veel Joden vrezen dat zij dan zelf tweederangsburgers worden. Terechte vrees toch?

‘Dat zou kunnen gebeuren natuurlijk, omdat het zo gepolariseerd is. Israël heeft een tweestatenoplossing systematisch gesaboteerd. Die is al jaren zo dood als een dodo. Wat blijft er dan over? Hamas heeft, zo heb ik uit verschillende bronnen, in een brief aan de Israëlische regering vastgelegd dat ze bereid zijn tot het sluiten van vrede. Eerder heeft Hamas ook aangegeven een overeenkomst met Israël te accepteren wanneer de Palestijnse bevolking zich daarover in een stemming kan uitspreken. Hamas heeft dus veel water bij de wijn gedaan.’

Een idee dat als rode draad door diverse mythes heen loopt is dat Israël altijd alleen maar heeft gereageerd op agressie. De anderen zijn begonnen.

‘Kortheidshalve verwijs ik in antwoord hierop naar het boek van Zeev Maoz, docent aan de Militaire Academie in Israël en later hoogleraar in Californië, die heel systematisch op een rij heeft gezet hoe Israël telkens heeft gekozen voor de aanval als beste verdediging. Het land heeft steeds weer verzuimd diplomatie een kans te geven. Maoz laat zien dat dat beleid teruggaat tot 1948.’

Israël moet wel, antwoorden mensen dan. Want als het niet een militair overwicht heeft, zal een land als Iran haar dreigementen waarmaken en Israël vernietigen. Dat is ook waarom mensen boycot, desinvestering en sancties (BDS) anti-Israëlisch en antisemitisch vinden.

‘In hoeverre Iran werkelijk een bedreiging is, is de vraag. En ik denk dat het goed zou zijn als er boycot, desinvestering en sancties komen, om Israël te dwingen serieuze onderhandelingen te beginnen over een op gerechtigheid gebaseerde duurzame vrede, ook in het belang van Israël zelf. Ik ben alleen wel bang dat dat een gepasseerd station is, met name door de nederzettingen.’

Vorig jaar ontstond er een stormpje rond een opinieartikel dat je in het Nederlands Dagblad schreef. Je betoogde toen: Israël is hoofdschuldige. Dat riep ontzettend veel reacties op. Zo schreef Lody van de Kamp – die ook bij de Kanttekening columnist is – dat beide kanten heftige dingen roepen. Jij staat dan aan één kant. En wat we volgens hem vergeten is naar elkaar te luisteren. Dat klinkt redelijk, toch?

‘Dat is de val die steeds weer wordt opgezet. Een beroep op redelijkheid, maar dan wil men graag zelf invullen wat die redelijkheid dan is. Er zit al een standpunt in: dat er twee kanten aan de zaak zitten. Wat ik doe, is nadrukkelijk één kant belichten, de onderbelichte kant, de kant van de onderdrukte. Ik zeg: lees die feiten en kijk wat je ermee doet.’

‘Het heeft niet zo veel zin een gesprek te voeren over Israël als de feiten niet bekend zijn, of op basis van emoties’

Lody van de Kamp vindt luisteren belangrijk. Ik denk dat weinig mensen daar anders over denken.

‘Nou, dat weet ik niet, maar ik help het je hopen. Mensen definiëren luisteren natuurlijk ook verschillend. Maar op een zeker moment vind ik die ander zo onredelijk dat het ophoudt, dan houdt het luisteren op. Ik vind het moeilijk me te verstaan met mensen die het internationaal recht ondergeschikt achten aan hun privé-opvattingen of het wel oké vinden als mensenrechten worden geschonden wanneer Israël dat doet.

Andere ingezonden reacties op je stuk zeggen: dit is zo onredelijk, zo breng je een oplossing niet dichterbij. Hoe kun je met die mensen in gesprek blijven?

‘Ik beschouw dat wel een beetje als een verloren zaak. Er zijn geharnaste pro-Israël-advocaten die ik niet kan en wil bereiken.

Jij reageerde in het Nederlands Dagblad op een column van oud-buitenlandcorrespondent Aad Kamsteeg. En hij reageerde weer op jou met de boodschap dat hij een heel eind met je kan meegaan. Jullie waren dus toch in gesprek. Maar hij zegt dat jij de ‘bloedige Arabische agressie’ negeert.

‘Welke bloedige Arabische agressie? Dat is mijn vraag aan hem. Dit is een van de dingen die ik in mijn boek als mythe ontmasker.’

Is het gesprek met Kamsteeg een zinvol gesprek? Ik probeer af te tasten waar voor jou de grenzen liggen.

‘Ik ben graag bereid om met iedereen een gesprek te voeren op basis van de feiten. Het heeft niet zoveel zin om gesprekken te voeren als die niet bekend zijn, of op basis van emoties. De feiten die ik noem zijn alle verifieerbaar en gebaseerd op serieuze bronnen, bijna allemaal joods-Israëlisch. Het loont om daar kennis van te nemen. Los daarvan en voor alle duidelijkheid: met Lody van der Kamp en Aad Kamsteeg acht ik een gesprek natuurlijk wel zinvol.

Zit er beweging in het maatschappelijk debat?

‘Ik meen wel wat beweging te zien. Ik zie bijvoorbeeld bij de ChristenUnie-jongeren die de oudere generatie ter verantwoording roepen en zeggen: ‘Hé, wacht eens even, wat gebeurt hier? Waarom geldt het internationaal recht hier niet? Waarom laten jullie dat lopen?’’

Zestien mythen

Erik Ader werkte jarenlang in het Midden-Oosten, reisde door Israël en Palestina en vergaarde door de jaren heen veel kennis over het conflict. In Kinderen van Amalek verzamelt hij zestien mythen, die hij wil weerleggen aan de hand van feiten. Het gaat om de volgende mythen:

  1. Een land zonder volk voor een volk zonder land
  2. Het vluchtelingenprobleem is het gevolg van Arabische agressie
  3. Wij staan quitte na de verdrijving van de Joden uit de Arabische landen
  4. De Palestijnen hadden een eigen staat kunnen krijgen als zij het verdelingsplan van de VN uit 1947 hadden geaccepteerd
  5. De Zesdaagse Oorlog is begonnen voor Arabische landen
  6. Israël bood in 1967 al bezet gebied aan in ruil voor vrede
  7. De Jom-Kippoeroorlog is het bewijs dat Arabische landen uit zijn op de vernietiging van Israël
  8. Israëls uitgestoken vredeshand
  9. Het mislukken van Camp David in 2000 is de schuld van Arafat
  10. Israël vocht in de voorhoede van de War on Terror
  11. Praten met Hamas is even verwerpelijk als zinloos
  12. De blokkade van Gaza is nodig om te voorkomen dat Hamas zich bewapent
  13. Palestijns haatzaaien staat het bereiken van vrede in de weg
  14. Israëlisch geweld is legitieme uitoefening van staatsmacht, Palestijns geweld is terrorisme
  15. Israël is de enige democratie in het Midden-Oosten
  16. Kritiek op Israël is een vorm van crypto-antisemitisme

Iran: familie Mahsa Amini mocht haar niet herdenken

0

De Iraanse autoriteiten hebben verhinderd dat de familie van Mahsa Amini een wake voor haar kon organiseren, aldus mensenrechtenorganisaties. Eergisteren was het precies een jaar geleden dat ze stierf.

De dood van Mahsa Amini, een jonge Iraans-Koerdische vrouw die op 16 september 2022 overleed als gevolg van grove mishandelingen door de Iraanse zedenpolitie, leidde tot een golf van demonstraties door het land. Het Iraanse regime viel echter niet.

Om onrust te voorkomen, traden de autoriteiten dit weekend preventief op tegen Iraniërs die de dood van Amini wilden herdenken, omdat deze herdenkingen als een protest tegen het regime kunnen worden geïnterpreteerd. In grote steden waren veel troepen aanwezig, die mensen moesten afschrikken om te demonstreren.

Volgens de Iraanse Mensenrechtengroep (IHR) en het Koerdistan Mensenrechtennetwerk (KHRN) arresteerden de Iraanse autoriteiten Amjad Amini, de vader van Mahsa. Hij werd vrijgelaten nadat hij was gewaarschuwd geen herdenkingsdienst te houden bij het graf van zijn dochter. Het Iraanse staatspersbureau INRA ontkende echter dat Amjad Amini was gearresteerd en beweerde dat Iraanse veiligheidstroepen een aanslag op hem zouden hebben voorkomen.

Sporadisch vonden er wel daden van verzet plaats. In de hoofdstad Teheran juichten mensen een jong echtpaar toe, dat protesteerde tegen het regime. Ook toeterden sommige autobestuurders uit solidariteit. In de beruchte Evin-gevangenis in Teheran, waar veel martelingen en executies plaatsvinden, verbrandden drie vrouwelijke gevangenen hun hoofddoeken. Verder waren er protesten in enkele andere steden, waaronder Karaj, Kermanshah, Mashhad en Mahabad.

Ook in andere landen stonden demonstranten stil bij de dood van Mahsa Amini. In Londen verzamelden zich honderden vrouwen die ‘Vrouw, leven, vrijheid’ riepen, de leus van de opstand. En in Istanbul hielden seculiere vrouwen een demonstratie, maar de politie verhinderde met een effectieve blokkade dat ze zich op een plein konden verzamelden.

Ajax-spits Brobbey ‘zeer ontdaan’ na tweede racistische incident in Twente

0

Na afloop van de wedstrijd FC Twente – Ajax is de spits Brian Brobbey bij de spelersbus racistisch uitgescholden. Hij werd voor ‘kankeraap’ uitgemaakt. Zo meldt de NOS.

De dader is direct na het incident aangehouden en heeft een stadionverbod opgelegd gekregen. Technisch directeur Arnold Bruggink van FC Twente heeft in de spelersbus van Ajax zijn excuses gemaakt voor het incident. Maar Ajax laat het daarbij niet liggen. De Amsterdamse club heeft aangifte gedaan tegen de aanhanger van FC Twente.

Het is al de tweede keer dit jaar dat er een racistisch incident plaatsvindt bij FC Twente. Na de vorige wedstrijd werden er ook beledigingen geuit richting de spelers van Ajax, waarna Steven Berghuis een klap uitdeelde. Berghuis sloeg een fan na een racistische scheldpartij, ook richting Brian Brobbey. Toen werd hij voor ‘kankerzwarte’ uitgemaakt.

Berghuis kreeg voor de klap een schorsing van drie wedstrijden.

Bij Studio Voetbal kwam het incident ook ter sprake. Gelatenheid regeerde, maar een van de tv-gasten, de spits van RKC Michiel Kramer, toonde ‘begrip’ voor spelers die geweld gebruiken om zulke racistische incidenten de kop in te drukken. ‘Dat is misschien niet handig, maar wat kunnen ze anders doen?’

Imam in Turkije: Turkse volleybalvrouwen zijn ‘ongelovigen’

0

Een Turkse imam heeft de Turkse volleybalvrouwen, die onlangs Europees kampioen zijn geworden, uitgemaakt voor ‘ongelovigen´. Ze zouden met hun sport, waarin ‘alles’ te zien zou zijn (lees: te strak, bloot en onbedekt), ‘de islam ondermijnen’. Zo meldt de Turkse nieuwssite Gazete Duvar

Zelfs het kijken naar de volleybalvrouwen zou een ‘zonde’ zijn, volgens de imam, werkzaam bij de Elhac Timurtas moskee in Istanbul (Eminönü). Het stoort de imam ook dat de populaire vrouwen de ‘sultans van het net’ worden genoemd. ‘Is dit de manier om een sultan te zijn? Onzin,’ zegt hij en hij laakt alle mensen die voor deze ‘ongelovigen’ applaudisseren.

Ook voetbalvrouwen met een hijab krijgen de wind van voren. ‘Hoe is dat überhaupt mogelijk, een voetballende vrouw met een hijab? Ze hebben dan een vodje om hun hoofd gewikkeld, met daaronder strakke kleding die aan het lichaam helemaal is geplakt, alles gewoon in het openbaar. Dit is niet hoe God het heeft gewild, dat je voor de goegemeente voetbalt door alles van jezelf te laten zien,’ aldus de imam die het zelf ook heeft bekeken en zich daarvoor verontschuldigt.

De imam staat niet alleen in zijn minachting. De volleybalvrouwen worden door islamitische, pro-regeringsfiguren al lange tijd tot doelwit gemaakt vanwege hun kleding en seksuele voorkeuren.