Home Blog Pagina 444

‘U moet weten dat onze school er voor iedereen is’

Onverdeeld naar de Openbare School. In iedere klas van de Enschedese Montessorischool waar ik als kind naar toe ging, hing de poster met deze kreet voor het raam. En onze klas was ‘onverdeeld’.  Als Joods knulletje vond ik daar mijn plekje. Naast mij zat de dochter van de dominee van de kerk om de hoek. De vaders van twee van mijn vriendjes in de klas waren lid van de toenmalige Communistische Partij Nederland (CPN). Maar voor iedereen was er ruimte. Op woensdagochtend kwam dominee naar school voor het wekelijkse catechisatie-uurtje. Wij als Joodse leerlingen gingen dan met een werkje dat de juf ons op had gegeven voor dat ene uurtje naar het naastgelegen lokaal. Zo gauw de dominee klaar was kwam hij ons ophalen om ons terug te brengen naar de eigen klas. We kregen altijd een handje van de goede man.

Natuurlijk vierde de school het kerstfeest met een prachtig kerstspel, dat weken van tevoren door de kinderen werd ingestudeerd. Ook ik zat bij de repetities altijd braaf in de zaal en zong de kerstliedjes luidkeels mee. Op de dag van het kerstfeest zelf? Dan kregen wij, net als onze ‘communistische’ vriendjes vrij. Kerst was immers niet voor ons. Meneer Postma, het hoofd van de school, gaf wel elk jaar de eer aan de Joodse kinderen om de kerstboom te versieren. Dan hadden die toch ook een beetje feest. Zo openbaar was onze school.

Op het voortgezet onderwijs dat toen nog de hbs heette, was het niet anders. In de jaren zestig was er ook nog school op de zaterdagochtend. Alleen wij, de Joodse kinderen, hadden dan vrij. Tijdens die schooluren zaten wij immers in de synagoge. Om te voorkomen dat wij toch niet te veel lessen misten, paste de directeur het lesrooster van de klas met Joodse leerlingen wel altijd aan. Ik herinner mij nog steeds het lesrooster van de zaterdag tijdens mijn laatste jaar op school. Eén uur biologie, één uur Frans. Verder was het één uur gym, één uur tekenen en één uur vrij. Zo hoefden wij op de zondag bij een van onze klasgenoten alleen maar de leerstof voor de vakken biologie en Frans in te halen. Zo openbaar dacht onze directeur, die zelf overigens van christelijke huize kwam.

‘Wat is nou belangrijker? Jouw geloof of jouw toekomst?’

Mijn leraar Nederlands vond het maar niks dat Lody tijdens al die Joodse feestdagen in de herfstperiode, nota bene aan het begin van het schooljaar, iedere keer weer een of twee dagen niet op school zat. De ene week vierde hij het Joods Nieuwjaar, de andere week was het Grote Verzoendag. ‘Lody, je moet maar eens goed nadenken. Wat is nou belangrijker? Jouw geloof of jouw toekomst?’ Op de een of andere manier kwam dit gesprek de directeur ter ore.

Een paar dagen later moest ik op de kamer van de directeur komen. Tot mijn verbazing zat mijn vader daar ook. Blijkbaar was hij zo uit de fabriek op zijn fiets gestapt en naar mijn school gereden. En die docent Nederlands zat er. De directeur keek een beetje streng naar die leraar. ‘Nou, collega, zeg het maar.’ Deze begon wat schuchter. ‘Lody, het spijt me. Ik wil mijn excuses aanbieden. Aan jou en aan jouw vader. Van dat geloof en van die toekomst had ik niet tegen jou mogen zeggen’. De man gaf mij een hand en wij waren weer dikke vrienden. De directeur knikte goedkeurend in de richting van mijn vader. ‘U moet weten dat onze school er voor iedereen is.’

Die gebeurtenis staat mij, ook na meer dan zestig jaar, haarscherp voor de geest. Voor mij is dit tot en met vandaag ‘Onverdeeld naar de Openbare School’. Al het andere is geen neutraal onderwijs. Het is uitsluitend onderwijs.

De schoolstrijd over openbaar of bijzonder onderwijs werd in 1917 landelijk al min of meer beslecht. Vanaf dat moment moest er ruimte zijn voor allebei. Nu, honderd jaar later, lijkt het erop dat deze strijd, voornamelijk over de hoofden van de scholieren met die voor Nederland ‘nieuwe’ religieuze achtergrond, opnieuw wordt uitgevochten. Maar we hoeven niet te somberen. Onze minister-president zal ooit wel eens zijn excuses gaan aanbieden voor dit gebrek aan respect voor religie. Net als mijn leraar Nederlands destijds op de hbs. Toen openbaar onderwijs gewoon nog openbaar was. Voor iedereen.

Diep, diep de subculturen in… # Jeannette Noëlhuis, Amsterdam

Feitenvrij geschreeuw bepaalt maar al te vaak de toon van het politieke debat, de tv-uitzending, de dag, en ja misschien ook wel de tijdgeest. Maar wie zijn we, waar staan we, en hoe breekbaar, broos of bestendig en betrouwbaar is het Nederland van nu echt? Gijs de Swarte duikt diep de subculturen in, op zoek naar antwoorden op die zo actuele en cruciale vragen. In aflevering drie loopt zijn route via een christelijke leefgemeenschap naar een Extinction Rebellion-actie.

‘Ik praat erover, maar dat zou ik niet moeten doen’, zegt schrijfster Magda van der Ende. Ze vertelt een verhaal over kabbala, Joodse mystiek. ‘In de kabbala speelt de mystieke eenheidservaring een grote rol. Je uitspreken, taal per definitie, is scheiden. Woorden schieten tekort.’ Dit levert uit de kring om haar heen, de voorzichtige vraag op wat kabbalisten nu eigenlijk doen dan, precies?

We zijn in Amsterdam Zuidoost in het Jeannette Noëlhuis, een ware bron van medemenselijke warmte. Gevestigd in een van de vele lage witte flatgebouwen daar, tussen de brede roze fietspaden, verwaaide parkjes en kantoorpanden. Betonnen trap op, witte deur door, lange gang, met een paar kamers aan weerszijden waar vluchtelingen uit de hele wereld wonen. Dan een kleine huiskamer, ingericht… nou ja, meer volgeraakt met banken, stoelen, lampen, schilderijen, boeken, pamfletten en spandoeken. Het publiek – medewerkers en inwonenden van het huis – ruim in de slof en de fleecetrui, ontvangt de lezing met interesse; kritisch op een vriendelijke manier.

Op het asfalt zitten

Het Jeannette Noëlhuis heeft ‘eenvoud, gastvrijheid, gebed en directe actie voor een betere samenleving’ als devies. Het is geïnspireerd op de Amerikaanse Catholic Worker beweging, waarin Jeannette Noël actief was. De beweging is mede opgericht door Dorothy Day, een Amerikaanse journaliste die katholiek werd zonder haar sociale en anarchistische activisme op te geven. In haar woorden: ‘The greatest challenge of the day is: how to bring about a revolution of the heart, a revolution which has to start with each one of us.’

Die gerichtheid op actie maakt niet alleen de vraag wat kabbalisten ‘dan precies doen’ extra begrijpelijk, maar ook het verdere verloop van de ontmoeting. Ze doen veel daar: ongedocumenteerde vluchtelingen opvangen, lezingen organiseren, een biologische tuin onderhouden, duurzaam leven, bidden en actievoeren.

‘Iemand moet het doen’

Dus al snel gaat het gesprek over ‘op het asfalt zitten’, ‘op het spoor zitten’ en ‘aan de hekken zitten’. En als een van de lakens wordt uitgevouwen blijkt daar een aardbol en ‘Kappen met Kolen!’ op geschilderd. Morgen actie, gericht tegen ‘bloedkolen’ uit Colombia. Die worden dankzij de energiecrisis weer meer ingevoerd in de Amsterdamse haven, en het daaraan verbonden leed en onrecht is met recht ondraaglijk te noemen. De locatie is de Hes Bulk Terminal; veel industriëler bestaat het niet in Amsterdam. Extinction Rebellion is van de partij evenals de verwante actiegroep ‘Kappen met Kolen.’

‘Make The World Greta Again’

En daar staan ze, een groepje mensen zo militant en agressief als het gemiddelde publiek van een Concertgebouw-matinee. Er zijn koekjes, mandarijnen, verantwoorde koffie en thee. En grappen te over. Iemand struikelt over een tak en krijgt: ‘Moeilijk hè, die natuur?’ te horen. Een ander arriveert in een Greenwheels autootje: ‘Kijk, reuze verantwoord, vind je niet?’ Een jonge vrouw is naar de haven komen lopen: ‘Als ik op de fiets kom, moet ik ‘m weer ophalen vanavond. Ik hoop wel een beetje op een mooie arrestatie vandaag.’ Spandoeken worden opgehangen. Er wordt een minuut stilte gehouden en daarna gezongen in een kring. ‘Sluit als je wil je ogen even en voel hoe je op de aarde staat. Dat is de aarde van ons allemaal,’ zegt een spreekster.

‘Als je daar gewoon eens over nadenkt’, zegt de vrouw naast me. ‘En over hoe kort je hier bent als mens en wat je daarmee kan doen. ‘Make The World Greta Again’, staat op het stuk karton dat ze in haar handen heeft.

Links van het groepje actievoeders ligt een brede waterweg met torenhoge containerschepen, en immense gashouders daarachter. Rechts asfaltwegen, stampend vrachtverkeer, heuvels van kolen en locomotieven die eindeloos lange slierten metalen bakken gevuld met die kolen, richting de rest van Europa sleuren. En natuurlijk komen er mannen van het naastgelegen bedrijventerrein vragen hoe lang het allemaal nog gaat duren, want ‘er moet hier zo gelost worden’. En ja, het begint te regenen. De vrouw met het bord moet lachen als ik haar aankijk. ‘Iemand moet het doen’, zegt ze. ‘Het begint ergens… altijd.’

Dakloze Mo krijgt nieuw gebit na inzamelingsactie

0

‘Je bent veel knapper geworden’ zegt de tandheelkundige Gulhan Sahin uit Schiedam tegen de grijnzende Mo. Dat kan de dakloze man uit Almere nu breed en onbeschaamd doen met zijn nieuwe prothese. Na acht jaar zonder tanden te hebben geleefd, is hij na een inzamelingsactie de eigenaar van een gloednieuw gebit. Zo meldt de Rotterdamse stadszender Rijnmond.

Acht jaar lang leefde Mo slechts op één snijtand in zijn mond. Totdat de Almeerse winkeleigenaar Abdel Karim El Hafian een aantal maanden geleden met een inzamelingsactie begon. De dakloze Mo komt meerdere keren per dag langs in zijn winkel in Almere en helpt hem dan met allerlei kleine klusjes.

“Ik ken hem al langere tijd. Zag hem op straat rondlopen en mensen om geld vragen. Mijn vraag was dan altijd of hij niet iets te eten wilde”, zegt Abdel Karim. ‘Maar met slechts één snijtand is dat niet altijd even makkelijk. Vandaar deze actie.”

Volgens tandarts Fons Scholten was het realiseren van de prothese nog een behoorlijke klus. “Het was niet alleen maar het maken van een kunstgebit voor iemand. Zo iemand is al gewend aan het niet dragen van een gebit, daar hebben we de prothese ook op aangepast.”

Voor Scholten is het vooral belangrijk dat Mo straks weer goed kan praten en eten. Nu Mo’s prothese is geplaatst zal hij de komende weken worden begeleid naar ‘zijn mond vol tanden’.

Onrustige tweede dag van Turkse verkiezingen in Europa: ‘is er wel genoeg beveiliging?’

0

Amper een dag na de start van de Turkse verkiezingen in Europa is het meteen al misgegaan in Amsterdam en Antwerpen. Aanhangers van Erdogan en de oppositie vlogen elkaar in de haren bij de stembusgang. De regeringsgezinde nieuwszender Sabah beschuldigt waarnemers van de Groen Linkse Partij de Turkse journalist Fatih Özyar te hebben ‘aangevallen’ in Amsterdam. De oppositie spreekt weer van een fascistische aanval van ‘provocatieve AKP’ers’.

De Turkse verkiezingen zijn op 14 mei, maar Turken in Europa mogen al vanaf afgelopen weekend naar de stembus. Op de eerste dag, zaterdag ging dat nog goed, maar op zondag kwamen de onderhuidse Turkse spanningen die al langer leven toch tot een uitbarsting.

Hoewel nog onduidelijk is wat er precies is gebeurd, volgen de beschuldigingen van beide kanten elkaar op. De journalist Özyar beweert dat hij een kopstoot heeft gekregen van oppositieleden en dat zijn telefoons zijn beschadigd. Aan de kant van de oppositie wijst men naar Erdogan-aanhangers.

‘De aanhoudende agressieve en provocatieve houding sinds gisteren is vandaag geëvolueerd tot een fascistische aanval. We roepen al onze vrienden in Amsterdam en omgeving op zich te ontfermen over de stembusgang als waarnemer’, aldus een verklaring van de Turkse Arbeiderspartij (TIP) in Nederland op Instagram.

In Antwerpen zou de AKP-burgemeester Serkan Koyuncu van de Turkse stad Emirdag, de verkiezingszaal hebben betreden en ‘propaganda gemaakt’.

‘Toen waarnemers van de oppositie hem hierop aanspraken, zijn ze door de beveiligers van de AKP-burgemeester aangevallen’, aldus de mensenrechtenactivist en twitteraar Elif Durmus boven een video met duwende, trekkende en schreeuwende Turkse mannen.

De vechtpartijen leiden tot vragen over de veiligheid van de Turks-Nederlandse kiezers. ‘Het zou beter zijn als er meer beveiliging zou zijn’, aldus de journalist Özyar.

Eerbetoon aan verzetsstrijders van kleur in muzikale voorstelling

0

Urban Myth organiseert op 4 mei in samenwerking met De Kleine Komedie in Amsterdam een hommage aan vergeten verzetshelden van kleur: Surinamers, Indonesiërs en Caribische Nederlanders die tegen de nazi’s vochten, maar na de Tweede Wereldoorlog weinig erkenning kregen.

De muzikale voorstelling begint om 21:00 uur, na de Nationale Dodenherdenking, in De Kleine Komedie. Sterren Shirma Rouse, Jeangu Macrooy, Sjors van der Panne, Birgit Schuurman en Monique Klemann geven op de planken een stem aan de onvertelde heldendaden van de verzetsstrijders van kleur, en worden muzikaal begeleid door de Hayp Band.

Verzetsstrijders die in het zonnetje worden gezet zijn onder andere Anda Kerkhoven uit Indonesië, Albert Wittenberg uit Suriname, Boy Ecury uit Aruba en George Maduro uit Curaçao. Deze verzetshelden werkten bij de illegale pers, waren betrokken bij sabotageacties tegen de Duitse bezetter en hielpen Joden om onder te duiken.

De voorstelling Vergeten Helden is geschreven door Jörgen Tjon A. Fong. Op 5, 12 en 19 mei zendt Omroep Max de gelijknamige miniserie uit, waarin deze verhalen en die van andere verzetsstrijders uit de voormalige Nederlandse koloniën worden verteld.

Vervolging Utrechtse moskee Al-Fitrah mag gewoon doorgaan

0

Het Openbaar Ministerie mag nog steeds de stichting Al-Fitrah vervolgen voor een witwaszaak uit 2012-2013. Dit bepaalde de rechter vrijdag, bericht RTV Utrecht. Volgens imam Suhayb S. en zijn advocaat Anis Boumanjal hebben de feiten waarvan de moskee wordt verdacht te lang geleden plaatsgevonden, maar de rechtbank is het daar niet mee eens.

Vorige week zei Boumanjal dat de vervolging tegen Al-Fitrah moest stoppen, omdat het gaat om een zaak van tien jaar geleden. Er is ‘geen adequate verdediging meer mogelijk’, aldus de advocaat.

Al zes jaar vervolgt het OM de moskee vanwege witwassen. Later kwam daar een aanklacht bij tegen imam Suhayb S., die tijdens de parlementaire enquête over ongewenste beïnvloeding van moskeeën (POCOB) in 2021 een valse verklaring zou hebben afgelegd. Eerder liep er tegen de imam ook een klacht wegens betrokkenheid bij of het financieren van terrorisme, maar hiervoor kon geen bewijs worden gevonden.

Een belangrijke reden om het proces te stoppen, vindt Boumanjal, is dat er geen bewijs meer kan worden gevonden van witwassen. Hieraan zou de moskee zich in 2012 en 2013 hebben schuldig gemaakt. In 2016 deed de FIOD een inval om bewijs te verzamelen. Organisaties hoeven hun boekhouding echter slechts zeven jaar te bewaren, waardoor enig bewijs nu al verloren is gegaan.

Daarnaast lopen er beschuldigingen tegen de imam ‘over onder meer het sluiten van islamitische huwelijken en het niet beschikken over de jaarrekening van de stichting’. Hij stelt dat hij die niet kan overleggen, omdat alle relevante boekhouding door de FIOD in beslag is genomen.

Hoewel de rechtbank erkent dat de zaak lang duurt en dat er sprake is van een ‘forse overschrijding van de redelijke termijn’ mag de vervolging gewoon blijven doorgaan. Het is volgens de rechtbank namelijk moeilijk om vast te stellen ‘in welke mate de verdachte hierdoor concreet wordt geschaad in haar mogelijkheden om zich te verweren’. De rechtbank stelt echter wel dat als tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak blijkt dat het onevenredige tijdsverloop problemen veroorzaakt bij de bewijsgaring of de waardering van het bewijs daarmee rekening gehouden worden zal. In het uiterste geval zal dit tot vrijspraak kunnen leiden.

Volgens Boumanjal heeft de rechtszaak tegen imam Suhayb S. ‘een zware wissel’ getrokken op de verdachte, wiens reputatie nu is beschadigd. De rechter neemt dit van de advocaat aan, maar stelt desalniettemin dat er daarom nog wel een eerlijk proces gevoerd kan worden.

De rechtbank streeft ernaar dat de inhoudelijke behandeling van de zaak eind dit jaar plaatsvinden kan, in november of december.

Dag van de arbeiders

0

Mijn vader was eigenlijk een avonturier. Het was in de jaren zestig zijn intentie om vanuit Marokko op avontuur te gaan. Hij reisde eerst naar Algerije, stak de Middellandse Zee over en vertrok daarna met de trein vanaf Algeciras in Zuid-Spanje, noordwaarts.

Zonder dat het de bedoeling was, belandde hij met die trein in Nederland. Toen hij aankwam op een station, werd hij door de politie – omdat hij de taal niet sprak – zo in een pension gezet met Marokkaanse arbeiders. Hij besloot om dan hier maar te gaan werken, al was het tijdelijk. Dat dacht hij althans. Hij trouwde een jaar later met mijn moeder en bracht haar datzelfde jaar nog naar Nederland, omdat ze zo verliefd waren. En ook zij ging gelijk als arbeider aan de slag. Ze werkten hard, ze waren nooit ziek en namen nooit vrije dagen op. Die spaarden ze op voor de zomervakantie. Niettemin waren er enkele vrije dagen die zij verplicht moesten opnemen, net als alle andere arbeiders in Amsterdam. Dat gold onder andere voor 1 mei.

Ze doen alsof de cao’s sterk verbeterd zijn, maar dat is helaas niet zo

Mijn moeder noemde 1 mei altijd ‘de dag van de arbeider’: de dag voor de mensen die hard werken. Traditioneel was het een dag was waarop arbeiders de straat opgingen om te demonstreren. Zo is mede dankzij deze dag de achturige werkdag ingevoerd. Het publieke debat hierover begon al in 1817, toen de Brit Robert Owen pleitte voor betere arbeidsomstandigheden. Die waren in het negentiende-eeuwse Groot-Brittannië belabberd. Op 1 mei 1890 vond de eerste ‘Dag van de Arbeid’ plaats. Ook in Nederland. Arbeiders gingen op bepaalde plekken staken en demonstreren. Ze kwamen op voor hun eigen rechten, waaronder dus het recht op een achturige werkdag.

1 mei geldt in veel landen als verplichte ‘doorbetaalde’ vrije dag, waarop mensen de straat opgaan om te demonstreren voor hun rechten en solidair zijn met hun medearbeiders. Tot 2016 was de Dag van de Arbeid voor ambtenaren in Amsterdam ook een verplichte vrije dag. Maar de VVD, de partij voor de werkgevers, schafte deze dag af. Voor rijksambtenaren en andere arbeiders is deze dag al veel langer voltooid verleden tijd. Wel doet vakbond FNV de laatste jaren haar best om deze dag nieuw leven in te blazen. Dit gaan ze vandaag opnieuw doen. Dat is hard nodig.

Vorig jaar hebben wij, arbeiders, 10 tot 11,6 procent aan koopkracht verloren als gevolg van de inflatie. Dit kan de werkgevers niets schelen. Zij weigeren bij cao-onderhandelingen een prijscompensatie te betalen. In feite voeren ze hiermee een loonsverlaging door. Ze doen alsof de cao’s sterk verbeterd zijn, maar dat is helaas niet zo. Ze tellen gewoon de loonsverhogingen bij elkaar op die ze voor een groot deel pas volgend jaar, en soms nog later, uitbetalen. Ons verlies aan koopkracht compenseren doen ze dus nog lang niet.

Nee, ik wil je niet bang maken. Ik weet het, alles is al zo duur geworden. Maar bij jouw werkgever draait het alleen maar om winst maken. En niet om jouw welzijn.

De cao-afspraken blijven voor 2023 hangen op gemiddeld 4 procent loonsverhoging. Dat betekent een loonsverlaging van minstens 6 procent over 2022 en een blijvend koopkrachtverlies van ongeveer 9 procent. Je kunt dus nog steeds 9 procent minder boodschappen doen. We zouden als arbeiders de handen ineen moeten slaan en strijden voor betere cao’s, net zoals arbeiders in de negentiende eeuw streden voor een achturige werkweek. En daarnaast moet 1 mei gewoon weer een doorbetaalde vrije dag worden. Zoals het hoort.

Samenleven kost tijd

Een school die wel een genderneutraal toilet heeft, maar geen stilteruimte voor gelovige leerlingen. Daarover schreef onze columnist rabbijn Lody van de Kamp in december zijn column. Het schoolbestuur liet hem weten dat er geen stilteruimte of gebedsruimte komt voor de overwegend islamitische jongeren. ‘Als die jongelui zo nodig moeten bidden, doen ze dat maar thuis’, klonk het. Want: ‘scheiding van kerk en staat’, u weet wel.

De column van Van de Kamp lijkt de katalysator te zijn van een rij opinieartikelen in zowel de Kanttekening alsook in andere media. De discussie versmalde zich al snel tot het recht op een stilteruimte in het openbaar onderwijs.

Columnist Gert Jan Geling ziet niets in stilteruimtes op openbare scholen, die hij beschouwt als symbool voor de terugkeer van het religieus ‘privilege’. Bidden doe je maar in de buurtmoskee. Journalist Shawintala Banwarie en religiewetenschapper Kamel Essabane stellen in een opiniestuk in deze krant dat openbaar onderwijs niet ‘neutraal’ of ‘religievrij’ is, zoals vaak wordt gedacht, maar ‘actief pluriform’. De openbare school zou daarom juist wel ruimte moeten bieden aan levensbeschouwing. Historicus Frans Kuijpers reageert op hun artikel en onderschrijft de conclusie van Geling dat een vraag om een stilteruimte de vraag om een ‘voorkeursbehandeling’ is.

Zo krijgt dit debat een plek in de Kanttekening, met argumenten pro en contra. De gemene deler bij mensen die hun bedenkingen hebben bij de stilteruimte, lijkt dezelfde als bij de hoofddoek. Ze zien een terugkeer van religie in de seculiere samenleving. Net nu geloof uit openbare instituties lijkt verdwenen en de kerken leeglopen, trekken moslims weer de religieuze kaart. De tegenstanders van stilteruimtes vragen zich af: ‘Als je dit toestaat, waar houdt het dan op?’

Die zorgen van de seculiere samenleving zijn begrijpelijk. Aan de andere kant: er is ook godsdienstvrijheid. Dat is een spanningsveld. De vraag is hoe wij daar als samenleving mee omgaan.

We berichtten over de petitie ‘Gebed op werk’ vanuit de moslimgemeenschap, die bidden op het werk en op school wil normaliseren. Mijn gedachten gaan onwillekeurig terug naar het verhaal dat mijn vader mij eens vertelde. Hij was een van de eerste gastarbeiders die in de jaren zestig naar Nederland kwam en werkte in een metaalfabriek in Hengelo. Op die fabriek kregen ze een gebedsruimte. Maar die werd al snel weer gesloten omdat de gebeden van de fabrieksarbeiders een stuk langer duurden dan gebruikelijk was. Mijn vader bad in die tijd helemaal niet.

Uiteraard stuit de wens voor een gebedsruimte op lawaaiige tegenstand vanuit de rechts populistische en links seculiere hoek. Maar sommige voorstanders van stilteruimtes drijven de zaak ook op de spits. Een luidruchtige en misschien wel polariserende roep om gebedsruimtes in het openbaar onderwijs verhoudt zich niet met de norm van bescheidenheid die geldt binnen de islam. En het is ook goed om te beseffen dat er op veel hogescholen en universiteiten al lang stilteruimtes zijn – en dat die functioneren naar tevredenheid.

Ook moet ik aan mijn studententijd denken. Er was geen stilteruimte op de hogeschool, en ik heb nooit de behoefte gehad om erom te vragen. Ik zocht een stil plekje op, in de gang of een leeg lokaal. Het leidde nooit tot problemen. Een gebed, salaat, duurt maar een paar minuten. Zo simpel is het ook. Waarom beide kampen zo veel lawaai maken, begrijp ik niet.

Sommige zaken kun je beter omgeven met rust zodat ze tijd hebben om organisch te wortelen. Ze zijn niet gebaat bij emotionele voor- en tegenspraak. Samenleven kost tijd. Als je verschillende zandlagen over elkaar legt, duurt het ook een tijd voordat deze zijn ingeklonken en je erop kunt bouwen. Al blijft het wel belangrijk om in gesprek te blijven, om elkaar te leren begrijpen.

De mbo-school waarover Lody van de Kamp schreef besloot enkele maanden later alsnog tijdelijk een kamer ter beschikking te stellen als stilteruimte. De instelling gaat op zoek naar een definitieve plek waar religieuze studenten en medewerkers kunnen bidden.

Wij moeten meer vertrouwen hebben in onze samenleving. Die vindt de oplossing, daarover ben ik optimistisch. Laatst kwam het nieuws voorbij dat de KNVB islamitische voetballers toelaat tijdens de ramadan kort de wedstrijd te onderbreken, om bij zonsondergang te eten en te drinken. Hadden ze dat een paar jaar geleden tegen mij gezegd, dan had ik het niet geloofd.

‘Ongekende waterschaarste’ in Midden-Oosten en Noord-Afrika

0

De Wereldbank trekt aan de bel over grote waterschaarste in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Klimaatverandering heeft nog nooit eerder tot zo’n groot tekort aan water geleid, meldt het instituut in een rapport.

Burgers wantrouwen vaak hun nationale regeringen, terwijl ze tegelijk naar die regeringen kijken vanuit de verwachting dat die ervoor zullen zorgen dat water betaalbaar blijft. Daarom stelt de Wereldbank voor om lokale overheden meer zeggenschap te geven bij het watermanagement, schrijft nieuwssite Morocco World News.

Zuid-Afrika en Brazilië zijn volgens de Wereldbank voorbeelden van landen die succesvol hebben gestreden tegen waterschaarste. Het gaat vooral om goede communicatie, meldt de bank. Zo heeft de lokale overheid van Kaapstad een ‘waterdashboard’ opgestart, waarin inwoners elke week kunnen zien hoe groot het waterverbruik van de stad is.

De verwachting is dat in het Midden-Oosten en Noord-Afrika de waterschaarste tot 2030 nog flink zal toenemen. Dat komt door zowel klimaatverandering, als door de verwachte forse bevolkingsgroei.

Belgische stad Luik boycot Israël, waarmee het toch al geen banden had

0

Na Oslo en Barcelona verbreekt ook Luik de banden met Israël. De reden is dat er in Israël apartheid heerst, waarvan Palestijnen het belangrijkste slachtoffer zijn. Saillant detail: Luik had al geen banden met Israël, dus de beslissing is puur symbolisch.

Dat meldt de nieuwswebsite Middle East Eye. Het Belgische Luik is daarmee de derde Europese stad die overgaat tot het boycotten van Israël.

Een motie van de Belgische Arbeiderspartij in de Luikse gemeenteraad beschuldigde Israël van ‘apartheid, kolonisatie en militaire bezetting’ en van ‘systematische schendingen’ van de mensenrechten van Palestijnen.

De Noorse hoofdstad Oslo besloot vorige week geen zaken meer te doen met Israëlische bedrijven die ook actief zijn in de bezette Palestijnse gebieden of in illegale Joodse nederzettingen. Als reden voeren de Noren aan dat deze bezetting volgens het internationaal recht een oorlogsmisdaad is.

In Barcelona liep een petitie, waarin burgers die stad opriepen alle banden met Israël te verbreken. Deze kreeg ruim vierduizend ondertekeningen. In februari besloot burgemeester van die stad om aan dat verzoek gehoor te geven.

Ook in Amsterdam stond dit onderwerp op de agenda. De hoofdstad besloot in 2015 geen banden aan te gaan met Tel Aviv.