Home Blog Pagina 871

‘Door morele ondergrens gezakt’: coalitie met FvD splijt het CDA in Brabant

1

Het CDA in Noord-Brabant gaat op provinciaal niveau samenwerken met het Forum voor Democratie. Voor veel CDA’ers passeert de partij daarmee een morele ondergrens. De Kanttekening sprak een aantal betrokken CDA-prominenten met een mening over de kwestie.

Harm-Jan van der Beek, voorzitter CDA Altena

‘Ik snap het heel goed als mensen zeggen dat Baudet door een morele ondergrens gaat. Het is een rare vogel en het is een gevaarlijke vogel. Als CDA’er kan ik me dus ook niet voorstellen dat je landelijk met zo’n man samenwerkt. Ik loop met een boog om Baudet heen vanwege alles wat hij zegt. Maar ik wil niet met een boog om zijn kiezers heenlopen. FvD-stemmers moeten we nog beter gaan uitleggen dat op een gepolariseerde partij stemmen het land niet vooruit helpt. En op iedere verjaardag zal ik de discussie aangaan waarom je moet oppassen voor een partij als FvD.

Foto: Harm-Jan van der Beek

Maar in Brabant heb je ook te maken met een politieke realiteit waarmee je iets moet. Daarom was en is het een ontzettend moeilijke keuze om toch in zee te gaan met FvD. Maar als je naar de lokale mensen van FvD kijkt, dan zie je normale mensen. Met de lokale coalitie gaan we dus niet door een ondergrens.

We hebben met elkaar afgesproken dat we als provinciaal bestuur staan voor een aantal principeafspraken, onder andere dat iedereen meetelt in Brabant, ongeacht afkomst of geloof, en dat we als provincie onderdeel zijn van de Europese Unie en dat willen blijven. Op die manier hebben we geprobeerd om een zekerheid in de coalitie te bouwen dat FvD op lokaal niveau niet uit de bocht vliegt met gekke uitspraken.

Als je naar de lokale mensen van FvD kijkt, dan zie je normale mensen’

Wat als lokale FvD-mensen straks met de landelijke verkiezingscampagne in 2021 toch gaan roepen dat de islam niet bij Nederland hoort, of dat we uit de EU moeten? Op dat moment zou FvD zich een onbetrouwbare partner tonen. Dat soort taal past niet bij de afspraken die we hebben ondertekend. Dat zou voor mij dan wel een reden zijn om de samenwerking te herzien.

Of het naïef is om te denken dat het Brabantse FvD tijdens de landelijke verkiezingen van 2021 geen campagne zal voeren met de standpunten van het landelijke FvD? Dat zal de toekomst moeten uitwijzen.

Natuurlijk begrijp ik dat veel mensen felle kritiek hebben op de samenwerking. Met de ledenraadpleging konden CDA-leden met cijfers van 1 tot en met 10 aangeven hoe warm ze liepen voor een coalitie met FvD. Als je alleen de 1-stemmers en de 10-stemmers bij elkaar zou optellen tot een gemiddelde, dan was dat geen voldoende geworden. Maar neem je de rest mee, dan is er wel een meerderheid voor binnen de partij.

Ik ken tenminste één lid uit onze eigen afdeling dat is opgestapt vanwege de coalitie met FvD – van een andere opzegging weet ik niet precies achtergrond. Daartegenover staan mensen die dreigden hun lidmaatschap op te zeggen als de coalitie met FvD er niet zou komen. Ik vind het jammer als leden opstappen, maar kan het mensen niet kwalijk nemen als ze dit soort principiële keuzes maken.’

Guus Mulders, fractievoorzitter CDA Oisterwijk

‘De vraag rondom de coalitie met FvD gaat over principes: wat is aanvaardbaar voor mensen die CDA stemmen? De samenwerking met FvD is voor mij een brug te ver.

Foto: Guus Mulders

Het CDA heeft een aantal uitgangspunten, waaronder rentmeesterschap en solidariteit. Als je naar het eerste punt kijkt, zou je zeggen dat we zorgvuldig moeten omgaan met de dingen die voor mensen belangrijk zijn: natuur en klimaat, maar ook cultuur. Als je kijkt naar wat FvD daarover denkt, dan is dat toch een ander verhaal dan wat het CDA zou moeten voorstaan – al zijn we landelijk wel erg opgeschoven naar rechts onder leiding van Sybrand Buma.

Solidariteit en medemenselijkheid horen ook bij de C van het CDA: oog hebben voor de ander. Dat betekent niet dat we met Nederland voor de hele wereld kunnen zorgen. Maar de basis moet zijn dat we ons in de basis wel verantwoordelijk voelen. Menselijk vertrouwen in de ander, waar hij ook vandaan komt – wie goed doet, goed ontmoet –, de angel halen uit meningsverschillen. Geloven dat tegenstellingen overbrugbaar zijn en dat je ze zeker niet moet aanwakkeren, zoals FvD doet. Die polarisatie moet je niet steunen en zeker niet overnemen. Wanneer je als CDA politiek samenwerkt met een partij die polarisatie bijna als handelsmerk voert, heeft dat impact op je eigen geloofwaardigheid.

‘Wanneer we samenwerking met extreemrechts niet uitsluiten, dan halveren we als partij’

Het CDA Brabant heeft zichzelf in de vorige bestuursperiode een beetje buitenspel gezet, door niet te willen afstappen van het idee om dwars door het natuurgebied rond Eindhoven een grote rondweg aan te leggen. Dat was niet slim – ook niet erg passend bij het christelijke idee van rentmeesterschap. Maar de vorige coalitie is uiteindelijk vooral gebroken op de beeldvorming: dat het CDA de boerensector de nek om zou willen draaien. Een frame dat met veel succes de wereld in is geholpen door Farmers Defence Force. Maar het nieuwe bestuursakkoord dat er nu ligt, bouwt eigenlijk gewoon voort op het vorige. Ja, boeren krijgen nu 1,5 jaar langer de tijd om hun stallen aan te passen dan in het oude akkoord. Maar was dat het allemaal waard? Die 1,5 jaar zouden we als CDA ook wel gekregen hebben zonder de coalitie op te breken.

In 2021 zijn er landelijke verkiezingen. Wanneer we de huidige lijn volhouden en samenwerking met extreemrechts niet uitsluiten, dan halveren we als partij. De vraag is nu wat de electorale gevolgen gaan zijn voor het CDA. De boeren van FDF die deze ommezwaai hebben veroorzaakt met hun mediacampagne stemden waarschijnlijk toch al VVD of FvD – geen CDA. En denk maar niet dat je deze boeren afsnoept van extreemrechts. Bij de Brabantse ledenraadpleging was 44 procent principieel tegen samenwerking met FvD. De vragen in die ledenraadpleging waren ook nog eens gestuurd geformuleerd, waardoor samenwerking bijna als een onvermijdelijkheid werd gepresenteerd.

Dat ik nog CDA-lid ben is meer uit loyaliteit met de lokale afdeling. Ik ben fractievoorzitter van de CDA afdeling Oisterwijk. Een leuke club mensen, dus die laat ik niet schieten. Maar voor mij is een morele ondergrens gepasseerd. Ik heb destijds een aantal jaren geen CDA gestemd vanwege de samenwerking met de PVV.’

Dave Ensberg-Kleijkers, oud-bestuurslid CDA Noord-Brabant

‘Ik heb mijzelf de afgelopen jaren veelvuldig uitgesproken over de koers van het CDA en de rechts-conservatieve richting die de partij is ingeslagen. We worden in onze landelijke profilering steeds meer een marginale rechts-conservatieve partij. Dat is zonde van onze christelijke waarden en zonde van ons politieke potentieel.

Foto: Dave Ensberg-Kleijkers

Ik geloof oprecht dat de CDA-leden die pleiten voor samenwerking met FvD Brabant het goed menen. Na het klappen van de oude coalitie moest het CDA hier op zoek naar andere middenpartijen om een nieuwe coalitie te vormen. Maar het willen behartigen van de belangen van onze boerenachterban heeft geleid tot een situatie die helemaal uit de hand is gelopen. De prijs die we betalen is te hoog.

Door samen te werken met een partij als FvD zakt het CDA keihard door de morele ondergrens. De partij komt bijna om de week in het nieuws met racistische, fascistische of seksistische tweets van haar leider en andere partijleden.

Wat veel wordt gezegd, is dat FvD in Brabant anders is. Maar dat onderscheid is onzin. De Brabantse FvD-leden hebben nog nooit afstand genomen van Baudets uitspraken. De provinciale afdeling had in Brabant tijdens de verkiezingen niet eens een eigen programma en voerde nauwelijks campagne.

Als CDA hebben we een visie op rentmeesterschap. De intensieve veehouderij kent elementen die alleen al vanuit rentmeesterschap vragen om verduurzaming. Het college-akkoord dat er nu ligt, heeft wat betreft het verminderen van stikstof een hoger tempo en een strengere ambitie dan de landelijke streefdoelen. Als dit is waar we voor tekenen, moet je jezelf de vraag stellen: Was dit het waard, om hiervoor met de duivel in zee te gaan?

‘De Brabantse samenwerking gaat fungeren als springplank voor een landelijke samenwerking’

Ik voorspel dat we als CDA nog heel veel gedoe gaan krijgen met onze samenwerking met FvD. Je maakt deze partij en haar denkbeelden salonfähig voor de Kamerverkiezingen van 2021. De Brabantse samenwerking gaat fungeren als springplank voor een landelijke samenwerking. Tegen iedereen die van kleur, Jood of moslim is zeg je nu: het is geen probleem om in zee te gaan met een partij, waar de leden schaamteloos racistische en antisemitische teksten appen.

Er is daarnaast geen sprake van strenge voorwaarden voor de provinciale samenwerking, zoals door het CDA Brabant wordt gesuggereerd. Ook het proces naar de ledenraadpleging was niet zuiver. Drie kritische Brabantse afdelingen hebben om een ledenvergadering gevraagd om de samenwerking te bespreken. Die kwam er – online, wegens corona – maar het bestuur heeft in deze sessie alleen ruimte geboden voor het verhaal waarom we als CDA tot de overweging zijn gekomen om samen te werken met FvD. Principiële tegenstanders van de samenwerking kregen geen ruimte om op de ALV te pleiten tegen de samenwerking.

De drie afdelingen hebben het landelijk bestuur een brief gestuurd, waarin ze betogen dat de online ledenvergadering en de ledenraadpleging niet volgens de statuten en het huishoudelijk reglement zijn verlopen. Vooralsnog hebben ze geen deugdelijk antwoord ontvangen.

Wat is voor mijzelf de absolute morele ondergrens, waaronder ik mijzelf niet meer kan verantwoorden voor mijn CDA-lidmaatschap? Het eerlijke antwoord is: ik weet het niet.

Er zijn veel CDA’ers geweest die de afgelopen jaren zijn opgestapt, vanwege de rechts-conservatieve koers en politieke uitspraken waarin ‘nieuwe Nederlanders’ impliciet als bedreiging werden neergezet. Als de huidige koerst doorzet, wordt dit het einde van het CDA als brede volkspartij. We zijn geen namaak-VVD.

Zonde, want als je lokaal gaat kijken, zie je vaak een ander CDA – mensen die vrijwilliger zijn voor vluchtelingen, voor de voedselbank. Maar op landelijk niveau worden de laatste tien jaar vooral bureaus en adviseurs ingehuurd om te kijken wat ‘de kiezer’ wil horen – en de uitkomsten van die onderzoeken dienen dan als basis voor het politieke programma. Het resultaat: de slechtste verkiezingsuitslagen voor het CDA ooit.’

Anton Kamps, voormalig CDA-fractievoorzitter Oosterhout

Op 4 mei heb ik mijn CDA-lidmaatschap opgezegd. Ik voelde mij bij het CDA thuis vanwege de visie op de mens, op de samenleving en de zorg voor de schepping. En vanwege de lenigheid die past bij een brede middenpartij. Voor het werk in de gemeenteraad – en misschien geldt dat ook wel voor de provincie – heb je niet zo veel aan partij–ideologie.

Foto: Anton Kamps

Als je over riolering of de bestrijding van de eikenprocessierups overlegt, ben je vooral gebaat bij gezond verstand. Tachtig tot negentig procent van ons werk bestaat uit het oplossen van praktische problemen. Maar precies voor die overige tien of twintig procent ideologie of visie heb je gekozen voor een partij.

 

‘Het CDA verkoopt zijn ziel’

Die tien procent bepaalt je koers, zelfs in pietluttigheden. Als die partij die tien procent uit het oog verliest, puur om pragmatische redenen, verraadt ze zichzelf. De samenwerking met Forum voor Democratie is in mijn ogen een verraad aan alles waar het CDA voor staat.

Het CDA verkoopt zijn ziel. Waarom zou het CDA gaan samenwerken met een partij die ten diepste tégen het CDA is, omdat het CDA onderdeel is van het zogenoemde partijkartel? Ik zal het maar niet hebben over hoe FvD denkt over Europa, het klimaatprobleem en de positie van de vrouw.

Ik behoud mijn zetel in de gemeenteraad. Want wat heeft mijn protest voor zin als ik de zetel teruggeef aan het CDA, een ander mijn plaats inneemt en ik thuis zit te simmen? Ik ben natuurlijk een grote zondaar, maar ik ben geen rover. Het zijn het CDA en het landelijke bestuur die weigeren moreel leiderschap te tonen. Daarom ben ik van mijn partij beroofd.’

Inge van Dijk, wethouder Gemert-Helmond en voorzitter CDA Noord-Brabant

‘Als voorzitter van het CDA Brabant heb ik met het landelijke bestuur gesproken over wat we moeten doen met ons morele kompas in het licht van de politieke verhoudingen in onze provincie. De CDA-uitgangspunten, die doen iets met ons CDA’ers. Dat is waarom we voor het CDA gekozen hebben. En iedereen binnen onze partij geeft hier op een eigen manier invulling aan.

Foto: Inge van Dijk

Voor sommige leden is de C in onze naam heel belangrijk. Voor mij is dat algemeen fatsoen: normen en waarden, elkaar helpen, je best doen en mensen niet te snel veroordelen. Op een bepaald moment kunnen verschillende uitgangspunten gaan schuren, bijvoorbeeld als je gaat samenwerken met andere partijen die wat betreft uitgangspunten ver van onze partij afstaan.

Maar waar staan wij als CDA als het gaat om het uitsluiten van andere partijen? Is uitsluiten niet arrogant? We zijn als CDA niet meer de machtspartij die we ooit waren. We zijn een middenpartij met vleugels en veel verschillende meningen. Ook als het gaat om samenwerken met FvD. Sommige afdelingen zeiden: ‘FvD? Nu niet, nooit niet!’ Van andere afdelingen hoorden we weer: ‘Zorg alsjeblieft dat links aan de kant wordt gezet.’

Een geluid dat we van veel afdelingen hoorde was: ‘Alleen in een coalitie stappen onder bepaalde voorwaarden.’ We hebben daarom met alle partijen van de coalitie ‘principes van samenwerking’ afgesproken. Zoals: ‘We discrimineren niet’ en ‘We horen bij Europa’. Dan kun je de rode kaart trekken wanneer een van de partijen deze afspraken schendt. Ik vind dat heel spannend. Maar we zien hier dat meneer de Bie (de fractievoorzitter van FvD Brabant, red.) van FvD heel anders communiceert dan Baudet en dat het met hem uitstekend samenwerken is.

Wat ik als voorzitter jammer vond en vind is dat er tussen CDA-leden in het begin vooral veel werd gediscussieerd via de krant en niet met elkaar. De afgelopen maanden, direct nadat bekend werd dat VVD door wilde praten met FvD en CDA, zijn wij alle afdelingen gaan bellen, om te inventariseren hoe men dacht over zo’n samenwerking. Eigenlijk hadden we ook nog regio-bijeenkomsten gepland om dit punt face-to-face te bespreken. Maar toen kwam de coronacrisis. Dus toen moesten we andere manieren bedenken.

Op een gegeven moment lag er een verzoek voor een ledenvergadering over deze samenwerking vanuit drie afdelingen die fel tegen waren. Dat werd een digitale presentatie met daarin ook een ledenraadpleging verwerkt. Deze ledenraadpleging ging over onder ander de principiële vraag: wel of niet samenwerken met FvD? De drie afdelingen wilden een principiële raadpleging zonder debat over de inhoud.

Het verhaal dat is gepresenteerd tijdens de online ledenvergadering was een feitenrelaas: wat is er gebeurd? Waarom is de vorige coalitie geklapt? Waarom staan we nu voor deze keuze? We hebben alles zo transparant mogelijk gemaakt. We hebben niets proberen te verdoezelen.

‘We zien hier dat meneer de Bie van FvD heel anders communiceert dan Baudet en dat het met hem uitstekend samenwerken is’

Zelf heb ik de ledenraadpleging heel bewust niet ingevuld. Ik dacht: ‘Stel dat mijn stemming uitlekt, dan gaat het daar weer over in plaats over wat de leden willen.’ Zelf stond ik niet te springen om een coalitie met FvD. Ik sta daar heel kritisch in. Maar ik snap de keuze van de fractie, aangezien er een inhoudelijk goed akkoord ligt met een aantal goede CDA-gedeputeerden.

Bovendien heeft de fractie het mandaat, niet het bestuur. Wij hebben een faciliterende en adviserende rol. Wel vinden wij het zo’n belangrijke discussie dat we de komende maanden nog een keer alle CDA-afdelingen afgaan om te praten over de huidige situatie en de toekomst. Nu gaat het over samenwerken met FvD, maar wie weet welke partijen komende jaren opstaan waarover eenzelfde soort discussie voorstelbaar is.’

Sobibor begon niet met een bordje ‘Voor Joden verboden’

5

Anders dan de koning beweerde in zijn veelgeprezen toespraak op 4 mei, begon Sobibor niet met een bordje ‘Voor Joden verboden’ in het Vondelpark. Nee, het bordje was een uitdrukking van een antisemitisme dat al veel langer bestond in Europa. Het begon in de Middeleeuwen, toen joden om religieuze redenen werden vervolgd. In de negentiende eeuw kwam daar de rassenleer bij.

Door het denken over verschillen tussen rassen werd Adolf Hitler gesterkt in zijn overtuiging dat Joden minder waren dan ‘het Arische volk’. Dat hij met dit idee aan de macht kwam in Duitsland – niet door een staatsgreep, maar door democratische verkiezingen – is beangstigend. Hoewel Hitler in Duitsland de macht kreeg, waren antisemitische ideeën wijd en zijd verspreid op het Europese continent.

Ofschoon in elk land specifieke oorzaken werkzaam waren, was de onverschilligheid voor het lot van de Joden in Nederland groot. Dat komt tot uiting in het hoge percentage slachtoffers vergeleken met de buurlanden: 73 procent van de in Nederland geregistreerde Joden werd slachtoffer van de Holocaust. In België was dit cijfer circa 40 procent, in Frankrijk om en nabij de 25 procent en in Luxemburg ongeveer 20 procent.

Dat de nazi’s in 1933 zo gemakkelijk de macht konden grijpen kwam volgens wetenschappers onder meer doordat de sociaaldemocraten in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog teveel gefocust waren op de internationale politiek. Hierdoor konden de nazi’s zonder al te veel oppositie propaganda voeren via allerlei media, zoals pamfletten, kranten, radio, televisie, boeken en zelfs kinderboeken. Joden werden in de antisemitische propaganda als woekeraars weggezet.

Dit was natuurlijk een ouder en veel langer bestaand stereotype beeld, maar werd dankzij de economische crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw weer van stal gehaald. Dat veel journalisten en cartoonisten aan deze antisemitische hetze hebben meegedaan is ook beangstigend. Zij namen hun morele verantwoordelijkheid niet.

Graag zou ik willen dat ik vertrouwen had in woorden van de koning. Volgens hem biedt alleen een democratisch stelsel bescherming tegen willekeur en waanzin. Het naziregime heeft echter laten zien hoe kwetsbaar het democratisch stelsel is.

Graag zou ik willen dat ik vertrouwen had in woorden van de koning

Socioloog J.A.A. Van Doorn stelde in zijn boek Nederlandse democratie: historische en sociologische waarnemingen (2009) dat het democratisch stelsel berust op het bijzondere idee dat burgers hun machthebbers direct of indirect kiezen, hun machtsuitoefening sturen en controleren en hen bij onbevredigende resultaten door anderen vervangen. Hij schreef dat hoe machthebbers ook hun plaats verwerven, ze zelden die plaats gemakkelijk opgeven.

Eerder zullen ze ‘alles in het werk stellen hun bevoorrechte positie nog extra te versterken door legale en illegale kunstgrepen, bij voorkeur gerechtvaardigd door te wijzen naar het belang dat burgers bij hun voortgezette heerschappij hebben’. Een citaat dat mij altijd bij is gebleven.

Sobibor begon niet met een bordje in het Vondelpark ‘Voor Joden verboden’. Het begon met antipathie en afgunst jegens een minderheidsgroep, met politici die inspeelden op de onderbuikgevoelens van de bevolking en met de negatieve beeldvorming over deze minderheid in de media. Het beeld werd voor waar aangenomen, de media ontkenden hun aandeel in de stigmatisering en de burgerij dacht dat het zo’n vaart niet zou lopen.

Het is een bekend proces van uitholling van de democratie. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zien we toenemende overeenkomsten hiervan terugkomen in het publieke debat. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om migranten, met name moslims, en nog later bij de MOE-landers. Het zijn zorgwekkende parallellen. Maar we blijven volharden in onze onschuld.

Tientallen asielzoekers in quarantaine na corona-uitbraak in azc Sneek

0

In het asielzoekerscentrum in Sneek zijn tenminste 28 bewoners getroffen door het coronavirus. Zij zijn inmiddels in quarantaine gebracht. Andere azc-bewoners zijn bang om ook besmet te raken.

Niet iedereen die positief getest was bleef op de kamer, vertelt een anonieme Syrische vluchteling aan het Dagblad van het Noorden. Het is voor de 450 bewoners van het azc onmogelijk om zich aan de RIVM-regels te houden: daarvoor is het gebouw te klein.

Zes mensen delen een toilet en douche, vijftig man een keuken. Sommige asielzoekers waren maar buiten gaan slapen om niet besmet te worden.

Volgens de Syrische vluchteling heeft het COA te weinig bescherming geboden. Ze leveren geen mondkapjes of desinfecterende gels, zegt hij. Daarnaast zouden besmette mensen gewoon door het gebouw blijven lopen en zou het onmogelijk zijn om afstand te houden.

Azc-manager Benny Schonewille kan zich ‘een gevoel van onveiligheid zeer goed voorstellen.’ Hij sluit niet dat er coronapatiënten vrijelijk hebben kunnen rondlopen. ‘Dat moet om een enkeling gaan die hoe dan ook geen rondes op de fiets door de stad kan maken. Er is spanning en niet iedereen snapt het even goed.’

De 28 besmette mensen zijn met hun gezinnen naar het Groningse Zoutkamp overgebracht, schrijft het Dagblad van het Noorden.

Rotterdam: Leefbaar hekelt ‘luidruchtige islamistische opdringerigheid’

0

Moskeeën in Rotterdam hebben sinds een maand toestemming om elke dag vanaf twee uur ‘s middags de oproep tot gebed te laten klinken. Leefbaar-raadslid Tanya Hoogwerf spreekt van ‘luidruchtige islamistische opdringerigheid’ en wil van ‘die herrie’ af, schrijft Dagblad 010.

Het Rotterdamse raadslid gaat vandaag hierover met burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) en locoburgemeester Bert Wijbenga (VVD) in debat. Dat het Rotterdamse college toestemming gaf aan de moskeeën zou niet met de buurtbewoners zijn gecommuniceerd.

Hoogwerf: ‘Het is voor velen nog altijd onduidelijk of de oproepen verband houden met de ramadan of gedurende de hele coronacrisis zullen aanhouden. Dit voedt de vrees dat de oproepen een permanent karakter zullen krijgen.’

Leefbaar Rotterdam gelooft dat het college te veel toegeeft aan de eisen en wensen van moslims. Ook de in coronatijd verleende eeuwige grafrust aan islamitische inwoners roept irritatie bij Hoogwerf en haar fractie op.

Frankrijk gaat social media beboeten voor haatboodschappen

0

Het Franse parlement heeft ingestemd met een wet die haat op internet keihard aanpakt.

Sociale media als Facebook, Instagram en Twitter en zoekmachines als Google moeten haatboodschappen binnen 24 uur verwijderen, anders krijgen ze van de Franse overheid een fikse boete. Deze kan oplopen tot 1,25 miljoen euro.

De wet is controversieel. Tegenstanders zijn bang dat de vrijheid van meningsuiting wordt beperkt. Rechtse partijen stemden tegen, de socialisten onthielden zich van stemming. Macrons partij La République En Marche!, die in de Nationale Vergadering 308 van de 577 zetels heeft, stemde voor.

Er is een lange discussie aan de wet vooraf gegaan. Wel zijn voor- en tegenstanders het erover eens dat de te verwijderen inhoud in ieder geval duidelijk verboden moet zijn, zoals het aanzetten tot haat en geweld, racisme, antisemitisme en moslimhaat.

Zijn Marokkaanse Nederlanders de nieuwe Joden?

5

Naar aanleiding van de veelbesproken 4 mei-lezing van Arnon Grunberg spraken wij met vier prominente Marokkaanse Nederlanders over discriminatie. ‘Mijn Marokkaanse vader kwam in 1966 naar Nederland. Geert Wilders zat toen nog zijn luier vol te kakken. Dat is een beeld waar ik graag aan denk als ik me weer eens té kwaad dreig te maken over het Nederlandse integratiedebat.’

Bij discussies over nationale identiteit, moslimhaat en antisemitisme lopen de emoties vaak hoog op. Helemaal als deze grote thema’s bij een bepaald concreet onderwerp allemaal tegelijk spelen. Dat gebeurde deze maand, naar aanleiding van de 4 mei-voordracht van schrijver Arnon Grunberg. De Nationale Dodenherdenking is altijd een waarschuwing, zei hij. En: ‘Als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.’

Op social media en op rechtse blogs zorgden de uitspraken van Grunberg voor veel commotie. Een dag later besloot PVV-leider Geert Wilders te reageren: ‘Minder, minder, minder’, twitterde hij. Hiermee refereerde hij naar zijn beruchte uitspraak ‘Willen we meer of minder Marokkanen?’ Ook dit leidde uiteraard tot ophef.

De Kanttekening sprak met vier Nederlanders met een (deels) Marokkaanse achtergrond over deze controverse. Zijn Marokkaanse Nederlanders de nieuwe Joden? Hoe ga je om met discriminatie en racisme? Voel je je wel geaccepteerd door de Nederlandse samenleving? En zijn de Tweede Wereldoorlog, de Duitse bezetting en de Holocaust ook jouw geschiedenis?

‘Er hoeft maar iets te gebeuren’

Abbie Chalgoum woont in Amsterdam en is acteur en docent. Hij geeft les in marketing & sales. Op Twitter spreekt hij zich op humoristische wijze tegen racisme en discriminatie uit. Maar toen Wilders op 5 mei ‘Minder, minder, minder’ twitterde, besloot Chalgoum om aangifte te doen.

Abbie Chalgoum (Foto: Jean-Pierre Jans)

‘De politie gaf aan mijn aangifte niet in behandeling te zullen nemen. Want ‘Minder, minder, minder’ kan in principe overal op slaan. Juridisch gezien zal dit vast correct zijn, maar iedereen weet natuurlijk wat Wilders bedoelt. In 2014 deed Wilders zijn beruchte ‘minder Marokkanen’-uitspraak. De zaak daarover loopt nog steeds. Dat hij hier uitgerekend op 5 mei naar refereerde was echt vals. Dat is hetzelfde als ik tijdens de Dodenherdenking opeens iets zou roepen met ‘gas’. Eigenlijk wil Wilders zeggen: bevrijd ons van de Marokkanen.’

Op de middelbare school heeft Chalgoum veel meegekregen over de Tweede Wereldoorlog, vertelt hij. ‘Het is een enorme tragedie. Mensen werden vermoord op basis van hun religie. Het is onwerkelijk dat een land tot zo’n genocide in staat is. Maar de Tweede Wereldoorlog leert ons ook dat honderdduizenden mensen hun leven gegeven hebben om de democratie te herstellen. En dit maakte mogelijk dat mijn vader naar Nederland kon gaan. Als Nederland nog door de nazi’s was bezet, dan was hij hier nooit naartoe geëmigreerd. Dankzij onze bevrijders ben ik hier nu, heb ik drie prachtige kinderen en een mooi huis.’

‘We worden niet gedeporteerd, maar wel gehaat en weggezet’

Zijn Marokkanen nu de nieuwe Joden? ‘Het begint altijd ergens’, antwoordt Chalgoum. ‘Het duurde jaren voordat de Joden werden gedeporteerd. Daarvoor werden ze door de politiek en in de media gedemoniseerd en werden er wettelijke maatregelen tegen de Joden genomen. Je moet daarom discriminatie keihard aanpakken. Marokkaanse Nederlanders worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt. Als er een grote groep is die Marokkanen uitsluit, dan is er wel een gevaar. Er zijn tekens die we moeten kunnen lezen. We worden niet gedeporteerd, maar wel gehaat en weggezet.’

Chalgoum maakt zich vooral zorgen over de aanhang van Geert Wilders en Thierry Baudet. ‘Zij voelen zich geruggesteund door hun ‘leiders’ en gaan dan nog een stapje verder. Denk aan al die anonieme trollen op Twitter, die mensen uitschelden en bedreigen.’ Maar is de moslimhaat nu niet minder erg dan enkele jaren geleden, omdat Afro-Nederlanders dankzij de discussie over Zwarte Piet en het Nederlandse slavernijverleden ook een doelwit zijn geworden van radicaal-rechts? Chalgoum antwoordt dat hier wel iets voor te zeggen valt, ‘maar er hoeft maar iets te gebeuren, een terroristische aanslag, een tweet van Wilders of iets anders – en de haat tegen moslims en tegen Marokkanen explodeert weer.’

Voelt Chalgoum zich ook geaccepteerd door de Nederlandse samenleving? ‘Op social media krijg ik veel haat, maar ook veel positieve reacties van mensen. Een groot deel van Nederland heeft de multiculturele samenleving omarmd, omdat onze samenleving nu eenmaal zo is. Ik ben op mijn vierde naar Nederland geëmigreerd, maar Nederland voelt alsof ik er geboren ben. Ik kom naar Marokko als toerist. Het voelt als verre liefde. Je kunt in Marokko lekker eten, maar Nederland is mijn land. Ik droom in het Nederlands.’

‘F*** this shit’

Het Amersfoortse GroenLinks-raadslid Youssef el Messaoudi is er helemaal klaar mee, vertelt hij. ‘Als Nederlander met Marokkaanse wortels word je met argusogen bekeken. We zouden niet loyaal zijn aan Nederland. We zouden antisemitisch zijn. Ook in deze tijd, rond 4 en 5 mei, krijgen we vervelende vragen naar ons hoofd geslingerd. F*** this shit. Genoeg is genoeg. We weten het nu wel. Een deel van Nederland zal ons toch niet accepteren, behalve als we assimileren en onze identiteit inleveren. Maar dat zullen we nooit doen.’

Youssef el Messaoudi (Foto: Remko Schotsman)

‘Iedere keer weer die gare ‘discussies’ over ‘Marokkanen’’, twitterde El Messaoudi op 6 mei boos naar aanleiding van Wilders’ ‘Minder, minder, minder’-tweet: ‘ Schijtziek word ik er van. Nog 1 keer. Ben de zoon van een hardwerkende arbeider die de honger is ontvlucht. Ben geboren en getogen in Amersfoort, Nederlander en Marokkaan. Moslim en Amazigh. En ik blijf hier. Voor altijd.’

Aan de telefoon legt hij uit wat hij precies bedoelt. ‘Het is bekrompen als mensen mij vertellen dat ik een ‘Nederlander’ moet zijn. Ik ben Nederlander en Marokkaan. Marokkaanse Nederlanders zijn nu onderdeel van de Nederlandse geschiedenis. Mijn vader is hier in de jaren zeventig van de vorige eeuw naartoe geëmigreerd. Hij heeft Nederland mede helpen op te bouwen. Hij werkte in de metaalindustrie, in drie ploegendiensten. Keihard werken. Dertig jaar lang. Ik vind dat mensen eens moeten ophouden met zeuren.’

Het probleem is een gebrek aan acceptatie, legt El Messaoudi uit. ‘Kinderen hebben dit al op jonge leeftijd in de gaten. Laatst vertelde mijn zoontje mij dat hij een Nederlands vlaggetje op zijn fiets wilde. Toen ik hem vroeg waarom, legde hij uit dat de mensen dan wisten waar hij vandaan kwam en hem niet iedere keer hoefde te vragen waar hij vandaan komt. Uit Nederland. We wonen in een witte wijk. Mijn zoontje is acht, maar krijgt nu en dan mee dat hij er niet helemaal bij te horen. In Marokko is hij nog nooit geweest. Hij is Nederland geboren en getogen. Maar mensen zien dit toch anders.’

‘Marokkaanse Nederlanders zijn nu onderdeel van de Nederlandse geschiedenis’

Zelf heeft El Messaoudi ook veel te maken gehad met zogeheten microagressie. ‘Lang geleden, heel lang geleden, had ik nog haar. Zo’n mooie bos krullen, net als Ali B. Mensen vroegen mij op feestjes – ik had relatief veel witte vrienden – waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde dan dat ik uit Amersfoort kwam, maar dan vroegen ze mij waar ik echt vandaan kwam. Ze bedoelden het niet slecht misschien, maar vervelend was het wel.’

Vanwege alle ‘shit’ heeft El Messaoudi ervoor gekozen om strijdbaar te zijn, de strijd aan te binden met racisme, discriminatie en moslimhaat. ‘Mijn collega’s in de raad van D66 en de VVD vragen mij wel eens of ik niet moe word van al dat gedoe. Maar als ik geen weerwoord geef, wie doet het dan wel?’

Het is ontzettend belangrijk om 4 en 5 mei te blijven herdenken en te vieren, vindt hij. ‘Iedereen, ook Nederlandse Marokkanen, hebben de vrijheid te danken aan de helden van de Tweede Wereldoorlog.’ Het is volgens hem van bijzonder belang om te blijven praten over dit duistere verleden, waarbij onder meer miljoenen Joden zijn vermoord. ‘Door te blijven herdenken en de vrijheid te vieren blijven wij er ons van bewust wat we in vrijheid leven en dit te danken hebben aan helden. Nederland is ook mijn land, dus huil en lach ik mee.’

‘Bloed, zweet en tranen’

Ook ondernemer Abdelbasset (Bas, voor ‘autochtone Nederlanders’) Zaghdoud vindt de eeuwig terugkerende discussie over ‘Marokkanen’ erg vermoeiend, vertelt hij. ‘Op dit moment spelen er veel belangrijkere zaken in Nederland.’

Foto: Abdelbasset Zaghdoud

‘In elke sector drijven Marokkanen naar boven. Er is echt heel veel talent. Je ziet ze het overal goed doen. Veel Marokkaanse Nederlanders werken keihard, ‘Met bloed, zweet en tranen’, zoals André Hazes zong. Maar we worden constant aangesproken op de zogenoemde kutmarokkanen. Daar moet de Nederlandse samenleving eens overheen stappen. Die negatieve beelden, bij een deel van de Nederlandse bevolking, krijg je helaas niet weg. Je kunt er moedeloos van worden.’

De les van de Tweede Wereldoorlog is volgens Zaghdoud dat wat de Joden is overkomen in principe iedereen kan overkomen. ‘Er zijn ook andere genocides en etnische zuiveringen geweest. Denk aan de Palestijnen die nu worden onderdrukt. De Armeense Genocide. Of wat de Indianen in Amerika is overkomen. En de trans-Atlantische slavenhandel en wat de Belgische koning Leopold II in de Congo allemaal heeft uitgehaald. Het is heel goed dat we op 4 mei aandacht besteden aan de Holocaust, maar we moeten die andere misdaden niet vergeten. Racisme, geweld, genocide, discriminatie, het is niet uniek. ‘Red éen mensenleven en je redt daarmee de gehele mensheid’, zei de profeet Mohammed. Dat was ook de boodschap die Arnon Grunberg in zijn speech aan ons wilde meegeven.’

‘In elke sector drijven Marokkanen naar boven. Er is echt heel veel talent’

Geert Wilders herdenkt de Tweede Wereldoorlog selectief, vindt Zaghdoud. ‘Hij is tegen antisemitisme – terecht – maar is tegelijkertijd racistisch. En dat is eigenlijk best wel raar. Ik snap dat koketteren met de Holocaust wel, gezien het schuldgevoel over de deportatie van veel Joden uit Nederland. Maar ik vind het hypocriet door hen nu te gedenken en eren, maar een paar tellen later een andere bevolkingsgroep weg te zetten. En dan verklaren dat je niet racistisch bent.’

Net als Chalgoum en El Messaoudi heeft Zaghdoud het regelmatig met PVV-twitteraars aan de stok gehad. ‘Maar in tegenstelling tot El Messaoudi heb ik de strijdbijl maar begraven. Het gescheld, de bedreigingen, het werd mij echt een beetje te veel. Mensen schreven mij – anoniem natuurlijk – dat ze mij zouden opzoeken en neerknallen. Dankzij die bruinhemden heb ik Twitter vaarwel gezegd. Het slokte te veel van mijn energie op, het leverde mij niets op, behalve haat. En die haat, dat is in de wereldgeschiedenis helaas een constante. We hebben te weinig geleerd van ons verleden.’

‘Ik moet – nu ik Joost Erdmans met Arnon Grunberg en Abdelkader Benali samen bij Op1 aan tafel zie – denken aan Jeroen Krabbé. Hij is oer-Hollands en Joods, maar blijkt ook van Marokkaanse origine te zijn. Het kan écht, alle identiteiten samen verenigen. Ik ben van Marokkaanse origine, maar al 45 jaar een echte Hollander. Er is geen Eerdmans, geen Wilders en zeker geen Thierry Baudet die dat van mij kan afpakken.’

‘Maar het zijn wel ónze kutmarokkanen’

Schrijver Jamal Ouariachi is naar eigen zeggen ‘een halve Marokkaan maar ook een halve Nederlander’. De Nederlandse tak van zijn familie heeft zijn eigen geschiedenis van oorlogsleed, vertelt hij. Zijn grootvader van moederszijde werd tijdens de oorlog in een wapenfabriek in Berlijn tewerkgesteld. Maar ook als je zo’n familiegeschiedenis niet hebt kun je je met de oorlog verbonden voelen, door verhalen over de oorlog te lezen, zoals het dagboek van Anne Frank, en films en documentaires te bekijken.

Jamal Ouariachi (Foto: Maartje Geels)

‘Je kunt beseffen dat het land waarin wij leven, is zoals het is dóór die oorlog en dóór de lessen die we daaruit hebben getrokken. Maar dan moet je wél het gevoel hebben dat je een volwaardig burger van dat land bent. En dat is lang niet voor iedereen het geval.’

Grunbergs uitspraak ‘Als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij’ is geen handreiking aan Marokkaanse Nederlanders, zegt Ouariachi. ‘Hij heeft het over de groep waar hij zelf toe behoort, over Joden — en terecht. Voor de zoveelste maal in de geschiedenis loopt die bevolkingsgroep gevaar, mede door een klimaat waarin het normaal dreigt te worden om generaliserend en negatief over minderheidsgroepen te spreken. Het zondebokdenken ten aanzien van één minderheidsgroep is ook altijd bedreigend voor andere minderheidsgroepen. Dát was naar mijn idee Grunbergs analyse, geen moment was hij de maatschappelijke positie van Marokkanen nu aan het vergelijken met het lot van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.’ En ook als het niet tot genocide leidt is zondebokdenken iets wat te allen tijde bestreden moet worden, vindt Oariachi.

‘Rechtse partijen zien Marokkanen niet als ‘onze’ Marokkanen’

Ouariachi heeft een aantal jaren geleden – als nadenkertje – een ‘Handleiding antisemitisme voor beginners’ geschreven voor het literaire tijdschrift Das Magazin. ‘Als basis voor die tekst heb ik voor minstens de helft het partijprogramma van de PVV gebruikt, letterlijk, en slechts de woorden ‘Marokkaan’, ‘Oost-Europeaan’ of ‘Pool’ vervangen door ‘Jood’. En dan krijg je bijvoorbeeld het voorstel om een Jodenmeldpunt in te stellen. Dat roept bij iedereen logischerwijs huivering op, maar het daadwerkelijk door Wilders voorgestelde ‘Polenmeldpunt’ kon hij ongestraft propageren.’

Populisten werpen vaak tegen dat je de problemen moet benoemen en het daarom over die specifieke bevolkingsgroep moet hebben. Maar volgens Ouariachi wordt hier een valse tegenstelling gemaakt. ‘Je kunt het prima over de oververtegenwoordiging van een heel specifieke groep in de misdaadcijfers hebben en je afvragen wat daar precies gebeurt. Maar dat vergt analyse, onderzoek, diepgang. Dat is van rechtse populisten doorgaans teveel gevraagd. Integratieproblemen zijn hardnekkig. Het kost jaren, decennia, om ze te bestrijden. Dat irriteert mij misschien wel het meest aan de retoriek van populistisch rechts: de suggestie dat zij het wel even gaan oplossen.’

In het debat van Op1 over deze kwesties memoreerde Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam de beruchte uitspraak van Rob Oudkerk over ‘kutmarokkanen’. Maar volgens Ouariachi zijn we het antwoord van Job Cohen vergeten: ‘Maar het zijn wel ónze kutmarokkanen.’ Cohen komt hiermee tot de kern van het probleem. ‘Rechtse partijen zien Marokkanen niet als ‘onze’ Marokkanen. Wilders heeft eens geroepen dat criminele Marokkanen het land uit moeten. Dat is zo ongeveer de definitie van discriminatie: mensen op basis van etniciteit niet hetzelfde behandelen als anderen.’

‘Tot slot: mijn Marokkaanse vader kwam in 1966 naar Nederland. Geert Wilders zat toen nog zijn luier vol te kakken. Dat is een beeld waar ik graag aan denk als ik me weer eens té kwaad dreig te maken over het Nederlandse integratiedebat.’

Ophef in Oekraïne: politie vraagt om lijst met joden

0

Een Joodse organisatie in Oekraïne beschuldigt de politie van openlijk antisemitisme. De politie vroeg om een lijst met joden in Kolomyya. De reden is een onderzoek naar georganiseerde misdaad in deze West-Oekraïense stad.

In februari stuurde de politie een brief naar de joodse gemeenschap in Kolomyya: ‘Geef ons de volgende informatie over de orthodox-joodse religieuze gemeenschap van Kolomyya, namelijk: het handvest van de organisatie; een lijst van leden van de joodse religieuze gemeenschap, met vermelding van gegevens, mobiele telefoons en hun woonplaats.’

De brief was ondertekend door Myhaylo Bank, een hoge politieofficier, die onderzoek doet naar de georganiseerde misdaad. In de brief werd niet duidelijk gemaakt waarom zijn politie-eenheid opeens geïnteresseerd was in de Joden van Kolomyya.

Op zondag 10 mei publiceerde Eduard Dolinsky, hoofd van het Oekraïens-Joodse Comité, op Twitter. Dit leidde vanzelfsprekend tot de nodige ophef.

Jacob Zalichker, het hoofd van de joodse gemeenschap in Kolomyya, weigert de lijst met Joodse namen te geven. Hij wil alleen gehoorzamen als de rechter dit zou eisen.

Volgens Dolinsky gaat het hier om openlijk antisemitisme. Hij maakt zich grote zorgen, omdat het antisemitisme van de autoriteiten komt, zegt hij.

Inmiddels heeft de Amerikaanse Senaat dit onderwerp ook opgepakt. De Senaat dringt er bij de Oekraïense regering op aan het incident tot op de bodem uit te zoeken en de daders aan te pakken, meldt Dolinsky vandaag op Twitter.

Onderzoek naar moslimhaat bij Britse Conservatieven gestaakt

0

De Britse antidiscriminatiewaakhond Equality and Human Rights Commission (EHRC) heeft besloten toch geen onderzoek in te stellen naar moslimhaat bij de Conservatieve Partij. De Tories willen namelijk een eigen onafhankelijk onderzoek willen beginnen. Dit schrijft de Britse krant the Guardian.

Nog een onderzoek zou ‘ongepast’ zijn, laat de EHRC weten. Toch sluit de EHRC niet uit dat er alsnog een onderzoek komt. ‘Als we niet tevreden zijn met de voortgang of de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd, zullen we onze beslissing herzien en niet uitsluiten dat we onze wettelijke bevoegdheden gebruiken. ‘

De Britse Moslimraad is verbolgen over dit besluit: het onderzoek van de Conservatieven zou niet grondig worden uitgevoerd en er alleen zijn voor de buitenwacht.

De Moslimraad heeft meer dan driehonderd incidenten geregistreerd. Zo openbaarde the Guardian eind vorig jaar ‘anti-islamitische en racistische social mediaberichten’ door vijfentwintig Conservatieve kopstukken en onthulden Britse media dat een Lagerhuis-kandidaat bang is voor ‘Eurabië’.

De huidige Tory-premier Boris Johnson is zelf een van de voornaamste mikpunten van kritiek over de vermeend moslimhaat binnen de partij. Zo vergeleek Johnson boerka’s met brievenbussen en bankrovers en vroeg hij zich in een essay af ‘wanneer de 18e-eeuwse Verlichting doordringt tot de achterlijke islam’.

‘Antilockdownprotesten triggeren extreemrechts terrorisme’

0

Volgens antisemitisme-expert Gideon Botsch kunnen de antilockdownprotesten leiden tot antisemitisch geweld.

In Duitse steden als Keulen, München en Stuttgart is de afgelopen weken gedemonstreerd tegen de strenge social distancing-maatregelen. Deze demonstraties werden ondersteund door de radicaal-rechtse partij Alternative für Deutschland.

Sommige demonstranten liepen rond met antisemitische en nazistische symboliek, waaronder een gele Davidsster. De lockdownmaatregelen worden op die manier vergeleken met de vervolging van de Joden.

Tijdens de antilockdowndemonstratie in München van afgelopen zaterdag liep een vrouw met een bord met daarop de tekst ‘Nie wieder Diktatur Dr. Mengele’ (‘Nooit meer dictatuur Dr. Mengele’). Dit was een verwijzing naar de beruchte nazidokter Josef Mengele, die in Auschwitz medische experimenten uitvoerde op Joodse vrouwen en kinderen.

Antisemitisme-expert Gideon Botsch uit in het Joods-Duitse blad the Algemeiner zijn zorg dat de protesten extreemrechts terrorisme zullen triggeren. Hij is hoofd van een antisemitisme-onderzoeksinstituut in de Duitse stad Postdam.

‘Ondanks de diversiteit van de deelnemers aan enkele van de protesten tegen de infectiebeschermingsmaatregelen, wordt nu het permanente latente antisemitisme achter het samenzweerderige denken duidelijk.’

Drie Duitsers werden vorig jaar vermoord door een neonazi, na een mislukte aanval op de synagoge van Halle tijdens Yom Kippoer. Als de aanvaller de veiligheidsdeuren had kunnen openbreken, hadden er wel vijftig doden kunnen vallen.

Als Denk door ruzie uiteenvalt, staat Nida in de startblokken

1

Net nu er ruzie is uitgebroken bij Denk, krijgt de partij concurrentie. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 doet de van oorsprong Rotterdamse partij Nida ook een gooi naar een zetel. Wat is dit voor partij? 

Het op de islam geïnspireerde Nida stond tot dusver maar één keer in de publieke belangstelling. In 2018 vormde de partij een ‘links verbond’ met de Rotterdamse PvdA, GroenLinks en SP. De vier partijen kwamen met een manifest voor een sociaal, duurzaam en inclusief Rotterdam. Het idee was dat de partijen het voortouw zouden nemen in de Rotterdamse formatie.

Maar het liep al snel anders: er kwam publiciteit voor een tweet van Nida waarin zionisme met IS werd vergeleken. Al was de tweet vier jaar oud, het verbond klapte weer uit elkaar. Socioloog Willem Schinkel zag racisme in alle verontwaardiging, het CIDI vond juist dat Nida opereerde in ‘het schemergebied van antisemitisme’.

Meer kwam het grote publiek nooit van Nida te weten. Komend jaar wil de partij een poging wagen bij de Tweede Kamerverkiezingen. Wat is dit voor partij?

Nida lijkt al snel een concurrent van Denk, die al in de Tweede Kamer zit. Nida presenteert zichzelf als ‘op de islam geïnspireerd’ en dus niet als seculier. De partij is ook ouder dan Denk: Nida ontstond in 2013 en deed een jaar later voor het eerst mee aan de Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen. Onder leiding van oud-GroenLinks-raadslid Nourdin el Ouali haalde Nida twee zetels en een handvol plekken in de Rotterdamse gebiedscommissies.

Van onderop opbouwen

Bij veel verkiezingen komt Nida Denk tegen. De ontwikkeling van deze partijen is echter vrijwel tegengesteld aan elkaar. Waar Denk zichzelf probeert uit te bouwen vanuit de een landelijke organisatie die startte in de Tweede Kamer, deed Nida dat van onderop. De groei gaat langzaam maar gestaag. In 2018 haalde de partij net als vier jaar eerder twee zetels in Rotterdam. De partij deed ook mee in Den Haag en kreeg er daar één. In 2019 voegde het voormalige PvdA-raadslid Hassan Buyatui uit Almere zich bij Nida. Zo ontstond een partij met drie lokale fracties.

De partij deed in 2019 ook mee aan de Provinciale Statenverkiezingen in Noord- en Zuid-Holland, maar haalde de kiesdrempel niet. Dat deed Denk wel. In Rotterdam haalde Denk in 2018 ruim vierduizend stemmen meer dan Nida en kwam het met vier zetels in de raad. In Den Haag krijgt Nida in 2022 waarschijnlijk concurrentie van Denk en landelijk is dat dan weer andersom: partijleider Nourdin el Ouali probeert momenteel een lokaal netwerk van afdelingen op te richten in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen.

Niet schreeuwerig maar subtiel

Nida zegt zelf volledig te zijn gestoeld op de maatschappelijke doelen van de islam. Daar heeft de partij ook een breed programma over geschreven met leidende principes over ethiek, leven, talent, welvaart en familie. Volgens het Rotterdamse Nida-raadslid Ercan Buyukcifci gaat het om ideeën om zijn stad te harmoniseren, namelijk in harmonie te komen met de bron van het leven, de mens en de natuur.

‘Geloof is niet alleen iets van vroeger of thuis, maar voor altijd en overal’, zegt hij. ‘Dat betekent ook dat we bij Nida bijvoorbeeld natuur zien vanuit de diepere verbondenheid van mens en natuur en al het leven, en dus als veel meer dan een economische grondstof. We geloven in talent, de unieke gave van een ieder. Het ontdekken en ontwikkelen hiervan dient veel meer centraal te staan in ons onderwijs. Welvaart is pas werkelijk welvaart als ze sociaal en duurzaam is. We geloven in de familiaire oorsprong van alle mensen wereldwijd en doorbreken achterhaald hokjes-denken als ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’.’

‘Hopelijk bedenken mensen vroeg of laat: hé, de islam is eigenlijk zo gek nog niet’

De islamitische inspiratie van Nida is niet altijd voor buitenstaanders te herkennen. Buyukcifci: ‘Onze inspiratie is meer subtiel dan schreeuwerig. Als we ons inzetten voor een meer sociale en duurzame economie, dan is dat wel islamitisch, ook al zullen mensen dat misschien niet zo snel zo opvatten. Er zullen mensen zijn die de islam alleen kennen van malloten en gekke acties, terwijl ze Nida’s visie en standpunten eigenlijk wel goed vinden. Hopelijk bedenken die mensen vroeg of laat: hé, de islam is eigenlijk zo gek nog niet.’

Spirituele levenslessen

De islamitische inspiratie blijkt volgens Buyukcifci niet alleen uit de maatschappelijke doelen van Nida, maar ook door expliciet te refereren aan de levenslessen van de profeten. In het jubeljaar van Mozes diende Nida een motie in over de kwijtschelding van schulden. Ook zet Nida zich in voor gebedsruimten, religieuze diversiteit of islamitische begraafplaatsen. Nida stelde vragen over een protest van de radicaal-rechtse actiegroep Voorpost bij de Islamitische Universiteit Rotterdam en wil dat het Rotterdamse college stelling neemt in de kwestie rond het Amsterdamse Cornelius Haga Lyceum.

Nida is socialer en duurzamer dan Denk, maar ook spiritueler, denkt Buyukcifci. Zo gelooft Nida in de meerwaarde van een gemeenschappelijk rustmoment: ‘Een moment waarmee we elkaar helpen beseffen dat niet elk moment van de dag draait om produceren en consumeren, maar we ook momenten en ruimte creëren voor rust en bezinning.’ Waar Denk met Leefbaar, VVD en D66 in Rotterdam een voorstel indient voor afschaffing van de zondagsochtendrust, wil Nida niet dat alles wijkt voor economische groei. ‘Een inclusieve samenleving met behoud van en diversiteit aan religieuze tradities’, noemt Buyukcifici dat.

Die agenda brengt Nida inmiddels ook buiten Rotterdam. Het Almeerse Nida-raadslid Hassan Buyatui benadrukt de meerwaarde die Nida hecht aan ‘ethiek, spiritualiteit en de rol van religieuze organisaties in de stad’. Dat doet de partij met een kritisch-constructieve en optimistische opstelling. Nida houdt zich ook hier bezig met zaken als Zwarte Piet, etnisch profileren, discriminatie op de woningmarkt en de ondertekening van een charter diversiteit. Ook stemde de raad in met een Nida-motie om vluchtelingenkinderen uit Lesbos op te vangen. Tevens komt er door Buyatui een onderzoek naar de beveiliging van gebedshuizen.

GroenLinks versus de SGP

Hoe moeten buitenstaanders Nida begrijpen? Volgens John Bijl van het Periklesinstituut willen politieke duiders weleens een tweestrijd zien tussen Denk en Nida, omdat ze beiden vooral Nederlanders met een migratieachtergrond bedienen en af willen rekenen met de cultuur van ‘excuus-allochtonen’ in de politiek. Toch is het idee dat bijvoorbeeld Denk Nida over zou moeten of kunnen nemen volgens hem onzinnig, omdat de partijen inhoudelijk te verschillend zijn: ‘Dat is alsof Kees van der Staaij en Jesse Klaver met elkaar moeten fuseren’.

‘Als je Denk een moslim-SGP noemt, dan is Nida een moslim-GroenLinks’

‘Denk is een vanuit een religieuze cultuur opgerichte groep die conservatief en traditioneel is’, legt Bijl uit. ‘Er zitten moslims met een migratieachtergrond uit Turkije en Marokko die een conservatieve cultuur naar Nederland hebben meegenomen. Ze staan voor hiërarchische verhoudingen in de samenleving, willen rust en regelmaat en willen discriminatie bestrijden. Je ziet er vooral veel mannen. Als je Denk een moslim-SGP noemt, dan is Nida een moslim-GroenLinks. Leider el Ouali zat voorheen al bij die partij, ze doen veel aan thema’s als milieu en cultuur. Je ziet er ook veel meer vrouwen.’

De islamitische ChristenUnie

Volgens journalist Antti Liukku, die de Rotterdamse politiek voor het AD Rotterdams Dagblad verslaat, is Nida een emancipatiepartij die sterk vasthoudt aan de grondwet, burgerlijke vrijheden en de vrijheid van geloof. Nida is volgens hem te vergelijken met een soort linkervleugel van de ChristenUnie.

‘De partij heeft een islamitische identiteit en komt met een holistische benadering en universele interpretatie ervan. De achterban is jong en bijzonder islamitisch, maar ook behoorlijk divers. Nida probeert verschillende gemeenschappen – Turken, Marokkanen, bekeerlingen – bij elkaar te brengen. Als een nieuwe generatie multiculturele zelfbewuste moslims.’

Volgens Liukku geeft het linkse verbond van 2018 goed aan hoe Nida in Rotterdam wordt gezien: als links-islamitisch. De PvdA was er in Rotterdam trots op met Nida samen te werken. Dat veranderde pas toen het verbond landelijk bekend werd. De partij wordt met argusogen bekeken: Nourdin el Ouali zou vrijzinniger zijn dan zijn achterban. Door moslimgemeenschappen met verschillende landen van herkomst te overstijgen en expliciet Nederland als startpunt te nemen, ontstaat een balanceeract. Nida wil Nederlands zijn maar leunt sterk op de Koran. Ook de identificatie met de Palestijnen levert kritiek op, maar kan juist op enorm veel bijval rekenen in de eigen achterban.

Wat is de meerwaarde van deze partij? Liukku noemt dat ‘een goede vraag’. Of Nida nou lijkt op GroenLinks of de ChristenUnie maakt eigenlijk niet uit: de partij heeft geen volkse maar eerder een intellectuele achtergrond. Concreet kun je de partij vaak niet noemen. ‘Daarmee word je niet snel groot.’