Verscheidene Joodse kinderen in Amsterdam zijn de afgelopen dagen van school gewisseld vanwege vervelende opmerkingen over Israël en hun afkomst. Maar ook islamitische kinderen voelen zich minder veilig.
De drie Joodse scholen in Amsterdam hebben de afgelopen dagen tientallen verzoeken gekregen van bezorgde ouders, of er op deze scholen ook plek is voor hun kind(eren). HetParoolberichtte afgelopen woensdag dat zes Joodse kinderen de overstap hebben gemaakt van een openbare naar een Joodse school, in reactie op de pesterijen. Volgens het Centraal Joods Overleg willen veel meer kinderen van school wisselen, bericht AT5.
‘Dat kinderen zich niet meer veilig voelen in hun eigen school en dat ouders ertoe overgaan om een andere school te zoeken is onbegrijpelijk in een stad als Amsterdam’, zegt CJO-voorzitter Chanan Hertzberger. Hij is geschokt ‘dat dit zover heeft kunnen komen’.
Een van de kinderen die naar een Joodse school wil is een dertienjarig meisje. Ze kreeg niet alleen ‘Free Palestine‘ en ‘Israël bestaat niet’ naar haar hoofd geslingerd, maar ook heftigere teksten waarbij het woord ‘kanker’ wordt gebruikt. Ze wisselde eerst van klas, maar dat hielp niet.
Volgens Rukiye Sarizeybek, voorzitter van OSVO, de Amsterdamse vereniging van schoolbesturen in het voortgezet onderwijs, speelt het ook andersom. Islamitische kinderen op openbare scholen voelen zich soms ook minder veilig op school, vanwege de oorlog in Gaza. ‘We hadden gisteren een bijeenkomst met alle besturen, waar ook de Joodse scholen bij aanwezig waren. We hebben dat ook breder getrokken. Amsterdam is heel divers en wat er gebeurt is zo heftig, dat dit speelt voor alle kinderen. Daar zijn we ons heel erg van bewust.’
De oorlog in de Gazastrook is nu bijna twee weken aan de gang. Het Israëlische leger heeft duizenden dodelijke slachtoffers gemaakt, waaronder meer dan 1.500 kinderen.
Verenigd Links heeft spijt van de steun aan een pro-Israëlische motie die op 12 oktober werd ingediend door de SGP-fractievoorzitter. Daarin stond dat het voor Israël ‘moeilijk zou zijn om zich aan het oorlogsrecht te houden’ in Gaza.
‘De motie Stoffer is de afgelopen dagen rond gegaan op sociale media en heeft bij sommigen tot onbegrip en boosheid geleid over onze positie’, staat in een verklaring op de website van GroenLinks en PvdA. ‘Het was nooit onze bedoeling om schendingen van het internationaal humanitair recht te bagatelliseren of er uitzonderingen op te formuleren. We hadden hier een andere keuze moeten maken. Het was beter geweest als we zelf een motie hadden ingediend met onze eigen bewoordingen, en deze motie niet hadden gesteund,’ aldus Verenigd Links.
Amnesty International uitte zich gisteren kritisch over de aangenomen motie. ‘In de motie wordt gesuggereerd dat het naleven van oorlogsrecht in Gaza moeilijk is voor Israël. Het excuus dat hiermee op voorhand lijkt te worden gegeven voor het schenden van het internationaal recht ondermijnt de bescherming van burgers’, waarschuwde de mensenrechtenorganisatie op sociale media.
‘Natuurlijk mag Israël haar burgers beschermen, moeten we medische hulp aanbieden en mag geen cent hulp naar Hamas’, zegt de D66’er Sjoerd Sjoerdsma op X, voorheen Twitter (wiens partij tegen de motie heeft gestemd). ‘Maar de suggestie dat Israël zich niet volledig aan het oorlogsrecht hoeft te houden is onacceptabel. Er staat eveneens geen woord over het Israëlische collectief straffen van de inwoners van Gaza door water, voedsel en elektriciteit te onthouden. Het recht op bescherming van en hulp voor Palestijnse burgers wordt niet genoemd. Daarom was D66 tegen.’
Afro Magazine heeft uitgezocht hoeveel kandidaat-Kamerleden een Afro-achtergrond hebben. Dat zijn er 37. Partij BIJ1 zette de meeste Afro-Nederlandse op de lijst.
Het gaat bij BIJ1 om lijsttrekker Edon Olf, Lisa McCray (2), Grace Courtar (4), Evita de Miranda (5), Liyah Park (6), Dylan Lennox Bakker (11) en Romana Vrede (13).
Andere partijen met (relatief) veel Afro-Nederlandse kandidaat-Kamerleden zijn de ChristenUnie, Denk, GroenLinks-PvdA en Nieuw Sociaal Contract van Pieter Omtzigt. Zij hebben allemaal drie zwarte kandidaten op de lijst staan. D66 heeft twee zwarte kandidaten, Partij voor de Dieren, SP en VVD elk eentje, evenals de BBB. De partijen PVV, FvD, JA21, BVNL, SGP en Volt hebben geen Afro-Nederlandse kandidaat-Kamerleden.
Afro Magazine heeft ook de kandidatenlijsten bekeken van partijen die op dit moment niet in de Tweede Kamer zitten. Nederland met een Plan en Splinter hebben een zwarte kandidaat. De partijen 50 Plus, de Piratenpartij – De Groenen, Samen voor Nederland, de Politieke Partij voor Basisinkomen, PartijvdSport, LEF – voor een nieuwe generatie en LP (Libertaire Partij) niet.
Historicus Frank Dragtenstein schreef een fascinerend boek over rebellenleider Kaási, die zich samen met andere ontsnapte slaafgemaakten in de binnenlanden van Suriname verschool. ‘Plantagehouders zagen Kaási als een groot probleem.’
Aan het begin van de achttiende eeuw, ruim voordat er gedebatteerd werd over de afschaffing van slavernij, vonden veel slaafgemaakten in Suriname hun weg naar de vrijheid. Ze ontsnapten van de plantages en gingen wonen in de binnenlanden, waar ze in de jungle dorpen bouwden. Een belangrijke leider van deze marrons (ontsnapte slaafgemaakten) was Kaási Pumbo. Hij voerde tientallen jaren een guerrillastrijd tegen de plantagehouders en de koloniale autoriteiten en wist uit hun handen te blijven. Over deze belangrijke rebellenleider schreef de Surinaams-Nederlandse historicus Frank Dragtenstein (74) een fascinerend boek, Kaasi de rebellenleider (Boom).
Wat voegt uw boek toe aan wat we al weten over de geschiedenis van de slavernij in Suriname?
‘Het is belangrijk dat deze periode, de late zeventiende en vroege achttiende eeuw, meer bekendheid krijgt. We weten er nog te weinig van. Ik wil dat we meer inzicht krijgen in deze episode van het slavernijverleden.
‘Daarnaast gaat mijn verhaal om de strijd tegen slavernij, in plaats van over de slavernij zelf. Het verhaal van de marrons krijgt nog te weinig aandacht. Tegelijkertijd biedt mijn boek ook meer inzicht in het leven van slaafgemaakten.’
Waarom weten we zoveel over Kaási?
‘Mijn verhaal is gebaseerd op veel archiefmateriaal, maar ook op oral history. De Amerikaanse antropoloog Richard Price heeft in de jaren zeventig veel over Kaási opgetekend toen hij onderzoek deed naar de marrons. Daar heb ik goed gebruik van gemaakt. De verhalen over Kaási werden van generatie op generatie doorverteld. Maar zijn naam komt ook in de archieven vaak voor. Plantagehouders die Kaási als een groot probleem zagen. Maar ook ontsnapte slaafgemaakten die weer gevangen werden en weigerden om Kaási te verraden. De belangrijkste bronnen zijn de correspondenties van plantagehouders, de notulen van het koloniale bestuur van Suriname en last but not least de verslagen van Nederlandse officieren, die expedities naar de Surinaamse binnenlanden ondernamen om hem te vangen. Wat echter nooit lukte.’
‘Als historicus doe ik al jaren onderzoek naar de slavernijgeschiedenis van Suriname. Ik had al veel informatie over Kaási. Voor dit boek was echter extra onderzoek nodig. Ik heb er in totaal drie jaar over gedaan om dit boek te schrijven.’
Wat maakt Kaási zo bijzonder?
‘Het feit dat hij buiten het bereik van de koloniale machthebbers bleef en in staat was om grote groepen marrons bij elkaar te brengen en tot samenwerking te bewegen. Kaási had een uitgebreid spionagenetwerk, waardoor hij de autoriteiten lange tijd een paar stappen voor bleef. Hij had daarnaast ook goede contacten met de inheemse Surinamers, die de jungle goed kenden. Kaási had een inheemse geestelijk begeleider, een soort sjamaan, die hem ondersteunde bij zijn missies, blijkt uit de mondelinge overlevering. Ook was één van zijn vrouwen een inheemse, de zus van deze geestelijke.’
‘Ontsnapte slaafgemaakten die werden gevangen, kregen de doodstraf’
Hij was dus niet zomaar een rebellenleider, maar een slimme politicus.
‘Hij was geen politicus in de moderne zin van het woord, maar wel iemand die groepen wist te binden en goed was in het onderhouden van contacten. Het was trouwens niet altijd pais en vree. Een luitenant verliet Kaási omdat hij hem te hard vond. Maar dankzij zijn spionagenetwerk en zijn contacten met de inheemsen kon hij overleven. Een inheemse leider die door de Nederlanders werd ondervraagd wilde Kaási niet verraden, omdat hij en anderen een eed van trouw, een sweri, hadden afgelegd.’
We weten ook veel niet over Kaási. Zoals zijn geboorte- en sterfdatum, wanneer hij naar Suriname werd verscheept en later uit de slavernij wist te ontsnappen.
‘We weten dat hij eind zeventiende eeuw in Suriname aankwam, ergens in de jaren tachtig of begin jaren negentig. Dat was een turbulente tijd, want tussen 1678 en 1686 speelde de Inheemse Oorlog die voor veel verwoestingen had gezorgd. Nadat die oorlog voorbij was wilden de koloniale autoriteiten Suriname weer opbouwen en was er een grote behoefte aan nieuwe slaven uit Afrika. Er ontsnapten in deze tijd veel slaafgemaakten.’
Hoe moeilijk was dat, ontsnappen?
‘In principe kon dat altijd, want de plantages werden niet zwaar bewaakt. Daar was te weinig mankracht voor. Rond plantages waren militaire posten, maar die telden zo’n twee tot zes man. Plantages lagen aan de rivier en werden aan meerdere zijden omringd door laag bos of jungle. Je kon relatief makkelijk ontsnappen, maar in de jungle overleven was moeilijker. Inheemsen waren goed wegwijs in de jungle. Zij leerden dit aan de marrons, die op hun beurt slaafgemaakten op de plantages hielpen. Omdat de bewaking slecht was kon je ’s avonds of ‘s nachts je familieleden of partner op de plantage bezoeken. Daar merkten de Nederlanders vaak niets van. Ook namen slaafgemaakten dikwijls deels aan expedities van de Nederlanders als dragers of schutters. Daardoor leerden ze over de binnenlanden.’
En het leven op de plantages gaf aanleiding om te ontsnappen.
‘Het was een hard bestaan. Slaafgemaakten werden slecht behandeld. Zeker in de vroege periode. Er was veel werk en een chronisch tekort aan werkkrachten. Plantagehouders schreven dit ook naar de eigenaars in Nederland. Na de Inheemse Oorlog waren voor de wederopbouw en de nieuwe plantages twintigduizend mensen nodig. Op korte termijn twaalfhonderd. Vanwege het zware werk stierven veel slaafgemaakten, zo’n duizend tot tweeduizend per jaar. Daarom was er een hoge aanvoer van nieuwe mensen nodig.
‘Ontsnapte slaafgemaakten die werden gevangen, kregen de doodstraf. Die werd op wrede wijze uitgevoerd. Mensen werden gewurgd, gevierendeeld, aan een haak in de zij opgehangen of geroosterd boven een vuurtje. Je kon echter wel een deal sluiten met de autoriteiten door anderen te verraden. Zo hoopten de Nederlanders de marrondorpen van Kaási op te sporen.’
En hoe zat het met marronvrouwen en -kinderen?
Gevangengenomen marronkinderen mochten blijven leven. De vrouwen overleefden alleen als ze aannemelijk maakten dat ze niet uit vrije wil waren weggelopen, maar ontvoerd en niet hadden deelgenomen aan de strijd tegen de plantagehouders. Lukte dat niet, dan kregen zij ook de doodstraf. Op het hoofd van een ontsnapte marron stond het bedrag van vijftig gulden.’
Weer terug naar Kaási. Wat weten we nog meer over hem?
‘Er zijn geen teksten van Kaási achtergelaten. Wat we wel weten, is dat hij is geboren in het koninkrijk Loango, dat toen aan de monding van de rivier de Congo lag, in de huidige Democratische Republiek Congo. Ook weten we dat hij al gauw uit slavernij wist te ontsnappen, samen met andere slaafgemaakten uit Loango. Een luitenant van Kaási, Pedro, is in een hinderlaag gelopen en gedood. Kaási had meerdere vrouwen, die ruzie met elkaar maakten. Verder had hij een zoon, Olando, en twee dochters. Zijn dochters werden later gevangen.’
Hadden Kaási en de andere marrons politieke idealen? Of wilden ze vooral vrij zijn van slavernij?
‘Hij heeft die nooit geuit. Tula, die eind achttiende eeuw op Curaçao een opstand leidde, was geïnspireerd door de slavenopstand op Haïti. Kaási en de zijnen wisten dankzij hun spionagenetwerk ook wat er speelde in de buitenwereld. Ze overvielen plantages op het juiste moment. De Nederlanders onderschatten de marrons telkens.
‘Het doel van Kaási en de zijnen was geen revolutie – hoewel uit bronnen blijkt dat sommige plantagehouders hier wel bang voor waren. Ze wilden in het Amazonegebied in alle vrijheid een autonome gemeenschap opbouwen.’
Waarom wist hij buiten het bereik van de Nederlanders te blijven?
‘Belangrijk was dat Kaási een strijdvaardige groep om zich heen verzameld, zeker in beginfase, die goed konden vechten. Ook had hij zijn informatievoorziening goed op orde. Zodra er Nederlandse expedities in aantocht waren, wisten de marrons dat. Verder konden ze vrij gemakkelijk hun dorpen verlaten, omdat ze verder in het binnenland nieuwe schuilplaatsen hadden en andere dorpen hadden gebouwd die van kostgronden [stukjes land waar ze hun eigen kostje verbouwden, red.] waren voorzien. Daar vluchtten ze heen als het hen te heet onder de voeten werd.
‘De Nederlanders onderschatten de marrons telkens’
‘Later werd dat moeilijker, omdat de plantagehouders en de Nederlandse milities steeds beter werden in het vinden van marrondorpen. Ze werkten slimmer samen met inheemsen die op hun hand waren en met trouwe slaafgemaakten. In 1730 viel een Nederlandse expeditie de Kaási-dorpen aan, een totale verrassing. Ze namen vele vrouwen en kinderen gevangen. Kaási zelf raakte gewond, maar wist te ontsnappen. Daarna werd de naam van Kaási steeds minder vaak genoemd. Hij is nooit gevangen genomen, maar er zijn ook geen pogingen meer gedaan om hem te vangen. Er waren andere rebellengroepen, die een groter gevaar vormden voor de koloniale autoriteiten. Zo rond 1750 moet Kaási zijn overleden.’
Kaási heeft de vredesverdragen tussen de verschillende marrongemeenschappen en Nederland in de jaren zestig van de achttiende eeuw niet meer meegemaakt.
‘Nee, want hij leefde kennelijk niet meer want op 10 oktober 1760 werd het eerste vredesverdrag tussen marrons en Nederlanders gesloten. Deze dag is later de geschiedenis ingegaan als de Dag van de Marrons, en wordt nog steeds elk jaar gevierd. De gemeenschap van de Saamamaka marrons, waarvan Kaási een van de grondleggers, is telt nu ongeveer vijfenvijftigduizend mensen en sloot in 1762 met de Nederlanders een vredesverdrag. De nazaten van Kaási die deel uitmaken van die gemeenschap heten de ‘Langu lo’, verwantschapsgroep, naar het Congolese Loango-volk.’
Ten slotte, hoe bekend is Kaási in Suriname?
‘Hier en daar weten mensen wie hij is. Maar hij is nog niet zo bekend als Boni, een marronleider die de Nederlanders eind achttiende eeuw bevocht, of de twintigste-eeuwse schrijver Anton de Kom. Ik schreef dit boek om hier verandering in te brengen. Kaási verzette zich niet alleen tegen het kolonialisme, maar was daarin ook zeer succesvol. Tula wordt – terecht – geëerd door Curaçao, maar zijn opstand werd al gauw neergeslagen. Kaási hield de strijd meer dan veertig jaar vol.’
Uit gelekte documenten blijkt dat er ’tot nu toe onbekende connecties tussen Rusland en de PVV’ bestaan. Zo meldt het onderzoeksjournalistieke platform Follow the Money.
‘Het Kremlin probeert al sinds 2013 banden te ontwikkelen met de PVV. En met succes’, schrijft Follow the Money. De partij zou een belangrijk doelwit zijn van Russische beïnvloedingscampagnes, zo blijkt uit de gelekte documenten. Uit die documenten blijkt ook dat partijleider Geert Wilders die connecties uit het zicht probeert te houden.
Dat was niet het geval toen Geert Wilders de Russische hoofdstad in 2018 hoogstpersoonlijk bezocht. Dat was nadat Rusland met het Syrische regime hele steden, zoals Aleppo in 2016, bombardeerde, waarbij duizenden burgerslachtoffers vielen.
Naar eigen zeggen was zijn bezoek bedoeld om na de annexatie van de Krim in 2014, en na de uit de lucht geschoten MH17, de ‘dialoog open te houden’. De reis was georganiseerd door de extreemrechtse politicus Leonid Slutsky. Follow the Money noemt deze man ‘de centrale figuur’ in het streven van het Kremlin om de opvattingen van westerse politici te beïnvloeden.
Wilders wil niet dat zijn politieke banden met Rusland bekend raken. Dat blijkt uit een email uit 2016 waarin Wilders voorafgaand aan een bijeenkomst met Europese zusterpartijen eist dat het publiek de aanwezige Russische gasten niet ziet, aldus Follow the Money.
Een ander punt is de vliegreis die PVV´er André Elissen op 8 september 2017 maakte naar Moskou. De Europarlementariër is er voor een bliksembezoek. Hij treedt dat weekend op als ‘internationaal waarnemer van lokale verkiezingen’ in Rusland. Dat blijkt onwaar. Zijn komst was georganiseerd en betaald door de Russian Peace Foundation, een organisatie van Leonid Slutsky, die pro-Poetinpropaganda verspreidt, zo meldt Follow the Money.
Nora Akachar (38) is geboren in het noorden van Marokko en groeide op in de Haagse Schilderswijk. Als jong meisje droomde ze van theater maken, waar ze haar creatieve vrijheid voelt om te zeggen en vragen wat ze wil.
Akachar is actrice en theatermaker. Haar nieuwe solovoorstelling ‘Ongesteld’ gaat 26 oktober in theater De Regentes in Den Haag in première. Ze neemt daarin jonge generaties mee in een reeks sketches over man-vrouwbeelden.
Akachar worstelt. Ze wil een toegankelijke moeder zijn voor haar dochter Maysa, maar de jongetjes waarmee haar dochter leuk op het schoolplein speelt, mogen niet bij haar thuis komen. ‘Omdat ik vroeger niet mocht spelen met jongens is dat voor mij de norm. Ik kreeg op mijn twaalfde vrouwelijke kenmerken. Jongens werden daarom als onveilig bestempeld, vanwege de angst op fysiek contact. Daarom stel ik mijzelf de vraag, wat geef ik mijn dochter eigenlijk mee over man-vrouwverhoudingen? Door zo’n regel zorg ik ervoor dat mannen en jongens in haar hoofd het label onveilig krijgen. Terwijl vrouwen en meisjes ook vals kunnen zijn.’
Graag wil Akachar ook van het negatieve moslimbeeld af. ‘De ongestelde vragen die ik stel tijdens mijn voorstelling hebben niets te maken met mijn religie.’ Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is niet iets van de islam, vindt ze. ‘Het is wereldwijd een kwestie. Vrouwen krijgen nog steeds minder betaald voor dezelfde functie. Ook in de medische wereld worden ziektes bij vrouwen laat of helemaal niet ontdekt. Er was nooit de noodzaak naar het vrouwelijke lichaam te kijken. Alles lijkt afgesteld op de man. Dit zijn dingen die wij normaal vinden en niet over nadenken. Dat doe ik in deze voorstelling wel.’
‘Waarom spelen er geen jongetjes bij mijn dochter thuis?’
Vervolgens vraagt Akachar zich af waarom niemand het dominante taalgebruik over mannen en vrouwen bekritiseert. ‘Welke invloed heeft taal op onze samenleving? Waarom zeggen wij ‘je bent een vrouw met ballen’ in plaats van ‘je bent een man met tieten’? Waarom zeggen wij eigenlijk ook niet, ‘je vrouwtje staan’ in plaats van ‘je mannetje staan’?’
Ook maakt Akachar zich zorgen over de wereld waarin haar dochter opgroeit. ‘Passen die normen wel bij de wereld die ik voor Maysa wil achterlaten? Het is bijvoorbeeld in sommige kringen normaal dat een man op zoek gaat naar een andere vrouw, wanneer de vrouw geen kinderen kan krijgen. Maar wanneer de man geen kinderen kan krijgen, vinden wij het heel mooi dat een vrouw bij hem blijft, ondanks het feit dat hij haar kinderwens niet kan vervullen.’
Ondanks haar bezorgdheid, vertelt ze met gevoel voor humor: ’Vaak vraagt mijn dochter waarom ik geen jurken draag. Ik vertel haar dat vrouwen broeken kunnen dragen en mannen jurken. ‘Kijk maar naar opa! Hij draagt een jurk als hij naar de moskee gaat.’ Ik wil dat ze weet dat mannen in een jurk heel normaal zijn.’
Akachar is hoopvol. ‘Zielsgraag wil ik de blik van mijn dochter verruimen. Ik wil dat mijn dochter niet gechoqueerd reageert door een wereld die aan het veranderen is. Ik hoop dat ze later kan denken: ‘Oké, dit is niet mijn keuze, maar ik respecteer jou als mens’.’
Akachar hoopt met haar voorstelling een zaadje te planten bij de opkomende generatie van Nederlanders met een migratieachtergrond. ‘Omdat ze nog jong zijn kunnen zij verandering brengen in de verhouding tussen mannen en vrouwen. Ik hoop dat ze na de show zich afvragen: Waarom zeg ik dingen op die manier? Waarom spelen er geen jongetjes bij mijn dochter thuis? Waar zit precies mijn angst?’
‘Ik ben gefrustreerd over de generatie die nu opgroeit en nog steeds doet en denkt als de vorige generatie. Mijn frustratie drijft mij om maatschappelijk betrokken theater te maken. Ik stel iedereen graag open vragen. En ik ga graag op onderzoek uit.’
Omdat de vrouw onbewust lijdt onder vooroordelen, hoopt Akachar met haar voorstelling verbinding te creëren met het publiek en angst en schaamte te doorbreken. Ook weigert ze zich over te geven aan normen. ‘Wereldwijd dealen we met de opvatting dat een vrouw zwak is. Ik weiger dit te accepteren. Mijn hobbels als vrouw in het leven zijn lelijk en pijnlijk, maar ik kom wel op die top en het uitzicht is prachtig.’
Imam Azzedine Karrat spreekt zich in twee veel gedeelde video’s uit over de situatie in Gaza: ‘Iedereen die zwijgt over Gaza, is medeplichtig. Het is nu tijd om menselijkheid te tonen.’
De Rotterdamse imam roept pro-Palestijnse demonstranten in een filmpje op om zich ‘niet te laten provoceren’. Draag een positief steentje bij, is zijn boodschap. In een ander filmpje (in de auto), een dag eerder na de explosie in een ziekenhuis in Gaza-stad, laat hij zich ook door emoties meevoeren en zegt hij onder meer dat ‘iedereen die op dit moment zwijgt medeplichtig is’.
‘Wat er nu gaande is in Gaza is ongekend’, aldus een geëmotioneerde Karrat. ‘Er wordt momenteel een genocide gepleegd. Een heel volk wordt momenteel uitgeroeid.’ Het is avond, de imam zit achter het stuur en heeft waarschijnlijk net de aangrijpende beelden gezien van slachtoffers in een verwoest ziekenhuis in Gaza.
‘Iedereen die momenteel zwijgt, iedereen die momenteel de daden van Israël goed praat is medeplichtig,’ zegt Karrat in de auto. Een dag later doet de imam een oproep aan de pro-Palestina demonstranten.
‘Ik denk dat het belangrijk is om daar heen te gaan, om je stem duidelijk te laten klinken en te laten horen, dit kan niet meer zo doorgaan’, zegt hij en geeft een aantal tips mee.
‘Om te beginnen is het belangrijk om onze intentie voortdurend te toetsen’, zegt Karrat. Het is belangrijk om je af te vragen waarom je iets doet. ‘Doe je het zodat je straks live kan gaan? Of doe je het zodat je likes en views online kunt krijgen? Of doe je het om daar gezien te worden? Of doe je het omdat je momenteel emotioneel bent?’
Turkije leeft intens mee met de Palestijnse slachtoffers in Gaza. Het land heeft na de slachting in het ziekenhuis in Gaza-stad, drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Zo meldt de nieuwssite Turkish Minute.
Ook de Turkse president Erdogan, die te boek staat als een ferventer supporter van de Palestijnse zaak, wijst naar Israël voor de explosie in het ziekenhuis. Het is volgens hem het nieuwste voorbeeld van de staat Israël, die de ‘meest basale menselijke waarden’ zou missen. Dit terwijl er ook berichten binnenkomen dat het een afzwaaier kan zijn van een Hamas-projectiel.
Erdogan zegt op sociale media ‘grote pijn’ te voelen bij de ‘Palestijnse broeders en zusters’ en roept de wereld op om ‘de tragedie’ in Gaza te stoppen. Naast de drie dagen van rouw starten alle voetbalwedstrijden van de Turkse Süperlig deze week met een minuut stilte voor de slachtoffers in Gaza.
Intussen heeft de Amerikaanse overheid sancties opgelegd aan tien leden van Hamas, die van buiten de Palestijnse gebieden opereren. Enkelen van hen verblijven in Turkije. Hamas staat op de terreurlijst van de VS en EU, maar niet in Turkije. President Erdogan heeft vaker Hamas-leden ontvangen in Turkije.
Acteur Ramsey Nasr, zoon van een Palestijnse vader en een Nederlandse moeder, hield gisteren een vlammend verhaal bij Khalid & Sophie over de slachtoffers van de Israëlische aanvallen op Gaza.
Nasr schreef een artikel over het lot van de mensen in Gaza, dat vandaag in NRC verscheen. Bij Khalid & Sophie droeg hij een ingekorte versie voor. Op kijkers maakte zijn verhaal diepe indruk.
‘Alle gijzelaars, alle doden uit Israël en Europa, hebben hun namen gekregen. Hun familieleden en vrienden zijn gehoord, hier op tv, in de krant. Hun levens, dromen, idealen zijn ons bekend voor altijd. En ik vind dat terecht.
‘Wel heb ik een vraag. Hebben Palestijnse levens eenzelfde waarde voor ons? Kennen we ook de namen van hun dode baby’s, hun vernederde grootouders, vermoorde kinderen? Kennen we hun individuele dromen, vrienden, schoolrapporten? Palestijnse levens worden doorgaans bij aantal genoemd. 48 doden. Twaalfhonderd gewonden. Geen namen, maar nummers. En dit geeft aan hoe wij ons mededogen verdelen. Want ook Palestijnen worden levend verbrand, ook Palestijnse dorpen kennen pogroms, uitgevoerd door Israëli’s. Palestijnse kinderen worden gemarteld. Zitten jaren gevangen zonder aanklacht of hulp. En dit gebeurt al generatie op generatie, al 75 jaar.
‘En misschien zijn we daarom immuun geworden. Voor ons zijn het geen mensen. Het is verzameld leed. Houdt het dan nooit op? Maar voor mij is het familie. En ook ik denk: Houdt het dan nooit op?
‘Alleen heb ik het dan over de blinde steun aan een voor mij overduidelijk systeem van apartheid en etnische zuivering. Premier Rutte zei na de Hamas-aanslagen: ‘we hebben niet zo heel vaak meegemaakt dat dit conflict zich richt op heel gewone mensen.’ Kennelijk ziet hij Palestijnen niet als gewone mensen. Maar ze zijn er. Wij bestaan. Het piepkleine Gaza telt 2,2, miljoen inwoners. Bijna de helft van hen is nog een kind. Van alle kinderen in Gaza is tachtig procent gediagnosticeerd als depressief. Vragen wij ons ooit af, wat zij dromen?’
Leiders van islamitische, Arabische en Palestijnse groeperingen in de Verenigde Staten vertellen de Amerikaanse nieuwszender CNN dat ze vrezen voor een nieuwe islamofobiegolf.
Net als de aanslagen van 11 september 2001 hebben moslims in de Verenigde Staten te maken met pesterijen, vandalisme en dreigtelefoontjes. De Palestijns-Amerikaanse moslimactiviste en feministe Linda Sarsour vertelt CNN dat ze vreest voor haar familie op de Westelijke Jordaanoever, maar nog meer voor de veiligheid van moslims in de VS. Ze vindt het pijnlijk als moslims elkaar nu weer adviseren om niet alleen op pad te gaan. ‘We ervaren veel angst en een gebrek aan veiligheid.’
Op 14 oktober vermoordde een 71-jarige huisbaas het zesjarige jongetje Wadea Al-Fayoume. De politie van Chicago denkt dat de verdachte hem en zijn moeder, die de aanval wel overleefde, had uitgekozen vanwege hun islamitische geloof en als reactie op de oorlog in Gaza.
Er hebben zich ook andere, niet-dodelijke islamofobe incidenten voorgedaan. Zo is de politie van New York op zoek naar een 19-jarige verdachte die vanuit het niets een man met een tulband begon te slaan. Mogelijk gaat het hier om een islamofoob haatmisdrijf. De verdachte probeerde zijn tulband van zijn hoofd te slaan.
In de plaats Dearborn in Michigan, waar 42 procent van de bevolking een Arabische achtergrond heeft, arresteerde de politie een man die online dreigde met geweld tegen Palestijnse inwoners.
Aber Kawas, lid van de American Campaign for Palestinian Right, zei tegen CNN dat Palestijnse en islamitische Amerikanen het gevoel hebben dat islamofobie weer net zo erg is als in de periode vlak na 9/11 en de Amerikaanse invasie van Irak in 2003.
Linda Sarsour vindt dat de Amerikaanse overheid verantwoordelijkheid moet nemen: ‘Je hebt leiderschap van beide partijen (Democraten en Republikeinen) nodig om op te staan en te zeggen dat het voor ons hier in de Verenigde Staten onacceptabel is om ons in te laten met enige vorm van anti-moslimse, anti-Palestijnse en anti-Arabische gevoelens. Wij staan verenigd.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.